Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Libanon, eens het Parijs van het Midden-Oosten (1)

Bekijk het origineel

Libanon, eens het Parijs van het Midden-Oosten (1)

23 minuten leestijd

Libanon is maar een klein landje, een republiek, ontstaan in 1920, na de eerste Wereldoorlog. Het is militair zwak, in naam onafhankelijk, maar het zit in feite onder de duim van Syrië. Het belangrijkste deel van het land is de 225 km lange kuststrook langs de Middellandse Zee. Daarachter ligt een berglandschap met daartussen niet al te grote dalen. Dit gebergte strekt zich uit naar het oosten en bereikt in de Libanon en de Anti-Libanon een aanzienlijke hoogte. De grens met Israël is 79 kilometer, die met Syrië 375 kilometer lang. Het land telt - afgezien van de vele illegale Syrische gastarbeiders - 3.700.000 inwoners. Ongeveer 25 procent van de bevolking is christen, het merendeel is moslim, overwegend shi'iet. De officiële taal is Arabisch. Ook wordt er veel Frans en Engels gesproken. Het landschap is tamelijk groen, vergeleken bij dat van de omliggende landen. In de winter valt op de hogere plaatsen, waar de mooie en unieke ceders groeien, sneeuw. Verreweg het grootste deel van de activiteiten speelt zich af in de smalle dichtbevolkte kustzone. AI sinds oude tijden vormt deze noord-zuidstrook een belangrijke doorgangsweg, hetzij naar het zuiden, hetzij naar het noorden.

De oudste bewoners waren de Phoeniciërs, een uitermate ondernemend volk van zeevaarders en kooplieden. Ze vonden hier voor hun schepen prima havens. Vanuit de havensteden - die elk voor zich koninkrijkjes waren - zwermden ze uit over de Middellandse Zee. Ze hebben heel wat kuststeden in Italië en Spanje gesticht. En ook in Noord-Afrika waren ze erg actief. De grote stad Carthago (in het huidige Tunesië) kwam er dankzij de Phoeniciërs. Deze stad ontwikkelde zich tot de grootste concurrent en tegenstander van Rome. Toen de macht van de Phoeniciërs gebroken was, speelde Libanon een meer bescheiden rol, ook al bleef het een belangrijk doorvoerland. In de Middeleeuwen werd het land veroverd door de kruisvaarders. Komend vanuit Antiochië, waar ze onder de niet-christenen behoorlijk te keer gegaan waren, trokken ze naar het Heihge Land. Onderweg stichtten ze vestingen en forten om hun route te beschermen. Heel wat van die citadellen zijn nog steeds in Libanon en Israël te vinden. Inmiddels was ook de islam het land binnengevallen. Omstreeks 1500 kwam het hele Nabije Oosten onder de heerschappij van de Turkse sultan, die in Istanboel (het vroegere Constantinopel) resideerde. Libanon werd een deel van zijn rijk. De Eerste Wereldoorlog eindigde met een nederlaag voor Duitsland, dus ook voor zijn Turkse bondgenoot. Daardoor werd het eens zo machtige Ottomaanse Rijk - overeenkomstig het Sykes- Picot-verdrag - in kleine rijkjes opgesplitst. Zo kwamen in 1920 Libanon en Syrië onder Frans en Israël en Jordanië onder Engels mandaat.

Libanon zelfstandig

In 1943 werd Libanon officieel onafhankelijk. Het is naast Israël de enige natie in het Midden-Oosten met een parlementaire regeringsstructuur. De staat ademde vanaf het begin een uitgesproken moderne, West-Europese geest. Het nam daarbij Parijs als voorbeeld. Frans was ook de voertaal in de 'betere kringen'. Beiroet - de hoofdstad - werd de stad van casino's, banken, hotels, cafés en nachtclubs. Hier kwamen goed gesitueerden uit het hele Nabije Oosten om zich te verstrooien. De sneeuw op de bergen maakte 's winters een mondain toerisme aantrekkelijk. Beiroet is ook bekend om zijn beroemde Amerikaanse universiteit, waar in de loop der tijd duizenden professionals uit de omringende landen werden opgeleid. Zij is ontstaan uit een in 1866 door Amerikaanse Presbyteriaanse zendelingen opgerichte onderwijsinstelling. Beiroet was de meest aantrekkelijke stad in het Midden-Oosten op het gebied van de economie enfinanciën,muziek en andere culturele uitingen, totdat Tel Aviv op het toneel verscheen.

Diverse bevolkingsgroepen

De huidige bevolking is zeer gevarieerd. Je vindt binnen de islam twee stromingen: de Soennieten en de Shi'ieten. De Druzen, die in de bergachtige streken leven, vormen een sterke minderheid. En dan is er een belangrijke, invloedrijke groep christenen, die kan bogen op een historie al vanaf de eerste eeuw. Zij behoort overwegend tot de Maronitische kerk. De christenen vormen de meest sprekende vertegenwoordigers van de Europese - vooral Franse - invloed in het land. Er waren tijden dat deze groeperingen in een goede verstandhouding naast elkaar leefden. De christenen vormden aanvankelijk een meerderheid. Toen het land in 1943 volledig onafhankelijk werd, werden in het zogenaamde Nationale Pact de pohtieke en ambtelijke functies tussen christenen en islamieten (soennieten) verdeeld in de verhouding van 6:5. In de loop der tijd nam het aantal islamieten (vooral shi'ieten) ten opzichte van de christenen toe. Drie factoren hebben deze demografische verschuiving veroorzaakt: a) In 1948 vonden duizenden Palestijnse

a) In 1948 vonden duizenden Palestijnse vluchteUngen - die bij het stichten van de staat Israël de wijk genomen hadden - in kampen in Zuid-Libanon een onderkomen;

b) In 1970 kwamen daar ook nog eens de leden van de PLO met hun gezinnen bij, nadat Yasser Arafat een vergeefse poging had ondernomen om koning Hoessein van Jordanië te onttronen. Zijn strijders opereerden vanuit een vluchtelingenkamp. Het kamp werd met artillerievuur bestookt. Arafat en de zijnen werden verbaimen en streken in Zuid-Libanon neer; c) Door de burgeroorlog en de komst van de

c) Door de burgeroorlog en de komst van de Syriers zijn vele duizenden burgers naar andere landen uitgeweken.

Er ontstond een meerderheid van moslims die haar rechten opeiste. Door de aanwezigheid van de Palestijnen (PLO) liepen de spanningen nogal op. Er ontstonden islamitische gevechtsgroepen die zich bij de PLO aansloten. Daardoor raakte de bevolking van Libanon nog meer verdeeld. De christenen hadden het gevoel hun grip op de situatie in Libanon te verhezen,

Libanon uitvalsbasis

In de Zesdaagse oorlog (1967) werden de Arabische legers - Egypte, Syrië en Jordanië - door Israël verpletterend verslagen. Israël kwam in het bezit van de Westelijke Jordaanoever. Oost-Jeruzalem, de Gazastrook en de Sinaï. In de jaren na de Zesdaagse Oorlog werd Libanon de belangrijkste Palestijnse uitvalsbasis voor aanvallen op Noord-Israël. Deze guerrilla-activiteiten werden door Israël beantwoord met beschietingen en bombardementen. De in Libanon neergestreken Palestijnen vormden al gauw goedbewapende groepen, die zich erop voorbereidden Noord- Israël binnen te vallen om zo naar hun oorspronkelijke woonplaats - die van 1948 - te kunnen terugkeren. Ze vormden in het zuiden een soort staatje in de staat, omdat het zwakke onderüng verdeelde Libanese leger botsingen met de zwaarbewapende Palestijnen zoveel mogelijk uit de weg ging. In maart 1978 kwamen bij een Palestijnse aanval op een bus in de buurt van Tel Aviv 35 mensen om het leven. Als reactie hierop bezette Israël een deel van Zuid-Libanon. Bij deze 'Operatie Litani' viel het Palestijnse stellingen aan. Een resolutie van de Veiligheidsraad was het gevolg. Daarin werden de Israëli's opgeroepen zich uit Libanon terug te trekken. Een troepenmacht van de Verenigde Naties (UNI- FIL) moest de vrede in het gebied handhaven. Toen de Israëli's zich tot binnen een aantal kilometers van de grens terugtrokken, gaven zij de controle over het gebied in handen van de christehjke miütie.

Syrië mengt zich in het conflict

In 1976 was Syrië begonnen zich met Libanon te bemoeien, zogenaamd op uitaodiging van de Libanese regering omdat christelijke en islamitische milities elkaar voortdurend bestreden en het land aan de chaos dreigde ten prooi te vallen. Ook omdat Libanon door een vreemde natie - Israël - was bezet. Daarbij komt nog dat de Syriers ervan uitgingen dat Libanon hén toebehoorde. Zo vielen de Syriers - met instemming van de Arabische Liga - met 30.000 soldaten Libanon binnen. Zij legerden zich grotendeels in de Beeka-vallei in het oosten, maar ook in de stad Beiroet, waar de regering zetelde. Eigenlijk was het Syrische leger niets anders dan een verkapt bezettingsleger. Op deze wijze kreeg president Assad van Syrië de touwtjes in handen en zo bleef er van een Libanese soevereiniteit en vrijheid niet veel meer over. De regering te Beiroet was niet meer in staat eigenmachtig beslissingen te nemen. Omdat Syrië steeds meer de kant van de Palestijnse guerrillatroepen koos, duurden de onderünge schermutselingen voort en brak er een burgeroorlog uit, die tot 1991 zou duren. De aanleiding tot die oorlog was een aanval van een christelijke militie op een bus met Palestijnse burgers.

Israël valt aan

De uit Jordanië verdreven Arafat maakte van Zuid-Libanon een terroristenstaat. De PLO ontwikkelde een meedogenloze wreedheid. Afpersing, plundering, moord, verminkingen, ze stonden alle op het programma. De PLO sloeg enorme hoeveelheden wapens op. Aanvallen op Noord-Israël waren aan de orde van de dag. Indringers overvielen IsraëUsche civiele centra, scholen, kinderen en het gastland Libanon deed er niets tegen. In 1982 achtten de PLO-leiders het moment gekomen om de aanval op Israël in te zetten. Ze voerden zware beschietingen uit met modem Russisch langeafstandsgeschut op doelen in het noorden van Israël. Deze terreuractiviteiten werden in de loop van de tijd steeds intensiever. Daarom besloot de Israëhsche regering van premier Begin (met Sharon als minister van Defensie) hen voor te zijn door in Zuid- Libanon een bufferzone in te stellen, de PLOconcentratie in Zuid-West-Libanon te omsingelen en uit te schakelen. Deze militaire onderneming verliep aanvankeUjk goed. Maar toen de hoofdpersonen van de PLO zich in de hoofdstad Beiroet in veiligheid brachten, rees bij Israël de vraag of het moest doorgaan of terugkeren. Een aanslag op de Israëhsche ambassadeur in Londen, Shlomo Argov, bracht de besüssing. Het Israëlische leger stootte door naar Beiroet. Israëlische gevechtsvliegtuigen vielen het hoofdkwartier van Arafat in Beiroet aan. Een grote hoeveelheid oorlogsmateriaal van de PLO werd vernietigd. En zo werden Arafat en zijn handlangers uit Libanon verdreven en werd Libanon van de PLO bevrijd. Na langdurige onderhandelingen mochten ze onder bescherming van Frankrijk en Italië Libanon verlaten en de meeste wapens meenemen. Ze weken uit naar Tunis. Daar bouwde Arafat een nieuwe PLO op. Daardoor verminderden de PLO-aanvallen op Israëlisch grondgebied. In de plaats daarvan kwamen er evenwel acties van de shi'ietische Amalbeweging en de eveneens shi'ietische pro-Iraanse Hezbollah tegen Israël en het Zuid-Libanese leger.

De Hezbollah

De Hezbollah (Partij van God) is al snel nadat Israël zijn invasie in Libanon was begonnen, door een groep radicale islamitische geestelijken gesticht met de bedoeling om aan de Israëlische bezetting weerstand te bieden. Geïnspireerd door het succes van de Iraanse revolutie - waarbij de Sjah verdreven werd en de ayatollah Khomenei het heft in handen nam - beoogde men het religieus veelkleurige Libanon om te vormen tot een islamitische staat in Iraanse stijl. Later is men zijn strategie wat gaan veranderen. Men is zich gaan richten op de ondergang van de staat Israël, de her-islamisering van het hele Midden-Oosten en het bestrijden van de invloed van de Verenigde Staten. De stelling werd: Palestina behoort de islam toe en Israël heeft geen recht van bestaan. Het heilige land moet worden terugveroverd en de bezetters moeten worden vernietigd. Ze werden hierin met wapens en geld door Iran gesteund. Naast Palestijnse vlaggen zag je weldra ook de geel-groene Hezbollah vlag. Kinderen speelden steeds vaker oorlogje. Omdat de bewoners kunstmatig arm en rechteloos gehouden werden, enkel om ze als politiek drukmiddel tegen Israël te kunnen gebruiken, werden de kampen broeinesten van extremisme. Armoede roept immers geweld op. Palestijnen hepen openhjk met automatische wapens op straat. Overal prijkten portretten van martelaren, die stierven voor de bevrijding van Zuid-Libanon en Palestina. Al jarenlang is Hezbollah het synoniem voor terreur, zelfmoordaanslagen en ontvoeringen. In 1983 voerden zelfmoordenaars een bomaanslag uit die aan 241 Amerikaanse mariniers in Beiroet het leven kostte. De Hezbollah ontwikkelde zich in de ongeveer twintig jaar van haar bestaan tot een beweging van geoefende guerrilla's, van parlementsleden en mensen die meewerkten aan een welfare-programma dat hulp bood aan duizenden behoeftige Libanezen. Dat programma sprak de Shi'ieten erg aan en dat leverde de Hezbollah veel steun op.

Het beoogde doel gemist

De Israëhsche militaire actie had zijn doel - de bescherming van de Noord-Israëlische bevolking - gemist, omdat de samenwerking met het leger van de christen-Libanezen (Falangisten) niet aan de verwachtingen beantwoordde. Een zekere Habib Shartoumi, een gewone jongen uit Oost-Behoet die met valse beloften door de Syrische geheime dienst was misleid, bracht in september 1982 een bom tot ontploffing. Daarbij werd de gekozen, maar nog niet geïnstalleerde maronitische president Bashir Gemayel - zoon van Pierre Gemayel, leider van de christelijke mOitie - gedood. Uit wraak hiervoor en voor de tienduizenden slachtoffers die in de burgeroorlog omgekomen waren, vielen de christelijke mihties onder leiding van Elie Hubeika de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila binnen, waar veel PLÓ-misdadigers van de gevluchte Arafat zaten. Ze gingen daar op een afschuwelijke wijze te keer en brachten maar hefst 460 Palestijnen om het leven. Sharon, de toenmalige Israëhsche minister van Defensie, werd met nog enkele hoge officieren voor deze daad door een commissie ter verantwoording geroepen. Hen werd verweten dat ze dit hadden kunnen voorkomen. Ondertussen woedde de burgeroorlog in alle hevigheid voort. Iedereen vocht tegen iedereen. Nadat de rol van de Palestijnen was uitgespeeld, laaiden er conflicten op tussen Shi'ieten en Soennieten, tussen Shi'ieten en Shi'ieten, tussen Druzen en Maronieten, tussen Maronieten en Maronieten. Even leek het erop dat de christehjke president Aoun de natie wist te verenigen, maar interne twisten binnen het leger en de christelijke milities verlamden zijn strijd tegen Syrië. Daardoor mislukten zijn pogingen de rust te herstellen en de Syriers kwijt te raken.

Het akkoord van Taif

Wel kwamen in 1989 Libanese parlementsleden in Saoedi-Arabië bijeen om het 'Akkoord van Taif te sluiten. Daarmee kwam formeel een eind aan de burgeroorlog. Om de reUgieuze spanningen tussen de verschillende geloofsgemeenschappen weg Ie nemen, werden de machtsverhoudingen tussen de verschillende groeperingen opnieuw vastgelegd. De president zou een Maronitische christen blijven, de premier een moslim (soenniet), evenals de voorzitter van het parlement (shi'iet). De macht van de premier zou aanzienlijk uitgebreid worden ten koste van die van de president. De Nationale Vergadering zou uit 128 leden bestaan, waarvan 64 leden christen en 64 moslim zouden zijn. Met behulp van de Syriers zouden de mihties ontwapend worden. De verdeeldheid onder de christenen gaf de Syriers in Taif een sterke positie. Daardoor kon Syrië in de periode na de burgeroorlog de Libanese overheid dicteren wat ze moest doen. In 1991 kwam er een eind aan de burgeroorlog die 15 jaar had geduurd en die aan 150.000 mensen, voornamelijk christenen, het leven had gekost. Libanon en Syrië besloten hun beleid in pohtieke, mihtaire en economische aangelegenheden op elkaar af te stemmen. Daarmee werd de invloed van Syrië op Libanon nog weer eens bekrachtigd. Dezelfde shi'ieten die zich destijds met de komst van de Israëhërs hadden verzoend omdat zij het land van de Palestijnen kwamen bevrijden, waren nu Israels vijanden geworden. Zij waren het die later vanuit Zuid-Libanon voortdurend dorpen en steden in Noord-Israël bestookten.

Een veiligheidszone

Toen in 1993 de situatie voor de bewoners van Noord-Israël door aanhoudende beschietingen vanuit Libanon opnieuw onhoudbaar werd, besloot premier Rabin tot een harde actie over te gaan. Israël viel opnieuw Zuid- Libanon binnen, stelde een veihgheidszone in enrichttezich tegen de fanatieke islamitische terreurgroep Hezbollah, die door Syrië en vooral ook door Iran gesteund en bewapend werd. De meeste Libanezen beschouwden de inval van Israël als een wederrechtehjke bezetting van hun gebied. Velen van hen vluchtten naar het noorden. Rabin was ervan uitgegaan dat deze vluchtelingen op de regering zoveel druk zouden uitoefenen dat deze de Hezbollah het zwijgen zou opleggen. Dat gebeurde niet. Een deel van de plaatsehjke bevolking sloot zich aan bij de opererende terreurgroepen. Ze bestookten burgers in Noord-Israël met de beruchte katjusha-raketten en heten voortdurend Israëhsche soldaten binnen de veihgheidszone in een hinderlaag lopen. Tegen deze terreur kon zelfs een sterk leger als dat van Israël nauwelijks wat uitrichten. Het zwakke Libanese leger zag helemaal geen kans er iets tegen te doen. De Arabische landen, met Syrië voorop,richttenzich fel tegen de Israëlische agressie. Israël staakte de strijd, maar de incidenten gingen door. Daardoor ontstond er in Israël een anti-oorlogsstemming. Het bleek evenwel makkelijker om Libanon binnen te vallen, dan er weer uit te komen.

Hariri wordt premier

In 1992 vonden in Libanon na 20 jaar weer parlementsverkiezingen plaats. Deze werden door de christenen geboycot vanwege 'de voortdurende aanwezigheid van Syrische troepen en omdat ze ervan overtuigd waren dat de verkiezingen geen eerlijk verloop zouden hebben. De multi-miljonair Rafiq Hariri werd tot premier gekozen. Hij startte een ambitieus wederopbouwprogramma, dat zich sterk op het herstel van Beiroet richtte. Aanvankelijk kwam de economie tot bloei, maar toen deze instortte, trad Hariri af.

Israël grijpt in

In het vooijaar van 1996 voerde de Hezbollah zijn aanvallen op de IsraëUsche soldaten in de veihgheidszone en op de stad Kiryat Shemonah verder op. De meeste burgers van die stad en omgeving werden geëvacueerd, en zij die bleven, leefden weken aan een stuk in schuilkelders. In twee weken schoot de Hezbollah 700 raketten op Noord-Israël af en richtte zo een enorme schade aan. De Israëhsche regering die zich verantwoordeüjk achtte voor de veiUgheid van haar burgers kon deze aanvallen niet onbeantwoord laten. Uit oogpunt van zelfverdediging tegenover de terteur van de Hezbollah, die gesteund werd door een deel van de Libanese bevolking, door Syrië, maar vooral ook door Iran, werd de bevolking van Libanon opgeroepen haar huizen te verlaten. Opnieuw kwam een stroom van vluchtelingen op weg naar Beiroet op gang. Zware bombardementen werden uitgevoerd. Niet alle burgers hadden Zuid-Libanon verlaten. Er waren er die dekking zochten in UNlFlL-kampen. Vlak naast zo'n basis van de VN-vredesmacht schoot de Hezbollah katjusha's af. Israël beantwoordde dit vuren. Bij een fatale tegenaanval van het Israëhsche leger werden op een keer üi Kfar Kana meer dan 100 Libanezen gedood die in deze VN-basis dekking hadden gezocht. Vanuit de hele wereld werd gereageerd. Vooral de Wereldraad van Kerken liet zich niet onbetuigd. Deze organisatie leverde weer eens een sterk staaltje van selectieve verontwaardiging. Men vergat dat Israël ook recht had op zelfverdediging. En dat de Hezbollah de agressor was. Israël doet niets meer dan zich verdedigen tegen groeperingen en volken die in woord en daad uit zijn op de vernietiging van de Joodse staat. Het probleem was echter dat de Hezbollah de burgerbevolking als schild gebruikte door het UNIFIL-kamp te misbruiken als uitvalsbasis voor zijn agressie. Ondertussen bleef Iran de Hezbollah van wapens voorzien. De katjusha-aanvallen bleven doorgaan en de Verenigde Naties stonden machteloos.

Israël trekt zich terug

Hariri was in 1998 opgevolgd door Salim al- Hoss. Deze slaagde er niet in Libanon uit de economische problemen te halen. De parlementsverkiezingen van 2000 leverden daarom opnieuw een glansrijke overwinning voor Hariri op. Maar er was nóg een winnaar: de Hezbollah. Dat had zijn reden. In mei 2000 had premier Barak besloten het Israëhsche leger vanuit Zuid-Libanon binnen de eigen grenzen terug te trekken. Hij deed dat omdat de bezetting zowel in financieel opzicht als vanwege het verhes aan manschappen een kostbare zaak was. Ook wilde hij duidehjk maken dat een bezetting van het land door Syrië na het terugtrekken van de Israëhsche troepen niet langer te rechtvaardigen was. Het vertrek van de Israëlische troepen werd in Libanon echter gezien als een verdienste van de mihtaire tak van de Hezbollah. Het beschieten van Israëlische steden en het in hinderlaag lokken van Israëhsche soldaten had effect gehad, zo concludeerde men. Vandaar de winst bij de verkiezingen. De Hezbollah maakt nog steeds aanspraak op een minimaal klein gebied, met name de Sheebafarms, oftewel het Har-Dovgebied. Daarom zeggen ze de strijd te zullen voortzetten ondanks dat de Verenigde Naties toegeven dat Israël zich achter de grens tussen beide landen heeft teruggetrokken. Van een matiging van de Hezbollah - waarop Israël gehoopt had - is nauwelijks sprake. Ze pocht dat ze erin geslaagd is de zionisten door een gewapende strijd te verdrijven en zij vormt een inspiratiebron voor de Palestijnen in hun strijd voor de bevrijding van de 'bezette gebieden'. De haat van de Hezbollah ten opzichte van Israël is nog even groot. En de pro-Syrische regering bleef de beweging ruim baan bieden om Noord-Israël te blijven beschieten. De Hezbollah bouwde een reusachtige artilleriestelling. Er staan nu 122-millimeterraketten met chemische wapenkoppen op Israël gericht, die een reikwijdte hebben van 70 kilometer en Haifa kunnen bestoken. Het Hezbollahleger staat klaar om mee te werken aan de vemietiguig van Israël als het juiste moment gekomen is. Dat wordt openlijk door Hassan Nasrallah, de secretarisgeneraal van de Hezbollah, verkondigd. Hij beweert dat er een belofte van Allah bestaat dat Israël van de rivier (Jordaan) tot aan de zee (Middellandse Zee) zal worden vernietigd. Hij zegt zelfs dat de beloofde verlosser van de shi'ieten - de zogenaamde 'mehdi' - terugkomt als Jeruzalem bevrijd is. Palestina is Arabisch land!

Syrië bleef

Toen Israël zich in 2000 voUedig uit Libanon terugtrok, bleef Syrië waar het was. Het legde zijn wil op aan het Libanese volk op, het bezette en verdeelde de enige Arabische natie die in de afgelopen eeuw de vrijheid heeft gekend en slaagde erin een vredelievend land te veranderen in een luilekkerland voor terreuractiviteiten en een opleidingskamp voor terroristen. Er worden nu zomerkampen voor schoheren georganiseerd door de terreurgroepen Hamas en Jihad. Veel van die kampen zijn naar zelfmoordenaars genoemd. Op het dagprogramma staan schietoefeningen, gevechtstechnieken, parades en marsen. Na afloop krijgen de jongelui een diploma van in uniformen geklede HezboUah-mihties. De Hezbollah legt zich niet neer bij het bestaan van Israël. Ze wil met Israël alleen maar onderhandelen over een uitwisseling van gevangenen en stoffeUjke overschotten. Daarvoor moeten de IsraëU's dan wel een heel hoge prijs betalen. In maart 2004 werden een zakenman en de Ujken van drie soldaten geruild tegen 401 Palestijnse en 23 Libanese gevangenen. De HezboUah voelt zich sterk betrokken bij de Palestijnse zaak en zegt openlijk bereid te zijn een tweede front te openen om de intifada te steimen. Ze is bezig cellen te vormen onder de Israëhsche Arabieren, die niet los staan van de tweede intifada. In een verklaring die de voorzitter van de defensiecommissie van het Israëlische parlement op 23 februari 2004 aflegde, bleek dat de HezboUah een bonus van honderden dollars verstrekt voor iedere Israëhsche dode bij Palestijnse zelfinoordaanslagen. Als de EU werkeÜjk bezig is een strijd tegen het tertorisme te voeren dan dient - volgens de Europarlementariër Bas Belder - de HezboUah onverwijld te worden opgenomen op de hjst van terroristische organisaties en zal de Libanese regering haar gezag over het land te hebben laten gelden, als ze daar überhaupt nog toe in staat is. Hariri stapte m oktober 2004 op na een machtsstrijd met de Syrische president Bashar el-Assad. Het conflict hep over de pohtieke en militaire invloed van Syrië in Libanon. Een jaar nadat m 1975 de burgeroorlog in Libanon was uitgebroken, waren de Syrische troepen het land birmengekomen. Hariri was erop uit de invloed van de Syriers te verminderen en overwoog het bij de verkiezingen van mei 2005 op te nemen tegen Karami. In oktober 2004riepende Verenigde Naties in resolutie 1559 de Syriers op zich uit Libanon terug te trekken en zich niet langer met Libanese zaken te bemoeien.

Libanezen in opstand

Op 14 februari 2005 werd ex-premier Rafiq Hariri bij een bomaanslag samen met nog 19 andere mensen in Beiroet om het leven gebracht. De populaire Hariri was de stuwende kracht bij de naoorlogse wederopbouw van Libanon. Ook was hij een van de smwende krachten geweest achter de opstelling van VNresolutie 1559, waarin Syrië werd verplicht zich uit Syrië terug te trekken. Door die moord zijn de spanningen in Libanon hoog opgelopen. Vrijwel alle Libanese partijen hebben elkaar gevonden. AUeen de shi'ietische tak - de door Syrië gesteimde partij HezboUah - laat het afweten. De chef van de HezboUah, Hassan NasraUah, sprak zich in feUe bewoordingen uit tegen een directe en volledige temgtrekking van de Syrische miütairen. "Zolang er sprake is van een oorlog met Israël staan we achter Syrië", zei hij. Vele duizenden Libanezen kwamen in verzet tegen de pro-Syrische Libanese regering van premier Omar Karami. Zij zijn ervan overtuigd dat Syrië achter de aanslag zit, ook al ontkent Damascus in alle toonaarden iets met de aanslag te maken te hebben. De demonstranten eisen het vertrek van de regering. Zij verzamelden zich op het plein voor de moskee waar het hchaam van Hariri is bijgezet. Door het dragen van een rood-witte sjaal gaven ze te kennen dat de onafhankelijkheidsopstand begonnen is en ze zeggen ermee door te gaan totdat de laatste van de 14000 Syrische soldaten het land uit is én totdat de dader van de moord bekend is. Een team van de Verenigde Naties zal üi Libanon de zaak gaan onderzoeken. De oppositie eiste dat het parlement over de moord en over de simatie die daardoor is ontstaan zou debatteren. De pro-Syrische parlementsvoorzitter Nabih Berri had ermee ingestemd, maar zo ver is het niet meer gekomen. De Libanese premier Omar Karami diende het ontslag van zijn kabinet in. Zijn besluit werd door de vele duizenden demonstraten met groot gejuich ontvangen. Ook in Syrië wordt actie gevoerd over de terugtrekking van de troepen. Meer dan zestig inteUectuelen en mensenrechtenactivisten ondersteunen de eisen van de Libanese oppositie.

Gaat Syrië uit Libanon weg?

President Assad van Syrië heeft zich bereid verklaard de Syrische troepen binnen enkele maanden terug te trekken. In het Taifakkoord van 1989, dat een eind maakte aan de burgeroorlog in Libanon, was bepaald dat Syrië binnen twee jaar met het terugtrekken van de troepen zou gaan beginnen. Er was evenwel niet bepaald wanneer die terugtrekking voltooid moest zijn. Wel is het aantal van 30.000 naar 14.000 teruggebracht. Het ziet ernaar uit dat Syrië onder zware internationale druk van Frankrijk, de Verenigde Staten en zelfs van Egypte en Saoedi-Arabië zijn soldaten die nog in Libanon zijn, zal gaan terugtrekken. Basher el-Asad - die de hardheid en het charisma van zijn vader mist - heeft dat al enkele malen toegezegd. Of hij zijn belofte zal nakomen, zal de tijd leren. Zeker is dat - aUeen door de toezegging al - het imago van de regering Assad een forse deuk heeft opgelopen. Het zal als een teken van zwakte worden opgevat. Ook zal het voor de Syrische economie enorme gevolgen hebben. De Libanezen zullen geen genoegen nemen met het vertrek van de 14000 Syrische soldaten alleen, maar ze zullen eisen dat ook de honderdduizenden Syrische arbeiders, die in Libanon werken, het land zullen verlaten. Bovendien wiUen ze een eind maken aan de hegemonie van de mukhabarat, de Syrische geheime dienst. Om dat te bereiken, moeten de stromannen van Syrië op hoge posten bij de poUtie en in het leger opstappen. Het vertrek van al die Syrische gastarbeiders zal het schrikbarend hoge aantal werklozen in Syrië nog aanmerkelijk doen stijgen. Ook had Syrië een niet onbelangrijk aandeel in winstgevende Libanese bedrijven en instellingen. Dat zal eveneens verleden tijd zijn. Voor de Libanese economie zal dat echter een geweldige impuls betekenen. Volgens de laatste berichten heeft Syrië zijn troepen die rond Beiroet lagen al teruggetrokken. De V.N.-Veiligheidsraad eist dat Assad met een gefaseerd terugtrekkingsplan komt. En dan nu maar hopen dat de mteme tegenstellingen tussen de reügieuze groepen zich weer niet zullen verscherpen! Het gevaar is levensgroot aanwezig. De oppositie en de regeringsgezinden staan diametraal tegenover elkaar. Hoe gemakkelijk kan dit leiden tot een gewapend conflict en kan Libanon veranderen in een tweede Irak met iedere dag explosies en veel slachtoffers. Zowel de HezboUah als Syrië deinzen voor dit soort middelen niet terug. Ondertussen duurt de crisis voort. Karami, die voorzitter was van het pro-Syrische kabinet, dat pas is afgetreden, heeft opdracht gekregen een nieuwe regering te vormen. Dat gebeurde op advies van het parlement, waar de meerderheid pro-Syrisch is. De oppositie is met 43 van de 128 zetels in het parlement vertegenwoordigd. Karami weet zich ook nog gesteund door de HezboUah, die m Beiroet een pro-Syrische tegendemonstratie georganiseerd had, waaraan vele duizenden hebben deelgenomen. Hij wU proberen een kabinet van nationale eenheid te vormen, waarin ook ministers van de oppositie zitting hebben. Hij zei op te zuUen stappen als zijn benoeming een obstakel zou blijken te zijn. De oppositie verwierp zijn herbenoemding al voordat deze officieel bekend gemaakt was. Ze gaat ervan uit dat ze door Syrië is ingefluisterd. Ze noemde het een stap die de oppositie tart. Karami het weten niet optimistische te zijn over zijn kans het tot een goed eind te brengen.

vH

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 maart 2005

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Libanon, eens het Parijs van het Midden-Oosten (1)

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 maart 2005

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's