De ramp van 1953
Battenoord
Als er ooit sprake is geweest van een hechte gemeenschap dan geldt dit zeker voor het gehucht of buurtschap Battenoord. Men hielp elkaar bij het werk als er soms handen tekort waren. Men stond elkaar bij, bij ziekte en onfortuin. Het was in feite één grote familie. Vete's bijvoorbeeld heeft men er niet kunnen aantreffen. Was er in Twente sprake van Naobuurplicht, op Battenoord hielp men elkaar waar nodig was, maar dan zonder titel. Ten tijde van de Ramp in 1953 woonden er ongeveer honderd mensen. Eén van hen was Piet de Gast, geboren en getogen te Battenoord aan de GreveUngen. Deze man mag als exponent van zijn gemeenschap gelden, gezien het volgende verhaal.
Piet de Gast is in 1921 te Battenoord geboren en was met de Ramp thuis. Hij was toen reeds gehuwd met Gerritje Struijk die in 1918 te Herkingen was geboren. Zij hadden een dochtertje, Teuntje Joh. A. die op de dag voor de Ramp erg ziek was. Op die zaterdag kwam dokter Voogd uit Oude Tonge 's avonds om negen uur nog op visite om de diagnose te stellen. Door dat noodweer? In die gevaarlijke omstandigheden? Ja! Battenoord was in gevaar. Het buitenwater stond met laagtij zo
Het buitenwater stond met laagtij zo onwaarschijnlijk hoog dat het moeilijk was voor te stellen hoe hoog het water wel zou komen te staan bij hoogtij. "Bovendien", zei Piet de Gast, "was het giertij". Giertij is een andere benaming voor springtij of springvloed die ontstaat als de zon- en maanvloed samenwerken. Voeg daarbij een woedende storm die 's middags van zuidwest naar noordwest was geruimd en de exorbitante waterhoogte die daardoor het gevolg zou zijn viel pas later precies aan te geven. Piet de Gast en met hem kenners van het verloop der getijden, gunden zich geen seconde meer rust. Piet met enige andere mannen begonnen de vloedplanken ter kering van bijzondere hoge waterstanden te plaatsen. Maar het water bleef stijgen. Het stroomde toen zelfs al door het dakraam van het laag aan de dijk gebouwde huisje van Jan de Gast en Johanna van den Ouden, de ouders van Piet. Zij verlieten hun woning en namen intrek bij hun zoon Willem die met Riek Motz gehuwd was. Zij hadden geen kinderen. Zij woonden op de dijk naast Kees Luchtenburg de dijkbaas die in het polderhuis woonde. Die twee woningen waren de enige die 'droog' zouden blijven staan. In de loop van de meest bange uren die de bevolking van Battenoord ooit moest doorstaan, kwamen alle vluchtelingen uit de omgeving daar terecht!
Piet en zijn broer Willem hebben eerst ten huize van Piet zoveel mogelijk huisraad naar boven gebracht. Ger had haar zieke dochtertje in een warme deken gewikkeld en thuis bij haar zwager Willem gebracht. Daarna heeft zij haar man nog een poosje geholpen en ging direct weer terug naar haar kind. Later zouden zij hun huisraad in het water zien schommelen... Eigenüjk had Ger met haar kind per auto van Battenoord naar Nieuwe Tonge vervoerd moeten worden. Burgemeester Chris van Hofwegen, die tijdens de Ramp een zeer actieve rol heeft gespeeld, had namelijk opdracht gegeven om vrouwen en kinderen van Battenoord naar Nieuwe Tonge te vervoeren. Daartoe had de burgemeester particulieren, die in het bezit waren van een auto, verzocht of gelast die evacuatietaak uit te voeren! In die tijd had lang niet iedereen een auto. Het waren meest middenstanders die over een auto beschikten en het taxi-bedrijf van Koos Venema. Burgemeester Van Hofwegen was al verschillende keren op Battenoord geweest om zich volledig op de hoogte te stellen van de situatie die maar steeds verslechterde. Maar Piet de Gast zei tegen zijn vrouw
Maar Piet de Gast zei tegen zijn vrouw Ger: "Jij blijft hier!" In dat verband was het besluit van Gerrit Dorst, die vader was van een groot gezin niet eens zo onverstandig geweest. Die familie heeft uit angst voor het water 's middags de biezen gepakt en is over de Battenoordsedijk naar Nieuwe Tonge gelopen. Angst is niet altijd een slechte raadgeefster... Op de boerderij van Ewout van den Doel was de spanning hoog. Waar niet? De boerderij stond (en staat nog) niet ver van de dijk. Ewout van den Doel was gehuwd met Saartje Tanis. Ze hadden vier kinderen, Leentje Arendje, Jannie en Konuner. Zij waren bijzonder waakzaam en dat heeft op preventieve wijze verschillende mensenlevens gered. Twee dochters van Van den Doel zijn bij Kommer Tanis op boerderij Zeezicht, die ten westen van Battenoord was gelegen, wezen waarschuwen voor dijkdoorbraken. Die familie vertrok zonder aarzelen in de richting van de Wellestrijpsedijk. Waren deze mensen op de boerderij gebleven en hadden zodoende de waarschuwing in de wind geslagen dan waren zij onherroepeüjk in de woeste golven omgekomen. De boerderij (en die stond heel stevig op zijn vesten) is namelijk in zijn geheel in een enorm spoelgat verdwenen toen de Buitendijk het ook op die plaats had begeven. Op een bepaald moment zag ik van de
hele boerderij niets meer", verklaarde Ger en haar man Piet vulde aan, dat op slechts dertig meter van de stee een oud wagenhuis stond dat gewoon overeind is blijven staan.
Een hachelijke situatie deed zich voor bij Bram van Bram Volaart die gehuwd was met Maria van Putten. Zij hadden twee kinderen. Marie en Bram. Het hele gezin was naar de zolder van hun woning gevlucht maar zaten zelfs daar niet veiUg genoeg.
Het is onvoorstelbaar wat er zich allemaal afspeelde in het Battenoordse. Alle vier personen bij Volaart moesten door het dakraam kruipen en zich midden in een storm van zo'n 70 km per uur op het dak plaatsnemen. Eerst had Bram een gedeelte van de pan
Eerst had Bram een gedeelte van de pannen van het dak gegooid zodat de anderen zich vast konden grijpen aan niets anders dan wat magere panlatten die tevoorschijn waren gekomen. De hele omgeving die in een ruwe zee veranderd was, was voor iedereen totaal onherkenbaar geworden. De woning van Bram Volaart stortte in en het dak werd met het hele gezin door de golven opgenomen. Het onbestuurbare geheel dat gelukkig slechts korte tijd als vlot moest dienen, dreef naar de dijk toe waar de volkomen onthutste famiüe zich op wonderüjke wijze kon redden! De afstand van de geheel vernielde woning tot aan de dijk toe bedroeg slechts vijftig meter. De Volaarts waren buren van Piet en Ger de Gast.
Een vreselijk lot moest het gezin van Jan de Jong ondergaan. Hij woonde op Battenoord 12. Jan de Jong was gehuwd met Gijsje Kreeft. Ze waren in het gelukkige bezit van drie kinderen, alle drie meisjes. Hun namen waren: Willempje Adriaantje zeven jaar, Adriaantje Willempje zes jaar en Jannie slechts twee jaar. De moeder en de kinderen kwamen om in de briesende storm en een kolkende zee...
Johan de Jong met zijn vrouw Aagje waren op tijd kunnen vluchten en kwamen terecht in het polderhuis bij Luchtenburg. De volgende dag ging Ger de Gast daar even een kijkje nemen. Toen zij daar was, huilde de baby van de familie De Jong (hij heette Jan) verschrikkelijk erg. Hij schreeuwde van de honger maar wat er te drinken was, was alleen maar zeewater. En zeewater smaakt zout want zoete zeeën zijn er niet. Het moet voor moeder Aagje toch wel heel erg zwaar geweest zijn om je eigen kind niet te kunnen voeden terwijl het zo'n honger heeft. Op Battenoord woonde ook Simon van der Valk. Hij was gehuwd met Cornelia Kalle. Zij hadden twee kinderen die reeds waren gehuwd. Zij bleven ongedeerd. ' Maar geheel anders verliep het met Arend van der Valk. Hij was gehuwd met Francina Koote. Zij hadden een dochtertje van bijna acht jaar. Moeder en dochter behoorden tot de vele slachtoffers die de Ramp heeft geëist.
In het vorige verhaal van Battenoord stond vermeld dat Jan van Zielst met een kind op een drijvende zolder langs het boerderijtje van Henk Jan Vreeswijk voorbij spoelde. Jan van Zielst was gehuwd met Jacoba Hartog. Zij hadden drie kinderen, twee dochters die tijdens de Ramp niet thuis waren en een zoon. Jan. Helaas is de moeder van de zolder gevallen en met de krachtige stroom van het water meegesleurd met het noodlottig gevolg dat zovele andere vrouwen heeft getroffen. Vader Van Zielst met zijn zoontje spoelden tegen een hooi- of stroklamp aan en konen zich daar in veiligheid brengen. Het ene tafereel was nog verschrikders De Gast niet meer dan twee personen mee op het goed in elkaar getimmerde vlot. Verder Thomas de Gast, gehuwd met Lientje Hartog.
Ook Piet Gebuis werd 'gehaald'. Toen ze bij de dijk voet aan wal zetten, was de eerste vraag die Piet Gebuis aan Piet de Gast stelde: "Piet, hoeveul geld krieg je van mien?" waarop de andere Piet repliceerde: "Jae mar Piet, 't is gêên veerdienst!"
Daarop vertrok het vlot weer naar het volgende adres. Die adressen kenden de gebroeders De Gast op hun duimpje zodat niemand werd vergeten die nog ergens op een zolder of op een dak zou kunnen verblijven. Konden zij toen gaan rusten? Of gaan slapen? Drie dagen en drie nachten heeft Piet
Drie dagen en drie nachten heeft Piet 'lopen sjouwen'. Hij liep in die tijd eigenlijk voortdurend in natte kleren rond. Urenlang doorstond hij het koude zeewater. Op een gegeven moment zat er zelfs bloed in zijn urine. Maar de sterke keiijker dan het andere.
Ook het gezin van Rens van den Ouden werd zwaar getroffen. Rens van den Ouden was gehuwd met Lena Maria Both. Zij hadden twee jongens. Jan en Cor. De moeder met Cor werden op Battenoord per auto opgehaald om naar het veiliger Nieuwe Tonge te worden gebracht, maar zij zijn onderweg door het water overvallen en verdronken jammerlijk. De moeder was 32 jaar en de kleine Cor tweeëneenhalf jaar.
Is het wel met een pen te beschrijven wat daar allemaal op Battenoord heeft plaatsgevonden? Eenzelfde geval als dat van de familie
Eenzelfde geval als dat van de familie Van den Ouden betrof het gezin van Willem Bruggeman. Willem Bruggeman was gehuwd met Maria Jansen. Zij hadden zes kinderen, allemaal jongens. De ouders en de jongens, Marinus zes jaar, Johannes Willem vijfjaar en Comeüs twee jaar zijn allen in het donker verdronken. De grotere jongens uit dat gezin, Hans, Andries en Piet Bruggeman hebben de Ramp overleefd. Andries Bruggeman werd later een bekende persoonUjkheid als beheerder van Ons Dorpshuis aan het Korteweegje van Nieuwe Tonge.
Achteraf kan men stellen dat deze goed bedoelde aktie om de mensen te evacueren te laat op gang is gekomen. Achteraf kan men gemakkeüjk zeggen: "de dijken waren te laag en te zwak". Achteraf is het makkelijk praten!
Arie de Gast woonde op de Kaai. Hij was gehuwd met Jannetje Boelhouwer, een schippersdochter. Zij hadden twee dochters Hennie en Nella. Na de ramp kregen zij een zoon. Hij werd Piet genoemd. De vrouw was dus van schippersafkomst maar helaas in de haven van Battenoord lag tijdens de Ramp geen enkel schip en dientengevolge konden de mannen niet de beschikking krijgen over een roeiboot. Dat was schrijnend. Want hoe moesten op die zondagochtend, als het licht zou worden de mensen uit hun volkomen in het water staande woningen worden gehaald? Die gedachten kwamen bij de mannen al naar boven toen het nog donker was.
NOG VOLLER Er kon geen mens meer bij I En toch
Er kon geen mens meer bij I En toch moest het. Deze situatie deed zich voor op het eens zo lieflijke Battenoord. Jan de Gast, gehuwd met Johanna van den Ouden, vonden bij Willem de Gast onderdak.
Willem de Gast, gehuwd met Sietje van Brussel met hun dochter Hendrica kregen hetzelfde dak boven hun hoofd. Er woonden op Battenoord wel acht famiües met de naam De Gast. Maar hoe ze allemaal ook mochten heten, zij leefden als broeders en zusters van hetzelfde huis.
EERSTE HULP
Piet en Willem de Gast hadden geen oog dicht gedaan in die eerste onvergetelijke Rampnacht. En dat zouden zij de eerstvolgende drie nachten eveimiin doen. Zondagochtend 1 februari 1953, op het tijdstip dat het ging dagen, timmerden de beide broers een vlot in elkaar. Het vlot zal zo'n l'A bij 3 meter zijn geweest. Met polsstokken moesten zij zich voortbewegen. De wild tekeer gaande golven zorgden binnen de minuut dat de mannen zeker tot hun middel kletsnat werden. Nee, ze gingen niet terug. Ze zetten koers naar het huis van Klaas Gebuis die met zijn zuster Hesje samen woonde. Zij waren ongehuwd. Die twee mensen werden het eerst naar de dijk gebracht. De ene vaart na de andere werd uitgevoerd onder erbarmelijke omstandigheden. Hun oom Piet de Gast met zijn vrouw Hendrika van Zielst werden vervolgens naar de dijk gebracht. Ook een drietal kinderen van De Gast, Telkens namen de gebroeman wist niet van ophouden. Na drie dagen kreeg hij het eeste kopje koffie! Dat was uit handen van een soldate van Het Leger des Heils en vraag niet waar dat was. Met zijn verwonde handen dronk Piet het uit en leek daarbij te ontwaken uit een bittere roes'van pure ellende. In Battenoord kon men niet blijven. Er was geen eten en geen drinken. Ook zij zijn over het gors en de slikken naar Herkingen vertrokken. Piet, Ger en het kleine, zieke meisje Teuntje kwamen eerst in Dirksland terecht en daarna werden zij geëvacueerd naar Vlaardingen. Maar Piet mocht van burgemeester Van Hofwegen Battenoord niet verlaten. Piet de Gast was bovendien lid van de Vrijwillige Brandweer van Nieuwe Tonge.
Alleen met de zondag kon Piet gediurende de evacuatieperiode bij zijn vrouw en kind in Vlaardingen zijn.
Van het ene karwei ging het naar het andere, maar het moeilijkste werk moest nog komen. Er werd een Bergingsploeg samengesteld om de tientallen vermiste personen te gaan zoeken. Op de meest onverwachte plaatsen in de polders konden de vermoedelijke slachtoffers worden aangetroffen.
Piet de Gast, Jan Hoogstraten, Jan van Horssen, Leen Kabos en Huib Visser, allen uit Nieuwe Tonge, werden bij deze Bergingsploeg ingedeeld. ledere dag trokken zij erop uit. Steeds onder begeleiding van een lid van de Rijkspolitie. Ze droegen uiteraard lieslaarzen en sjokten hele dagen door de modderige en nog geheel onder water staande polders. Het eerste slachtoffertje van de Ramp had Piet de Gast reeds op die zondagochtend op Battenoord aangetroffen. Dat was één van de drie dochtertjes van Jan de Jong en Gijsje Kreeft.
Maar nu werd er elke dag gezocht. De mannen van de Bergingsdienst troffen de slachtoffers aan in een niet te omschrijven staat. Het zoeken duurde geen dagen, geen weken, nee, het zoeken ging maandenlang duren, dus ook in de zomermaanden van het jaar 1953!
Elk gevonden slachtoffer werd op een brancard naar de dijk gebracht en vandaar werd het stoffelijk overschot naar Nieuwe Tonge vervoerd. Alle slachtoffers werden, na geïdentificeerd te zijn, voorlopig op de Algemene Begraafplaats te Dirksland begraven.
Piet de Gast herinnerde zich bij zevenenzeventig slachtoffers die in de modder waren aangetroffen aanwezig te zijn geweest. De zeer gehavende polders rondom Nieuwe Tonge was hun werkgebied. De mannen moesten zich elke avond goed wassen en ontsmetten. Dat gebeurde in het baarhuisje op de Algemene Begraafplaats van Nieuwe Tonge. Wie voorzag deze mensen van de avondmaaltijd?
Die maaltijd moest in de gaarkeuken te MiddelhaiTiis worden genuttigd. Dan weer kwamen zij om zeven uur 's avonds aan, dan weer was het acht uur en soms zelfs pas om negen uur. Verreweg de meeste keren was het warme eten al op of slechts mondjesmaat voorradig. Daarin kwam pas verbetering toen begin april in het Oudemaimenhuis aan de Molendijk te Nieuwe Tonge ook een gaarkeuken werd opengesteld.
Na ongeveer acht maanden keerde Ger de Gast met haar dochtertje terug naar Battenoord. Een aannemer uit Vlaardingen en timmerman Piet van den Tol uit Dirksland hebben hun huisje op Battenoord herbouwd. Thans woont Piet en Ger in Nieuwe Tonge en iedere lezer zal hun de rust, waarvan zij nu genieten, met dankbaarheid gunnen. (wordt vervolgd)
D. Hoogzand
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 2002
Eilanden-Nieuws | 12 Pagina's