Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerstmis 1990

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerstmis 1990

23 minuten leestijd

Het is nu bijna honderd jaar geleden, dat mijn grootmoeder van vaders kant haar Lager Akte behaalde. Ze was nu voortaan bevoegd om les te geven, waar dan ook in ons kleine land.

Maar dat was nu juist het punt: dat ambieerde zij niet. Ze was wees. Daarbij jong, nog geen twintig en wel zeer avontuurlijk. Ze had geen enkel verlangen zich te gaan 'begraven' in een klein dorp, diep in de provincie. Opgroeiend op een grote boerderij -

Opgroeiend op een grote boerderij - paardenfokkerij, stoeterij - onder Haarlemmerliede en Spaamwoude, had zij reeds op driejarige leeftijd haar moeder moeten missen. Op haar twaalfde jaar ook haar vader. De 'oppermeid' op de hoeve kreeg het bewind in handen, haar oudere broer het toezicht op de stoeterij en de jongere kinderen. De oudste zoon werd directeur van de Posterijen in Haarlem, de jongere zoon zette de fokkerij voort. Helaas, in een woeste Kozakkenrit brak hij zijn nek. „Hij reed zo graag, staande op de ruggen

„Hij reed zo graag, staande op de ruggen van twee paarden, in wilde draf', zei mijn grootmoeder, „hij was zo'n waaghals, 't Was wel een prachtig gezicht". Dat was het eind van de stoeterij. De hoeve en alle paarden, waar mijn grootmoeder met heel haar zieltje aan verknocht was, werden verkocht. Het betekende ook het eind van het ouderlijk huis.

Haar oudste broer zorgde er voor, dat zij en de jongere twee zusjes de meisjes H.B.S. doorliepen en een opleiding volgden. Voor die tijd toch heel wat, denk ik nu zo. Op haar drie-en-twintigste pas zou ze meerderjarig worden en haar erfdeel krijgen. Het was nü dus tijd voor haar om een baan te zoeken en te vinden. Géén achterland meer, dus waarom niet

Géén achterland meer, dus waarom niet in het buitenland? Ze las buitenlandse kranten door en solliciteerde naar een baan als 'teacher' aan een Engels internaat voor meisjes van goeden huize, op het eiland Man in de Ierse Zee, in de stad Douglas. Het grappigste was, dat ze werd aangenomen! In vakken, waar ze nooit van gedroomd had nog eens les te zullen geven. Franse taal en letterkunde en 'maintien'. Maintien houdt alles in wat op goede manieren duidt. Vanaf een 'knikje' - door de knieën gaan - voor hoger geplaatste personen (of ouderen) tot en met zeer goede tafelmanieren en een aangename, afwachtende conversatie voeren in een gesprek. En honderd dingen daaromheen. De juiste kleding bij elke gelegenheid. In die tijd: handschoenen, hoedjes, reticules, ochtend-, middag- en avondkleding. Zittend, nooit je benen over elkaar slaan - kom daar nu eens om! - je voetjes naast elkaar op de vloer. Dat moest ik ook als kleindochter. -

Via het 'French' wat mijn grootmoeder ook moest geven - wat een opdracht, gezien de 'twist' (draai) in de Engelse tong, ze spreken het Frans nu nog steeds erbarmelijk, kom ik bij kleine Queenie (Koninginnetje). „Ach", zei mijn grootmoeder, toen Queenie zei: „Je suis un cheval" - ik ben een paard - in plaats van „J'ai un Cheval' - ik heb een paard - bloosde ze zo hevig en tot slot barstte ze in tranen uit. -

Mijn Kerstverhaal over het Engelse platteland in 1895 speelt rondom mijn grootmoeders kleine pupil Queenie.

Heel beeldend kon mijn grootmoeder vertellen, je zag alles voor je ogen gebeuren. Ik was een jaar of negen en alle uitroepen van de meisjes deed zij in 't Engels, zo zeer was zij in de ban van haar verhaal. „Oh, I can 't, I simply can 't" was voor mij heel eenvoudig: „O, dat kan ik niet, dat kan ik écht niet".

Wat was het leven vroeger toch eenvoudig zonder de alle aandacht opslokkende televisie in huis. Kinderen leren er weliswaar ook makkelijker talen door. De klanken komen als het ware in je 'oren'. Hoewel, het Engels uit de Amerikaanse series is nu niet bepaald van het fraaiste soort.

Wat was het toch heerlijk zo rustig en gemoedelijk met de Engelse klanken vertrouwd te raken door de verhalen van een vertellende grootmoeder, denk ik nu.

En ook uit de prachtige boeken, die ze meegebracht had naar Holland, uit haar Engelse kostschooltijd. Juweeltjes nu van bijna een eeuw oud. - Ik neem u nu mee naar het Engeland

Ik neem u nu mee naar het Engeland van toen in

Queenie's avontuur Queenie woonde met haar ouders en

Queenie woonde met haar ouders en zusje Evenlyn (één jaar ouder dan Queenie) in een cottage in een klein dorp in Devonshire. Een cottage is een landelijk Engels huis met een laag strodak en vakwerk van hout tussen de steentjes. Veelal begroeid met klimop of klimrozen. Heel romantisch om te zien. De vader van de twee zusjes was dominee. Een echte 'vader' in de community (dorpsgemeenschap). Na de Lagere School was het heel

Na de Lagere School was het heel gebruikelijk, dat zowel meisjes als jongens naar kostschool gingen om hun verdere opleiding te voltooien ('the finishing touch'). Althans in de meer gegoede kringen. Nu had een plattelandsdominee het

Nu had een plattelandsdominee het zeker in die tijd allesbehalve weelderig. Zijn inkomen bestond veelal uit goede gaven in natura van de dorpelingen uit zijn parochie. Echter, over de voltooiing van de opvoeding van de meisjes bestond geen enkele discussie. Een goede kostschool werd dus uitgezocht. Keurige, eenvoudige nieuwe japonnetjes werden genaaid. Een mantel voor beide meisjes. Nieuwe rijglaarsjes. Handschoenen, enkele eenvoudige hoedjes. Een reticule.

Het domineesgezin zal er krom voor gelegen hebben, hout uit het bos en enkele turfjes in de haard als de winterkou toesloeg. Een enkel stukje lamsvlees op het bord in de week. Verder soep en brood. De schoenen van dominee, die keer op

De schoenen van dominee, die keer op keer verzoold moesten worden. Vrijwel alle bezoek aan de parochianen in het uitgestrekte dorp over de heuvels ging te voet.

De opvoeding van de meisjes stond evenwel bovenaan. En zo belandden de domineesmeisjes Queenie en Evelyn op het meisjesintemaat in Douglas op het eiland Man. En vertelde Queenie haar verhaal over Kerstmis thuis aan haar jonge Hollandse lerares. „Och", zei ze, „'t Is toch zo heerlijk, héér

„Och", zei ze, „'t Is toch zo heerlijk, héérlijk thuis in de Kersttijd. De weken die aan Kerstmis voorafgaan zijn altijd gevuld met bezigheid. Én met geuren! Uit de bossen rondom op de heuvels verzamelen wij sparregroen en hulst uit onze tuin. Maretakken (mistletoe) voor een kroon in de hal. Het hele huis geurt dan naar sparretak

Het hele huis geurt dan naar sparretakken. Waskaarsen maakt moeder zelf Aan een wiel hangen de lange draden, die gedompeld worden in een bad van bijenwas. Steeds weer worden ze gedompeld en gedompeld, zo groeien ze onder haar handen tot kaarsen. Die geur van bijenwas!

Vader bereidt zich voor in zijn studeerkamer op zijn Kerstpreek. Het jongenskoor oefent de kerstliederen in de kerk.

Ook het kerstgroen en de kaarsen in de kerk verzorgt moeder met ons samen. Uit de keuken stijgen de heerlijkste geuren op. De keukenmeid heeft handenvol werk. Er is dan varkensgebraad van de boeren uit de omtrek. Er zijn hazen, patrijzen, kalkoenen, sneeuwganzen, die vader krijgt van de jagers. De kalkoenen worden gevuld met ap

De kalkoenen worden gevuld met appels, weer andere met 'stuff - brood met gehakt en salie - ook met tamme kastanjes. De plumpudding met wel twintig ingrediënten werd met zorg gemaakt. Niet één. maar vele. „Want zie je", vertelde Queenie, „we koken en bakken en braden eigenlijk voor de hele parochie. Voor alle arme mensen, die met Kerstmis alleen maar soep zouden eten en verder niets".

„Och, wat heerlijk, verrukkelijk is toch die Kerstmistijd thuis. O ja, en dan de cadeautjes. Grote cadeaux doen wij niet. Iedereen denkt en denkt en denkt. Van oude lapjes maak je iets moois. Je maakt een droogbloemenschilderijtje. Die bloemen moetje 's zomers al verzamelen en drogen. Je breit en je haakt. Vader kan altijd wel een nieuwe wollen shawl of handschoenen gebruiken voor op zijn tochten door de kou". „Uitbundige, lieve, enthousiaste, gezel

„Uitbundige, lieve, enthousiaste, gezellige Queenie", zei mijn grootmoeder altijd. Ik zag het hele domineeshuis in de kerstsfeer voor me". Maar hoe dacht Evelyn er over? Evelyn was óók lief op een heel andere manier. Stil en ingetogen zichzelf „Christmas at home?" zei ze. „It's wonderful. Simply wonderful. I can 't explain". „Kerstmis thuis? Het is wonderlijk heerlijk. Gewoon heel bijzonder. Ik kan het niet uitleggen". „Haar ogen glansden", zei mijn grootmoeder, „en haar hele smalle gezichtje straalde. En verder zei ze niets. En net als Queenie was ze al druk aan 't haken, breien en borduren. Heel stilletjes in haar vrije uurtjes. En toen kwam de uitnodiging! De uitno

En toen kwam de uitnodiging! De uitnodiging voor de beide meisjes, Queenie en Evelyn, vanuit Londen. Om deze keer niet Kerstmis thuis te vieren, maar op het verschrikkelijk deftige estate (klein paleisje) van een verschrikkelijk deftige oom en tante op mayfair. Een cheque was bij de uitnodiging ingesloten: voor drie baljaponnetjes, een bontcape-je, balschoentjes en een waaier. Preciese aanwijzingen vooreen heel groot festijn. Met vele bals, de meisjes zouden in de 'grote mondaine wereld' hun opwachting mogen maken. De treinreis vanaf de boot naar Londen was reeds geregeld. En de toestemming vanuit het domineesgezin.

„Van stonde af aan", vertelde mijn grootmoeder heerlijk ouderwets", kon Queenie niet meer slapen van opwinding. „Welke kleuren baljurkjes zou zij uitkiezen, welke schoentjes? Een kanten waaier? Of één van ivoor? En dat de verre rijke familie toch de arme nichtjes uit het domineesgezin niet vergeten was! O, een wonder was het, een wonder! Eve, denk je eens in: zo'n prachtig verlichte zaal met zeker honderden kaarsen op kristallen kroonluchters, spiegels en palmen en bloemen. Eerbiedwaardige heren en dames in schitterende balkostuums. Oom en tante aardig en lief En wij zweven daar dan rond in onze wijde prachtige japonnetjes met lovertjes Op die heerlijke muziek in de armen van een jonge officier! En dan 's nachts slapen wij in een kamer met een echt bad. O, ik ican mijn geluk niet op!" „Eve!", waarom zeg jij nu niets? Och. je bent ook altijd zo saai. Zég toch eens iets? Vind jij 't niet héérlijk soms?" „Evelyn zei niets", zei mijn grootmoe

„Evelyn zei niets", zei mijn grootmoeder, „en ze was heel stil. Ik moest daar zelfs heel goed op letten, want ze werd met de dag stiller en stiller, ze at zelfs bijna niets meer en ze ging er bleekjes uitzien. Ik maakte mij zorgen". „Ze deed haar lessen nauwgezet en

„Ze deed haar lessen nauwgezet en gedwee. De baljurkjes werden aangeschaft in Douglas, de bontcape-jes, schoentjes, de waaiers. Een kerstpresent voor de oom en tante. De treinbiljetten werden besteld. De kerstbrieven naar huis geschreven".

Aldus mijn grootmoeder. „Hoewel ik die avond geen wacht had op de slaapzaal, had ik toch 't gevoel even te moeten gaan kijken", zei zij. Bij 't kleine olielampje zag ik een kleine Queenie met een gelukkige glimlach op haar gezichtje, wangen als rozen en de kanten waaiers uitgespreid op haar hoofdkussen naast haar weelderige krullenbos. Ik ging enkele bedden verder en daar was Evelyn. Geen gezichtje te zien. Alleen haar blonde, steile haartjes. Schokkende schoudertjes. Ik draaide Evelyn om en zei: „Vertel het me nu maar". Het duurde even. „Ik kan het niet", snikte ze geluidloos, „ik kan daar niet heengaan. Ik schaam me zo. 't Is zo lief van Oom en Tante. En dan de baljurkjes. En alles. En toch, ik wil het niet. Ik wil thuis zijn met Kerstmis. Bij vader en moeder, in ons eigen huis. Kerstmis thuis is zo...., ik kan 't niet uitleggen. Zo speciaal. En dan vaders kerstpreek in ons kerkje... Ik hoef geen bal. En Queenie is zo blij. Ik verknoei altijd alles. O, was ik maar dood".

„Lief, lief kind", zei mijn grootmoeder, Evelyn in haar armen nemend. „Jij hoeft je nergens voor te schamen als je naar je eigen thuis verlangt met Kerstmis. Vader en moeder zullen 't zeker begrijpen. Jij gaat naar huis. Morgen regelen we alles. Ga nu maar gerust slapen". „Echt?" vroeg ze, haast ongelovig. „Echt", zei mijn grootmoeder en veegde 't piekerige blonde haar uit haar smalle muizensnoetje, „ik beloof het". „O, dank u", zuchtte 't kind. „Zal Queenie niet boos op me zijn?" „Dat zien we dan wel weer", zei mijn grootmoeder. „Droom nu maar prettig". Peinzend dacht zij nog even zittend op de rand van 't bed, hoe 't mogelijk was dat toch twee zusjes zo verschillend konden zijn.

Evelyn zo plichtsgetrouw, zo ernstig, zo gevoelig en toch zo ingetogen moeilijk zich uitend. Queenie zo'n wildebras. moeilijk in toom te houden, uitbundig in haar voor- en afkeuren, 't hart op 't puntje van haar tong. Maar óók gevoelig, peinsde mijn grootmoeder voort. Zó opgetogen als ze nu was over haar baljaponnetjes en of ze 't balboekje wel helemaal vol zou krijgen, was er geen plaats voor 't door haar juist zo uitbundig beschreven ouderlijk huis in de Kerstmistijd. Zou ook zij 't geen ogenblik missen? We wachten 't maar af dacht mijn grootmoeder. Ze nam haar kaars in de kandelaber op en begaf zich nu ook te bed.

* * *

En óf Queenie boos was de volgende morgen. Woedend! „Jij saaie, vervelende akelige grijze muis! Moet je nu weer alles verknoeien? Bah, wat heb ik aan zo'n zusje!" Tot mijn grootmoeder haar tot de orde riep. „Elk vogeltje zingt nu eenmaal zoals het gebekt is. Queenie", zei ze, „en alle vogeltjes zijn nu eenmaal anders. Het zijn niet allemaal kleine Queenies".

Mijn grootmoeder ging naar het postkantoor in Douglas, waar ze - na overleg met de kostschooldirectrice - een telegram verzond naar 't ouderlijk huis van de meisjes. „Evelyn coming home (komt thuis) op de 23e december. Queenie going to London' (gaat naar Londen). Van de telefoon bediende men zich in die tijd nog nauwelijks. Er waren nog geen aansluitingen, behalve op de postkantoren. En de lijnen waren heel slecht, vaak nauwelijks verstaanbaar. Alles ging per 'cable', telegram dus.

Per kerende post kwam er een telegram terug. „Alles in orde. Dank U. Verzoeke chaperonne voor beide meisjes. Onkosten worden vergoed".

Dat was natuurlijk ook wat in die tijd. Een meisje mocht nooit of te nimmer alleen reizen. Op de boot naar de Engelse kust ging er een secondante mee voor alle meisjes tezamen. Daar werden zij afgehaald door vaders of broers om dan zo samen naar hun ouderlijk huis te reizen. Maar vader-dominee kon in deze dagen slecht gemist worden in zijn parochie en kon niet zelf voor begeleiding zorgen. De meeste 'teachers' gingen naar het eigen ouderlijk huis om daar kerst te vieren. Mijn grootmoeder - alleenstaand - had geen enkel bezwaar Evelyn te begeleiden naar haar ouderlijk huis. Een andere, alleenstaande onderwijzeres zou Queenie begeleiden naar Londen. ..Nu is dat zo leuk niet hoor", verzekerde mijn grootmoeder mij. „Je was als secondante vrijwel niets. Je was er en je was er niet. Je verkeerde in een ondergeschikte positie. Je mocht bij zo'n balfestijn in je keurige stijve kostschooljaponnetje op de achtergrond zitten, achter een palm en zodoende het feest aanschouwen. De maaltijden kreeg je op je kamer geserveerd. Dansen was er zeer zeker niet bij. Bij een eventuele invitatie - die was al ondenkbaar - zou men altijd moeten weigeren. Het zou 'shocking' (schokkend) geweest zijn".

„Maar in een gezin", vertelde mijn grootmoeder verder, ..wat ook bijna nooit voorkwam, was men meestal wel iets toeschietelijker. Je deelde dan wel mee in de maaltijden en bij de kerkgang. Ik kon alleen maar het beste hopen in dit geval".

„En hoe", zei ze, „werd ik däär ontvangen! Zo lief, zo hartelijk, zo 'make yourself at home' (welkom in ons huis). Ik was er geroerd van. Van stonde af aan werd ik in de familiecirkel opgenomen. Evelyn werd gekust en in heel lieve, wijze armen opgevangen. Geen woord van verwijt over Londen. De baljaponnetjes: voor later. „En laten we hopen, dat onze Queenie geniet", zei de wijze vader-dominee. „We zijn zo blij en gelukkig met onze Evelyn in ons midden, nu in de Kerstmistijd". Evelyn straalde. Geen gelukkiger meisje dan zij. Zij stortte zich ogenblikkelijk in de grote keuken bij de glundere keukenmeid op het rollen van deeg en het bakken van de grote voorraden kerstkoekjes, die nog bij de minder bedeelde parochianen zouden uitgedeeld worden. Natuurlijk kwam ook Queenie ter

Natuurlijk kwam ook Queenie ter sprake. Queenie, die met een vrolijk gezicht en twee grote koffers onder begeleiding van haar secondante, op de trein naar Londen gestapt was. „Weet wél wat je mist. Eve!" had ze haar zusje nog ten afscheid toegeroepen. Evelyn had alleen vriendelijk geglimlacht. „Maar al te graag", zei mijn grootmoe

„Maar al te graag", zei mijn grootmoeder, „hielp ik met 't maken van de kerstarrangementen, het vlechten van de kransen sparregroen, hulst en klimop, voor in huis, maar ook in de kerk. Wat een beeldig eeuwenoud kerkje was dat. Ik voelde me helemaal 'thuis'. Zoals ik 't in geen jaren ondervonden had. Tenslotte trok ik mij terug in een hoekje, want oh, die onverwachte kerstpresentjes! Voor dominee had ik een mooie boekenlegger met gedroogde bloemen van het eiland Man, al deze zomer gemaakt. Voor mevrouw en de meisjes - Queenie was immers steeds in mijn gedachten - haakte ik heel fijne kant rondom een zakdoekje van batist. Als ik flink doorwerkte, kreeg ik alle presentjes klaar. Voor de allervriendelijkste keukenmeid, die ik toch ook niet wilde vergeten, had ik een hele mooie dikke kaars. Die beschilderde ik met wasfiguurtjes. Mijn bezigheden werden niet vreemd gevonden. Zo was één ieder bezig met geheimzinnige dingen. Ik begreep het enthousiasme van mijn beide leerlingetjes, door Evelyn stiller, maar doortastender geuit dan door mij n opgewonden Queenie. Ik vroeg mij af hoe ze 't nu zou hebben in 't grote, feestelijke huis op Mayfair in Londen. „En zo brak dus de 24e december aan",

„En zo brak dus de 24e december aan", vertelde mijn grootmoeder. „Ik vond 't een groot voorrecht mee te mogen gaan bij 't uitdelen van de 'goede gaven' aan de minst bedeelden. Kerstkoekjes en cake-jes, kleine plumpuddingen, eieren van de eigen kippen, zelfgemaakte jams van deze zomer en gedroogde bramen. Zoveel heerlijkheden in grote manden. Kaarsen waren er ook (zelfgemaakt) en potten honing van de eigen bijenkorven. Ik vond dit heel opmerkelijk, zei mijn grootmoeder, daar ik wist, dat 't domineesgezin het zelf niet breed had. Een heel jaar lang werd er aan de kerst gedacht en er werd voor gezorgd lang voordien. Het was heel bijzonder. Overal blije gezichten en zó dankbaar was men. Roerend. Kleine Evelyn had niet gelukkiger kunnen zijn".

„Ik zette mij weer aan mijn kleine bezigheden", vertelde mijn grootmoeder, „ook 's avonds laat had ik nog zitten haken bij 't licht van mijn kaars. Een kerstboom was toen nog niet zo gebruikelijk. Men zegt, dat 't gebruik is overgewaaid uit Duitsland. De allerkleinsten hingen hun kous op aan de schoorsteen en Santa Claus vulde die 's nachts met kleine presentjes. Wij legden 's morgens vroeg onze kleine pakjes op de reeds gedekte kerstmis-ontbijttafel, op ieders bord En dat was een heel feestelijk begin van 't kerst-ontbijt". „Maar...", vervolgde ze, „'s avonds zou

„Maar...", vervolgde ze, „'s avonds zou het 'chime-ringing' zijn. Elk kerkje in de wijde omtrek luidde dan de kerstnacht in met zijn eigen cadans. Het is nauwelijks weer te geven: „tsjing-ding-dingding. Dong-dong en dan weer Tsingding-ding-ding". Een toonladder in vele toonaarden. Omstreeks middernacht zou dan dominee een korte kerstpreek houden, gevolgd door de langere kerstdienst overdag op de 25e december. Of't zo wezen moest vertelde mijn grootmoeder, begon het nu zachtjes te sneeuwen. De hele dag hadden zich zware wolken samengepakt en in huis was 't zo donker, dat om half vier 's middags alle olielampen en kaarsen ontstoken werden. We leefden toch bij de gezellige avondmaaltijd al in een zekere spanning naar het nachtgebeuren toe. En het sneeuwde maar, dikke, geruisloze vlokken. Het was zo sfeervol, ik genoot". Nu, terugdenkende aan mijn grootmoe

der, begrijp ik ook hoezeer zij genoten moet hebben. Zo'n echte kerstmis in 't warme domineesgezin. Eens vertelde ze mij. dat toen haar moeder op haar derde jaar stierfin 't kinderbed van haar jongste zusje, de 'oppermeid' op de hoeve de scepter in handen kreeg. Zij had géén moederhart. Het leven werd kil en koud en leeg. Op zondag moesten ze stilzitten op de stoelen tegen de kamerwand. Ze moesten Bijbelteksten lezen, mochten niet praten tegen elkaar en zeker niet lachen. Twee maal daags ter kerke. En onderweg werd er ook niet tegen elkaar gesproken. Daar stonden héél zware straffen op. Er was nooit één hoogtepunt. Geen ver

Er was nooit één hoogtepunt. Geen verjaardagen werden gevierd, geen paasdagen, geen kerstmis. De vader, druk doende met zijn fokpaarden, bleek machteloos. Op mijn grootmoeders twaalfde jaar overleed hij aan TBC. Toen een zo zeer gevreesde ziekte. Maar nooit onderging zij enige warmte, enig knuffeltje, enig kusje, enig lief woord. Het hoogtepunt van de dag", ze zij, „was eigenlijk de rit naar school in ons mooie hittenwagentje, met de hitjes zo vurig daarvoor".

Wat heerlijk voor haar, dit Engelse Kerstfeest! Queenie en Evelyn werden vriendinnen voor 't leven. Later. - Maar nu. „Wij zaten bij 't vrolijk knapperend haardvuur", vertelde mijn grootmoeder, „met een heerlijk glas warme theepunch met wat rum en wachtten op het moment van 'chimes-ringing'. Vredig, prettig, rustig, met een vriendelijk gesprek, waarin ik ook vertelde over Holland. Maar toch met een zekere, voelbare spanning. Ook waren onze gedachten bij Queenie". Op een moment was het zover. Dominee was reeds vooruit gegaan naar zijn kerkje. Dikke jassen, mutsen, shawls en mofjes werden aangetrokken. De sneeuw lag in een dik pak op de weg. Het chimes-ringing kon nu zo beginnen. En zo gingen wij op weg. Van alle kanten stroomden de dorpelingen toe. ..En oh. het was zo mooi", vertelde mijn grootmoeder haast ontroerd, „het kleine kerkje op die heuvel in de sneeuw, uit alle ramen stroomde licht. Het zag er zo welkom uit. Toen 't chimes-ringing begon op onze strompeltocht naar boven, kreeg ik een brok in mijn keel. Het was als een sprookje en ik prees mijzelf zo gelukkig, dat ik dit mee mocht maken". „Dominee stond in de deur van het

„Dominee stond in de deur van het kerkportaal en schudde iedereen de hand. Wij gingen zitten, ik heel gelukkig in de kerkbank van de domineesfamilie onder 't oorverdovend klokgelui boven onze hoofden. De verwachtingsvolle dorpsgenoten om ons heen. Na 't chimes-ringing was de stilte groot en diep De kaarsen flakkerden en drupten Stilte. Plechtig begon dominee vanaf de kansel: „Lieve, goede, gewaardeerde mensen uit onze parochie. Het doet mij zo goed u allen hier weer bijeen te zien in deze wonderschone nacht, waarin wij allen tezamen de geboorte van ons Christuskind willen vieren. Ik lees voor u het Kerstevangelie uit Lukas 2, vers 1 tot en met vers 20". Dominee verhief zijn stem en begon te lezen: „En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden...." Dominee schraapte zijn keel voor de

Dominee schraapte zijn keel voor de volgende zinsnede, toen plotseling de deur van het kerkportaal openvloog Een wolk sneeuwvlokken kwam mee naar binnen. Een totaal verkreukeld en verkleumd meisje strompelde naar de achterbank, gevolgd door een even verkreukelde secondante. Druipend van de sneeuwvlokken, bibberend van de kou zaten zij daar. Onparlementair en glimlachend voegde dominee in zijn kersttoespraak in: „Laat de kinderkens tot mij komen" en vervolgde: „Deze eerste beschrijving geschiedde als Cyrénius over Syrië stadhouder was".

„Mijn hart stond stil", zei mijn grootmoeder. „Queenie!" Totaal verfomfaaid, een druipende hoed en bontje. Als een 'verzopen' katje zag zij eruit. Haar secondante niet veel beter. De tranen stroomden haar over 't gezicht. Ze hield zich goed tijdens de preek", aldus mijn grootmoeder.

„En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geene plaats was in de herberg", ging dominee verder. En later: „En de Engel zeide tot hen: „Vreest niet, want ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal". En: „Ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen" „Oh", zei mijn grootmoeder, „het was zo mooi, ik onderging deze woorden, zo liefderijk uitgesproken, als een verkwikkend bad. Maar ik begreep, dat dominee ook - zeer bewust - tot zijn dochter sprak. Zijn kleine, wispelturige Queenie Want zij was het, die daar zat, alle schitterende bals in Londen ten spijt.

„Oh father, I couldn't bear to miss your words this special evening. Can you forgive me? Oh Evelyn, can you forgive me'' You were wise and I? I was an idiot. And I telt so unhappy".

„O vader, ik kon 't niet verdragen uw woorden op deze speciale avond te moeten missen. Kunt u me vergeven? En Evelyn, kun jij me vergeven? Jij was wijs en ik? Ik was een idioot. En voelde me zo ongelukkig".

„Er volgde een allerstevigst weerzien thuis. Queenie werd in een heet bad gestopt, evenals haar secondante. Ze waren doorweekt en verkleumd. Met warme kruiken en een stevig glas rumpunch werd eerst Queenie te bed gestopt", vertelde mijn grootmoeder. ..Later ook de secondante".

„Reeds de eerste dag bij de voorbereidingen voor het eerste grote bal kwam het onderste bij Queenie boven", vertelde de secondante.

„De prachtige baljurk uit. de waaier weg. de schoentjes, het balboekje. Niets was plotseling meer belangrijk. Naar huis' Het kersthuis, de kerstkerk, waar vader zou preken. En zij zou er niet zijn!" „Alle baljurkjes uitgehangen, het bad

„Alle baljurkjes uitgehangen, het bad geurend gereed", zei de secondante bedremmeld, ik heb wel véél excuses moeten maken voor mijn pupil. Maar er was geen houden meer aan. We zijn met de eerstvolgende trein uit Londen vertrokken en met de postkoets waren wij hier. „Just in time". „Precies op tijd" Queenie kon uw kerstevangelie niet missen in de eigen dorpskerk. Valt u haar niet te hard. Ze heeft een gouden hartje, maar ze is erg impulsief'.

Dominee lachte nu hartelijk. Hij omarmde zijn vrouw, mij, Queenie's secondante - Queenie was in diepe rust - en Evelyn.

„Kinderen", zei hij, „een gelukkige kerstmis. Nooit was er een kerstmis gelukkiger dan deze. De baljaponnetjes bewaren we voor later. Ik bedenk mooie excuses voor mijn geachte familieleden in Londen.

Vrede, waarachtige Vrede op aarde en in ons mensen een welbehagen. God zegene u allen". „Nooit ging ik gelukkiger slapen dan

„Nooit ging ik gelukkiger slapen dan toen die nacht", zei mijn grootmoeder. Ze blies haar kaars uit en dankte God voor Zijn wijze besluiten in al Zijn goedheid en ging ter ruste.

Met haar wens ik u een Gezegend Kerstfeest!

Dieke Schippers-Vaarzon Morel

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1990

Eilanden-Nieuws | 32 Pagina's

Kerstmis 1990

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1990

Eilanden-Nieuws | 32 Pagina's