Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De revaluatie van de gulden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De revaluatie van de gulden

7 minuten leestijd

/' vA helemaal overzien, ook de economen niet. Daarvoor is de zaak te complex. De 'revaluatie heeft uiteraard haar terusslas op alle sectoren van onze eco­ nomie en nu is het maar de vraag of de voordelen groter zullen zijn dan de nadelen. Vooropgesteld zij, dat wij als gewone burgers van de duurdere gulden revaluatie of herwaardering van Jden naar boven was ongetwijfeld maatregel, waaraan niet te ontkomen was. Oppervlakkig gezien lijkt zo­ eei iets erg aantrekkelijk, want het is beter een harde dan een zachte valuta te hebben Maar men moet niet uit het oog verhezen, dat zulk een geldoperatie altijd tweeërlei gevolgen heeft, zowel ten goede als ten kwade. Tot op zekere hoogte is het een slag in de lucht. want men kan de consequenties nooit geen cent rijker worden. In de binnenlandse verhoudingen bemerkt men er heel weinig van, maar des te meer in onze verhouding tot het buitenland. De hoogte van de wisselkoers beïnvloed natuurlijk in steke mate onze export en import. Hoe hoger het percentage van een re- of devaluatie is, des te groter zijn de consequenties. Dit ligt voor de hand, omdat een veranderde wisselkoers vefandering brengt in de prijsverhouding tot het buitenland. Nu Duitsland en Nederland met een gelijk percentage hebben gerevalueerd, verandert er tussen deze twee landen niets, maar wel t.o.v. alle andere landen. Onze gulden is voor het buitenland duurder geworden en de buitenlandse valuta's voor ons goedkoper. Dit betekent, dat het buitenland allicht minder bij ons zal kopen en zelf in een gunstiger concurrentiepositie komt t o.v. onze produkten. Met andere woorden: onze export wordt moeilijker en onze import gemakkelijker, omdat we voor de buitenlandse produkten minder behoeven te betalen. Het gevolg daarvan is, dat onze betalingsbalans ongunstiger wordt. Volgens ^et CPB. zal het effect van de revauatie daarop naar schatting ongeveer 170 miljoen gulden bedragen. Dit is echter i'een bezwaar. In 1960 was er een oveioihot van ong. 1200 miljoen gulden, terwijl als uiterste minimum 500 miljoen wordt aangenomen. Er is dus ruJrnte genoeg.

piaais . Ooi trle- briel Mid- LP Prof. Zijlstra heeft in zijn motivering van de revaluatie gesteld, dat er voora na de Duitse herwaardering een funjentele onevenwichtigheid zou zijn taan en dit is de voorwaarde, die 'Intern. Monetaire Fonds heeft gesteld voor re- of devaluatie. Er is dan een structurele over- of onderwaardering van de valuta, d.w.z. een dispariteit met het buitenland op lange termijn, dus een onevenwichtigheid in de verhouding van het binnen- en het buitenlandse prijs- en loonpeil. Is de valuta te hoog gewaardeerd, zoals nu eigenlijk in Amerika, dan ontstaat werkloosheid en een tekort op de betalingsbalans Is ze te laag, dan is er over-employment, dus veel te grote spanning op de arbeidsmarkt en een groot overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. In ons land is er na 1949 een permanente spanning op dez gebieden. Uitgezonderd de jaren 50/51 en 56/57 waren er grote overschotten op de betalingsbalans en geringe werkloosheid en deze korte periode waren slechts van incidenteel-conjuncturel aard. Hieruit blijkt, dat onze gulde eigenlijk ondergewaardeerd was e daarom was voor de eerste viaal vn onze geschiedenis een revaluatie nodig Er waren daarvoor enige tijd gelede al stemmen opgegaan, o.a. van Prof WItteveen, maar na de Duitse maatregel werd de zaak urgent en onontkoombaar. Er was gevaar voor nog groter overspanning En daarom was ee structurele aanpassing van de gulde beslist nodig Als men dit niet had gedaan, zou het voeren van een goed conjunctuurpolitiek nog veel moeilijke ^^orden zijn als ze nu reeds is. D I^Biraardering werkt ontspannend in d binnenlandse economie en de prijsverhoudingen t o V. het buitenland worde normaler We kunnen dus zeggen, da nu een halt toegeroepen is ook aan d langzame inflatie, waaraan ons betaalmiddel sedert de oorlog bloot staat e dit is weer van groot belang voor he sparen en de bezitsvorming, omdat on geld meer waardevast wordt, althan TOorlopig, ^^rl

•ie pnjs van onze produkten stijgt i et buitenland met ongeveer S"/». E ^el Qit heeft 1 tot gevolg, dat de verkoop ervan iets moeilijker wordt. Alle bedrijfssectoren, die zich met export bezighouden, zullen dus enigermate — sommige weUichi, heel sterk — de gevolge van de revaluatie ondervinden De inkomsten van onze vervoersmaatschan was vele Pijen zullen dalen, zodat de KLM. e Qe scheepvaart in het nadeel zijn. Voo ae land- en tuinbouw wordt de expor ook iets moeilijker en daardoor zal mee aratie' subsidie van de overheid nodig zij ^ r het Landbouw Egalisatiefonds. Irns het verschil tussen het binnen- e Htenlands prijspeil wordt nog grote «n dat moet overbrugd worden. D landbouw wordt nu nog meer afhan kelijk van regeringssubsidie en dit gaa lijnrecht in tegen de politiek van onz regering. Ook voor onze industrie word net wat moeilijker. Onze autoindustri (ae D,A,P,) Rrijgt zwaarder concurren a'''' ^^" ^^ Franse en Italiaanse 'wa «eüs, die hier goedkoper worden even W alle import. Hetzelfde is het gev met de scheepsbouw en diamantindustrie.

Hiertegenover staat, dat het buitenland voor ons goedkoper is geworden, zodat de prijzen van importgoederen, althans van sommige, in ons land verlaagd zullen kunnen worden, al moet men zich daarvan niet te veel voorstellen. Het zal zeker geen 5°/o worden, omdat ten aanzien van grondstoffen en halffabrikaten, die hier nog bewerkt moeten worden, een volledige doorberekening uiteraard onmogelijk is. De revalutie kan in elk geval een gunstig effect hebben op het binnenlandse prijspeil en zoal geen omvangrijke verlagingen dan toch een langdurige stabilisatie met zich brengen. Een ander aspect is ook, dat reizen naar het buitenland (behalve naar Duitsland) goedkoper worden, maar daar staat weer tegenover, dat het vreem.delingenverkeer in ons land duurder wordt. Het zal duidelijk zijn, dat men derge

Het zal duidelijk zijn, dat men dergelijke geldmanipulaties niet te dikwijls moet uitvoeren. Om te beginnen mogen ze niet gebruikt worden voor conjuncturele doeleinden, dus als maatregel op korte termijn om de conjunctuur in gunstige zin te beïnvloeden. Als ieder land dit zou doen, waren de re- en devaluaties niet van de lucht en zou internationaal handelsverkeer onmogelijk worden. Bovendien zijn dit soort maatregelen onherstelbaar, dus niet te corrigeren. Men mag ze alleen toepassen voor structurele doeleinden, hetgeen inhoudt dat men er slechts die onevenwichtigheden mee mag pogen weg te werken, die op lange termijn de economie dreigen te verstoren. Een herwaardering van een valuta moet slechts uitzondering zijn daar anders het hele internationale betalingsverkeer op losse schroeven zou komen te staan .

Na al wat we over dit onderwerp schreven kan het nu duidelijk geworden zijn, dat de revaluatie noodzakelijk was. Had onze regering het niet gedaan, dan zou het loon- en prijspeil uit de hand gelopen zijn, zou de werkgelegenheid nog meer overspannen zijn geraakt en was onze betalingsbalans nog onevenwichtiger geworden. Door deze revaluatie zijn de verhoudingen met het buitenland niet noemenswaard gestoord, omdat het slechts over een gering percentage gaat. Onze regering stond voor de vraag hoeveel wij zouden revalueren. Zou men een hoger "/o gekozen hebben, dan waren de risico's veel groter geweest met name voor onze export en daarom koos men de bescheiden verhoging van 5%, waardoor tevens de Duitse revaluatie, die voor ons gevaren inhield, volledig werd geneutraliseerd.

Vrijwel alle economen en politici hebben dan ook de revaluatie goedgekeurd. Zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer verklaarden de woordvoerders der partijen, dat ze met het regeringsbeleid in dezen konden instemmen. Alleen het weekblad „Elsevier" en oud-minister Hofstra verklaar- «^^n zich tegen, maar deze hebben wel zeer eenzijdig de nadruk gelegd op de nadelen t,o,v, onze export en verzuim clsn de andere kant van de zaak erte- genover te stellen. Uit deze doortasten- de maatregel van onze regering blijkt weer, dat bij de Ministers Zijlstra en De Pous het economisch-financieel beleid in goede handen is. O

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1961

Eilanden-Nieuws | 12 Pagina's

De revaluatie van de gulden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1961

Eilanden-Nieuws | 12 Pagina's