Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hartelijk afscheid voor secretaris G. Goemaat en ontvanger M. Rooij te Dirksland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hartelijk afscheid voor secretaris G. Goemaat en ontvanger M. Rooij te Dirksland

23 minuten leestijd

"k Beiden kregen grote waardering voor hun verdienstelijk werken.

^ Dhr. Goemaat veranderde van idee

„Gezelligheid kende j.1. woensdagmiddag ook in Dirksland geen tijd." Ruim 4V2 uur waren nodig om de scheidende gemeentesecretaris, dhr. Goemaat en de scheidende gemeente-ontvanger, dhr. M. Rooij een passend afscheid te bereiden. In het Ver. gebouw „de Schakel" waar i.v.m. de restauratie van het gemeentehuis de bijzondere raadsvergadering werd gehouden heerste dan ook een — niet sentimentele — maar een prettige sfeer die door hartelijkheid gekenmerkt werd. Aan de scheidende ambtenaren die resp. 50 en 39 jaar in gemeentedienst zijn geweest werden naast vele hartelijke dankwoorden ook fraaie cadeaus overhandigd. Secretaris Goemaat heeft enkele malen bakzeil gehaald, hij deed dit naar hij zelf zei met grote voldoening. De vrouwelijke kantoorbediende Jo Tanis, die aanvankelijk door dhr. Goemaat met gemengde gevoelens op de secretarie werd ontvangen (ik vind dat een vrouw in het huishouden hoort) werd nu in alle toonaarden geprezen, reden waarom dhr. Goemaat thans een geheel andere mening was toegedaan. „Probeer het gerust met vrouwelijk personeel, je hebt er soms meer aan dan aan mannen" propageerde hij nu. Achter een lange ambtelijke loopbaan is thans een punt gezet, beide scheidende functionarissen bekenden dat het werk hen niet oud heeft gemaakt: „Ik ben van het werk niet wit geworden" aldus dhr. Goemaat.. en ik niet kaal voegde dhr. Rooij daaraan toe.

Afscheid dhr. Goemaat

Als eerste richtte burgemeester H. Bos zich tot de scheidende gem. secretaris: „Het is" — aldus burg. Bos — „moeilijk in te denken dat de heer Goemaat niet meer bij het gemeentebestuur van Dirksland betrokken zal zijn.

„Weinigen zullen zich kunnen herinneren, dat U niet in Dirkslandse gemeentedienst was. Het zal daarom een vreemde en een onwennige gedachte zijn, dat u niet meer in het gemeentehuis zal zijn.

Een jaar geleden had deze situatie al werkelijkheid kunnen zijn, ware het niet, dat er een gemeentelijk herindeling geweest was. U wilde niet in samenvoegen geloven. U zei: „Ze spreken al over samenvoegen toen ik voor het eerst op de secretarie kwam en 't is nooit wat geworden; 't zal nu ook wel weer overgaan." Het is niet overgegaan en het is wél wat geworden. Ook voor secretaris Goemaat, die daardoor op 65V2-jarige leeftijd nog promoveerde van secretaris van een gemeente van 3000 tot een van 6000 inwoners. Als de herindeling van gemeenten niet gekomen was, hadden we vorig jaar juni al afscheid moeten nemen. U werd toen tegen 1 jan. 1966 eervol ontslag verleend en op 10 november werd u door G.S. benoemd tot tijdelijk secretaris van de nieuwe gemeente Dirksland. Het is dus zo, dat u ontslag krijgt in verband met de benoeming van een de-finitieve secretaris. Het is voor ons prettig te weten, dat het afscheid niet in een trieste stemming behoeft te geschieden. U geniet een uitstekende gezondheid en het zijn gunstige omstandigheden waaronder u afscheid neemt. U is een halve eeuw in gemeentedienst geweest waarvan 48 jaar in de gemeent Dirksland, terwijl u 28 jaar het ambt van gemeentesecretaris hebt uitgeoefend. In die tijd hebt u vier burgemeesters zien komen en gaan; vele wethouders zien aftreden; verschillende ambtenaren zien verschijnen en verdwijnen. U was ambtelijk betrokken bij de gevolgen van twee wereldoorlogen en een watersnood en u kreeg te maken met ingrijpende maatregelen als gevolg van een economische neergang en de 30-er jaren en opgang na de oorlogen. In het gemeentehuis hebt u een be

In het gemeentehuis hebt u een bepaald stempel gezet; het stempel van behoudende degelijkheid. In Dirksland leeft de gedachte, dat u de gemeentegelden nog zuiniger beheert dan uw eigen geld. Die gedachte heeft er toe geleid dat men hier nooit hoort spreken over verkwisting van gemeentegelden. Daarmede hebt u de gemeente een bijzondere image bezorgd, want men kan een gemeentebestur nooit een beter compliment maken dan dat van het zuinig beheer van de belastinggelden. Dit zal u bepaald uw opvolger moeten zien bij te brengen," aldus burgemeester Bos, die de heer Goemaat trees als een prettig mens met goede eigenschappen en gevoel voor humor. „Onoprechte situaties in de menselijke omgang waren u altijd een gruwel in het oog. We kunnen alleen maar woorden van waardering en sympathie bij uw afscheid uiten. Wij hebben in u betrouwbaarheid en oprechtheid gevonden en wij zijn u daarvoor erkentelijk. U genoot het volste vertrouwen van het gemeentebestuur en daarmee is eigenlijk alles gezegd. U hebt het aanzien van het gemeentebestuur hoog gehouden. Dat betekent heel veel," zo besloot de burgemeester waarna de gemeentebode ten tonele verscheen met een hand gesmede schemerlamp, als blijk van waardering.

Afscheid dhr. Rooij

„Precies honderd jaar heeft de familie Rooij de nu samengevoegde gemeente Dirksland gediend. In 1866 werd de heer M. Rooij, de grootvader van de scheidende gemeente-ontvanger, gemeentesecretaris van Melissant. Uw vader, de heer J. Rooij, werd in 1901 gemeente-secretaris van Dirksland en bleef dat tot 1938. Dit betekent dus een sluitstuk van een eeuw gemeentedienst voor de farnilie Rooij. Als zodanig kunnen we spreken van een historisch moment in de ambtelijke familie. Het is goed daaraan vandaag aandacht te besteden," aldus burgemeester Bos, die releveerde, dat de heer Rooij, na de herindeling van gemeenten, geen prijs meer gesteld heeft op een nieuwe benoeming. „U hebt het ambt 39 jaar uitgeoefend. Daar voor was u nog drie jaar werkzaam als ambtenaar ter secretarie. Het is een respectabele staat van dienst.

Het ambt van gemeente-ontvanger is een vertrouwenspositie. We hebben bewondering voor uw enorme arbeidsproduktiviteit. Het is werkelijk een raadsel hoe u het klaar gespeeld hebt om, behalve gemeenteontvanger, zoveel administratieve functies te bekleden; secr. penningmeester van de polder Dirksland; van de Gemene Uitwatering; van vele andere polders; het secretariaat van de EMGO; u geeft leiding aan een landbouwbedrijf en een kraanbedrijf. Waar u de tijd vandaan hebt gehaald is ons werkelijk een raadsel. Het blijkt te kunnen en zelfs goed te kunnen, want men zou aan u niet zeggen, dat u over twee jaar de pesioen gerechtigde leeftijd hebt behaald. U kunt in de gemeentelijke herindeling een mooi sluitstuk zien van uw ambtsperiode en tevens aan de afsluiting van een eeuw, drie generaties Rooij in de ambtelijke functie," besloot burgemeester Bos, waarna de gemeentebode wederom ten tonele werd gevoerd, nu met een fraai schilderij dat, naar de heer Rooij beloofde, de woonkamer zal sieren.

Sprekers uit de raad

Weth. A. van Rossum sprak als eerste de scheidende secretaris toe. Dhr. van Rossum had dhr. Goemaat ambtelijk nog slechts sinds 3 maanden leren kennen maar die tijd was voldoende geweest om te constateren dat dhr. Goemaat zich op rustige wijze door het vele werk had gewerkt. Het eerste dat spr. in dhr. Goemaat was opgevallen was diens grote mensenkennis en zijn levensbeschouwing die hij overigens aan niemand opdrong.

Ziend op het bijna 50-jarig dienstverband van dhr. Goemaat constateerde weth. van Rossum dat geen enkele Minister op z'n lange loopbaan kan terug zien. Spr. hoopte dat het echtpaar Goemaat die rust zal vinden van een volk dat het niet van zichzelf heeft verwacht maar van Hem die de ware rust geeft. Ook spr. weth. van Rossum een dankwoord aan de scheidende ontvanger dhr. Rooij met zijn echtgenote die hij eveneens een gezegende rust toe wenste.

Ook weth. de Bonte had secretaris Goemaat ambtelijk nog niet lang meegemaakt. Wel had hij in andere functies al vele zaken met hem afgedaan. Spr. tekende secretaris Goemaat als de centrale en de geziene figuur wiens openhartige oprechtheid hem het volste vertrouwen deed genieten. Minder dan met dhr. Goemaat had weth. de Bonte met dhr. Rooij samengewerkt. Spr. uitte groot respect voor de werklust van dhr. Rooij. „U behoorde beslist niet tot die categorie die met minder werk steeds meer wil verdienen" voegde hij hem toe. Hij wenste beide scheidende functionarissen een goede levensavond toe.

Namens de SGP fractie in de raad sprak dhr. C. van Es. Spr. herinnerde aan het nog recente afscheid van meer dan de helft van de raadsleden uit de oude raad, thans wordt weer beëdigd, geïnstalleerd en benoemd. Spr. wees in dit verband op het bijzondere karakter van deze raadsvergadering waarin van de secretaris en de ontvanger afscheid wordt genomen. Allereerst dankte dhr. van Es de secretaris voor het vele werk dat hij tijdens zijn ambtsperiode heeft verricht. „We zouden overigens niet weten waar we met onze dank beginnen moeten en waar we moeten eindigen, onze tong zou te kort en onze woorden zouden te weinig rijk van inhoud zijn" zo vatte dhr. vanEs een en ander samen. Vroeger, toen dhr. van Es nog niet in de raad zat had hij dhr. Goemaat aangezien als een hoogwaardigheids bekleder tot wie men met schroom toenadering zocht. Zeventien jaar later toen spr. intrede deed als raadslid had hij dhr. Goemaat leren kennen als eerbaar, zachtmoedig en vredelievend mens, die niet boven maar steeds naast de ander stond. Spr. prees de scheidende secretaris voor zijn nooit aflatende ijver de raadsleden over diverse zaken voor te lichten, het werd dan meermalen middernacht en spr. had daarom dhr. Goemaat dikwijls bewonderd om zijn rustig en hulpvaardig karakter. „U hebt in uw leven een talent meegekregen waarmee u hebt gewoekerd; de gemeente Dirksland en allen die met U in contact kwamen hebben daar profijt van gehad" verzekerde dhr. van Es. Het afscheid van dhr. Goemaat — en van mevr. Goemaat — woog spreker zwaar en stemde tot weemoed. Spr, dankte hen nadrukkelijk voor het vele werk dat zij voor Dirksland hebben gedaan en hoopte dat zij samen van een lange levensavond zullen mogen genieten. Dhr. van Es bad hen toe dat zij door Gods genade dat deel zouden ontvangen, dat niet alleen de tijd maar ook de Eeuwigheid kan verduren, n.1. dat deel dat Jakob aan de Jabbok ontvangen mocht in de worstelingen Gods, om straks aan het einde van de levensloopbaan de kroon te mogen ontvangen tot eeuwige overwinning. Als blijk van waardering overhandigde dhr. van Es dhr. Goemaat een prachtige ingelijste foto van de Ned. Herv. Kerk terwijl hij mevr. Goemaat een fraai bloemstuk aanbood.

De heer Poortvliet, raadslid, sprak dhr. Rooij toe. Dhr. Poortvliet wist dat dhr. Rooij zijn werk steeds met grote accuratesse heeft gedaan. Spr. wist dat voor dhr. Rooij nog lang niet alle werk is gedaan. Hij overhandigde hem als blijk van waardering een boekenbon voor de aankoop van enkele wetenschappelijke boeken. Spr. betrok ook mevr. Rooij in de hulde door haar een prachtig bloemstuk aan te bieden.

„Ik heb mijn spiekbriefje vergeten" kondigde dhr. T. van Prooijen aan. Ook maakte hij bekend dat hij al jong „tegen de draad in was" en hij zou dat thans volhouden waarom hij begon met de nieuwbenoemde secretaris en ontvanger van harte geluk te wensen met hun benoeming. Zich richtend, namens zijn fractie, tot dhr. Rooij bekende dhr. van Prooijen dat hij geen geschenk had meegebracht. „De familie Rooij heeft sinds ik denken kan altijd gedomineerd, stond altijd gereed om steun en voorlichting te geven". U gaat er eerder een baantje bijnemen dan dat u werk zult gaan afstoten" veronderstelde dhr. van Prooijen en hij ontnam bij voorbaat mevr. Rooij de illusie dat zij haar man nu méér thuis zou hebben. „We hopen u nog vele jaren in onze

„We hopen u nog vele jaren in onze kleine agglomoratie te mogen aanschouwen" was het vormelijk afscheid van de heer van Prooijen.

Tot de scheidende secretaris dhr. Goemaat zei hij: „Ik zal u eerst objectief en daarbij subjectief toespreken". Er viel — aldus spr. — niets aan het gezegde van de voorgaande sprekers toe te voegen. „U was overigens niet een bijzonder mens maar een doodgewoon mens die zijn werk deed zoals zijn karakter het hem ingaf en er goed voor betaald werd!"

U had zelfs het vertrouwen van de Partij van de Arbeid en dat wil nogal wat zeggen „Dhr. van Prooijen verzekerde dat hij veel van dhr. Goemaat heeft geleerd; de ogen zijn de ziel van de mens en als bij een voorstel uw hand naar uw gezicht ging wist ik: er zit meer achter!" Dhr. van Prooijen vertelde dat hij 12 jaar was toen zijn vader overleed, als kind ben je dan je vertrouwensfactor kwijt en dat gemis zet zich op latere leeftijd door, en men leert wantrouwend te zijn. „Ik heb u niet enkel leren waarderen maar ook leren vertrouwen" gaf dhr. van Prooijen te kennen. „U had een karakter wat de meeste mensen missen; het afscheid mag niet sentimenteel zijn maar ik wilde even door het luikje in de ziel van de mens zien; moge u in uw levensavond rust en vrede hebben" zo besloot spreker.

Dhr. D. Leijdens feliciteerde eveneens de nieuwe secretaris en ontvanger met hun benoeming. Hij hoopte dat zij een vruchtbare werkkring zullen mogen opbouwen en dat zij later zo mogen eindigen als de heren Goemaat en Rooij. Spr. zei steeds te zijn gegrepen door het „mens" zijn van dhr. Goemaat, Geboren in Den Bommel was hij een met Flakkee en in werkelijkheid een toegeweid secretaris van Dirksland. „Het is fijn dat het uitkwam dat u mens was onder de mensen en als ambtenaar onkreukbaar".

Met de heer Rooij had spr. minder samengewerkt; wel had hij de oom van dhr. Rooij goed gekend die jarenlang secretaris van Melissant was geweest. Spr. wenste dat de scheidenden met vrouw en kinderen onder Gods zegen de welverdiende rust zullen mogen ontvangen.

Namens de A.R. fractie in de raad sprak dhr. P. A. Leijdens. In zijn gelukwens tot de nieuwe secretaris en ontvanger verzekerde spr. dat hun benoeming een gewichtige zaak was geweest. Hij hoopte dat beiden de kracht en gezondheid mogen ontvangen hun taak te behartigen. Hij dankte voorts de heer Rooij voor zijn vele werk in het belang der gemeente alsook de secretaris dhr. Goemaat., die zijn werk met lust en liefde in een grote nauwgezetheid had gedaan. „U bent er de man niet naar persoonlijk verheerlijkt te willen worden" aldus dhr. Leijdens tot dhr Goemaat. Spr. bracht daarom dank aan God dat Hij de beide scheidende ambtenaren zolang aan de gemeente Dirksland heeft willen toevertrouwen. Zich richtend tot dhr. Goemaat zei spr. te weten dat deze niet genoeg had aan aan zijn levenstaak; hij zocht het ook in Gods Huis en bouwde zijn leven op het daar te beluisteren richtsnoer. „Moge u de rust zoeken die overblijft voor het volk van God en dat U zult mogen zeggen: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen" zo besloot dhr. Leijdens.

DANKWOORD.

„10 januari 1916 - april 1966" mijmerde secretaris Goemaat, een heel lange tijd... de gedachten vermenigvuldigen zich... Spr. releveerde hoe hij in 1916 als jong broekje, met blond haar en een nog rechte rug, als volontair op de secretarie te Den Bommel in dienst was gekomen. De distributie gaf veel werk alsook het berekenen van de kostwinnersvergoeding omdat zelfs ook de landweer in dienst was! Spr. had meegemaakt dat op de secretarie de eerste schrijfmachine was aangeschaft, voordien werd er staande gewerkt aan een lessenaar. In 1917 werd de burgemeester van Den Bommel te Dirksland benoemd en in 1918 was dhr. Goemaat ook naar Dirksland gegaan. Hij werd toen de eerste bezoldigde ambtenaar te Dirksland. Van de raadsleden die aan zijn benoeming meewerkten waren er nog slechts twee in leven. „Een ambtenaar met een 50-jarig dienstverband kan veel vertellen" verzekerde dhr. Goemaat; hij herinnerde o.m. aan de beide oorlogen, aan de grote werkloosheid en aan de crisisjaren. Spr. dankte de burgemeester voor zijn goede woorden; „We hebben aan elkaar moeten wennen en ik twijfel wel eer\ beetje of ik die goede woorden wel verdiend heb; was ik werkelijk zo goed of was ik toch meer een doordrijver stelde spr. zich de vraag. „Wij zijn allemaal bij elkaar gekomen en met de nieuwe secretaris V. d. Ster komt het ook wel goed" verwachtte dhr. Goemaat.

Hij herinnerde eraan hoe hij had tegengesputterd toen er de benoeming van een vrouwelijke bediende in de lucht hing. „Ik was misschien wat ouderwets en hield het erbij dat een vrouw in het gezin hoort; nu wil ik schuld belijden. Jo Tanis uit Ouddorp is een uitstekende kracht en als ik haar niet had gehad was er veel werk blijven liggen" verzekerde dhr. Goemaat. „Probeer het maar met vrouwelijke

„Probeer het maar met vrouwelijke krachten, daar heb je soms meer aan dan aan mannen" verkondigde hij nu, een mens moet wel eens bakzeil halen... Voorts dankte dhr. Goemaat voor de prachtige geschenken die hem waren aangeboden. Hij dankte alle sprekers in een persoonlijk woord, aan dhr. v. d Ster maakte hij bekend dat hij wel een en ander voor hem heeft laten liggen omdat het verstrekken van bouwvergunningen voor Herkingen e.d. nogal wat onoverzichtelijk is geworden. „Als ik vroeger iemand langs het raam zag komen wist ik al wat hij kwam doen, dat is er nu niet meer bij" illustreerde dhr. Goemaat. Tot dhr. van Es merkte spr. op dat het hem steeds liever was geweest dat de raadsleden informeerden dan dat ze onvoorbereid ter vergadering kwamen. De voorzitters zijn soms erg handig..." merkte hij ten overvloede op.

„U hebt me veel toegewenst van Es mocht dat eens waar zijn, dan pas zou het goed zijn". Tot dhr. van Prooijen merkte dhr. Goemaat op dat het hem niet vreemd viel dat hij „tegen de draad was"; u blaft wel maar u bijt niet zo gauw. Dhr. Goemaat vergat geen der sprekers. In een hartelijk afscheidswoord dankte hij hen voor hun sympatie.

De heer Rooij

De heer Rooij had naar hij zei weinig tijd gehad de raadsvergaderingen bij te wonen. Hij voelde zich inderdaad min of meer het slachtoffer van de samenvoeging en spr. vroeg zich af of hij er financieel zo af zou komen als hi wel zou willen; wel verwachtte hij da het wel goed zal komen al zal er we voor gevochten moeten worden. Spr. herinnerde eraan dat hij in zijn werk nooit op de voorgrond was getreden; het werk dat moest gebeuren is altijd gedaan en dhr. Rooij kon getuigen dat hij — evenals zijn familie — steeds op de bres heeft gestaan voor de gemeenschap. Weinig waardering had dhr. Rooij voor de bezoldiging van de gemeenteontvanger en zo stelde hij: „Als ze de kans gekregen hadden waren ze allemaal allang opgedoekt en door een ander systeem vervangen!" Spr. herinnerde eraan hoe zijn grootvader 100 jaar geleden als gemeenteontvanger in dienst was gekomen. Omdat dat toen ook geen bestaan gaf werd hij ook postmeester. Het postmeesterschap bleef 75 jaar en het ontvangerschap 100 jaar in de familie. Ook herinnerde spr. aan het legaat van vrouwe Paulina van Weel waarbij hij het geld had beheerd" Als we zoiets nog eens kregen was Dirksland erboven op" verwachtte dhr. Rooij.

Hij dankte voor het prachtige schilderij en de vele sprekers voor hun pret tige en waarderende woorden. Dhr. Rooij had overigens nog wat op he hart; hij adviseerde een waarnemend gemeente ontvanger aan te stellen opdat de gem. ontvanger ook een snipperdag of een rustige vakantie kon hebben. Het gemeentehuis vond spreker net een fabriek, een technisch geval. Toen ik na de samenvoeging mijn kantoor daarheen wilde verplaatsen was ik binnen een kwartier weer buiten; nee, ik hield het daar niet uit verzekerde hij.

De heer Rooij bracht voorts dank aan de heer Goemaat met wie hij vele jaren had samengewerkt. Beiden waren voor niets begonnen en nu stonden beiden voor het afscheid. Dhr. Rooij dankte dhr. Goemaat voor de prettige omgang. De voorzitter, burgemeester Bos besloot daarna de vergadering met de beide scheidenden het aljerbeste toe te wensen en dat zij nog vele jaren in vrede van een welverdiende rust genieten mochten.

Na de pauze en de opening van he tweede officiële gedeelte kondigde zich weer een lange rij van sprekers aan. De heer Geelhoed, eerste ambtenaar ter secretarie las een gedicht voor waarin de scheidende heer Goemaat werd geprezen. Namens het secretariepersoneel bood hij dhr. Goemaat een prachtige platenspeler met een langspeelplaat aan. Mevr. Goemaat werd bedacht met een mooie ruiker bloemen. Mej. Jo Tanis uit Ouddorp nam afscheid van dhr. Rooij, namens het secretarie personeel. „Afscheid doet altijd pijn, nu kijkt u wel bang maar ik zal het niet te tragisch maken" stelde ze dhr. Rooij gerust. „We keken veel naar u uit als u de salarissen kwam brengen! Het geschenk dat wij u aanbieden hoort bij uw beroep en uw hobby nl. de agrarische encyclopedie van Winkler Prins".

De heer Rooij was zeer ingenomen met dit wel zeer practische geschenk. Mevr. Rooij kreeg een mooi bloemstuk. Namens de Ver. Het Groene Kruis sprak dhr. L. Jongejan. Dhr. Goemaat is nl. penningmeester van deze afdeling. Het speet dhr. Jongejan dat dhr Goemaat een auto heeft aangeschaft. Hij had op hem gerekend op zijn wandelingen en deelde ook mee dat hij al een bengeltje voor hem gereed had gemaakt.

„Van autorijden wordt je dik, da moeten oude mensen niet hebben" waarschuwde dhr. Jongejan die me een hartlijke gelukwens besloot. Namens de oud-raadsleden sprak dhr.

Namens de oud-raadsleden sprak dhr. H. Bestman. Deze wees erop dat veel mensen overlijden tijssen de 50 en de 60 jaar waarom het voor dhr. Goemaat en zijn echtgenote een grote zegen is dat zij nog gezond zijn. Hij hoopte dat zij alsook het echtpaar Rooij nog vele jaren van een verdiende rust mogen genieten.

„Waarde vriend" zo begroette dhr. M. Brooshoofd dhr. Goemaat, zijn buurman. Ook dhr. Rooij was zijn buurman, niet van huis tot huis maar van land tot land! Spr. wees op de evolutie die zij gedrieën als 19e eeuwers meemaken, van trekpaard, via fiets tot raket. Spr. geloofde niet dat de menselijke geest in staat is dit alles bij te houden. „Het is nu een decadente tijd, vroeger namen de kinderen hun petje of voor de burgemeester en de schoolmeester maar nu gooien Provo's al rookbommen naar de gouden koets!" We mogen niet wanhopen, het zal wel weer goedkomen" zo stelde hij gerust. Hij heette dhr. Goemaat welkom in het land der gepensioneerden en hoopte dat hij ook in zijn laatste levensperiode succes zal hebben. Oud wethouder Zoeteman had het

Oud wethouder Zoeteman had het wel interessant gevonden nu eens uit een andere gezichtshoek een raadsvergadering bij te wonen. „Ik hang er nog wel een beetje bij, zojuist heb ik een huwelijk voltrokken, ik ben een soort eerste hulp" zei spr. van zichzelf. Ook namens de kerkvoogdij wenste hij dhr. Goemaat nog vele gezonde jaren en nog een goede samenwerking in de kerkvoogdij toe.

Oud weth. van 't Geloof sloot zich volkomen bij de eerder gesproken woorden aan. Spr. had 34 jaar lang lid van de raad geweest en hij zag dhr. Goemaat nog uit den Bommel komen. „We keken hoog op tegen die mensen die op het gemeentehuis werkten, niet wetend dat ik er zelf ook eens toe geroepen zou worden". Spr. kon verzekeren dat hij met dhr. Goemaat steeds aangenaam heeft gewerkt, Goemaat was een serieus ambtenaar en een goede vriend. Hij hoopte dat hem eenmaal die rust wordt geschonken die God heeft weggelegd voor die Hem vrezen. Ook dankte hij dhr. Rooij voor de

Ook dankte hij dhr. Rooij voor de genoten samenwerking en wenste hen een gezegende tijd toe. Spr. hoopte dat de nieuwe secretaris en ontvanger de voetsporen van hun voorgangers zullen drukken.

Adjudant de Roode, groepscommandant te Middelharnis sprak namens de politiemannen die in Dirksland hadden gestaan. Spr. wist dat dhr. Goemaat altijd bereid was geweest de politie met raad en daad te helpen. Namens de politie in Dirksland overhandigde hij dhr. Goemaat een platenbon. Oud gem. secretaris Jan Knape te

Oud gem. secretaris Jan Knape te Sommelsdijk sprak namens de voormalige kring van gemeentesecretarissen op Goeree Overflakkee de scheidende heer Goemaat toe. Dhr. Knape vertelde hoe hem — toen hij de avond tevoren zijn speech overdacht— het versje te binnen was geschoten van: 10 kleine negertjes die zaten op een tak. Men een variant daarop zei hij: Dertien secretarissen die zaten op hun stoel, toen kwam er een minister aan en negen ervan vielen op hun (excuus, het moest terwille van de rijm). Over deze materie zou — aldus dhr. Knape een heel boek te schrijven zijn maar omdat er zoveel boeken verschijnen zou hij er niet meer aan beginnen. Het door dhr. Knape geschreven boek „Gevecht op de ladder" werd in de ambtenarenwereld niet best ontvangen, het werd eigenlijk doodgezwegen maar er werden toch nog 10.000 exemplaren van verkocht. Niet aan burgemeester en secretarissen en ook niet aan de ambtenaren die toen geen geld hadden om boeken te kopen.

Collega Goemaat, u staat aan he begin van het laatste hoofdstuk. Als i vroeger een roman voltooide werd ik gedreven naar het einde maar tegen het einde overviel mij altijd een huivering. Dan moest ik mijn schepping loslaten! Ik voelde de leegte die zou ontstaan. Dat ervaren we allemaal, we dringen naar het einde, maar als he einde nadert overvalt ons een diepe huivering. „Ik kan u een grote troost geven. Als men een roman goed schrijft dan

Als men een roman goed schrijft dan geeft het laatste hoofdstuk het resultaat van het hele boek, nu zal, nu moet gaan resulteren wat uw leven heeft opgeleverd. Wees gerust, dat laatste hoofdstuk wordt goed want het voorgaande was ook goed". Het is goed dat u weggaat verzekerde dhr. Knape; deze tijd is niet meer van ons, wij zijn achtergebleven daarom gaan we oo met pensioen!" Collega, wij die met u samen hebben

Collega, wij die met u samen hebben gewerkt zullen u in liefde blijven gedenken als een collega, als een verstandige en ambitieus ambtenaar die te voorbeeld kan worden gesteld aan d jonge ambtenaren. Spr. besloot met d wens op een zeer lange en rustige levensavond.

Dankwoord

In zijn dankwoord sprak dhr. Goemaat zijn dank uit voor deze aangeboden afscheidsmiddag, hij vond het goed dat het zo georganiseerd geworden is. Hij dankte de sprekers en de goede gevers en richtte eveneens een hartelijk woord tot de aanwezige oudgemeentebode van 't Hof en zijn echtgenote. Hij schilderde van 't Hof al een zeer plichtsgetrouw ambtenaar die alle opdrachten steeds stipt heeft uitgevoerd. Mevrouw van 't Hof werd dank gebracht voor de vele geurige kopjes koffie en spr. hoopte dat he echtpaar nog vele jaren voor elkaar gespaard mag blijven.

Verder werd een kort woord gesproken tot mej. van Zwol, Nieuwland van de Gasfabriek; dhr. Vreugdenhil van de Techn. Dienst, tot de politie, personeel gemeentewerken, personeel der scholen enz. enz. „Het vonnis is nu geveld" verzucht

„Het vonnis is nu geveld" verzuchtte dhr. Goemaat. Hij dankte de gehele gemeente Dirksland die hem i hun midden heeft opgenomen. „Ik be wit geworden maar dat is niet van Dirksland gekomen, dat zit in de familie" zo besloot dhr. Goemaat.

Ook dhr. Rooij dankte de sprekers voor de goede woorden en geschenken. Tot de burgemeester zei hij: „U stelt graag commissies in, als u er weer eens een instelt stel dan een commissie van credietbewaking in!

„Ik zit al te kijken wie ik daarin benoemen zal" was het gevatte antwoord van burgemeester Bos, die daarna de bijeenkomst beëindigde. Het had de burgemeester goed gedaan dat het afscheid werd gekenmerkt door een prettige sfeer waardoor de beide ambtenaren op een prettig afscheid terug kunnen zien.

nen zien. Vele handen

De beide scheidende functionarissen kregen daarna vele handen te drukken. Het decor werd gevormd door een me bloemen bezet podium waartussen de fraaie geschenken. Dirksland had beide werkers goed bedacht.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1966

Eilanden-Nieuws | 10 Pagina's

Hartelijk afscheid voor secretaris G. Goemaat en ontvanger M. Rooij te Dirksland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1966

Eilanden-Nieuws | 10 Pagina's