Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Raad schoorvoetend accoord met verhoging van de reingingsrechten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Raad schoorvoetend accoord met verhoging van de reingingsrechten

Gemeenteraad Middelharnis:

20 minuten leestijd

Het voorstel tot verhoging van de reinigingsrechten vormde op de j.1. vrydagavond gehouden raadsvergadering te Middelharnis, naast het voorstel tot vaststelling van de gemeentebegroting de hoofdschotel van deze langdurige vergadering. De raadsleden toonden zich allerminst gelukkig met het voorstel maar niet aanvaarding zou de mogelijkheid van een verhoogde uitkering uit het gemeentefonds in gevaar brengen! Dat risico heeft de raad niet willen nemen en schoorvoetend heeft zij zich — met uitzondering van dhr. D. Hoogzand — achter het voorstel geschaard. De sluitende gemeentebegroting die slechts een post{je) van ruim driehonderd gulden bevatte kan op een aanvulling met plm. ƒ 25.000,— rekenen.

"k Fluoridering weer aan de orde: Dhr. Edewaard mist anno 1968 de vrijheid van het drinken. •^ Dhr. Grin wis: We worden door import geregeerd.

Dhr. Hoogzand besteedde In een uitvoerig betoog ruim aandacht aan het „geleid worden" waar het de belastingheffing betreft. „Een schrikaanjagende spiraal slingert zich door het belastingstelsel heen en het is voor de burger moeilijk te begrijpen en moeilijk te betalen", reageerde hij. De conclusie van dhr. Hoogzand was dan ook dat hij tegen zou zijn op grond van het feit dat het Rijk druk uitoefent op de raad op fiscaal gebied en ook vond dhr. Hoogzand het incorrect dat de raad geen invloed heeft op de besteding van de te behalen meeropbrengst. Dhr. Hoogzand informeerde n.1. naar de mogelijkheid de verhoging vast te koppelen aan een „vuil-, stof- en zwaveltoeslag", voor de mensen van de reinigingsdienst. Voorts zag dhr. Hoogzand in het overal neergooien van vuil door sommige „lieden" een aanwijsbare oorzaak dat de reiniginssdienst steeds meer gaat kosten. ..Grijp die daders eerst maar eens in de kraag " adviseerde hij. Ook dhr. Kievit (p.v.d.a.) toonde zich niet gelukkig met het voorstel. Liever zag hij een andere belasting (b.v. de opcenten) verhoogd opdat dan meer naar draagkracht zou worden betaald maar hij zag daartoe ook geen mogelijkheid. „Met veel schroom kunnen wij accoord gaan omdat we de gemeente de middelen niet willen onthouden om in 1969 zelfstandig te kunnen werken" gaf hij te kennen. Dhr. Opstelten had een groot bezwaar: „We zijn er gauwer aan dan we eraf zijn „Ook hij verklaarde met schroom met het voorstel accoord te kunnen gaan, zich wel afvragend waar de grens ligt. De toelichting die B. en W. bij het voorstel gaven gaf dhr. Koppelaar te denken en hij veronderstelde dan ook dat ze er mee in de maag hebben gezeten om de raad te kunnen aantonen dat het echt niet anders kan. Ook dhr. Koppelaar nam het woord „schroom" in de mond, met schroom zou de SG.P. fractie accoord gaan omdat ze ook geen alternatief aan kon wijzen. In zijn beschouwing betrok dhr. Koppelaar de bekendmaking dat de reinigingsdienst de naast de vuilemmers aangeboden emmers en teilen e.d. niet meer leegt maar ze gewoonweg in de auto meeneemt. Het klonk bepaald niet vriendelijk toen dhr. Koppelaar zei:

„Alles wat naast de bus staat wordt onvoorwaardelijk meegenomen en verdwijnt in de auto om vermalen te worden...!" „Prima zo", vond daarentegen mevr. van Groningen. Wel wilde ze de betreffende bekendmaking nog eens gepubliceerd zien omdat het kon zijn dat nog niet iedereen op de hoogte is.

De voorz. burg. van Es wees er in zijn beantwoording op dat er landelijk een studie aan de gang is m.b.t. het gemeentelijk belastinggebied, daaruit zijn echter nog weinig resultaten bekend geworden. Wel wilde de voorz. de mensen van de reinigingsdienst een bijzonder compliment toekennen maar het verhogen van de beloning d.m.v. een toeslag zou z.i. discriminerend werksn t.o.v. de andere ambtenaren die op hun terrein toch ook hun best doen.

De voorz. meende de bewering dat de tarieven (te) hoog zijn te kunnen ontkennen gezien de grote service die er tegenover staat. In Rotterdam wordt eveneens ƒ 30,— betaald en in Zoetermeer zelf veertig gulden.

Dhr. Hoogzand weerlegde de gedachte van de voorz. dat er bij een hogere beloning van het reinigingspersoneel van discriminatie sprake zou zijn omdat het toch normaal is dat een verschillend beroep verschillend gehonoreerd wordt.

Versuvius.

„Onontkoombaar in Stad zullen we het onder protest aanvaarden" verkondigde dhr. van Rumpt (v.v.d.). De bezwaren zouden zich — zo dacht dhr. van Rumpt — niet direct tegen de verhoging richten, wel tegen de ligging van de stortplaats die dhr. van Rumpt vergeleek met de Vesuvius bij Napels. Zomers zijn het zwermen vliegen die de horizon verduisteren en later worden het de krekels die hun overigens prettige geluid door hun veelheid onaangenaam maken. Spr. vond die overlast voor de „inboorlingen" van Stad heel erg en hij vroeg het college dan ook maatregelen te nemen om de belt zo gauw mogelijk te sluiten.

„Volgend jaar moet de belt gesloten worden" antwoordde de voorz. op de klacht van v. Rumpt. Ook hij erkende de grote bezwaren, een voordeeltje zag hij in een e.v. toeristische trek om de Vesuvius van Stad te bewonderen. Er zal zo gauw mogelijk een eind worden gemaakt aan deze „afschuwelijke zaak". Op een desbetreffende vraag van de heer Hoogzand antwoordden de heren Opstelten (a.r.) en Kievit (p.v.d.a.) dat h.i. thans het belasting-plafond is bereikt. De raad verlangde geen stemming dhr. Hoogzand wenste geacht te worden te hebben tegen gestemd.

Al vier jaar leeg!

Aan het voorstel tot verkoop van de blote eigendom van een perceel grond ' aan de Molenstraat te Middelharnis aan dhr. J. J. Campfens, verbond mevr. van Groningen de vraag hoe het mogelijk kan zijn dat in een gemeente met zoveel woningzoekenden een woning van dhr. C. langs het Zandpad al vier jaar leeg staat. Wanneer iemand naar de woning vraagt krijgt hij het smoesje te horen dat het een kantoor zal worden" wist mevr. v. Groningen. „Een officiële vorderingscommissie be

„Een officiële vorderingscommissie bestaat in onze gemeente niet meer" gaf de voorz. te kennen.

„'t Gaat boven m'n verstand dat dat mogelijk is" ergerde zich mevr. v. Groningen.

„'t Is ontzettend moeilijk" gaf de voorz. toe waarop mevr. v. Groningen veronderstelde dat een beroep op die man z'n gemoed ook niet veel effect zou hebben.

Kleinerend?

Achtereenvolgens werden vastgesteld een wijziging van de IZA regeling Zuid- Holland, en de Spaarverordening 1969 voor het burgerlijk Rijkspersoneel. Deze vorm van premiesparen is — naar de voorz. verklaarde bijzonder aantrekkelijk maar dhr. Grinwis dacht dat de ambtenaren het „kleinerend" zouden vinden, „alsof ze het zelf niet zouden kunnen". „Dat voelen degenen die ervan profiteren heel anders" verzekerde de voorz.

Aangekocht werd het pand Enkele Ring 27 te Sommelsdijk van mej. J. van Dijk voor ƒ 500,—.

Het pandje verkeert — naar de voorz. meedeelde — in een deplorabele toestand en het leent zich enkel nog maar voor afbraak.

„Prima zo", vond daarentegen mevr. van Groningen. Wel wilde ze de betreffende bekendmaking nog eens gepubliceerd zien omdat het kon zijn dat nog niet iedereen op de hoogte is. De voorz. burg. van Es wees er in zijn beantwoording op dat er landelijk een studie aan de gang is m.b.t. het gemeentelijk belastinggebied, daaruit zijn echter nog weinig resultaten bekend geworden. Wel wilde de voorz. de mensen van de reinigingsdienst een bijzonder compliment toekennen maar het verhogen van de beloning d.m.v. een toeslag zou z.i. discriminerend werksn t.o.v. de andere ambtenaren die op hun terrein toch ook hun best doen. De voorz. meende de bewering dat de tarieven (te) hoog zijn te kunnen ontkennen gezien de grote service die er tegenover staat. In Rotterdam wordt eveneens ƒ 30,— betaald en in Zoetermeer zelf veertig gulden. Dhr. Hoogzand weerlegde de gedachte van de voorz. dat er bij een hogere beloning van het reinigingspersoneel van discriminatie sprake zou zijn omdat het toch normaal is dat een verschillend beroep verschillend gehonoreerd wordt. Versuvius. „Onontkoombaar in Stad zullen we het onder protest aanvaarden" verkondigde dhr. van Rumpt (v.v.d.). De bezwaren zouden zich — zo dacht dhr. van Rumpt — niet direct tegen de verhoging richten, wel tegen de ligging van de stortplaats die dhr. van Rumpt vergeleek met de Vesuvius bij Napels. Zomers zijn het zwermen vliegen die de horizon verduisteren en later worden het de krekels die hun overigens prettige geluid door hun veelheid onaangenaam maken. Spr. vond die overlast voor de „inboorlingen" van Stad heel erg en hij vroeg het college dan ook maatregelen te nemen om de belt zo gauw mogelijk te sluiten. „Volgend jaar moet de belt gesloten worden" antwoordde de voorz. op de klacht van v. Rumpt. Ook hij erkende de grote bezwaren, een voordeeltje zag hij in een e.v. toeristische trek om de Vesuvius van Stad te bewonderen. Er zal zo gauw mogelijk een eind worden gemaakt aan deze „afschuwelijke zaak". Op een desbetreffende vraag van de heer Hoogzand antwoordden de heren Opstelten (a.r.) en Kievit (p.v.d.a.) dat h.i. thans het belasting-plafond is bereikt. De raad verlangde geen stemming dhr. Hoogzand wenste geacht te worden te hebben tegen gestemd. Al vier jaar leeg! Aan het voorstel tot verkoop van de blote eigendom van een perceel grond ' aan de Molenstraat te Middelharnis aan dhr. J. J. Campfens, verbond mevr. van Groningen de vraag hoe het mogelijk kan zijn dat in een gemeente met zoveel woningzoekenden een woning van dhr. C. langs het Zandpad al vier jaar leeg staat. Wanneer iemand naar de woning vraagt krijgt hij het smoesje te horen dat het een kantoor zal worden" wist mevr. v. Groningen. „Een officiële vorderingscommissie bestaat in onze gemeente niet meer" gaf de voorz. te kennen. „'t Gaat boven m'n verstand dat dat mogelijk is" ergerde zich mevr. v. Groningen. „'t Is ontzettend moeilijk" gaf de voorz. toe waarop mevr. v. Groningen veronderstelde dat een beroep op die man z'n gemoed ook niet veel effect zou hebben. Kleinerend? Achtereenvolgens werden vastgesteld een wijziging van de IZA regeling Zuid- Holland, en de Spaarverordening 1969 voor het burgerlijk Rijkspersoneel. Deze vorm van premiesparen is — naar de voorz. verklaarde bijzonder aantrekkelijk maar dhr. Grinwis dacht dat de ambtenaren het „kleinerend" zouden vinden, „alsof ze het zelf niet zouden kunnen". „Dat voelen degenen die ervan profiteren heel anders" verzekerde de voorz. Aangekocht werd het pand Enkele Ring 27 te Sommelsdijk van mej. J. van Dijk voor ƒ 500,—. Het pandje verkeert — naar de voorz. meedeelde — in een deplorabele toestand en het leent zich enkel nog maar voor afbraak. Bejaardenwoningen.

Aan de woningbouwver. Middelharnis werden percelen grond in Stad en Nieuwe Tonge verkocht voor de bouw van elk 10 bejaarden woningen.

Dhr. Arensman (a.r.) verklaarde het te betreuren dat zijn suggestie bejaardenwoningen te bouwen op het door sanering vrijgekomen terrein in de Nieuwstraat geheel is gepasseerd. Met de huidige situering was hij daarom minder tevreden. Dhr. Arensman zag in het centraal wonen voor de ouden van dagen grote voordelen.

„Toch kan ik me voorstellen dat een zeker raadslid Arensman in de raad van Stad aan 't Haringvliet met dit bestemmingsplan accoord is gegaan..." merkte de voorz. op.

„Kan best zijn" gaf dhi'. Arensman

toe. Dhr. Arensman herinnerde enpassant aan de toezegging van burgemeester Hordijk de raad nog eens een hele uitleg van de bestaande plannen te geven waarop de voorz. quasi onschuldig vroeg: „Hij heeft toch die van Naaldwijk niet bedoeld?"

„Zo de heren het wijzen " haalde dhr. Arensman aan.

Voorz.: „U denkt bij dat „heren" toch wel aan raadsleden?" Ook dhr. Opstelten had enige bedenkingen tegen de plaats van het plan te Nieuwe Tonge, het door hem bedoelde terrein moest en zou eerst open blijven en nu moet het vol gebouwd, „'t Kan verkeren" vond dhr. Opstelten.

Structuurplan voor de Gemeente.

De raad had nogal wat te zeggen op het voorstel een gemeentelijk structuurplan te laten opstellen en daartoe een bedrag van ƒ 25.000,— beschikbaar te stellen.

Een zo breed mogelijke opzet van de Commissie was een wens van dhr. Hoogzand en dhr. Kievit stelde voor aan de te verstrekken opdracht een termijn te verbinden opdat de feiten de plannen niet zullen achterhalen. Voor dhr. Edewaard was het de vraag of de gemeente zich niet op hetzelfde terrein zal begeven waarop de Provincie al geruime tijd bezig is en of het weer geen geld weggooien zal betekenen.

Dat weerklonk ook in de vraag van dhr. Grinwis die waarschuwde tegen het beschikbaar stellen van landbouwgronden. Dhr. Wesdorp veronderstelde dat het plan te klein van opzet zou zijn Hij vreesde dat, op deze manier, de schets bij publicatie alweer aan vernieuwing toe is. Het was hem geen ƒ 25.000,— waard. Hij vond het nuttiger dat het college, de raad, technische dienst e.a. een zo breed mogelijke visie krijgen. Het was ook de gedachte van de voorz. dat de in te stellen Commissie breed van opzet moet zijn, gedacht wordt aan de stands organisaties, de wegbeheerder, raadsleden e.a. Wel moet er voor gezorgd worden dat de commissie „werlcbaar" blijft. Desgevraagd antwoordde de voorz. dat het moeilijk is indicaties te noemen maar hij stelde daarop de wedervraag of er dan maar moet worden afgewacht? De provincie zal — zo dacht de voorz. — bij het opstellen van een streekplan een gemeentelijk structuurplan moeilijk helemaal kunnen negeren. Al studerend kan men tot indicaties komen. De voorz. achtte het gewenst dat er een streekplan zou komen en voor Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland i.v.m. het Grevelingenbekken maar dat is onmogelijk gebleken omdat het een interprovinciaal gebied is. Het is de bedoeling om het streekplan voor Flakkee gelijk op te laten gaan met dat van de Hoekse Waard.

Dhr. Wesdorp: „Van de waarde van een streekplan ben ik wel overtuigd, in de totstandkoming daarvan hebben we toch ook onze inbreng?

„We zijn al veel te laat", vond dhr. van Rumpt. „We lopen hopeloos achterop, dat is het nadeel als 4 gemeenten proberen een eigen inzicht te krijgen, ik houd het erbij dat het jammer is dat op Flakkee niet één gemeente is gevormd" verklaarde spr.

Tenminste wilde dhr. v. Rumpt — zoals ook andere raadsleden dat te kennen gaven — samenspraak met andere gemeenten omdat anders de ene het Instituut Jansen en de andere gemeente het Instituut Tilanus in de hand neemt.

De voorz. verwachtte dat dat samengaan plaats kan vinden bij het opstellen van een streekplan. De andere gemeenten zijn — zo wist de voorz. — al bezig met een gem. structuurplan, de Gemeente Goedereede heeft het al gereed en Dirksland is al halverwege. Drie van de vier gemeenten (behalve Oostflakkee) staan in relatie met hetzelfde Instituut. De raad ging tenslotte unaniem accoord, zeer tot tevredenheid van de voorz. die meende dat, ook al dienen de verwachte ontwikkelingen zich niet altijd aan, dat niet de mentaliteit mag kweken dat men vreest alle werk voor niets te doen.

De fluoriidering.

Bij het voorstel tot vaststelling van de begroting 1969 van de Drinkwaterleiding herinnerde de voorz. aan de lange bespreking die de raad twee maanden geleden aan de fluoridering had gewijd waarin hij — als voorz. — bijzonder lankmoedig was geweest. Omdat elk raadslid zich toen volledig heeft kunnen uitspreken en het feit dat het Alg. Bestuur de mogelijkheid onderzoekt of de fluoridering voorlopig kan worden gestopt, vroeg de voorz. thans beperking.

De voorz. kon dhr. P. Grinwis nog meer vertellen, hij stoorde zich niet aan het verzoek en ontvouwde enkele beschreven vellen om op zijn wijze tegen de fluoridering ten strijde te trekken. „Ze springen als steenbokken over de bezwaren heen..." verweet dhr. Grinwis, „in Nederland hebben ze subsidies aangepakt van de Amerikaanse industrie". Hij wees op de vele plotselinge sterfgevallen als de waarheid die de leugen dat fluoridering onschadelijk is heeft achterhaald. Uit publicaties wist hij dat de consumptie van 6 m.g. fluoridezouten per dag schadelijk kan zijn terwijl de directeur van het Waterleidingbedrijf, dhr. Geerling, beweerde wel 300 m.g. te durven innemen.

Dhr. Grinwis vroeg zich dan ook af of iemand die zo licht over de fluoridering spreekt wel als directeur kan worden gehandhaafd. Ook tegen de samenstelling van het Alg. bestuur had dhr. Grinwis grote bezwaren. „In het alg. bestuur zitten 4 burgemeesters die — onbegrijpelijk — voorstanders van de fluoridering zijn, als dan dhr. Geerling er nog bij zit kan ik me indenken dat de overige leden weinig meer durven zeggen. De schuld ligt voor een groot deel bij de burgemeesters we worden door import gedwongen. Het is bedroevend, terwijl die burgemeesters een christelijk principe voeren, een van hen durft zelfs een plaats in te nemen in het Hoofdbestuur van de Ger, Bond", beschuldigde dhr. Grinwis.

Het was ook de gedachte van de voorz. dat de in te stellen Commissie breed van opzet moet zijn, gedacht wordt aan de stands organisaties, de wegbeheerder, raadsleden e.a. Wel moet er voor gezorgd worden dat de commissie „werlcbaar" blijft. Desgevraagd antwoordde de voorz. dat het moeilijk is indicaties te noemen maar hij stelde daarop de wedervraag of er dan maar moet worden afgewacht? De provincie zal — zo dacht de voorz. — bij het opstellen van een streekplan een gemeentelijk structuurplan moeilijk helemaal kunnen negeren. Al studerend kan men tot indicaties komen. De voorz. achtte het gewenst dat er een streekplan zou komen en voor Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland i.v.m. het Grevelingenbekken maar dat is onmogelijk gebleken omdat het een interprovinciaal gebied is. Het is de bedoeling om het streekplan voor Flakkee gelijk op te laten gaan met dat van de Hoekse Waard. Dhr. Wesdorp: „Van de waarde van een streekplan ben ik wel overtuigd, in de totstandkoming daarvan hebben we toch ook onze inbreng? „We zijn al veel te laat", vond dhr. van Rumpt. „We lopen hopeloos achterop, dat is het nadeel als 4 gemeenten proberen een eigen inzicht te krijgen, ik houd het erbij dat het jammer is dat op Flakkee niet één gemeente is gevormd" verklaarde spr. Tenminste wilde dhr. v. Rumpt — zoals ook andere raadsleden dat te kennen gaven — samenspraak met andere gemeenten omdat anders de ene het Instituut Jansen en de andere gemeente het Instituut Tilanus in de hand neemt. De voorz. verwachtte dat dat samengaan plaats kan vinden bij het opstellen van een streekplan. De andere gemeenten zijn — zo wist de voorz. — al bezig met een gem. structuurplan, de Gemeente Goedereede heeft het al gereed en Dirksland is al halverwege. Drie van de vier gemeenten (behalve Oostflakkee) staan in relatie met hetzelfde Instituut. De raad ging tenslotte unaniem accoord, zeer tot tevredenheid van de voorz. die meende dat, ook al dienen de verwachte ontwikkelingen zich niet altijd aan, dat niet de mentaliteit mag kweken dat men vreest alle werk voor niets te doen. De fluoriidering. Bij het voorstel tot vaststelling van de begroting 1969 van de Drinkwaterleiding herinnerde de voorz. aan de lange bespreking die de raad twee maanden geleden aan de fluoridering had gewijd waarin hij — als voorz. — bijzonder lankmoedig was geweest. Omdat elk raadslid zich toen volledig heeft kunnen uitspreken en het feit dat het Alg. Bestuur de mogelijkheid onderzoekt of de fluoridering voorlopig kan worden gestopt, vroeg de voorz. thans beperking. De voorz. kon dhr. P. Grinwis nog meer vertellen, hij stoorde zich niet aan het verzoek en ontvouwde enkele beschreven vellen om op zijn wijze tegen de fluoridering ten strijde te trekken. „Ze springen als steenbokken over de bezwaren heen..." verweet dhr. Grinwis, „in Nederland hebben ze subsidies aangepakt van de Amerikaanse industrie". Hij wees op de vele plotselinge sterfgevallen als de waarheid die de leugen dat fluoridering onschadelijk is heeft achterhaald. Uit publicaties wist hij dat de consumptie van 6 m.g. fluoridezouten per dag schadelijk kan zijn terwijl de directeur van het Waterleidingbedrijf, dhr. Geerling, beweerde wel 300 m.g. te durven innemen. Dhr. Grinwis vroeg zich dan ook af of iemand die zo licht over de fluoridering spreekt wel als directeur kan worden gehandhaafd. Ook tegen de samenstelling van het Alg. bestuur had dhr. Grinwis grote bezwaren. „In het alg. bestuur zitten 4 burgemeesters die — onbegrijpelijk — voorstanders van de fluoridering zijn, als dan dhr. Geerling er nog bij zit kan ik me indenken dat de overige leden weinig meer durven zeggen. De schuld ligt voor een groot deel bij de burgemeesters we worden door import gedwongen. Het is bedroevend, terwijl die burgemeesters een christelijk principe voeren, een van hen durft zelfs een plaats in te nemen in het Hoofdbestuur van de Ger, Bond", beschuldigde dhr. Grinwis. „Jammer dat u aan een vriendelijk verzoek van uw voorzitter geen gehoor kon geven", volstond de voorz.

Dhr. Opstelten achtte zijn standpunt bekend, al wilde hij afstand nemen van wat door dhr. Grinwis was gezegd.

Dhr. Edewaard gaf te kennen verheugd te zijn om het feit dat het alg. bestuur nu ook reserves gaat kennen. Nu de raad in overgrote meerderheid de fluoridering opgeschort wil zien achtte dhr. Edewaard voor wat Middelharnis betreft de basis voor deze ingrijpende maatregel weggevallen. „Jammer dat er anno 1968 zo gevochten moet worden, niet om de vrijheid van het Woord maar om de vrijheid van het drinken" betreurde dhr. Edewaard. Zijn bezwaren lagen meer op het staatsrechtelijke dan op het medische vlak. Ernstig bezwaar maakte hij tegen de „onbehoorlijke journalistiek" in „Ons Eiland" m.b.t. de fluoridering. Hij vroeg zich af in hoeverre het bestuur van de Drinkwaterleiding aan door hem bedoelde publicatie schuldig is. Aan Eilanden-nieuws gaf dhr. Edewaard de eer zowel voorals tegenstanders van de fluoridering aan het woord te hebben gelaten.

De voorz. wilde liever geen interpretatie geven van krantenartikelen. Wel wees hij erop dat het bestuur van de Waterleiding autonoom is.

Dhr. Koppelaar (fractiegenoot van de heer Grinwis) verklaarde zich voor 100 "/o achter de woorden van dhr. Opstelten en dhr. Hoogzand die (uit protest?) tijdens het betoog van dhr. Grinwis de zaal verlaten had vond dat het zo niet langer mag gaan.

Mevr. van Groningen: „Die import waar Grinwis het over heeft is op democratische wijze hierheen gekomen, hij heeft er misschien zelf aan meegeholpen".

Dhr. Grinwis: „De anderen durven zo moeilijk te spreken".

Voorz.; „Als vertegenwoordiger van die import heb ik geen behoefte aan een bewijs". Grinwis: „Bovendien zit Geerling er nog bij".

Voorz.: „We gaan niet over personen discussiëren, dan gaat de hamer neer!" Weth. Kleingeld: „Het is discriminerend, Grinwis vindt hen die niet van Flakkee komen maar nullen, dat mag hij wel denken maar niet zeggen".

„Grinwis: „Je mag iemand ook niet vergeven".

Voorz.: „dat ligt maar aan de interpretatie die je eraan geeft". Grinwis: „De verkeerde".

Op verzoek van dhr. Grinwis kwam het voorstel in stemming. Acht leden verklaarden zich voor en zes tegen vaststelling van de begroting.

Aankoop pianden.

Van mevr. wed. Jongeling-Waling werden gekocht de panden Westdijk 12, 14, 16 en 18 t.b.v. het saneringsplan Westdijk-Oostdijk voor de prijs van ƒ 6500,— totaal.

Grondaankoop.

De stemmen staakten — met 7-7 — over het voorstel tot aankoop van dhr. J. L. Poortvliet te Dirksland, van twee percelen grond, groot 4.01.20 ha in de polder Westplaat te Sommelsdijk voor een bedrag van ƒ 12.500,— per ha. B. en W. adviseerden tot aankoop omdat de grond als ruilobject gebruikt zou kunnen worden.

Dhr. Opstelten dacht daar anders over Hij meende dat er van de Stichting voor Maatsch. Zorg te Sommelsdijk wel grond zal vrijkomen.

Ook de heren Wesdorp, Hoogzand en Koppelaar hadden bezwaren evenals de heer Grinwis die had. Zij vonden aankoop en de lastenverzwaring als gevolg daarvan onnodig.

Dhr. Kievit toonde zich wel voorstander. In een vorige vergadering was nog grond voor ƒ 20,— per m^ aangekocht en dhr. Kievit hoopte dat met de voorgestelde aankoop dergelijke dure aan

kopen voorkomen zullen kunnen w den.

Hoe verschillend de raad hierovf] dacht bleek bij de stemming. De heren Kievit, Oostdijk, mevr. vai Groningen, dhr. v. Rumpt, Arensman« de weth. van Eek en Kleingeld waf* voor.

Tegen waren de heren Opstelten, Hoogzand, Drooger, Wesdorp, GnnW Edewaard en Koppelaar. De steram staakten derhalve met 7-7 zodat in' volgende vergadering opnieuw gesten zal worden. In deze vergadering ^^T dhr. Mijs afwezig.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 december 1968

Eilanden-Nieuws | 6 Pagina's

Raad schoorvoetend accoord met verhoging van de reingingsrechten

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 10 december 1968

Eilanden-Nieuws | 6 Pagina's