Melissant
Uit de Historie
Iets dergelijks als ik over de Melissantse boerderijen vertelde, zouden anderen over boerderijen op andere Flakkeese dorpen kunnen vertellen. Daar ik op Melissant opgegroeid ben en zo van verschillende boeren in mijn jeugd hoorde en er van dhr. Driendijk en dhr. Zaayer mooie gegevens beschikbaar waren, meende ik, dat het goed was, ook van deze boerderijen, wat in mijn artikelen over de historie weer te geven.
Aantekening: In het boekje: „Melissant in oude ansichten", 1977 verschenen, staat het volgende kaartje, waarop U de in de vorige artikelen genoemde polders goed kunt vinden. En wat er over de kom van Melissant bekend is, heb ik eveneens wat verteld. Er mogen dan geen historische gebouwen of bijzondere historische gebeurtenissen zijn te vermelden, wij mogen wel zeggen, dat op Melissant aan de in die tijd aanwezige behoeften kon voldaan worden, en II dat men ook op dit kleine dorpje echt in — de — historie van land, volk en kerk stond. Op deze twee dingen wil ik in dit laatste artikel nog iets nader ingaan.
Op Melissant was er behoorlijk onderwijs en de kinderen behoefden daarvoor niet naar een ander dorp te lopen.
Het verenigingsleven kwam op gang: Muziekvereniging, zangvereniging, mannenkoor, jeugdverenigingen, vervulden hun functie, vaak echt te midden van de bevolking. De „Muziek" „op de tente" trok velen,
De „Muziek" „op de tente" trok velen, vooral de jeugd en met het Regeringsjubileum in 1923, speelde ze een grote rol. De muziek van de toren, in de morgen van het grote feest, werd denk ik door enigen van deze vereniging verzorgd. De serenade, die gebracht werd aan de
De serenade, die gebracht werd aan de Van Oudenarens, bij hun terugkomst uit Noord Amerika (ze waren naar ik meen in Paterson geweest, waar thans nog van Oudenaren's voorkomen) was 'n bewijs, dat deze muziekvereniging 'n plaats innam onder de bevolking. Ook het mannen-koor mocht zich bij z'n
Ook het mannen-koor mocht zich bij z'n uitvoering in de Ned. Herv. Kerk in grote belangstelling verheugen. Zo ook de jaarvergaderingen van de Geref. J.V.: „Ora et Labora".
In beslotenheid van de Chr. School werkte al eerder de Vereniging „Waarheid en Kennis", waar meester Van Houte een flink aandeel in had. Ik zie nog op de banken in één van de
Ik zie nog op de banken in één van de schoollokalen de witte schoteltjes staan, ten gerieve van de pijprokers. Het was een gemengde vereniging: leden van verschillende kerken konden er lid van zijn. Dat gemengde karakter hield ook de na ontbinding van „Waarheid en Kennis" opgerichte J. V. op Gereformeerde Grondslag.
De binding aan de 3 Formulieren van Enigheid, met name aan de Dordtse Leerregels, maakte samengaan met de J.V. die in Hervormde kring werkte ormiogelijk. Ook ontstonden er 2 meisjesverenigingen.
Kortom, er heerste toen een opgewekt verenigingsleven. Reeds in de tijd van de godsdienstonderwijzer Van Broekhoven was er een meisjeskrans, in de volksmond het „Goede Zaadje" genoemd, (Of de ofTiciéle naam: „Het goede zaad" was kan ik niet zeggen). Hij zette een stempel op hun leven, dat er lang op bleef staan. * * *
Wat de medische zorg betreft Eerst moest de dokter in z'n koetsje uit Durp (= Dirksland) komen, maar toen dokter Ter Kok zich te Melissant vestigde, was Melissant ook af van dit tekort in de voorzieningen.
Dokter Tervisga liet bij z'n vertrek een circulaire verspreiden, waarin werd opgewekt, „Licht en Lucht", ruim toe te laten in de huizen.
Hij werd opgevolgd door dokter Huisman, 'n uitnemend arts, die geen woord meer zei, dan strikt noodzakelijk was, en zeker niet te veel schreef achter het ene zinnetje op de rekening „Voor geneeskundige hulp en geleverde medicijnen". Op die rekening moest men soms jaren
Op die rekening moest men soms jaren wachten en ik weet nog eén geval, dat dokter Huisman voor zijn hulp bij een bevalling nooit een rekening stuurde. Enige jaren geleden ontmoette ik de toen geborene, en zei tegen hem: „Je weet mis- schien niet, dat de hulp bij je geboorte nooit is betaald".
(De kosten bedroegen toen ƒ 25,—) Het was dokter Huisman niet te doen om geld af te stropen van de mensen. Hij was ook nog dokter van Herkingen. Eens kreeg iemand in de ochtend dolle kiespijn, en van het doktershuis op Den Hoek gehoord hebbende, dat de dokter, die ook als tandarts optreden moest, naar Herkingen was, fietste hij langs den Ouden Dijk (die officieel Westdijk heet) naar hem toe.
De dokter was al op de terugweg en de patient en hij ontmoetten elkaar bij een „grintpit".
„Ga zitten", zei de dokter. Óp de hoge kant van de pit gezeten, trok dokter z'n kies. (Dat kon toen zonder verdoving). Zeer bewogen maakte m' n vader hem mee
Zeer bewogen maakte m' n vader hem mee in de Grieptijd van 1918, toen hij 's avonds om 8 uur naar de zieken in ons gezin kwam, bewogen door de dood van mening patient, en dat in de kracht van hun leven. Persoonlijk had ik als schooljongen de
Persoonlijk had ik als schooljongen de taak om 's middags onder schooltijd, in de apotheek medicijnen te halen voor m'n moeder, 't Wachten daar duurde lang. Je stond daar maar...., met de velen; (er waren maar een paar stoelen).
Maar hoe graag ik ook naar school ging, zo'n uurtje te laat komen, vond ik toch wel aardig.
Een dokter die we in dankbaarheid in heriimering houden.
Behalve deze officiële geneeskundige hulp bediende men zich wel van huismiddeltjes: expelder tegen kiespijn, zout in de holle kies, of 'n watje in brandewijn gedoopt. Engels mos, kinadruppels, werden aangewend evenals Haarlemmerolie, dat de „kouwe" ofzet, zuiveringszout.
Met Brandnetels je laten bewerken was goed voor de „rimmetiek".
Opkomend zeewater drinken hielp tegen zweren. Alternatieve hulp werd ook gezocht, 'n Zere pols kon je laten strijken. In Rotterdam kon je naar een beroemde waterkijker (hij had een bevoegd arts naast zich).
Omdat er op Flakkee geen ziekenhuis was, moest van een man op Melissant 'n been afgezet worden op de tafel in z'n huis, en moest iemand zo vlug als dat ging naar Rotterdam vervoerd worden voor een operatie.
In de winter van 1929 werd er een zieke per vliegtuig van af 't Dirkslandse Sas naar Rotterdam gebracht. Wat 'n geluk, dat Paulientje van Weel zo veel geld vermaakte, dat 't met hulp der kerken (die per sé een Christelijk ziekenhuis hebben wilden), kon komen tot het Ziekenhuis te Dirksland.
Voor ik van de gezondheidszorg afstap, merk ik op, dat je van sommige ziekten, die men vroeger had, niet meer hoort. Zinkings, gesloten koliek, komen blijkbaar niet meer voor, of heeft men er een andere naam voor?
Ik zou nu ik aan het vertellen ben over de op Melissant aanwezige voorzieningen, ook kunnen wijzen op de mogelijkheid om je te laten scheren, je haar te laten knippen. Dan moest je bij de schoenmakers wezen.
Een aangename zaak was daarbij, datje 's zaterdagsavonds 'n hele tijd in de scheerwinkel van alles en nog wat met elkaar kon verhandelen. De prijs van het haarknippen was voor
De prijs van het haarknippen was voor mij: vijf cent. (We kunnen natuurlijk kritiek hebben op de lage lonen van toen, maar we moeten er dan wel bij bedenken hoe goedkoop het leven was).
Als ik m'n haar eens wat erg lang liet groeien, dan riep men me na: „Mot je 'n stuver hao", nl. om het te laten knippen. Er waren ook kinderen van wie het haar thuis werd geknipt. Ik denk, dat men die stuiver toch nog te veel vond. Vrouwen kwamen in die dagen nooit bij
Vrouwen kwamen in die dagen nooit bij een kapster. Ik zal me er niet aan wagen te beschrijven wat zij aan haar haar deden. Wat we tekort kwamen op Melissant was
Wat we tekort kwamen op Melissant was een winkel, waar herenpakken, -jassen, damesmantels en jurken konden gekocht worden.
Maar geen nood. Buysse uit Middelhamis kwam aan de deur en moest ik een nieuw pak hebben, hij liet een groot „pak" met pakken achter om te passen. In 1938 kon je voor ƒ 25,— een goed confectiepak hebben.
En Cohen, een Jood, kwam ook. Hij had een kruier bij zich. In de huizen speelde zich een gezellige handel af en er ontstond een echte, hechte, hartelijke, persoonlijke band met deze kooplui.
Al waren de dingen waarmee de blinde Jan Jaap van 't Hof en de Joden Polak, ook wel op Melissant te krijgen, werd toch ook bij hen gekocht, en ook zo iemand als Jan Jaap met zijn begeleider, kwam bij ons om 'n bakje binnen.
Dan hoorden we over z'n blinde zoon, die naar „Bartimeus" ging en later in Middelhamis werkte in de orgel-branche. Voor vis hadden we dan nog Teun Scharre nodig. Ook kwamen er slagers van buiten: o.a. de Jood Hammelburg uit Sommelsdijk. 'n Bril kon je ook in huis passen, evenzo een pet, ik dacht, dat een van deze biede of beide kooplui ook Joden waren. (Van enig anti-semitisme was op Flakkee geen sprake; de Joden werden gezien als beminden om der vaderen wil).
Eens per jaar kwam de „kousevent", zo 's middags tegen twaalve en de schooljeugd stoof er op af om voor oude kousen of andere textiel, speelgoeddingen te krijgen. Dat was een heel evenement op ons stille dorpje.
Ook als „Jaopje van alle jaeren" kwam met z'n waren op Den Hoek. En dan niet te vergeten, de „kasjesventen" die aan de deur kwamen en soms een ventje met „motballen". Boeken kon men helaas op Melissant niet krijgen.
Wel kwam er soms iemand met goede boeken langs de deur. Die bood dan bekeringswegen te koop.
Ik heb al gezegd dat de nodige vakmensen op Melissant hun bedrijf ten behoeve van de boeren, arbeiders en enkele burgers deden. „Zelfdoeners" had je toen weinig. Wat men na volbrachte dagtaak deed, was werken m z'n hof, in z'n boomgaard in „de dorde juun", op den dorsvloer, maar weinig werd in huis en aan 't huis gedaan. Zo konden er op zo'n klein dorpje 3 timmermanszaken (allemaal Tielemans), 'n metselaars-, éen of 2 schilderszaken wezen; Een smid, een wagenmaker voltooiden het getal der vaklui. Ja daar komt nog bij de fietseimiaker: Thijs Verkerke. Kortom: Melissant hoe klein ook was een leefbaar dorp.
Zulk een leefbaarheid is van groot belang, 't Betekent, dat men 't niet voor allerlei zaken buiten de kom van z'n dorp zoeken moet.
(Ik heb in het bovenstaande dingen genoemd, die ook op vele andere Flakkeese dorpen zo voor kwamen. Maar dan is het toch wel eens goed op zo'n voorrecht van leefbaarheid de aandacht te vestigen). * * *
Ik noemde daarnet bij alles wat in de behoeften der bevolking voorzag, niet de kerk. Dat deed ik niet, omdat het kerkelijk leven niet mag gezien worden als een bevrediging van menselijke behoeften, maar als het leven met en voor de HEERE naar Zijn Woord.
Maar het is 'n groot voorrecht voor de dorpsbewoners dat zij in hun dorp naar de kerk kunnen gaan.
Ook dat maakt een dorp echt leefbaar. Over dat kerkelijk leven heb ik al heel wat verteld.
Ik wil hier slechts een gedeelte weergeven van wat in het E.N. stond over de begrafenis van Ds. H. de Valk, die de gemeente van Melissant en Stellendam gezamenlijk diende en daarna nog Stad aan 't Haringvliet.
Velen uit de Gereformeerde kring op Goeree Overflakkee en van elders zijn dinsdagmiddag te Melissant aanwezig geweest in de rouwdienst en bij de daarop gevolgde teraardebestelling van de em. predikant ds. H. de Valk die vorige week donderdag, 79 jaar oud, in het verkeer om het leven kwam. Het was — zo benadrukte de voorganger, ds. A. v.d. Waal van Middelharnis — niet de intentie een eerbetoon te brengen aan de overledene maar om in diens geest af te wijzen van de mens en door alle verdriet en verbijstering heen toch te eindigen in dankbaarheid.
Die dankbaarheid paste ds. v.d. Waal toe op het feit dat het ongeluk niet meer slachtoffers of ernstig gewonden had gekost, maar bovenal liet ds. die gelden voor het rijke leven van ds. de Valk, een rijkdom die zich niet in materieel bezit-, maar in geestelijk opzicht had gemanifesteerd. „Zijn hele loopbaan lang heeft hij van zichzelf afgewezen en gewezen op zijn Heer, dat was z'n werk, z'n leven en z'n lust", getuigde ds. v.d. Waal, ook bevestigend dat de overledene niet altijd onder een wolkeloze hemel had geleefd maar dat ook in zijn leven verdriet en gemis is geweest. Evenwel wist ds. de Valk zich bij zijn Heer in goede handen en met vrijmoedigheid had ds. op de rouwkaart de veelvuldig door ds. de Valk gebezigde tekst geplaatst uit Ps. 71: „Bij U Heere schuil ik".
Ds. v.d. Waal wees er in zijn overdenking op dat veel van de verdere inhoud van Ps. 71 past in het levenslied van ds. de Valk. Ook bij hem was vertrouwen en verwachting, niet als resultaat van eigen geloofskracht maar van Gods bezig zijn met hem, een leven lang. „God was het die hem maakte tot wat hij
„God was het die hem maakte tot wat hij qua titel maar ook in werkelijkheid was, dienaar van het Woord", zo getuigde spr. van zijn overleden ambtsbroeder, wetend hoezeer ds. de Valk Gods Woord in woord en daad had uitgedargen tot op hoge leeftijd, begerig het daar te brengen en daar te zijn waar hij wist dat het hen goed deed die hij bezocht, daaraan gevolg gevend tot in het allerlaatste in zijn leven.
Opmerking: Zo ver ik weet is Ds. H. de Valk de enige predikant die te Melissant is begraven.
En dan nog de foto van Ds. Ph. J. Hoedemaker, die van 30 oktober 1904 tot maart 1905 de Ned. Herv. Kerk diende. Hij ging naar Doesburg.
In zo'n klein gewoon dorpje leeft men echt in de grote historie van een land, volk en kerk. Wanneer we de historie nagaan of daarvan vertellen, moeten wij altijd vragen, wat van die historie geschiedde HIER. Ik stip slechts aan die dingen, die nog niet aan de orde kwamen in onze artikelen.
1) In 1831 maakten drie mannen uit Melissant de tiendaagse veldtocht mee en kregen daarvoor het kruis van verdienste. Th. de Waal kreeg onderstaande foto:
„Gevraagd naar de namen, heeft men ons er 2 genoemd; de twee rechtse personen zijn Bemhard Kooren en Balt Doomhein, al weten we niet wie de staande of de zittende is. De linkse is ons onbekend" (E.N.).
Bemhard (Bemoad, op z'n Melissants) Kooren (m.i. Koring), was de vader van Hein Koring (voorlezer in de Geref. Kerk), Antje Koring (jaren baker), Hans Koring.
Deze man had op z'n oude dag nog de schrik van deze veldtocht tegen de Belgen. (Op Melissant spreekt men van Belzen) te pakken; we zouden zeggen: Hij leed onder een oorlogssyndroom. Dan riep hij uit: „Boenauwd.... boenauwd!" Deze foto werd opgenomen in: „Melis
Deze foto werd opgenomen in: „Melissant in oude ansichten en oude foto's". In dat boekje zegt de samensteller, dat men heeft meegedeeld dat de linker persoon de gemeente-veldwachter De Brayne is, de middelste BaltDoomheim en de rechter Bemardus Koring.
2) De harde winter van 1890 werd ook op Melissant geducht gevoeld. Bij gebrek aan brandstof stookte men de hekkenpalen van de bouwlanden op.
3) De hete zomer van 1911 (van „elve") bleef men ook lang heugen. En vooral dat zij gevolgd werd door een hevige septemberstorm.
4) 1914- 1918 werden we bewaard voor de vijand op ons grondgebied, maar de last van de mobilisatie en de distributie drukten ons wel. Weldra kwamen de „Belzen" naar ons land vluchten en werden op Melissant ondergebracht; ik meen van in Roxenisse. Ze werden bij hun komst opgevangen in de Openbare School.
Een keer werd er huiszoeking gehouden om te zien of er geen te leveren tarwe achtergehouden werd en een andere keer werd een man gesnapt, die op z'n wagen 'n mud tarwe vervoerde naar een vrouw, die het regeringsbrood niet verdragen kon. Op 't laatst van de oorlog was er petro-liegebrek en moesten we ons behelpen met een ketel met carbid, die op de zolder stond en behoorlijk kon ploffen. Al hoorden we de kanonnen tegen Ant
werpen bulderen, en greep de verschrikkeüjkheid van de oorlog ons aan, we kwamen er ongedeerd door. Doch de Griep sleepte in 1918 ook in Melissant menigeen ten grave, terwijl het aantal doden door deze epidemie groter was dan het getal der door de oorlog gevallenen. 5) 1940, 10 mei, vielen de Duitsers Nederland binnen, 't Was vrijdag. De zondag daarop zaten de mensen in de Grote Kerk en daar kwam plotseling iemand naar binnen schreeuwen: „De Duisters komme as rotten an zwemme bie den Butendiek". Dit gemcht over zo'n nadering van parachutisten bleek niet waar, maar 't zou nog maar kort duren en Flakkee zou onder de Duitsers zitten en daaronder tot de bevrijding blijven zuchten. Slechts enigen heulden met de vijand en z'n sympathisanten; een deel kwam tot daadwerkelijk verzet; bijna allen leden onder de bezetting. Mochten velen onder Gods slaande hand zich verootmoedigd hebben, ook in 't geval ze zich verzetten en de vijand haatten, (al zouden ze in bepaalde persoonlijke gevallen handelen volgens Christus' bevel: Hebt uw vijanden lief). Uit Kooyman's Jaarboekje 1984 over de Gereformeerde Kerk te Melissant citeer ik: „In de laatste oorlogswinter werd er in de consistorie kerkdienst gehouden. Wegens brandstofgebrek. Vele jongemannen waren ondergedoken of naar Duitsland gevoerd. Eén van hen keerde niet terag: Dirk Sieling P.D.-zn. kwam om in een concentratiekamp. Meimaand, bloeimaand. Een Joods meisje loopt nu zonder angst van pleeggezin naar school en kerk, tussen de stuivende appelbloesems. Een Joodse peuter scharrelt over een boerenerf aan éen der Melissantse polderwegen.
Zomaar in de meizon, zonder angst voor de laars, die dreunend stampt. De onderduikers en verzetslui keren temg en de door de Duitsers platgebrande boerderij zal nu weer worden opgebouwd. Want
zo elders, zo hier: de Gereformeerde Kerk was een broeinest van verzet tegen de Duitse tyrannie. Het verzet trok zijn sporen in de harten. Zo elders, zo hier: Het kostte pijn om zich los te maken van de oorlog: „Wie zal de tranen tellen?"
Hierbü de volgende aantekeningen: Dirk Sieling P.D.-zn. werd herbegraven te Melissant. Het pleeggezin waarin het Joodse meisje
Het pleeggezin waarin het Joodse meisje opgroeide was dat van A. Grootenboer. Ik zou graag over Dolle Dinsdag, de Razzia, de bevrijding, te Melissant nog wat schrijven, maar ik kan dat op dit moment niet doen. Wel houd ik me aanbevolen voor gegevens van lezers hierover.
6) Ook de strijd in de Gereformeerde Kerken die tot Vrijmaking leidde, ging Melissant niet voorbij. De kerkleden L. C. Stmik, E. Stmik en echtgenote en J. van Dijk en echtgenote gingen met de Vrijmaking mee en sloten zich aan bij de Geref. Kerk, vrijgemaakt in Middelhamis. 7) De strijd in de Gereformeerde Gemeenten, die leidde tot het naast elkaar staan van: „Geref. Gemeenten" en „Gereformeerde Gemeenten in Nederland" deed op Melissant spreken van „de stene kerke" en „de houte kerke". Van de laatste is dhr. E. Struik jaren lang de voorganger geweest Hij schreef 2 boeken over zijn eigen leven. Hij is thans 98 jaar.
8) De Ramp van 1953. Uit E.N. dit: Woensdagavond(25 maart 1953, J.L.S.) hield de gemeenteraad van Melissant de eerste openbare vergadering na de ramp. Burgemeester van Heijst presideerde de voltallige bijeenkomst, die vrijwel geheel in het teken van de jongste gebeurtenissen kwam te staan, temeer omdat Melissant er, in tegenstelling met veler mening, allesbehalve ongeschonden is afgekomen, zoals moge blijken uit de opsomming van de voorzitter van de verliezen aan vee en materiaal.
Gelukkig geen verlies aan mensenlevens Na opening met gebed memoreerde burge
meester van Heijst het gebeurde uit de rampnacht en wat daarna plaats vond. Tijdens de vorige vergadering heeft niemand kunnen denken dat de mst zo wreed verstoord zou worden. Staande luisterden de raadsleden dan naar het herdenken der slachtoffers uit de gemeente, van Flakkee en uit het gehele rampgebied. Te hunner eerbiedige nagedachtenis nam de raad enige ogenblikken van stilte in acht. Spr. verklaarde zich vervuld met dankbaarheid dat het dorp gespaard bleef voor de watersnood. Het past om het hart omhoog te brengen, vervuld met dankbaarheid, maar ook om vervuld te zijn met deernis om de slachtoffers en hun nabestaanden. „Moge deze gebeurtenis op ons allen een stempel hebben gedrukt" aldus spr., „moge die het besef bijbrengen dat tussen leven en dood maar een schrede ligt, dat het leven snel voorbijgaat".
Zeer velen hebben materiele schade geleden en spr. ging in gedachten terug naar de fatale nacht Melissant en zijn inwoners hebben op de juiste wijze gereageerd. Zelf kon spr. niet hier aanwezig zijn daar Herkingen alle aandacht vroeg. De alarmering der buitenboeren geschiedde door de postcommandant der politie. Het dee dspr. deugd, dat wethouders en raadsleden zich steeds dapper geweerd hebben en dat zij alles ordelijk en vlot lieten verlopen. Die orde en vlotheid was ook te danken aan velen uit de burgerij, die zich belangeloos gaven. Spr. wilde geen namen noemen, maar vermeldde nochtans het brandweerkorps, dat dagenlang zonder onderbreking in de weer is geweest en waarvoor spr. commandant en manschappen dank en hulde bracht. Hetzelfde geldt ta.v. de gemeentediensten met name de secretaris en zijn personeel. Alles is juist gedaan en verantwoord. Spontaan werd er een reddingsploeg gevormd, die veel goeds gedaan heeft in Stellendam. Ook de dames en heren, die de évacue's uit Stellendam verzorgden komt alle lof toe; de vluchtelingen werden gastvrij opgenomen en goed verzorgd. Voorts heeft de burgerij een prachtige houding aangenomen tegenover de hier gelegerde militairen, welker commandant daarvoor hartelijk laat danken. Een bijzonder loftuiting had de burgemeester voor de plaatselijke politie, waarvan de postcommandant de vuur- of liever de waterproef heeft ondergaan. Hem en zijn collega evenals de reserverijkspolitie zegde spr. eveneens hartelijk dank.
De burgemeester gaf een opsomming van de geleden verliezen. Er gingen geen mensenlevens verloren. Maar van de 875 ha landbouwgrond ging 42 procent onder water en d egevolgen daarvan kuimen niet uitblijven. Vele inwoners zullen in de komede jaren voor moeilijkheden blijven zitten. Spr. hoopte dat Gods bijstand hen niet onthouden worde en dat zij moed en volharding zullen bezitten.
Er hebben 38 gebouwen in het water gestaan, 3 boerderijen zijn ernstig beschadigd, 1 woning is onherstelbaar vernield. In vergelijking met andere gemeenten valt het verlies aan vee mee; er verdronken 20 koeien, 7 paarden, 16 varkens, 22 biggen, 262 kippen, 3 kalveren en 62 schapen. Spr. vergeleek dit met Oude en Nieuwe Tonge en Stellendam, die veel zwaarder getroffen zijn. Hij wenste zijn collega's in die dorpen kracht, moed en wijsheid om de wederopbouw te leiden en om de dorpen zo mogelijk in schoner vorm te herbouwen.
Aantekening: Vele rampslachtoffers uit de gemeente Stellendam liggen te Melissant begraven. Op 1 febraari 1956 heeft de Commissaris der Koningin in Zuid-Holland, mr. J. Klaasesz. een gedenksteen onthuld (E.N.). Varia
Varia I. Uit het verslag van het Vorstelijk bezoek aan ons eiland, in E.N. 29 oktober 1947 neem ik 't volgende stukje over Melissant over: Op het dorpsplein verwelkomd door de wethouders dier gemeente, de heren J. A. Kleijnenberg en H. van Rossum Sr., boden Antje Doomhein en Petemella Grinwis het Flakkeese volkslied en het vrijheidslied aan. Deze liederen werden door de opgestelde schooljeugd en zangverenigingen gezongen onder leiding van dhr. H.
T. Borgman, aan welke het Prinsenpaar verzocht de dank hiervoor aan de kinderen over te brengen. Men begaf zich daarop naar de Landbouwloods van de Landbouwver. „Ons Belang". Hier gaf de heer M. J. de Boer wegens afwezigheid van de heer Sieling, een lezing over de oprichting, het doel, de werkwijze en het resultaat van het verrichte werk, in deze loods. De explicateurs van Es, van Kempen, Sieling en de Boer maakten persoonlijk kennis met de Prins en Prinses. Men stelde het bedrijf in werking, waarbij beiden met grote interesse de behandeUng van uien en aardappelen volgden. Verder werd in deze loods bewonderd het werk van de N.A.K. die er een fleurige stand had ingericht, waarin een bordje prijkte met de woorden: Onder controle van de N.A.K. maakt de Nederlandse boer producten klaar voor export.
Ook de Nederlandse fruitcentrale (afd. Flakkee) toonde hetgeen op Flakkee aan fruit werd geteeld. Verder geleidde de heer C. Sieling de Prins en Prinses langs de aardappelbewaarplaatsen en het kleine zowel als het grote landbouwmateriaal, dat in en rondom de landbouwloodsen was opgesteld. Ook Mr. Kesper, de commissaris der Koningin toonde voor dit alles een zeer levendige belangstelling. IN de loods werd na de bezichtiging door enkele dames van de verenigingsleden een kop thee aangeboden. Het Prinselijk Paar onderhield zich daarbij met de heer W. P. Vogelaar, fung. burgem. der gemeente Melissant. In snel tempo ging het dan naar Ouddorp.
U ziet een ontvangst, een Boerendorp waardig, waar landbouw het middel van bestaan is. II Dhr. Maarten Immerzeel groeide op te Melissant. Het E.N. vermeldt, bij zijn plotseling overlijden op 60-jarige leeftijd, o.a.: Vele jaren heeft hij het openbaar onderwijs gediend en daarenboven wijdde hij tijd en ambitie aan culturele aangelegenheden van deze eilanden. Hij was een zeer begaafd schrijver van streekverhalen, tevens een bekwaam dichter — op zijn naam staat o.a. het „Flakkeese Volkslied", hij verstond uitstekend de kunst om met tekenstift en penseel om te gaan en bij talloze gelegenheden liet hij van deze rijke gave profiteren. De heer van Immerzeel werd geboren te
De heer van Immerzeel werd geboren te Nieuwerkerk a.d. Ussel, maar hij groeide op op Flakkee, te Melissant. Hij bleef het eiland gedurende het grootste deel van zijn leven trouw; te Stellendam en Dirksland was hij onderwijzer, na de oorlog werd hij benoemd tot schoolhoofd op Schouwen. Eerst naar Bruinisse, daarna naar Dreischor, in welke laatstgenoemde plaats hij vorig jaar afscheid van het onderwijs nam. Na op Flakkee al grote bekendheid te hebben verworven, o.a. door het schrijven van schetsen over het leven van de mensen in deze streek, ging hij op Schouwen voort met dit werk en een paar jaar geleden werd hij winnaar in een prijsvraag, uitgeschreven door het gemeentebestuur van Zierikzee ter gelegenheid van het 1100-jarig bestaan van deze stad, een landelijke prijsvraag nog wel, waarin zijn werk uit
vijfenveertig inzendingen als het beste naar voren kwam. Voor meerdere Schouwse gemeenten ontwierp hij bij bijzondere gelegenheden oorkonden, voor de Bruinisse mosselvloot spandoeken enz. Voor de jaarlijkse mosselfeesten, wandschilderingen voor het verenigingsgebouw in dezelfde plaats enz. Bovendien wist hij landelijke aandacht op de eilanden te vestigen door het schrijven van schetsen voor de radio.
III Een vrouw vertelde F. den Eerzamen: Haar opa, Pauw Zorge, heeft o.a. de Halsstee afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Daarna heeft hij aan de Achterweg voor eigen rekening een rij huizen gebouwd. Zijn concurrent Tieleman, die het met lede ogen aanzag, strooide toen het praatje rond, dat haar grootvader op de Halsstee een pot met geld gevonden had. Dit ontkende de bouwer, maar het praatje ging verder. De rij huizen staat er nog en is bekend onder de naam dePotstee. (E.N.).
Ik sprak in een vorig artikel van Aart Bosschiter, die de stee bouwde waarop later Sieling woonde, voor z'n zoon Johannes en de ster waarop Van Beek kwam voor z'n dochter. Ik vermoed dat hijzelf op de Hals stee woonde. E.N. IV „Geitedurp" werd Melissant genoemd.
V Behalve het gewone spel en vermaak, gaven bijzonder vertier in m'n jonge jeugd de „hekkespringer", de man met een aap op een stokje, de boeienkoning, éénmaal 'n circus, met een vlammenman en 'n „zwaardloper".
VI Uit de Flakkeese Almanak 1977- 1978 zien wij, dat er op Melissant toen waren (en denkelijk zijn ze er nog): Rayon Bestuur Bouwbond C.N.V., Ned. Chr. Landarbeiders Bond: N.C.L.B.; Bouwbond N.V.V.
Landarbeiders wet vereniging „Melissant"; dus sociale organisaties. Er kwamen voorzieningen bij. Dit betekent een gevorderde leefbaarheid der gemeente.
J. L. Struik Davenschot 37 8141 BB Heino (Cv.) Tel. 05729 - 2244
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1985
Eilanden-Nieuws | 12 Pagina's