In zijn arm de lammeren
Fransje komt langzaam weer tot bewustzijn. .Ais moeder hem vraagt of hij pijn heeft, schudt hij zijn hoofd. Maar als hij wil gaan zitten komt er een pijnlijke trek op zijn gezicht en hij laat zich meteen weer in 't kussen vallen. Moeder zegt dal hij dat vooral niet doen moet, omdat de grote snee in zijn buik, die de dokter weer heeft toegenaaid, alleen kan helen als hij absoluut stilt blijft liggen. Fransjes oog valt weer op het beeld
Fransjes oog valt weer op het beeldje aan de wand. Wien ist dat? wil hij weten. Het is een of andere heilige van de roomsen, zegt vader, maar welke weet hij niet. Fransje neemt zich voor dat als hij die vriendelijke zuster Maria weer ziet, hij het haar eens zal vragen.
Eindelijk breekt dan het ogenblik aan waar moeder zo tegenop gezien heeft. Voorzichtig bereidt ze Fransje er op voor dat zij weer naar huis moeten, terwijl hij hier nog een paar nachtjes moet blijven. Zijn gezicht betrekt helemaal. Hij kan toch wel weer in Maria's bedstee slapen? Nee, eerst inoet die grote snee in zijn buik genezen zijn. Hij zou toch niet willen dat die weer open zou gaan, als vader hem droeg? Dat zou verschrikkelijk zijn. want dan zou hij wel dood kunnen bloeden. Trouwens, de dokter en de zusters moeten een oogje op hem houden, want die welen precies wal ze moeten doen als er iets niet in orde is, en dat weten gewone mensen zoals vader en moeder niet.
Hoe lang moet hij hier dan wel blijven? \in komen zij dan pas terug als ze hem weer mee naar huis kunnen nemen? Vader belooft dat moeder hem morgen weer zal komen bezoeken, en hij zaterdag. En misschien komt Maria of Bram hein ook wel opzoeken. Zullen we dat doen? Ja, dat moet dan maar. Maar dan kan hij zondag ook niet naar de kerk als dominee Kok er is! Ja, daar is niets aan te doen. Maar ze zullen de dominee laten weten dat Fransje in het ziekenhuis'ligt. dan kan die zondag in de kerk voor hem bidden. En ook zij zullen de Heere vragen hem gauw weer beter te maken.
Fransje heeft een eig onrustige nacht. Een zuster houdt de hele nacht de wacht bij zijn bed. En de dokters houden hem nauwlettend in de gaten. Hij heeft nog steeds koorts, hoewel dat op zichzelf niet alarmerend is. De zuster konstateert een geringe pusafscheiding. wat zowel een goed als een slecht teken kan zijn. Dat hangt er v an af hoeveel etter er zich in zijn buikholte vormt.
De volgende morgen komt zuster Maria weer op de zaal. Ze gaal eerst en vooral naar Fransje kijken. Ze wast zijn gezicht en handen en vraagt of hij lekker geslapen heeft. Hij knikt. Hij is blij haar te zien. al kan ze dan de plaats van rnoeder niet innemen. Hij wijst naar het heiligenbeeldje en vraagt wie dat is. O, dat is den heiligen Franciscus van Assisi. Wie is dat? O, dat was zo een goeien mens. Die leefde honderden jaren geleden, en die deed zoveul goed. Waarom zitten al die vogels op zijn arm en schouders en hoofd? O, daar hield hij zoveul van. Dat waren zijne vriendjes. Daar praatte hij mee en daar preekte hij teugen.
Was hij dan een dotuince? Zuster Maria aarzelt even. Ze kijkt hem aan en zegt dan: ja, zoiets. Dan zegt ze \errast: Wete gij wel, Fraanske, da gij naar dien mens veinoemd zijt? Die heette Fianciscus, en gij heet Fraanske. Da klopt percies. Houde gij ook veil! van veiigelkes?
Daar kan Fransje met een hartgrondig ja op antwomden. Maar die magere man in zijn lange bruine kleed preekte tot de vogels. Dacht hij dan dat die een ziel hadden? Hij kijkt het beeldje er wantiouwig op aan. Zuster Maria vervolgt: Den heiligen Franciscus houdt ook veul van kleine jonkskes. Cie mot maar aan hem vrage of hij ook voor jou bidde wil da ge gauw beter mag worre.
Mae jie zei toch at 'n allaank doad is? Dan kant 'n me toch zekei ginièns oaren! Bid jie dan tegen die man? Ja, de zuster moet toegeven dat /e dat doet. Haar orde is naar hem genoemd, dus is hij haar beschermheilige.
De blik die Fransje haar toewerpt houdt een mengsel van vet bazing, teleurstelling, medelijden, en toorn in. Hij windt zich op en zegt scherp: Mae jie mag tegen gin doaie mensen bidden. Dat wilt 'n lère volstrekt nie aen. Je mag alliènig mae tegen den lère bidden. En je mag ok gin beelden maeken. Dat wilt 'n lère ok nie aen. Je mè mae gauw an den lère vraegen of at 'N je 'n nieuw arte w il geven en of at 'N 't je vergeven wilt da je tegen beelden ebid eit. En a je 't euswaer miènt, en der spiet van eit, dan mag je laeter toch nog bie Z'n in 'n emel kommen.
Fransje heeft moeders lessen goed geleerd. Hij herhaalt bijna woordelijk wat die hem maanden geleden leeds verteld heeft, en gebruikt daarbij zelfs het woord 'volstrekt', dat hii anders nooit gebruikt omdat dat een gioteniensenwoord is.
Maar nu is het zuster Maria's beurt om hem stomverbaasd aan te kijken. Is dat ventje een verdoemelijke kleine ketter of... of... een heilige in zakformaat? Ze heeft nog nooit zulke taal gehoord, en zeker niet uit de mond van een kind. De verbazing in haa"' ogen maakt langzaam plaats voor een blik die hij al zo vaak in moeders ogen gezien heeft, als hij haar veidriet aangedaan had. Hii lieeft er spijt van dat hij haar zoeven gekwetst heeft. Daarom zegt hij vergoelijkend: Ik za wè voe je bidden tegen den lère.
Ik za wè voe je bidden tegen den lère. En a je'r euswaer spiet van eit, dan mag je toch Z'n kind wezen - en laeter bie Z'n in 'n emel kommen, herhaalt hij met nadruk en op veel inilder toon.
Dan doet de zuster iets dat beslist tegen de regels van haar orde en die van het ziekenhuis is ze buigt zich schielijk over zijn bed en drukt een tedere kus op zijn voorhoofd. Ei staan zowaar tranen in haar ogen. En ik zal voor jou bidde, fluistert ze. Teugen ons lief Eerke, voegt ze er dan nog geruststellend aan toe.
Tegen de middag krijgt hij onverwachts bezoek. Het is een lange man, die een lang zwart kleed draagt dat tot op zijn schoenen hangt, en waarop van voren een rij kleine zwarte knoopjes staan die van zijn vooruitstekende adamsappel tot zijn voeten reiken.
(wordt venmlgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 2008
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 2008
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's