Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Herkingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herkingen

Uit de Historie

22 minuten leestijd

(I; slot volgt)

Laat mij, vóór ik iets uit Herkingens historie vertel, het volgende lied over Herkingen, „doen" lezen:

In de wijde, grote polders

ligt een plaatsje aan de zee.

't Is de parel van ons eiland Volgestampt met stamboekvee.

Volgestampt met stamboekvee.

't Is niet groot, maar ook niet klein

zonder visbank zou 't niets zijn.

Aan het brede, brede water

langs het Grevelingse strand

gaan we zwemmen als we willen

of we lezen daar de krant,

't Is de plek voor groot en klein

zonder water zou 't niets zijn.

't Zijn dejuun en 't zijn de penen

Ja het rijke veldgewas,

die de boeren hier verbouwen, prima soort en eerste klas.

prima soort en eerste klas.

't Is het beste van het eiland. Ja van heel ons vaderland.

Ja van heel ons vaderland.

Beste mensen moet U horen, wat ik nu vertellen ga:

wat ik nu vertellen ga:

Het heeji Jaren moeten duren,

doch er is een boulevard!

Al zijn de wegen ook met slijk

de boulevard is onze dijk.

Op het veld daar groeit het koren, in de bedstee huist de muis

in de bedstee huist de muis

Toch is dit de plaats van 't eiland

met het hoogste brandweerhuis.

Beste mensen 't is een lust

ons mooie plaatsje aan de kust.

Is het zomer, is het winter. Herken is het mooiste oord.

Herken is het mooiste oord. 't Is de zee en 't zijn haar golven,

't Is de zee en 't zijn haar golven, die er soms de rust verstoort,

die er soms de rust verstoort,

't Is de plek van heel Flakkee,

die het dichtst ligt aan de zee.

De visbank

In dit gedicht wordt al gauw de aandacht gevraagd voor de visbank. Daarom eerst dit plaatje.

Herkingen is gelegen aan de zuidkant van h eiland. Het heeft eenfraai haventje. De zeed langs de Grevelingen is een lustoord voor sportvisser en biedt onvergetelijke vergezic op de wijderivier.De oude visbank is ee historisch bouwwerkje.

Het vlaggetje bleef er op staan, gedurende de tijd, dat Nederland z'n zelfstandigheid had verloren en het ingelijfd was bij Frankrijk. (Ook op het verre eiland Decima bleef die vlag in die tijd).

Vóór die inlijving in 1810, werd in 1808 Herkingen bezocht door koning Lodewijk Napoleon, de broer van KeizerNapoleon, die hem gemaakt had tot koning over Holland, en het gemeentebestuur en de kerkeraad ontvingen hem in de visbank onder het vlaggetje.

Hij gaf toen aan de Kerk 2000 gulden. (Ik ontleende de gegevens over Lodewijk Napoleon aan een samenspraak van Jan Knape: „Flakkee is een eiland". Daarin komen van de Flakkeese dorpen wetenswaardige dingen aan de orde. Ze is dienstig aan heemkunde op school).

De visbank komt ook voor in een verhaaltje van mijn vader:

Z'n oom Adriaan van der Wekke, passeerde eens de Visbank en riep naar jeugd onder die bank: „Wie me liefheeft, volge me". En 'n meisje, of jonge vrouw volgde hem, en zij trouwden.

„'t Is de plek van heel Flakkee, die het dichtst ligt aan de zee". Daardoor kon zich, zie E.N. van 28-1-

Daardoor kon zich, zie E.N. van 28-1- 1969, het volgende daar gemakkelijk afspelen:

Herkingen een avond lang in angstige spanning om liet lot van Jan Bestman (15)

Gered na verblijf van 9 uren in een mosselstaak!

Herkingen zal zich het afgelopen weekend nog lang heugen. Normaliter dompelt de kleine gemeenschap zich vrijdags, aan het eind van de werkweek, in een zoete rust maar vrijdagavond maakte de rust plaats voor een vretende onrust, de 15-Jarige Jan Bestman was niet teruggekomen van een tocht over de slikken, kennelijk omdat een dichte mist elke orientatiemogelijkheid camoufleerde, terwijl het grauwe water rees.... 's Nachts werd jan toch nog gered, een mogelijkheid die iedereen die aan de uitgebreide reddingsaktie deelnam al vrijwel had uitgesloten. Jan is weer thuis, als hij vanuit de woonkamer naar buiten kijkt rusten zijn ogen op het vers gedolven graf van zijn herder Asta, die het avontuur niet overleefde.

Dodelijk ongerust heeft moeder Bestman in de vroege vrijdagavond tal van adressen op Herkingen gevraagd of Jan daar misschien was gezien. Haar hoop werd steeds weer teleurgesteld, vooral toen bleek dat Jan, altijd op zoek naar schelpen voor zijn verzameling, weer het slik was opgegaan. Bij goed weer maakt niemand zich daar druk om omdat Jan er bijzonder goed thuis is maar nu — zo diende de bange werkelijkheid zich aan, moest hij in de mist zijn verdwaald en vader en moeder Bestman waren op het ergste voorbereid. Het sprankje hoop dat er nog leefde werd hen ontnomen toen de herdershond dood op de slikken werd gevonden. Het dier blijkt niet te zijn verdronken maar het moet van uitputting tijdens een wanhopige zwemtocht zijn gestorven.

Jan heeft 's middags iemand, ergens op de slikken, om hulp horen roepen op welk geluid hij, ondanks de mist is afgegaan. Ruim een kilometer was hij al van de wal toen hij zich de werkelijkheid realiseerde, de weg terug was door een dichte mist afgesloten en de jongeman dankt zijn leven aan de vindingrijkheid die hij toen demonstreerde. Tot zijn middel door het ijskoude water wadend wist hij een mosselstaak bereiken, de hond zwemmend naast zich. Hij heeft een poos in de staak gezeten maar hij realiseerde zich terdege dat hij dat niet lang zou volhouden! Weer ging hij te water totdat hij een dubbele staak bereikte, waarvan de beide polsdikke stammen met touwtjes aan elkaar waren geknoopt; Jan maakte de touwtjes los om een soort gaffel te maken, ontdeed zich van zijn overal, schoopte zijn laarzen uit en klom in de met „pokken" aangekoekte staken, daarbij zijn voet tot bloedens tot verwondend. De hond trachtte zich tevergeefs hoger op te werken, het dier bleef rondzwemmen en moet tenslotte van uitputting zijn gestorven.

gekregen, een slot, waarop niemand meer t had durven hopen. ijk 's Avonds kwam een uitgebreide speuraktie op gang. Brandweerkorpsen, BB en tal van burgers trokken, onder leiding van burgemeester Bos, in gesloten formatie over de slikken in de verwachting ergens het levenloze lichaam aan te treffen. In een bootje zochten de beide broers van jan het water af. Voor hen was de spanning moordend, de bevrijding was des te groter toen Piet van der Veer zijn lichtbundel op de doodgewaande jongen liet rusten. Aan de kade in Herkingen werd een gejuich gehoord, Jan was gevonden, hij leefde. Met een bootje werd hij, door en door koud en met een krachteloos onderlichaam, uit de staak geholpen waaraan hij zich negen uur had vastgeklemd. Aan de haven wachtte de ambulance om hem ter observatie naar het ziekenhuis te brengen. De kruiken die zijn door vreugde en dankbaarheid overrompelde moeder voor hem in bed had gelegd waren niet nodig. Een angstig avontuur had een gelukkig slot

de Op het havenplateau werden de redders hten door burg. Bos hartelijk bedankt. Pas toen begaf Herkingen zich ter ruste....

Uit E.N. van 28-1-1969

Het verhaal hiervan, heeft de schrijver P. Stouthamer geïnspireerd om in zijnjeugdboek Bonno, deze gebeurtenis te verwerken. Hij heeft zich van de omstandigheden en de omgeving op de hoogte gesteld, waardoor hij de sfeer goed heeft kunnen tekenen.

Slechts 20 pagina's van dit spannende boek gaan over deze vermissing en redding.

(E.N. 16-6-1970). Uit dit nr. deze illustratie, overgenomen uit het boekje.

Uit E.N. deze foto:

Jan, gelukkig herenigd met vader en moeder. In huize Bestman stromen fruitmanden en gelukwens telegrammen, ook van volslagen onbekenden binnen.

Tenslotte hierover: In hele andere omstandigheden dan in de nacht van 25 januari hebben Piet van der Veer en Jan Bestman, beiden uit Herkingen, dinsdagavond oog in oog gezeten. De eenmans-reddingsaktie die dhr. van der Veer, naast de massale aktie in de nacht begon om de op het slik verdwaalde Jan Bestman te vinden had, wonder boven wonder, resultaat. Het Carnegie Heldenfonds heeft de prestatie van dhr. van der Veer met de op een na hoogste onderscheiding willen honoreren. Dinsdagavond werd de bronzen medaille op het gemeentehuis te Dirksland door burgemeester Bos uitgereikt, in aanwezigheid van de families van der Veer en Bestman.

Het optreden van dhr. v.d. Veer werd door de buregemeester „zeer moedig" bevonden, „wanneer van der Veer er niet op uit was gegaan zou het nog lang geduurd hebben eer de reddingsploeg Jan zou hebben gevonden" was de burgemeester duidelijk geworden, wat niet wegnam dat hij grote waardering had voor alle mannen die de nacht het slik op gegaan waren. Centraal staat echter de figuur van dhr. v.d. Veer die met gevaar voor eigen leven anderen het leven heeft gered. „De Hemel zij gedankt, het is gelukt", verzuchtte burg. Bos die daarop met bijzonder veel genoegen de toekenning van de hoge onderscheiding bekend maakte en hem dhr. v.d. Veer opspeldde. „Voor moedig gedrag op de Grevelingen" vermeldt een inscriptie op de achterzijde van de medaille.

Opmerking:

Het jeugdboek „Bonno" werd uitgegeven door N. Samson n.v. te Alphen aan de Rijn en kan ik ieder ter lezing aanbevelen. Ik hoop dat het nog leverbaar is.

„'t Is de zee en 't zijn haar golven, die er soms de rust verstoord".

Ja, ook daarvan kuimen de Herkenezen meepraten.

Wel heeft de Ramp van 1953 geen slachtoffers in deze gemeente gekost (in Battenoord wel) maar men heeft in Herkingen wel grote wateroverlast gehad (mede) doordat, om een andere grote polder droog te houden, een opening werd gemaakt in een dijk, zodat daar het water door, in grote hoeveelheden het Herkingse gebied binnenstroomde. Met man en macht werd dit groote geworden gat gedicht!Ik acht het na zoveel jaren niet zinvol, ons te verdiepen in de schuldvraag in deze zaak, te meer daar ze niet tot rechtsvervolging heeft geleid. Na de ramp is de opbouw van Herkingen krachtig aangepakt en is het veelszins een nieuw dorp geworden.

Zelfs de oude visbank is verplaatst. Een zekere J. S. besloot z'n vers: „De Visbank" aldus:

Als straks de rust is weergekeerd....

„de hoagte" is gelikwideerd....

Dan staat in een modern milieu,

met zijn oranje, blanje, bleu,

de „ouwe visbank" heel alleen,

daar 't oude allemaal verdween!

Dan ziet hij enigszins verbaasd, hoe alles nu is uitgeraasd....

hoe alles nu is uitgeraasd....

Dan zal 't voor hem erg eenzaam zijn,

te staan.... alleen.... op 't Visbankpleinü

op 't Visbankpleinü

Over de ramptijd geef ik nog de volgende citaten:

Uit E.N. van 14 maart 1953: De voorzitter burgemeester Van Heyst

De voorzitter burgemeester Van Heyst opende (de eerste gemeenteraadsvergadering na de ramp) met gebed, waarna hij de laatste vergadering in herinnering bracht, bij welke gelegenheid hij in zijn Nieuwjaarsrede gewaagde van de rust, die Herkingen kenmerkte. Die rust was door de ramp verstoord, al was het een voorrecht, waarvoor dankjegens God paste, dat in de bebouwde kom niemand was omgekomen. Helaas was dit anders in het nabijgelegen Battenoord, waar op de Herkingse grond vier doden te betreuren vielen. Staande herdacht de raad deze slachtoffers t.w. 1 mevr. Wed. Tannetje Volaart, geb. Melissant; 2. Jacoba van Zielst, geb. Hartog en 3 en 4. het echtpaar Joh. de Jong en Paulina Volaert. Een minuut stilte werd in acht genomen als ook voor de totaal 500 doden op ons eiland en de 1800 over de hele waterlinie.

II. 7maartl953stond, naarikdenk, in 't E.N.:

Ondeskundig een dijk doorgestoken ?

Bij Herkingen werd op 3 Februari, kort na de overstroming dus, op last van een bestuurslid van de dijkring Flakkee een zomerkade van de polder Klinkerland doorgestoken. Dit geschiedde met het oogmerk de meer landinwaarts gelegen Dirkslandse polder te behouden. Dit is inderdaad gelukt. Ook Dirksland

Dit is inderdaad gelukt. Ook Dirksland bleef door deze maatregel gespaard. Alleen betreurt men thans ten zeerste, dat er onvoldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Het gat in de zomerkade van de Klinkerlandse polder had volgens deskundigen slechts een dag moge bestaan. Daarna had het met gereed liggend materiaal, ten minste vijfduizend zakken zand, onmiddellijk weer dichtgeworpen moeten worden. Dit is niet geschied omdat het materiaal om de breuk te herstellen, niet ter plaatse was. Het gevolg hiervan is geweest, dat het gat in de dijk steeds breder en dieper is geworden. Thans is het 9 meter diep en 75 meter breed. Bij vloed staat het water tot de kozijnen van ongeveer 100 woningen. Ook de kerk van Herkingen staat in het water. Men poogt thans met man en macht het

Men poogt thans met man en macht het gat te dichten, doch de stromingen zijn zo sterk dat de zinkstukken niet houden en weer wegslaan.

De KUnkerlandse polder beslaat een groot oppervlak, hij strekt zich uit van Herkingen tot Battenoord en Nieuwe Tonge. De subst-off. van justitie te Rotterdam, mr. R. H. F. M. Grasso, onderzoekt thans de aansprakelijkheidsvraag.

Naschrift van de Redactie: Dit bericht kwam in de Nieuwe Rott. Courant voor en heeft in alle dagbladen gestaan. Wij vernamen van bevoegde zijde dat dit grote gat bij gunstige omstandigheden a.s. Woensdag gedicht zal zijn.

III. „De Rotterdammer" van 14 maart:

Je kunt een stroomgat in een dijk natuurlijk dichten met caissons, dragliners, perszuigers en bakken. Je kunt het echter ook doen, door er tienduizenden zandzakken stuk voor stuk in te gooien. Je kunt zo'n gat laten dichten door een dijkenbouwer, die met directieketen, woonwagens en werkvolk je gemeente overstroomt. Je kunt het ook doen door de gemeente-omroeper met de bel te laten rondgaan en hem een papiertje met de volgende tekst in de hand geven: „Alle mannelijke inwoners tussen de 16 en 60 jaar worden verzocht, vanavond om zeven uur te verzamelen, om gezamenlkijk zandzakken naar het gat in de dijk te sjouwen".

Zo deed burgemeester D. van Heyst van Dirksland, Melissant en Herkingen het, toen het gat in de Herkingse dijk dicht moest. Dat was gistermiddag. En gisteravond om zeven uur plaatste de burgemeester zich aan het hoofd van een stoet van ongeveer 250 gemeenteleden die met bedachtzame pas naar het dijkgat liepen. Van de andere kant naderde een dergelijke stoet, ook nagewuifd door de achterblijvende vrouwen: daar voerde de burgemeester van Nieuwe Tonge zijn gemeentenaren aan.

Handdruk op de eerste dichting

Tegen half acht stonden beide groepen op de dijkhoofden. Zij riepen wat verwaaide woorden tegen elkaar en maakten vergelijkingen tussen eigen en andermans enthousiasme. Maar de geweldige stapels zandzakken wachtten en al spoedig trok men de broekriem iets strakker aan, sloeg men een lege zak als capuchon over het hoofd en zette men de eerste zandbak op de schouder.

Het leek zo'n ondankbaar karwei, steeds maar die kleine zandzakken te werpen in de vernielende kracht van het uit de polder stromende water. Maar elke keer als men bij het afwerpen van zijn zandzak in de kolkende vloed keek, kon men zien, dat de hoofden dichter bij elkaar kwamen; het gat werd kleiner.... Precies tien minuten over elf in de koude avond, klonk er een klein hoeraatje uit de kop van dit zwoegende dijkleger: „Het gat is dicht....!"En toen het dunne zandzakken-dammetje het hield, trad burgemeester Van Heyst naar voren om op deze wankele waterkering zijn collega uit Nieuwe Tonge de hand te drukken. En met deze handdruk bezegelden die twee burgervaders de eerste stap naar het definitieve herstel van hun gemeentes.

„Het leukste van alles vind ik", zegt dominee A. Boertje van de Nederlands Hervormde Gemeente te Herkingen tegen ons, terwijl hy een zandzak op zyn schouder schikt, „dat ze nu niet aan d'r pet tikken en zegen „Dag dominee", maar dat ze je een duw in je rug geven en snauwen: „Hé joh, hier met die zak....!" en je de raad geven niet te blijven staan kijken, maar op te schieten". Dan gooit de zieleherder zyn zandzak in het gat en loopt hü terug met dokter B. EIvé uit Dirksland, die de hand langs de zilte lippen strijkt en verzucht „Een koninkrijk voor een glas bier...." Daar moeten we even van rillen, op die

Daar moeten we even van rillen, op die ijskoude dijk. Maar de twee maken er ernst mee en menen, dat ze wel even vijf minuten kuimen spijbelen. In ons Volkswagentje hobbelen we dan gedrieën langs de dijk en even later zetten we de modderlaarzen op de kleden van de pastorie. Bier is er niet in huis. Daarom wordt het maar karnemelk, die mevrouw Boertje in grote glazen serveert.

„Het is jammer, dat u niet eerder eens bij me langs bent gekomen", meent ds. Boertje tussen twee ijskoude teugen door. „Dan had ik u alles kuimen vertellen van de belevenissen hier voor en na de ramp. Dan had ik u graag een singelicht over het moedige gedrag van onze eerste wethouder Witvliet, die de nacht van de vloed met zijn been in het gips — hij had pas zijn been gebroken — door het water ploeterde. Aan hem heeft Herkingen veel te danken. De stakkerd staat nu nog met een stijf been en zijn stok op de dijk. Ja, dat zit hem niet lekker, dat hij nu moet toekijken....!"

Lang duurt de pauze niet. De dijk moet dicht en elk paar handen kan men gebruiken. Weer staan we op de zandzakkendijk, weer zien we de stille, maar moedige processie van zandzakkendragers en terugkerenden aan ons voorbijtrekken. We krijgen ze gezamenlijk op een plaatje: dominee Boertje, dokter Elvé en de gemeentesecretaris Van der Ster, alle drie met de zandzak op de nek. Wethouder staat er bij, diep in zijn kraag gedoken, triest bij. Dat been....!

Er duikt een reus van een kerel op, de laarzen aan de voeten, de geweldige handen een eind uit de mouwen van een grof wind-Jack. Een aannemer, een dijkwerker?Ach welnee; dokter G. Stoel, chirurg in het ziekenhuis van Dirksland, met in zijn schaduw een andere zakkensjouwer: dr. J. Wieringa, practiserend arts te Middelharnis. Het lijkt wel een medisch congres daar op die dijk, maar de vergadering wordt wreed gestoord. Want de hoofdonderwijzer van de Hervormde school, de heerA. de Graaffen de onderwijzer Drogendijk (What is in a name) van de Gereformeerde school, gevolgd door de gemeente-ontvanger van Dirksland, de heer M. Rooy, moeten er met de zandzakken op de nek, door. „Doorlopen, Jongens...." En de Jongens lopen door, drie doktoren, een dominee en twee onderwijzers. Dan dringen we zoetjes-aana naar de kop

Dan dringen we zoetjes-aana naar de kop van deze kunstmatige dijk, want we willen zo héél graag een plaatje maken van die laatste meter water, die dichtgegooid wordt. Maar we lopen in de weg, en dat willen we in geen geval. Een man met een alpinopetje op het verhitte hoofd, een grove broek kreukelig in de rubberlaarzen gevouwen, die op de zolderschuit vóór het gat brokken basalt doorgeeft en in het water gooit, begrijpt ons dilemna. „Kom maar hier op de bak, dan kun je d'r beter bij". We kijken hem eens goed aan. Een rijswerker, een polderjongen? Nee, vergis je niet: burgemeester Van Heyst, die van een andere man op de schuit een por krijgt: „niet kletsen, meester, wérken....!" Het gat wordt kleiner, steeds kleiner. Er

Het gat wordt kleiner, steeds kleiner. Er rest nog een meter water, waardoor het uitvloeiende water woester dan eerst kolkt. De zandzakken en basaltkeien drijven als snippers papier met de stroom mee naar buiten. Maar een sleepbootje duwt driftig met zijn stompe neus tegen de schuit met basaltkeien en houdt die voor het gat. En de mannen, de naamlozen, de ranglozen en pretentielozen van Herkingen en Nieuwe Tonge, gooien keer op keer hun zandzak in het gat. We pakken de hoofduitvoerder van aan

nemer van Hattum en Blankevoort bij de pand van zijn jas. „Hoe staat het er nu mee?" Hij kijkt bedenkelijk. „Het verval is groot en met zandzakken begin je niet veel. Maar om een uur of één vannacht zal het wel gebeurd zijn. Hij heeft de laatste zin nog niet voltooid,

als er een vaag rumoer ontstaat aan de dijk-kop. Er wordt gejuicht en enkele zakkendragers komen met opgewonden gezichten terug. „Het gat is dicht....!" We kijken op ons horloge. Elf minuten over elf, drie-en-twintig-uur elf.... Een belangrijke minuut in Herkingens geschiedenis. Nog een half uur lang blijft men zandzaldken op die wankele verbindingsdam gooien en dan komt de koffie. Met de handen om de dampende mok kijken ze elkaar met glukndere ogen aan. Het is gelukt.

Waterstaat kijkt in de toekomst. Dat doet ook ir. Den Breën, die tevreden glimlachend terzijde staat. „Voor hén is het klaar, voor ons begint het pas. Nu gaan we de slaperdijk dichtspuiten. Hoe we dat doen? Ik mag het u eigenlijk nog niet vertellen, maar er komen bij St. Jacobshoek een stel perszuigers te liggen, die met lange buizen via enkele tussenstations bijkans de gehele Zuidkust van Flakkee bestrijken. Door die buizen spuiten we dan meteen vanuit een centraal punt alle dijkgaten en beschadigingen van de Zuidkust dicht. Dat wordt geloof ik wel een unicum in de geschiedenis van de dijkenbouw". Een ander unicum in de dijkbouw-historie is deze zandzakkendijk, die een vergankelijk bewijs van echte burgerzin mag heten. De zandzakkendijk zal verdwijnen, de herinnering aan deze ongekende eendracht blijft.

Nu is Flakkee veilig. Dokter Elvé zal een dezer dagen naar het vlot kijken, dat hij samen met dominee Boertje vervaardigde en dat „voor eventualiteiten" in de tuin van het doktershuis in Dirksland werd geparkeerd. Ze hebben het vlot „Dodo" genoemd, afkorting van dokter en dominee. Het zal niet meer nodig zijn, want de dijken van Flakkee zijn dicht

Het is twaalf uur in de nacht en we lopen Herkingen binnen om ergens een rustig onderkomen te vinden waar we ons verslag kunnen schrijven. Er heerst in de straten nog een ongekende drukte. Groepjes vrouwen en meisjes staan bijeen en klampen ons aan. „Hoe staat het er mee?"

„De dijk is dicht". Vier woorden. Maar in de oren van de Herkingers vier trompet-klanken. Gelukkig.... Lichten knippen uit, dueren gaan op de grendel. Herkingen gaat slapen. Met een berust hard, voor het eerst na weken. Burgemeester Van Heyst is onder de

Burgemeester Van Heyst is onder de indruk. „Hier hebben we op gewacht...." De dijkgraaf is voldaan. „Het is boven verwachting vlug gegaan". De dominee is moe. ,,Ikzal morgen mijn

De dominee is moe. ,,Ikzal morgen mijn spieren voelen....!"

Waterstaat kijkt vooruit. „Nu de definitieve dichting nog...."

Een oud-Herkenaar, dhr. M. Dorst, in Canada, schreef aan F. den Eerzamen:

Herkingen ligt aan 't water; bij eb gingen de jongens er op uit om botjes te vangen en zeekraal te snijden, die als groente gegeten werd. Betje was een morgen niet op school

Betje was een morgen niet op school geweest. Toen de meester haar vroeg, waar ze geweest was, zei ze: ik heb pieskraal moeten snijden. Ze wou het wat deftig zeggen.

Bij vloed zwommen de jongens vaak uren lang. Ze deden het ook wel in de volle haven, wat verboden was en nog al eens herrie gaf met de politie. Hij beschrijft de ravage, die de storm van

Hij beschrijft de ravage, die de storm van 30 september 1911 veroorzaakt heeft. Met de hoogaars van Verschoor gingen een aantal mensen in Bruinisse kijken, waar tientallen vissersschepen op de dijk zaten.

Dicht bij het dorp was een weervisserij, het stal genaamd. Daar werd in 't voorjaar soms zoveel panharing gevangen, dat men ze op een boerenwagen met meeladders naar Dirksland bracht. In het dorp zelf ging de dorpsomroeper met de bel rond, om de bevolking mee te delen, dat men voor een dubbeltje op de hoek van Joost een emmer vol vis kon krijgen. Af en toe waren er pielstaarten in, die gevaarlijke wonden konden toebrengen, maar gewild waren voor de winning van pielestaertoolje. Een enkele keer zat er een zalm in, dat was dan een buitenkansje. De kinderen gingen ook Krukels (alikruiken) zoeken, die gekookt een lekkernij voor de liefhebbers waren.

(Uit Folklore en taal 2; 2de serie 162).

Het dorp Herkingen is gebouwd op een kruispunt van dijken (welke?) met destijds maar één straat, de Sint-Elizabethstraat. * * *

't Was altijd een mooi gezicht naar de schepen op de Grevelingen te kijken, gedeeltelijk nog zeilschepen, maar er kwamen steeds meer stoom- en motorschepen. De scheepvaartgeul lag destijds nog aan de Norodzijde van de Zandplaat, later verlegde die zich naar Sint Philipsland. De mannen verzamelden zich op de „Vracht"; de naam zou dateren uit de Franse tijd, toen daar een wachtpost was.

Van de Kaai af keek je over de Krammer naar Brabant, waar je de toren van Steenbergen boven het groen zag uitsteken. Recht voor de haven lag het dorp Bruinisse, naar rechts Dreischor en verder de toren van Zierikzee. Ging je een eind de buitendijk aan, dan zag je het zeegat, het Brouwershavense Gat. Bij laag afgaand water zag je de honderdtallen verschillende vogels langs de waterrand de kleine visjes en andere zeedieren buit maken. Bij hoog water zetten de dijkwerkers de vloeiplanken in de betonnen sponningen. Het water kwam soms ook in de huizen aan de Kaaidijk.

Op 30 september 1911 werden de dijken aan weerszijden zwaar beschadigd, ze moesten verstevigd en verhoogd worden, de benodigde grond haalde men aan de oostzijde van het buitengors, maar aan de Westzijde moest men een paar stukken kostbaar bouwland er voor gebruiken. Een ploeg van 29 dijkwerkers ging vakkundig te werk bij het leggen van basaltblokken, 't zetten van perkoenpaaltjes en het krammen met stro en njshout

(Uit: Folklore en taal 2, 2e serie 163)

Nog dit uit een blad, 'k weet met meer welk'

HET DORP HERKINGEN Kan bogen op een lang grijs verleden Het werd omstreeks 1400 gesticht en heette toen Oud-Herckingen. Tegen de helft van de vijftiende eeuw verdronk het gehele dorp bij een grote overstroming Het werd enkele jaren later weer op een andere plaats opgebouwd

De heer Witvliet, gemeenteraadslid van Dirksland en inwoner van Herl(ingen heeft nog tal van oude geschriften uit lang vervlogen tijden onder zijn hoede. In een van deze vergeelde exemplaren lean men bijvoorbeeld over de oude korenmolen, die het dorp rijk is, lezen: Deze korenmolen behoorde aan den korenmolenaar te Dirksland, Johannes Goudswaard, die denzelven heeft verkocht aan het Gemeente land in het jaar 1754, hetwelk denzelven heeft doen afbreken. In het jaar 1842 is er een nieuwen steenen korenmolen gebouwd door Simon Voorbeitel, wonende te Bruinisse".

In diezelfde oude paperassen kan men lezen hoe de Heerlijkheid Herekingen vroeger aan de Staten van Holland en West-Vnesland behoorde In 1724 werd het dorp verkocht aan Willem van Nieuwenhoven De laatste ambachtsheer was Jhr mr Otto Paulus Baron Groenix van Zoelen, Ridderkerk, Herkingen en Roxenisse te 's-Gravenhage Dit was zo'n honderd jaar geleden

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1985

Eilanden-Nieuws | 14 Pagina's

Herkingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 april 1985

Eilanden-Nieuws | 14 Pagina's