Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vervolg Raad Middelharnis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vervolg Raad Middelharnis

20 minuten leestijd

PENDEL.

Door het ontvangen van een aanvullende uitkering achtte dhr. Opstelten (A.R.) wat meer uitzicht gekomen om uit de achterstand te geraken. Dhr. Opstelten, beziend dat ondanks de forse belastingverhogingen de financiële positie van de gemeente nog niet geheel gezond kon worden gemaakt vond dat de gemeente nu aan het einde van haar mogelijkheden is gekomen. De belastingen zijn dermate hoog geworden dat verdere verhoging, c.q. een verdere verbetering van de inkomsten door dhr. Opstelten niet meer mogelijk werd geacht althans vidl het woonklimaat van de gemeente Middelharnis nog aantrekkelijk blijven, ook voor het aantrekken van nieuwe ingezetenen.

In aanmerking nemend dat in het yoorbije jaar het inwonertal met slechts 100 zielen groeide herinnerde dhr. Opstelten aan de verwachtingen die enkele jaren geleden waren gewekt dat de samenvoeging van gemeenten en vorming van de stedelijke kern Middelharnis wel een toeloop van nieuwe vestigingen tot gevolg zou hebben. Ook de verwachtingen dat er industrievestiging zou plaats vinden werd niet verwezenlijkt en spr. adviseerde het college contact op te nemen met het Arbeidsbureau, vertegenwoordigers van werkgevers, en werknemersorganisaties en anderen om na te gaan waar de knelpunten zitten die vestigingen op het eiland minder aantrekkelijk maken en belemmeren. Dhr. Opstelten dacht hierbij aan de Dijkringlasten en tolheffingen op de Haringvlietbrug. Voorts vroeg hij het college alsnog

Voorts vroeg hij het college alsnog stappen te ondernemen die ertoe kunnen leiden dat ons land kan meeprofiteren van de premie woningsplitsing en verbetering, een tegemoetkoming die op Schouwen Duiveland wel wordt genoten De ligging van Schouwen in de provincie Zeeland noemde dhr. Opstelten een voorrecht. Hij pleitte de voorwaarden te scheppen dat de plaatselijke bedrijven optimale mogelijkheden krijgen om uit te groeien.

Graag had dhr. Opstslten de aandacht gevestigd gezien op vraagstukken over ontwatering van de polders, het vraagstuk van haven en riolering van Sommelsdijk en Middelharnis, de weegbruggen over welke zaken hij meer concrete gegevens vroeg evenals over het raadsbesluit m.b.t. de brandweerorganisatie. De uitvoering van de dienst gemeentewerken noemde spr. een zeer gevoelig punt. Bjj de hulde die hij bracht aan het personeel van deze dienst voor haar technische kwaliteiten vroeg hij zich af of deze dienst wel voldoende efficiënt wordt uitgevoerd. N.a.v. de post & f 250.000,— voor onderhoud straten, pleinen en wegen wilde spr. graag een meer gedetailleerd overzicht van de besteding van deze bedragen. Tevens vroeg dhr. Opstelten naar de vordering van het aan de raad toegezegde overzicht van de bestemmingsplannen. Namens de A.R. fractie wenste dhr.

Namens de A.R. fractie wenste dhr. Opstelten het college veel wijsheid en bovenal Gods zegen toe. „Wij mochten in het voorbije jaar in vrede leven maar in economisch opzicht staan we op een smalle rand" waarschuwde dhr. Opstelten.

Autonomie gaat verloren.

Een nog niet geheel sluitende begroting, de onzekerheden t.a.v. de uitkeringen en de zeer geringe armslag tot ontplooiing van activiteiten in de kapitaalssfeer waren voor dhr. J. H. Koppelaar negatieve elementen. Spr. betreurde het dat ondanks de „extraatjes" in de vorm van verkregen extra uitkeringen en de forse verhoging van de belastingen tot een peil dat behoort tot de hoogsten in heel Nederland de begroting niet sluitend kon worden gemaakt terwijl bovendien nog onzekerheid heerst over het oude tekort van ƒ 380.000,—. „We zullen dus nog meer of nog hogere uitkeringen moeten verkrijgen om slechts het onderhoud en de tot op heden genomen besluiten voor onze gemeente waar te kunnen maken" constateerde dhr. Koppelaar. Verheugend vond dhr. Koppelaar het dat ook het college — blijkens de aanbiedingsbrief — zo min mogelijk heeft gespeculeerd op e.v. meevallers. Anderzijds had hij geconstateerd dat als gevolg van de onzekerheden sommige ramingen van uitgaven wel een speculatief karakter hebben, spr. verklaarde dit als een uitvloeisel van de financiële nood.

Spr. kon het niet geheel eens zijn met de opmerking door B. en W. gedaan dat het in de gemeente duidelijk merkbaar is dat de kapitaalsactiviteiten een moeizaam verloop hebben. Dhr. Koppelaar meende dat dit — uitgezonderd de woningbouw — zeker niet het geval is. Zeer juist en verstandig vond hij het dat — beziend dat de kapitaalslast in de laatste twee jaren met ƒ 285.000,— is gestegen — e.v. wensen voorlopig opzij geschoven zijn.

Verbetering.

Niettemin had ook dhr. Koppelaar een wezenlijke verbetering geconstateerd t.o.v. vorig jaar. Ook het gereedkomen van de regelmaat in de administratieve sector en de consolidatie aldaar vond hij een grote stap in de goede richting. „Nu het blijkt dat dit wel goed functioneert zouden we kunnen zeggen dat we voor 1968 redelijk gesteld staan" oordeelde dhr. Koppelaar.

Echter vond hij de woningbouw stiefmoederlijk bedeeld. „Globaal genomen schijnt de woningnood in ons land een eind bezworen te zijn, in sommige streken is ze zelfs geheel opgeheven. Graag wilde dhr. Koppelaar daarom geïnformeerd worden of Middelharnis bij de woningvoorziening in streek of provincie achterblijft en zo ja wat daarvan de oorzaak is. Ook vroeg hij naar het totaal van de aanvragen en de prognose voor de eerstkomende jaren.

Herinnerend aan de door de Minister gestelde voorwaarden voor het verkrijgen van een aanvullende bijdrage vroeg spr. zich af of in deze maatregel voor sommige gemeenten mazen te vinden zijn die voor Middelharnis zijn toegesloten. Spr. dacht dat het wellicht het beste medicijn is om de zieke financiële toestand weer gezond te maken. Overigens hoopte hij dat de Overheid deze maatregel ook op zichzelf zal toepassen.

„Reeds jarenlang werd veelal in hoofdzaak gekeken naar wat alleen maar „noodzakelijk" was en niet naar wat financieel mogelijk was. Al kunnen wij in principe de door de Minister genomen maatregel onderschrijven, toch betreuren wij het dat deze moet worden opgelegd en dat de gemeenten zelf kennelijk hierop minder hebben gelet.

Hier gaat ook weer een van de laatste restjes autonomie verloren, helaas door de eigen schuld van de raden, betoogde dhr. Koppelaar. „Als we uitdrukkingen horen bezigen dat raadsleden het in hun hart niet met een financieringsvoorstel eens zijn maar dat toch aanvaarden omdat G.S. wanneer ze het raadsbesluit aanvaarden toch voor de consequenties opdraaien, dan vragen -wij ons af waar onze verantwoordelijkheid is gebleven!"

Voor- en nadelen.

Dhr. Koppelaar geloofde wel dat de samenvoeging zijn positieve kant heeft, hij noemde echter ook enkele negatieve elementen. O.a. noemde hij het bezwaar dat door de grotere gemeenschap de raad zich minder kan oriënteren en de overzichtelijkheid voor de leden er zeker niet gemakkelijker op is geworden. Spr. achtte de mogelijkheid niet uitgesloten dat het beleid teveel aan — overigens zeer bekwame — ambtenaren moet worden overgelaten. Ook op financieel terrein had dhr. Koppelaar nauwelijks verbetering geconstateerd. Uit de ïiegroting las hij dat het hoofdstuk „algemeen beheer" de grootste procentuele stijging heeft ondergaan terwijl juist dat het hoofdstuk is waarop door samenvoeging financieel voordeel zou moeten zijn behaald!

Tegenspraak in zich zelve.

Terugkomend op de in een der vorige vergaderingen geuitte bedenkingen tegen de invloed van het Instituut Stad en Land verwonderde dhr. Koppelaar zich er over dat terwijl de voorz. bij een aanval op de T. Dienst voor hen op de bres springt terwijl hij hen anderzijds de taak die nu door Stad en Land wordt waargenomen — niet toevertrouwt. „Helaas matigt het Instituut zich een bevoegdheid aan of de gemeente schuift een verantwoordelijkheid van zich af waardoor dit instituut een zodanige inbreng heeft dat de gemeente alleen maar uitvoerder is". Dhr. Koppelaar wilde volledig zelf de bevoegdheid in handen houden; hij wist dat de T. Dienst de bekwaamheid daartoe bezit, hoogstens zal een der functionarissen zich op het gebied van welstandstoezicht moeten specialiseren. „Spr. stelde voor met het Instituut — dat z.i. het zelfbestuur aantast en de begroting onnodig verzwaard — te breken."

„Liever in vrijheid zelf beslissen dan dat vreemden over ons heersen en ons de wetten voorschrijven" betoogde spr.

De inhoud van de voor het komende jaar gedane zegenwens beschouwend wees dhr. Koppelaar erop dat in het houden van Gods geboden grote loon ligt. „Het leven naar die geboden strekt zich niet alleen uit tot het persoonlijk leven, doch ook tot in het bestuurlijk vlak. Laten wij Hem vragen wat we doen zullen, ons verstand zal steeds van God afwijken maar dat heft onze verantwoordelijkheid niet op. We zullen eenmaal rekenschap moeten afleggen van al onze daden, hetzij goed of hetzij kwaad. Dat ons beleid voor 1968 onder uw leiding mocht strekken in de eerste plaats tot eer van God alsmede tot geestelijk en maatschappelijk welzijn van onze gemeente".

Een aanzienlijk beter begrotingsbeeld als in 1967 was dhr. L. Kievit niet genoeg. „Met voldoende werkelijkheidszin van de raad zou het zelfs mogelijk geweest zijn deze begroting zo goed als sluitend te krijgen, o.m. door het opheffen van de weegbruggen en de reorganisatie van de brandweer" stelde hij vast. Ook zag dhr. Kievit een besparing wanneer inplaats van één voortaan twee vuilnisemmers ter béschikkii zouden worden gesteld. Er zou dan. zo meent hij — kunnen worden v staan met één ophaaldienst per wee Tegenover de investering die een jaa lijkse last van ƒ 5000,— zal betekeni stelde dhr. Kievit een besparing vai 25000,— a ƒ 35000,— aan personeelsko ten. Spr. zei met belangstelling het ve der beraad van B. & W. af te wacht m.b.t. het door de raad verlangde ra port van het verificatiebureau over dienst Gemeentewerken.

Nieuwe fak

Dhr. Kievit begreep, dat nu de meente volledig onder curatele sta en voor elke uitgave die het evenwitT in de begroting verder verstoort, voor de goedkeuring van G.S. en het Mm terie nodig is de gemeentelijke finaj ciën eerst gezond moeten worden maakt om tot uitvoering van nieu taken te kunnen komen.

Hij noemde o.m. het realiseren van J sporthal, het bouwen van een zwemb en het dempen van de haven van SoJ melsdijk. In de overtuiging dat de ! nanciële positie wordt benadeeld do de huidige grondpolitiek nam dhr. K vit (met een „ik kan niet anders") st ling tegen het huidige systeem.

Ook in de vorige raadsvergaderi had spr. dit onderwerp aangesneo waarbij de voorz. had verzekerd dat M horloge van dhr. Kievit in dezen at terloopt. De verklaring van de voorz dat een gemeente als Amsterdam \ het systeem van in erfpacht geveni afgestapt kon thans door dhr. KieJ worden bestreden. Hij verklaarde Amsterdam en meerdere grote gemeJ ten aan het erfpachtsysteem vasthoudl

Bereken

Aan de hand van een uitvoerig i specificeerde berekening toonde Kievit aan dat de gemeente door groiJ verkoop — zoals thans wordt gepleJ op het uitbreidingsplan DoetincheiJ straat — Langeweg een tekort vanl 305.000,— zal lijden! „Daarbij vertoij ook andere uitbreidingsplannen di beeld" verzekerde dhr. ICievit.

Als enige mogelijkheid wees hij i de m^ prijs voor particuliere en . premiebouw te verhogen doch hij I greep dat dat tot een zodanige gro prijs zou leiden waardoor de grond ( verkoopbaar zou worden. „De enige mogelijkheid die o^^rbl^

„De enige mogelijkheid die o^^rbl^ is de grond in erfpacht te geven" ^ toogde dhr. Kievit. De jaarlijkse carl dient daarbij periodiek aan het ind cijfer te worden aangepast. Daard( wordt de gewone dienst niet sxtra last en kan worden voorkomen dat curatele een constant karakter kri]g

„Met het meest schaarse artikel H Nederland mag niet worden gespe leerd, de grond dient in handen van gemeenschap te blijven" propageer dhr. Kievit. Grondbfdi

Grondbfdi

Met klem pleitte dhr. Kievit voor instelling van een grondbedrijf; had instituut reeds gefunctioneerd dan de raad beter en tijdiger zijn voorj licht. Spr. vroeg zich af waarom college zo angstvallig vasthoudt aan systeem der voorvaderen; hij wees daarbij op dat er in Z. - Holland zo als geen gemeenten van de grootte \ Middelharnis zijn die geen grondj drijf hebben. Een alternatief zag Kievit in het instellen van een groi bedrijf voor het gehele eiland, in menwerking met de 3 andere gemi ten, hij achtte een dergelijke saw werking ook mogelijk op het terrein de stedebouwkundige plannen.

Tenslotte deelde dhr. Kievit mee oordeel te zijn dat de discussie be derd zou worden wanneer elk lid het college van B. en W. zijn eigc ken zou verdedigen.

De je

Dhr. van Rumpt kondigde zich i als een uiterst loyale oppositie-mar.y

Met kracht echter protesteerde f tegen de gedachtengang van het coll dat het geen zin heeft een opsomKJ te geven van de wenselijkheden dif nog liggen. „Zoals de Mohammedanen dried

„Zoals de Mohammedanen dried daags Allah aanroepen, zo diktS moeten wij de wensen die er zijn h op uitroepen; zelfs zou ik aan dv geren de bevoegdheid willen »•' voor de woning van elke gemeent stuurder een aanplakbord te plaat vond dhr. v. Rumpt. De tekst op die borden had hij

De tekst op die borden had hij als volgt gedacht:

„Als u klaar bent met uw eij kostbare hobby's, (scholen bow op steeds weer een andere gwj slag en kerken waar het Woord anders wordt verkondigd) en bent met het geruzie over fluoi| brandweer, kunt u dan nog tijd brengen voor de behartiging van ze behoeften?"

De gemeente Middelharnis veisc dhr. V. Rumpt met een gezin, m huis is voor ieder plaats en voldo eten. Een groot gemis echter is sp ruimte en speelgoed met het gevolgf de kinderen zich niet kunnen ontpl en en onder de tafel geniepig doen. „Er is nooit geld en aand voor de grootste schat die God on-; vertrouwt" betreurde dhr. v. Rura

Hij voorzag dat de raad, wannee weer verkiezingen worden gehou ter verantwoording wordt geroepe Spr. geloofde dat een sluitende be ting dan niet zo belangrijk is als hebben bereikt van een goed leeT maat. „Als onze aanpak niet ruimi wordt halen we allen een onvoldi waarschuwde spreker. Hij vroeg zich af of Middelhï

Hij vroeg zich af of Middelhï over tien jaar nog een centrumgerr te is ofdat het een bezienswaardigf is waarin een sfeer als in een bej den-centrum heerst. Hij vergeleek f daarbij dat in Oude Tonge en Ro dam waar ook geen geld was toch if sportcentra zijn verrezen. Spr. wef daarbij op dat een bloeiende voe vereniging ergens in een polder i^ gedrukt. Hij drong — temeer omda Ver. in die uithoek grote investeri

i| ij ]\ j ] j doen — aan op een onderzoek [de mogelijkheid tot het stichten Een sportcentrum. „Via de normale jvan aanvragen ontmoet u steeds Koud ambtelijk „nee", zoek daarom ihteraf weggetjes die anderen gin- |adviseerde dhr. v. Rumpt.

j Woningnood.

| ' air stelde mevr. van Groningen 'onmgnood aan de kaak. „Als we dat er in groot Middelharnis nog plm. vijfhonderd woningzoekeni]n, dan is het een eenvoudig reimmetje dat we met de bouw van onderd woningen per jaar (jaaromen er plm. 100 woningzoekeniij) over plm. vijf jaar uit de misèden zijn en zelfs de grootste opgelooft daar niet in" betoogde ze. werk" noemde ze de plannen tot lUw van een aantal bejaardenwoen een recreatie - gebouwtje. Zij :e het toe omdat de bejaarden die aar het Diekhuus kunnen dan ook gheid kunnen vinden; het aantal e bejaarden is volgens Mevr. v. gen ontstellend groot. g zag zij oolc het Maatschappe

' ( ' ^ j g zag zij oolc het Maatschappeerk herleven en zij informeerde dan geen andere instanties zijn lee een zodanig overleg kan woriepleegd dat het geheel wat aan- •lijker wordt voor mogelijke solten voor de functie van Maatelijk Werkster. „De meeste keronze dorpen participeren in de ng maar ik heb het idee dat buin eigen terrein de maatschappe- ; ^'öoti in onze gemeente de kerkbe ^^rai i^iet veel onrust bezorgt" beogde .e.

ts hoopte mevr. v. Groningen dat ipavond die „Middelharnis" vooris in te voeren niet ten koste n van het winkelpersoneel, woord van waardering bracht zij

tl ' ] " | woord van waardering bracht zij it adres van de ambtenaren die ken zijn met de uitvoering van " Bijstandwet. De door hen oprapporten worden op hoge pnjs

t' findigde met de wens dat 1968 een aar zar zijn voor de inwoners van groot Middelharnis en dat de onderlinge verhouding tussen de dorpskernen steeds beter zal worden.

Dhr. Wesdorp constateerde dat „de grote boosdoeners" thans ten gunste veranderd zijn. Ook meende hij te kunnen stellen dat de Rijksoverheid als het er op aan komt, de gemeente niet in de kou laat staan. „Toekenning van een aanvullende uitkering betekent dat de Overheid erkent dat in het verleden een goed financieel beleid is gevoerd". Verbetering van de werkgelegenheid noemde dhr. Wesdorp uitermate belangrijk; hij vroeg voorts naar het toekomstig woningbouwbeleid en welke plannen in voorbereiding zijn.

Spr. hoopte zeer op een aanvullende bijdrage voor 1968; „niettemin blijft het plicht te trachten het tekort zo klein mogelijk te maken en dan het beste er maar van hopen... vond hij.

Beantwoording B. en W.

„Begrijpelijk dat het hoofdaccent op de ifinanciéle positie van de gemeente werd gelegd" vond de voorzitter. „Het overleg dat onlangs plaats vond resulteerde in een poging het oude tekort van ƒ 380.000,- ineens met een extra uitkering •vfeg te werken zodat we dan niet meer onder een rentelast gebukt gaan" deelde de voorz. mee; hij wilde overigens nog geen „hoera" roepen zolang de toekenning nog niet in handen is. De suggestie van B. en W. in dit gesprek is te zorgen dat er een financiële armslag komt waardoor de gem. niet weer in dezelfde positie geraakt. De voorz. betreurde het dat die armslag niet reeds bij het begin van de gem. herindeling werd gegeven. Het „onder curatele staan" vond de voorz. een hoogst onprettige zaak die een ambtelijke inspraak betekent en inbreuk maakt op de zelfstandigheid van de raad. De voorz. vond het betoog van dhr.

De voorz. vond het betoog van dhr. V. Rumpt wat onwezenlijk aandoen. Het college heeft een open oog voor de belangen van de jeugd. Er zijn tal van besprekingen gevoerd maar de voorzieningen mogen de financiële draagkracht van de gemeente niet te boven gaan. Een „voorzichtig perspectief" zag de

Een „voorzichtig perspectief" zag de voorz. voor een spoedige realisering van de nieuwe O.L. school in Sommelsdijk. De ruimte voor de financiering daar

De ruimte voor de financiering daarvan maakt andere zaken onmogelijk; besturen is — zo stelde de voorz. — een kwestie van kiezen van prioriteiten. M.b.t. de werkgelegenheid constateerde de voorz. dat het „klimaat" voor industrievestiging niet gunstig is; het feit dat Flakkee niet tot de probleemgebieden behoort en de daartoe gestelde faciliteiten geniet — maakt industrievestiging evenmin aantrekkelijk.

Overigens verheelde spr. niet dat wanneer men eenmaal bedrijven aantrekt men een sneeuwbaleffect te wachten is. Hij geloofde niet dat de pendelarbeid een asociaal element mag worden genoemd, eerder wordt het aannemelijker van „forensisme" te spreken. Tegenover een werkloosheidscijfer van 520 staat een vraag naar krachten die dat kwantum bijna evenaart: In de cijfers zit een seizoeninvloed verdisconteerd; niettemin blijft het voor Flakkee een vraagpunt. „Een enquête heeft uitgewezen dat tenminste SC/o wil pendelen" wist de voorz.. Omtrent de woningbehoefte deelde de voorz. mee dat in de gemeente plm. 600 woningbehoevenden zijn, al wil dat niet zeggen dat die allen zonder woning zijn. Het toekomstperspectief voor Middelharnis doet wat onwezenlijk aan zeker wanneer de huidige behoefte niet wordt gehonoreerd. Over de toekomstige contingentering kon de voorz. nog geen concrete cijfers geven.

Met het eenmaal ophalen van huisvuil — zoals door dhr. Kievit gesuggereerd — maande de voorz. er rekening mee te houden dat het zeker niet allemaal voordeel is. Overigens zegde hij toe daarmee een test te nemen.

De gesuggereerde voordelen bij instelling van een grondbedrijf werden door de voorz. niet direct onderschreven „We worden door het Ministerie vol

„We worden door het Ministerie volkomen in deze positie gemanoevreerd" verklaarde de voorz. De vraag is hoe het tekort — bij de bouw van woningwetwoningen — er uit te krijgen, zowel nu als bij de instelling van een grondbedrijf.

„Uitgaande van het standpunt dat de grond gemeenschapsbezit moet blijven neemt de moeilijkheid niet weg dat we niet de middelen hebben het te realise- ren" verklaarde de voorz. tot dhr. Kievit. „U komt met deze gedachte op een ongunstig moment omdat we de middelen gewoon niet kunnen missen!" M.b.t. de vraag naar het functioneren

M.b.t. de vraag naar het functioneren van de dienst gemeentewerken herinnerde de voorz. aan de voorgenomen afvloeiingsregeling. De raad krijgt een duidelijk overzicht van de taken die er voor deze dienst liggen. T.a.Vs de stafbezetting merkte de voorz. op dat de hele staf druk bezig is met het voorbereiden van plannen.

Moeilijk vond de voorz. de taak van de Welstandscommissie uiteen te zetten.

Het Instituut Stad en Landschap waarbij de gemeente verplicht is aangesloten is tevens architectenbureau.

Het gaat er niet om of T. Dienst het welstandstoezicht kan worden gegeven maar om het feit dat de gem. zich bij een ivelstands-instituut moet aanmelden. De voorz. onderschreef het standpunt

De voorz. onderschreef het standpunt dat het noodzakelijk zou zijn een Maatschappelijk werkster in dienst te nemen. De aanvrage voor een koopavond is

De aanvrage voor een koopavond is bij de kamer van koophandel in beraad. Spr. geloofde dat voor het personeel

Spr. geloofde dat voor het personeel wel een compensatie gevonden wordt.

In 1969 kan met de voorbereiding van de uitbreiding van de Technische School begonnen worden; in 1970 kan dan met de bouw een begin worden gemaakt.

De verkeerssituatie bij Nieuwe Tonge heeft de aandacht van het college; bij G.S. en Prov. Waterstaat bestaat nog geen behoefte de snelheid te doen verminderen; wel kan bij het doortrekken van de Staverseweg een voorziening worden getroffen. Bij een controle bleek reeds 90»/o van de automobilisten de snelheid sterk te verminderen. Het maken van een Zebrapad op de

Het maken van een Zebrapad op de Langeweg bij het rusthuis houdt het gevaar in dat men er te veel veiligheidswaarde aan hecht. Bovendien stelt de A.N.W.B. voor de aanleg bepaalde voorwaarden.

Subsidiëring.

„Het college streeft ernaar om zo ruim mogelijk baan te geven aan de ontplooiing van de verenigingen verzekerde de voorzitter.

Tweede instantie. Dhr. Kievit zei blij te zijn met het

Dhr. Kievit zei blij te zijn met het antwoord door de voorz. gegeven. „U gaf toe dat mijn theorie gelijk heeft, dan moet die ook in de praktijk uitvoerbaar zijn". „Andere gemeenten kunnen kennelijk door aanpassing van de erfpachtscanon de tekorten dekken". Overigens kon dhr. Kievit de voorz. niet van het uitgesproken voordeel overtuigen.

Dhr. V. Rumpt gaf toe dat zijn betoog wat onwezenlijk was, het was zelfs spontaan en wat emotioneel. „We leven anno 1968 in een centrumgemeente waar geen leeszaal, geen sportzaal, geen zwembad, geen vergaderruimte is, dat is inderdaad onwezenlijk". „Als we schaars geld gaan besteden laten we dat dan zo goed mogelijk doen en niet versmpperen op allerlei plaatsen" maande dhr. V. Rumpt.

Dhr. Koppelaar hield het erop dat de raad eigenlijk weinig weet van de woningvoorziening. Graag had hij daarover nadere informaties. Dhr. Koppelaar vond het moeilijk te definiëren dat de adviezen van Stad en Landschap „verplicht" zijn; Dhr. Arensman noemde de molen van Stad een gevaarlijk ding. Hij dacht dat de eigen mensen wel wat aan het herstel kunnen doen. Hij wees voorts op het feit dat de

Hij wees voorts op het feit dat de busverbinding van en naar Stad 's zondags helemaal stil ligt. Voor de ziekenhuisbezoekers is dat erg bezwaarlijk. „Stad is 's zondags het dode punt" verklaarde spr. Over de onvoldoende verlichting van

Over de onvoldoende verlichting van de Langeweg tot aan de Rottenburgseweg — zoals door dhr. Arensman — aangevoerd zijn besprekingen gaande, er is goede verwachting dat door Prov. Waterstaat een bijdrage in de aanleg wordt verkregen. Over de busverbinding naar Stad hebben reeds overleggingen plaats gehad en de voorz. zegde toe een en ander nog eens met de R.T. M. door te nemen.

De Vrouwtjesweg vond dhr. Arensman te smal voor het toekomstig ver- keer waarop de voorz. antwoordde dat de bestemming van deze weg door de Dijkring zal worden „opgekrikt".

Dhr. Opstelten wees aan dat de hele financiering van een bedrijfsvestiging in de war kan worden gebracht wanneer de erfpachtscanon niet vaststaat. „Erg bezwaarlijk" vond dhr. Opstelten. Kievit: „'t mag zeker niet meer?"

Kievit: „'t mag zeker niet meer?"

Voorz.: Nee liever niet. Kievit: „Hier zou zelfs Willem de

Kievit: „Hier zou zelfs Willem de Zwijger gesproken hebben."

De hoofdstuksgewrijze behandeling had een vlot verloop waarna de begroting z.h.s. werd vastgesteld.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 januari 1968

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's

Vervolg Raad Middelharnis

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 januari 1968

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's