Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jaarlijkse plechtigheid adoiitie oorlogsmonument te Ouddorp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarlijkse plechtigheid adoiitie oorlogsmonument te Ouddorp

19 minuten leestijd

OUDDORP ­ Woensdag 28 april a.s. zullen de leerlingen van groep 7 en 8 van de beide basisscholen alhier weer verzameld staan rond het oorlogsmonument, dat zich bevindt op de hoek Dorpsweg/Hazersweg. Het is een beetje hun monument. Sinds 1987 hebben immers ieder jaar, rond de dodenherdenking van de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog, leerlingen uit de groepen 7 en 8 bij het monument plechtig een krans gelegd ter nagedachtenis voor hen, die vielen. De leerlingen uit groep 8 dragen met deze handeling als het ware de morele adoptie van het monument over aan de leerlingen van groep 7. Een en ander is destijds op initiatief van de Stichting Februari 1941 en in samenwerking met de Gemeente Goedereede van start gegaan. De Stichting Februari 1941 stelt zich ten doel het levend houden van de herinnering aan het verzet tijdens de bezetting door Nazi­Duitsland en de strijd die ter verkrijging van de bevrijding in binnen­ en buitenland is geleverd.

Aan het monument zelf zit ook een stukje geschiedenis. Het is bekostigd uit de zgn. 'ondersteuningskas'. De gelden uit deze kas waren bijeengebracht om de nabestaanden van oorlogsslachtoffers financieel te ondersteunen. Later zijn de uitbetaalde gelden terugbetaald en werden deze o.a. aangewend voor de oprichting van dit monument. Het is gemaakt van materiaal dat afkomstig is van de twee hardstenen straten van het Torenwachtershuis dat in de Oostdijk stond. Deze straten waren door de Wehrmacht opgebroken. Op 4 mei 1951 werd het monument officieel onthuld. Medio maart/april 1982 is er een gedenkplaat op aangebracht. Op deze plaat staan de namen vermeld van de oorlogsslachtoffers uit Ouddorp.

Het unieke van de dodenherdenkingen met de schoolkinderen te Ouddorp is hierin gelegen, dat ieder jaar een andere naam van deze gedenkplaat in de herinnering geroepen wordt. Aan de betreffende persoon wordt op de beide basisscholen extra aandacht besteed door het kennis nemen van de omstandigheden waaronder en de plaats waar hij/zij overleden is. De betrokkenheid vanuit de gemeente met dit gebeuren is bijzonder groot. De burgemeester en andere bestuurlijke vertegenwoordigers van de gemeente Goedereede geven acte de presence, waarbij de burgemeester de verzamelde schooljeugd alsmede de familieleden en belangstellenden toespreekt.

Dit jaar wordt in het bijzonder stilgestaan bij Theodorus Franciscus Witte, onder zijn vroegere dorpsgenoten beter bekend als Door Witte. Het bijzondere van deze herdenking is, dat de familie eigenlijk nooit een officieel doodsbericht van hem heeft ontvangen. De gegevens van zijn vermoedelijke dood door verdrinking berusten voornamelijk op het verslag van een medeopvarende.

Wie was Door Witte?

Door werd geboren op 10 juli 1916. Hij was het negende kind in het vissersgezin van vader Jan Witte en moeder Maria Witte­Breen. Na Door werden nog vijf kinderen geboren. Jan Witte viste met de Ouddorp 23. Het is te begrijpen, dat, waar zoveel kindermonden gevuld moesten worden, het niet altijd een vetpot was in huize Witte. Ze woonden aan de haven te Ouddorp. Door moest al vroeg mee naar zee om mee te helpen de kost te verdienen. Hij leerde daardoor het varensleven van jongsaf aan. Zo groeit Door op in de tijd tussen twee wereldoorlogen. Evenals zijn leeftijdgenoten deelt hij in de voor­ en tegenspoeden van het bestaan. Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Een tijd van konmier en kwel. Dit gaat ook het gezin van Jan Witte niet voorbij. Op 17 april 1944 overlijdt moeder Witte in het ziekenhuis te Dirksland. Een hele slag voor het gezin, in het bijzonder voor vader Witte. De slagen houden niet op. In de nacht van 23 op 24 november 1944 zorgt zoon Jan met twee andere Ouddorpse jongens, Arie Bakelaar en Dirk Tanis voor veel opschudding, vooral onder de Duitse bezetters. Ze zien in die nacht kans om met 14 Armeniërs in de Ouddorpse reddingsboot de "Maasvlakte" te ontsnappen en veilig het bevrijde Brabant te bereiken. De volgende dag wordt vader Witte door de Duitsers meegenomen voor verhoor naar het gemeentehuis. Daar wordt hij bijna de hele dag vastgehouden. Hij kan echter naar eer en geweten verklaren niets af te weten van het 'hoe en wanneer' van de ontsnapping van zijn zoon. Deze had bewust niets aan zijn vader en andere gezinsleden verteld. Wegens gebrek aan bewijs laten ze hem tenslotte weer naar huis gaan, vol zorg over de lotgenoten van zoon Jan.

Dan breekt op 20 december 1944 de bemchte razzia op Goeree Overflakkee uit. Alle mannen van 17 ­ 40 jaar worden gesommeerd zich te melden. Wie het niet doet wordt bij ontdekking neergeschoten en bij niet­ontdekking voor hem een famiUelid. Onder de vele Ouddorpers die deze dag en de volgende worden weggevoerd bevindt zich Door Witte en enkele van zijn broers. Vader Witte blijft met een hart vol verdriet en zorgen achter. In één jaar tijd onherroepelijk gescheiden van zijn vrouw en wie weet ook van een aantal van zijn kinderen. Zal hij ze nog levend terug zien? Met vele anderen wordt Door van Ouddorp naar Middelharnis getransporteerd. Vandaar gaat het onder erbarmelijke omstandigheden naar Rotterdam, Amsterdam, Kampen om uiteindelijk in Hamburg terecht te komen. Vanwege zijn ervaring op schepen wordt hij tewerk gesteld op een groot koopvaardijschip, dat vluchtelingen, meest vrouwen en kinderen, vanuit Oost­ Pruisen via de Oostzee naar Kopenhagen brengt. Dit als onderdeel van de omvangrijkste evacuering tot dan toe in de geschiedenis.

In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog vluchtten enige miljoenen Duitse burgers en soldaten in barre kou van Oost Pruisen, Koerland en Pommeren naar het westen. Over vrijwel onbegaanbare wegen verliep hun tocht. Ze hadden één doel voor ogen: uit handen van de oprukkende Russen blijven. Eind januari 1945 werden de eerste schepen naar het oosten gestuurd om hen te halen. Al spoedig bleek evenwel dat er te weinig schepen beschikbaar waren. Toch werden circa twee miljoen vluchtelingen over zee vervoerd.

Wie denkt bij zulke berichten niet aan de huidige stroom vluchtelingen vanuit Joegoslavië?

In het boek "Blijvend Gedenken" van D. Hoogzand staat het relaas vermeld van de ondergang van de "Goya", het schip waarop Door Witte voer. Aangevuld met nadere gegevens luidt dit als volgt.

Maandagmorgen 16 april 1945. Op het schiereiland Hela in de Dantziger Bocht drommen tienduizenden mensen samen. Het zijn vluchtelingen, meest oude mannen, vrouwen en kinderen, gewonden en soldaten. Het is een beeld dat vanaf januari 1945 in vrijwel alle havenplaatsen in het noorden van Polen te zien is. De verzamelde mensen hopen over zee weg te kunnen komen. Er zijn al verschillende transporten voor hen geweest. Het in­ en ontschepen en de overtocht naar bijvoorbeeld Kopenhagen of andere steden in het westen is niet zonder gevaar. De Russen bestoken de schepen vanaf de wal, vanuit de lucht en vanuit zee. Er zijn dan ook bij deze zogenaamde "Aktion Rettung über See" een 80­tal schepen verloren gegaan!

Daaraan denken echter de wachtenden op de wal van Hela niet. Zij hebben maar een doel voor ogen: op een van de schepen zien te komen, die enkele honderden meters uit de wal voor anker hggen. Vannacht zijn ze aangekomen. Het grootste schip heet de "Goya". Het ziet er bizar uit. Het is helemaal in camouflage­kleuren geschilderd. Wie het niet zou weten, denkt bij het zien van de "Goya" aan een aantal betonblokken, die her en der over elkaar liggen. Onder de camouflage schuilt echter een voor die tijd uiterst modem en vooral snel vrachtschip. Gebouwd in Oslo, 1940 werd het januari 1942 door de Duitsers in beslag genomen en enigszins verbouwd om mee te helpen de glorie van het Deutsche Reich te vergroten. Met een snelheid van 18 zeemijlen ontloopt het gemakkelijk de gevaarlijke vijandelijke U­boten. Nu is het schip ingezet voor transport van mensen, waar het duidelijk geen accommodatie voor heeft. Maar nood breekt wet! Onder de bemanningsleden bevinden zich waarschijnlijk drie Hollanders, die gedwongen arbeid verrichten, ver van huis en haard. Het zijn Chris Oostrum, ene Kuijt en Door Witte uit Ouddorp(!).

De Ijevelhebber van het schip, kapitein Plünnecke weet wat hem te wachten staat bij Hela. Het schiereiland ligt voortdurend onder Russisch artillerievuur en de schepen in de haven en op de rede moeten de hele dag rekening houden met luchtaanvallen. Deze morgen om 07.05 uur vindt de eerste Russische aanval vanuit de lucht plaats. Uit het grauwe wolkendek schieten plotseling de Sowjet bommenwerpers tevoorschijn. Onmiddellijk begint het luchtafweergeschut te blaffen. Het is echter onbegonnen werk. In golven van 6 tot 9 vhegtuigen tegelijk vallen de Russen aan, dood en 'verderf zaaiend onder de duizende wachtenden en de honderden die in kleine scheepjes in de haven op weg zijn naar de grotere schepen voor de kust. De taktiek is: eerst bommen afwerpen, vreselijke bommen, die bij het neerkomen op het wateroppervlak uit elkaar spatten en daarbij duizenden splinters wegschieten over het water, die door hun geweldige vaart en kracht scheepswanden openscheuren en mensen doden. Daarna komen de vliegtuigen laag over het water scherend terug en bestoken met de boordmitrailleurs alles wat op en in het water beweegt. Dan volgt weer een bombardement. Alles wat op de rede van Hela drijft is Russisch doel . "Vernietiging" is het parool van de aanvaller: " Totale vernietiging van kinderen, vrouwen en mannen." Voor de Russische piloten zijn het allemaal slechts 'Hitlerhonden', die niet anders dan de dood verdienen. Als vliegen sterven de mensen: kinderen, moeders, grijsaards, gewonden, soldaten: allen sterven in deze bommenhagel. De "Goya" komt er bij deze eerste aanval

De "Goya" komt er bij deze eerste aanval redeUjk gunstig af. Maar nauwelijks hebben de overlevenden van de eerste luchtaanval zich enigszins hersteld of daar stort om 08.30 uur zich een nieuwe bommenwer­ perseenheid vanuit de lucht op hen. De eerste bommen vallen naast de "Goya". Bij de derde of vierde aanvalsgolf komt een bom op het schip terecht, vlak voor de brug. Het bovendek wordt voor een gedeelte opengereten. Kapitein Plünnecke stormt met een door bomscherven bloedend gezicht uit de stuurhut. Na tien minuten is de aanval voorbij.

De schade die de voltreffer op de "Goya" aangericht heett, is groter dan eerst wordt aangenomen. Al gauw blijkt, dat op de commandobrug bijna geen ruit meer heel is, verschillende stroomkabels zijn gebroken en wat het ergste is, het moderne instrument om onderzeeboten tijdig te signaleren is volledig onklaar.

Zo snel als de doodseskaders verschenen, zo snel zijn ze ook weer verdwenen. Op de rede van Hela blijft echter een onbeschrijfelijke chaos achter: jammerende kinderen, snikkende moeders, biddende grijsaards, gewonden die om hulp roepen en... vele doden.

Het lijkt wel of de bommen het signaal geweest zijn voor de stormloop op de schepen. Er is geen houden meer aan. Met honderden bestormen ze lichters, pramen, kotters en andere boten, die hen aan boord van de voor de kust liggende "Goya" moeten brengen. Het schip torent hoog boven het bijna gladde water uit. Het is een trieste lading, die de "Goya" aan boord krijgt: lichamelijk en geestelijk gebroken mensen, op wiens gezicht de wanhoop en de doodsangst van het overleefde bombardement nog te lezen is. Onophoudelijk ratelen de laadkranen, gewonden slepen zich aan boord of worden omhoog getakeld. Over de neergelaten valreep en de over boord hangende touwladders slepen de vluchtelingen zich met inspanning van hun laatste krachten aan boord. In enkele uren tijds belanden zo duizenden aan boord, waaronder twee­ ä driehonderd gewonden. Het stinkt naar etter, van bloed doordrenkte verbanden en ongewassen mensen. Niemand stoort zich eraan. Er wordt geen scheepslijst met namen aangelegd. Er wordt alleen geteld, waarbij nog niet eens opgenomen worden, de velen, die als het ware illegaal, langs ankerkettingen en overboord hangende touwen in het schip kümmen.

De klok van de commandobrug wijst 14.30 uur aan als voor de derde keer op die dag Sowjetbommenwerpers de haven en de rede van Hela aanvallen. De eerste formatie, bestaande uit 22 vliegtuigen concentreert zijn aanval allereerst op de haven van Hela, op de mensen die bezig zijn in boten, kotters, pramen en andere kleine scheepjes te stappen, die hen naar de voor de kust liggende "Goya" of een van de andere daar wachtende grotere schepen zullen brengen. Ook is de aanval gericht op de mensen die nog op de kade van de haven staan te wachten. Dat zijn er nog duizenden: vrouwen, kinderen, grijsaards en ook soldaten, waaronder veel lichtgewonden. Ze staan daar als een muur, zij aan zij. Niemand doet ook maar een stap achteruit. Wie vooraan staat heeft immers de grootste kans om met een vaartuig de "Goya" te bereiken! Rechtop staat de mensenmuur op de kade.

Rechtop staat de mensenmuur op de kade. Dan vallen de bommen.... Dan vallen de mensen... de mensenmuur wankelt, stort ineen. Wat overblijft: muurresten.... Mensenresten! In enkele seconden verstikt een zee van bloed en tranen de hoop van honderden, die eindigt in een verschrikkelijk lijden en sterven.

Na enige minuten van verlammende ontzetting breekt paniek uit onder de overblijvenden. Mannen, soldaten stormen naar voren en springen in het koude water van de haven om desnoods zwemmend de op enkele honderden meters afstand liggende "Goya" te bereiken. In een mum van tijdzijn alle bootjes, pramen en kotters overvol en varen af naar de wachtende "Goya". Het water is volop in beroering van varende schepen en zwemmende mensen. De "Goya" wordt omringd door tientallen vaartuigen, die om het hardst proberen langszij te komen om hun mensenlading af te leveren.

Dan stort zich de volgende formatie bommenwerpers vanuit de wolken uit en richt zich op de "Goya"! Bommen vallen in de wirwar van mensen en vaartuigen die de "Goya" omringen. De toestand, die hierdoor ontstaat is verschrikkelijk. Een kleine bom slaat een meter voor de brug door het dek van de "Goya" naar binnen en veroorzaakt brand in de timmermanswerkplaats, die zich daar bevindt. Met vereende krachten wordt de brand geblust. De materiële schade bij deze aanval is geringer dan de schade die onder de mensen is aangericht.

Om 18.00 uur meldt de officier, die met het inschepen belast is, aan de kapitein op de brug: "Wij hebben minstens 7000 mensen aan boord, na de 6000 waren we niet meer in staat om nauwkeurig te tellen, namen worden niet opgenomen, lijsten niet aangelegd, slechts ieder weet voor zichzelf wie aan boord is!"

Daar de "Goya" een vrachtschip is en geen passagiersschip, geeft dat bij het aan boord zijn van zo'n groot aantal mensen, waaronder gewonden en zwangere vrouwen, veel problemen: er zijn maar enkele toiletten, onvoldoende sanitaire ruimtes, enz. 7000 mensen: geen arts, slechts twee hulp

7000 mensen: geen arts, slechts twee hulpverpleegsters, zwemvesten voor 3500 mensen, dus voor de helft van de mensen, reddingsmiddelen, zoals vletten en vlotten slechts voor 300, maximaal 400 mensen. Deze zijn bovendien nog extra vastgesjord en afgedekt. "Alleen God kan ons nog helpen" zegt kapitein Plünnecke, terwijl hij voorzichtig de wond aan zijn kin betast, die door een bomsplinter veroorzaakt is. Om 18.10 uur geeft hij het bevel: "Vaheep

Om 18.10 uur geeft hij het bevel: "Vaheep en touwladders inhalen... We varen weg. De kan niemand meer aanboord nemen!"

Als de ankers gelicht worden en de "Goya" in beweging komt, is het schip nog omringd door tientallen volgeladen kleine vaartuigen. De "Goya" vaart weg zonder hen!

Een eindje uit de kust wordt het konvooi gevormd. Het bestaat uit de "Goya" met 7000 mensen aan boord, de "Mercator" met 5500 mensen en de stoomboot "Kronenfels" met 2500 mensen aan boord. Deze drie vrachtschepen worden beschermd door de mijnenvegers "M 256" en "M 328", alsmede de tot sleepboot omgebouwde watertanker "Agiër" . Alle zes schepen zitten tjokvol niet mensen. Mocht er met een van de schepen wat gebeuren, dan is het eigenlijk onmogelijk om mensen van elkaar over te nemen!

Om 19.00 uur precies vaart het konvooi weg met bestemming Kopenhagen. Hoewel de "Goya" 18 knopen kan lopen, wordt afgesproken bij elkaar te blijven en niet harder te varen dan 11 knopen. Dat is namelijk de maximumsnelheid van de "Kronenfels".

Het konvooi volgt in de vallende duisternis de kortste diepwaterroute. Daar loopt het weliswaar gevaar getorpedeerd te worden door duikboten; maar de kustwateren zijn evenmin veilig in verband met de aldaar voorkomende mijnenvelden. Er valt een gestage motregen, waardoor het zicht beperkt is. De zee lijkt ingeslapen en verlaten...

Dat is echter maar schijn. Daar is kapitein Plünnecke op de "Goya" zich terdege van bewust. Gekweld door een al dagenlang durende koorts en gehinderd door de verwonding aan zijn kin, vraagt hij om 23.40 uur, dus enige tijd voor middernacht, aan zijn officieren naar de positie van zijn schip. Als hij het antwoord hoort, schrikt hij. Hij herhaalt zachtjes voor zich uit: "Ongeveer 12 zeemijlen vanaf Stolpmünde..." Weinigen aan boord, behalve hij, weten dat op deze plaats 30 januari 1945 de "Wilhelm Gustloff' door een Sowjet U­boot getorpedeerd is en met meer dan 5000 mensen zonk en dat diezelfde Russische onderzeeër enkele dagen later, op 9 februari bijna op dezelfde plaats het gewondentransportschip "Steuben" met 3000 gewonden aan boord door twee torpedo's in de grond boorde. Hier in 70 meter diep water liggen de "Gustloff" en de "Steuben" op de bodem van de zee en 8000 dode mensen!

De ongerustheid van kapitein Plünnecke is niet ongegrond. Sinds uren ligt in deze omgeving van de Oostzee de Russische onderzeeër "L 3" op de loer en wacht op het konvooi, dat in de vroege avond het schiereiland Hela verlaten heeft. De "L 3" behoort tot de elite­onderzeeërs van de Sowjetvloot. De laatste aanval van de "L 3" op 31 januari 1945 was echter een mislukking geworden. Het betrof een aanval op de "Gap Arcona" , een passagiersschip dat met 8000 mensen aan boord vanuit de haven van Gotenhafen was vertrokken. De afgevuurde torpedo's misten hun doel. Een tweede mislukking kan de commandant van de "L 3", kapitein 3e klasse Vladimir Konovalov, zich niet permitteren. Om 23.52 uur, acht minuten voor middernacht, krijgt hij de "Goya", het grootste schip van het konvooi in het vizier van zijn periscoop. Op hetzelfde ogenblik geeft hij het bevel: "Vuur!" Weinige ogenblikken later scheuren twee torpedo's de scheepswanden van de "Goya" open. De eerste torpedo scheurt de wand van het voorschip over verschillende meters open. De tweede torpedo treft midscheeps en vernietigt de Machinekamer. Twee zware explosies en hoge steekvlammen doorklieven de donkere nacht, gevolgd door rondvliegend hout, inventaris en lichamen. Het gegil en geschreeuw van mensen in doodsnood weerklinkt mijlenver over de zee. In de ruimen ontstaat paniek onder degenen, die de explosies hebben overleefd. Zij zoeken naar familieleden en rennen naar de trappen om het binnenstromende water te ontvluchten. Tientallen springen overboord. Door het gedrang worden velen onder de voet gelopen en dood gedrukt. Ook bij de trappen naar het sloependek dringt men bijeen om te trachten in de sloepen het schip te verlaten, maar omdat deze zijn vastgesjord en afgedekt duurt het veel te lang. Met een geweldig lawaai breekt het schip middendoor en zinkt met een sissend geluid in de diepte. In de korte tijd van zeven minuten, 420 seconden(!) zinkt het schip naar de zeebodem, een 78 meter diep graf vormend voor duizenden en nog eens duizenden mensen.

Op de het konvooi begeleidende mijnenveger "M 256" noteert de dienstdoende officier van de wacht in het oorlogsscheepsjournaal het volgende bericht:

"Goya" zinkt om 24.00 uur op 55 graden, 13,5 minuten Noorderbreedte en 18 graden, 20 minuten Oosterlengte. Waterdiepte 78 meter. Met de redding van de schipbreukelingen wordt begonnen."

Achter dit bericht van een 20­tal woorden, dat in geen enkel Duits legerbericht vermeld, door geen enkele nieuwslezer verspreid, door geen enkele krant afgedrukt en door geen enkele radiozender uitgezonden is, verbergt zich de grootste scheepvaartcatastrofe aller tijden. Militair in 28 woorden uitgedrukt! Als het schip in de diepte verdwenen is, zet zich in het water voort, wat aan boord begon: de taaie worstehng om lijfsbehoud. De hulpverlening door de begeleidende schepen komt slecht langzaam op gang. De duisternis en de motregen belemmeren het uitzicht. Meerdere drenkelingen worden meer dood dan levend aan boord getrokken. Velen zijn bezweken, de geborgen lichamen stapelen zich op de schepen op. Om 08.00 uur in de morgen van 17 april hggen de schepen van het konvooi weer op koers naar het westen. Twee schepen ontbreken: de "Goya", die nooit meer een zee bevaren zal en de stoomboot "Mercator", die met 5500 vluchtelingen aan boord direct na de voltreffer op de "Goya" het bevel van de commandant van het konvooi krijgt om met volle kracht en wisselende koersen naar Kopenhagen op te stomen om ook niet het doelwit van een Sowjetonderzeeër te worden, 's Middags komen de overgebleven vier schepen aan op het eiland Rügen. Hier worden de gewonden bijeen verzameld en de doden aan land gebracht om te worden begraven. Terwijl de konvooischepen al op weg naar Rügen zijn, vinden Duitse snelboten aan het eind van de morgen nog enkele verkleumde drenkelingen op de plaats waar de "Goya" is gezonken. Voor hen komt 11 ä 12 uren na de ramp nog redding. Hoewel de getallen van overlevenden in de diverse berichtgevingen verschillen, mag worden aangenomen, dat 334 mensen deze catastrofe hebben overleefd. 6666 mensen verloren het leven en vonden merendeels een graf in de golven. Voor het verschrikkelijke hjden en sterven van deze duizenden, meest vrouwen, kinderen en grijsaards werd Vladimir Konovalov, commandant van de Sowjet onderzeeër "L 3" onderscheiden met de hoogste Sowjet­onderscheiding die het Russische leger kende, hij werd "Held der Sowjet Unie". Voor hem waren de 7000 mensen op de "Goya" niet meer dan "Hitleraanhangers", die de dood verdienden.

Na de bevrijding van Nederland, 5 mei 1945 komen verschillende van de weggevoerden uit Ouddorp in groepjes op wagens weer terug. Vijf van de zes weggevoerde zonen van Jan Witte zijn weer terug mogen keren tot de hunnen. Wat een blij weerzien! Maar waar is Door? De zussen gaan telkens kijken als er weer nieuwe teruggekeerden in het dorp aankomen. Telkens keren ze ook weer teleurgesteld naar huis terug. Dat huis is trouwens niet meer het stenen huis op de haven. Dat is door de Duitsers afgebroken. In plaats daarvan is er een houten 'keet' opgetrokken onder aan de dijk, met hout dat door de Duitsers verschaft is. De deur van het houten huis moet 's nachts van vader Witte openblijven. Stel je voor dat Door eens plotsehng zou komen, dan moet hij toch niet aan een gesloten deur komen! Zo gaan er maanden heen waarin de familie tussen hoop en vrees leeft. Totdat een zekere Kuijt uit Katwijk in Ouddorp verschijnt. Hij vertelt uit eigen ervaring van de ramp met de "Goya". Hij is een van de laatste drenkelingen die na 12 uren op het koude water van de Oostzee te hebben gedobberd, opgepikt is door de Duitse snelboten. Hij vertelt dat hij met Door verschillende tochten op de "Goya" gemaakt heeft. In de nacht van 16 op 17 april 1945 is hij hem echter uit het oog verloren. De hoop verdwijnt, de harten rouwen om een geliefde zoon en broer.

Door Witte was een van de zeer velen, die vielen door het geweld van de wrede Tweede Wereldoorlog. In hem gedenken wij hen allen en ons meeleven gaat uit naar de nabestaanden!

Bronnen:

• "Blijvend Gedenken" ­ D. Hoogzand, uitg. Boeken Vroegindeweij, Middelharnis

• "Ostsee '45. Menschen, Schiffe, Schiksale" ­ Heinz Schon, Stuttgart 1983

• "Schip vergaan....zevenduizend doden" ­ Siep Zeeman

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 april 1999

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Jaarlijkse plechtigheid adoiitie oorlogsmonument te Ouddorp

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 april 1999

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's