Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Europese Unie: Haar Organen en Hun Streven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Europese Unie: Haar Organen en Hun Streven

19 minuten leestijd

In dit nummer treft u diverse artikelen aan over de Europese Unie en in het bijzonder over de Europese verkiezingen. Voor een goed begrip van die artikelen is het wel van belang dat u iets weet van de diverse organen of instellingen van de Europese Unie en van hun streven naar Europese eenwording. In dit artikel gaan we op een en ander nader in.

In 1951 werd door zes Europese landen (België, Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland) de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht en ongeveer zeven jaar later door dezelfde landen de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Deze gemeenschap is in de loop der jaren uitgegroeid tot wat nu de Europese Unie is. Hierbij zijn inmiddels 28 Europese landen aangesloten of beter gezegd, aan elkaar geketend. Die 28 landen omvatten tezamen een grondgebied met een oppervlakte van maar liefst 4.482.100 km 2 en ongeveer 512 miljoen inwoners. Wereldwijd gezien hebben van de individuele landen alleen China en India meer inwoners dan de EU. Wel vormt de EU momenteel nog het grootste handelsblok ter wereld.

De EU-organen

Dit gigantisch groot grond- en handelsgebied van de EU met ruim een half miljard inwoners kent op een fors aantal beleidsterreinen een centraal bestuur of beheer, dat behartigd wordt door de volgende zeven supranationale EU-organen of -instellingen:

1. De Europese Commissie

De Europese Commissie is een van de belangrijkste instellingen van de EU. Dit uitvoerend orgaan, dat ook wel het dagelijks bestuur van de EU wordt genoemd, bestaat uit 28 eurocommissarissen (uit elke lidstaat één). Voorzitter van de Commissie is de heer J.M. Barroso (Portugal), die in februari 2010 aan zijn tweede ambtstermijn is begonnen. De Europese Commissie is in feite het enige EU-orgaan dat nieuwe Europese wetgeving kan voorstellen. Zij heeft dus een bijna exclusief initiatiefrecht op het gebied van de Europese wet- en regelgeving. Wanneer ten minste 14 van de 28 eurocommissarissen met een wetsvoorstel akkoord gaan, wordt het vervolgens door de Commissie voor goedkeuring verzonden naar het Europees Parlement en naar de Raad van Ministers (of kortweg de Raad genoemd; niet te verwarren overigens met de Europese Raad noch met de Raad van Europa). Wanneer die akkoord gaan, kan de nieuwe Europese wet (via de nationale overheden) ingevoerd worden. Ook het controleren of de lidstaten de Europese wet- en regelgeving wel goed invoeren en naleven, is een taak van de Commissie. Verder stelt de Commissie jaarlijks de EU-begroting op en houdt zij toezicht op de besteding van de financiële middelen. Tevens vertegenwoordigt de Europese Commissie de EU op internationaal niveau.

Een belangrijk gegeven is dat de Commissie uitdrukkelijk de belangen behartigt van de EU als geheel. De eurocommissarissen zitten er dus niet om de belangen van hun eigen land te verdedigen. Nee, hun werkterrein is het Europees belang.

De Europese Commissie is gevestigd in Brussel en Luxemburg, maar heeft daarnaast ook nog in ieder EU-land een kantoor.

2. Het Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) wordt om de vijf jaar rechtstreeks gekozen door de Europese kiezers en bestaat momenteel nog uit 766 parlementsleden, maar zal na de verkiezingen van Deo volente 22 mei aanstaande uit 751 parlementsleden gaan bestaan, onder wie 26 uit Nederland. Ter vergelijking: momenteel heeft Duitsland 99, Frankrijk 74, Italië 73, Engeland 73, Spanje 54, Polen 51 en Roemenië 33 zetels in het parlement. De overige 20 landen hebben minder zetels dan Nederland. Het zetelaantal per land zegt overigens niet veel, want een Europarlementariër is in het EP in de eerste plaats Europeaan. Dat wil zeggen, hij behartigt in het EP de Europese belangen en niet die van zijn vaderland. In lijn daarmee hebben de parlementsleden zich ook niet georganiseerd in fracties per land, maar in Europese fracties naar politieke kleur. Momenteel zijn er zeven fracties, waarvan de Europese Volkspartij (EVP) met 274 zetels en de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D) met 194 zetels de grootste zijn. Deze fracties hebben al jarenlang tussen de 50 en 70 procent van de zetels in handen en domineren daarom het EP. De fractie van de Europese Conservatieven en Reformisten, waarbij de eurofractie van CU en SGP zich na de verkiezingen wil aansluiten, heeft in de huidige zittingsperiode 57 zetels in het parlement. Het EP kent behalve fracties ook nog zo’n twintig vaste parlementaire commissies die tweemaal per maand samenkomen met het oog op nieuwe wetgevingsvoorstellen.

Het EP heeft drie hoofdtaken: beslissen over nieuwe Europese wetten, beslissen over de EU-begroting en een controlefunctie. Wat de wetgevingstaak betreft, het parlement kan een wetsvoorstel aannemen, met een wijzigingsvoorstel komen of een wetsvoorstel verwerpen. Het parlement heeft geen initiatiefrecht voor het opstellen van nieuwe wetten, maar wel kan het niet-bindende resoluties aannemen die de Europese Commissie aansporen om met een bepaald wetsvoorstel te komen.

Het EP komt wereldwijd op voor mensenrechten en democratie. Het heeft ‘tolerantie’ hoog in het vaandel staan en voert daarom een felle strijd tegen discriminatie op grond van geslacht, ras, ethische of sociale oorsprong, taal, godsdienst, politieke overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid. Zo verzet het Parlement zich tegen racisme en vreemdelingenhaat en laat het geen gelegenheid voorbijgaan om eraan te herinneren dat de Europese normen met betrekking tot gelijke kansen voor mannen en vrouwen nageleefd dienen te worden.

Verder heeft het Parlement het recht om goedkeuring te onthouden aan internationale verdragen die de EU met derden heeft aangegaan zoals bijvoorbeeld vrijhandelsakkoorden met bepaalde landen. Ook moet het EP - samen met de Raad van Ministers - jaarlijks goedkeuring geven aan de EU-begroting en controleert het de besteding van de gelden door de Europese Commissie. De benoeming van alle leden van de Europese Commissie inclusief die van de voorzitter en de Hoge Vertegenwoordiger (een soort EU-minister van Buitenlandse Zaken) behoeft de instemming van het EP. Tijdens de ambtsperiode van de Commissie kan het EP via een motie van wantrouwen die met een tweederdemeerderheid is aangenomen, de Europese Commissie in zijn geheel naar huis sturen. Voorzitter van het EP is thans nog de Duitse sociaaldemocraat M. Schulz. Iedere maand komt het EP voor drie of vier dagen in plenaire vergadering bijeen in Straatsburg en voor de rest van de tijd in Brussel.

Dit betekent dat het immense parlementsgebouw in Straatsburg voor het grootste deel van de tijd leeg staat. Het aanhouden van dit parlementsgebouw en de maandelijkse verhuizing kost het EP zo’n 170 tot 200 miljoen per jaar. Alleen omdat een groot land als Frankrijk er niet vanaf wil, blijft deze geldverspilling maar doorgaan.

3. De Raad van de Europese Unie

De Raad van de Europese Unie of de Raad van Ministers komt in ongeveer negen verschillende samenstellingen bijeen afhankelijk van het beleidsterrein waarover wordt vergaderd. Gaat het over landbouw, dan komen de ministers van landbouw bijeen, gaat het over justitie, dan reizen de ministers van justitie naar ‘Brussel’ af enz. Iedere lidstaat is daarin via één zetel van een minister vertegenwoordigd. De besluiten worden doorgaans genomen met een gekwalificeerde meerderheid. Hoe groter de bevolking van een land is, hoe meer stemmen een land heeft. Van de in totaal 352 stemmen heeft Nederland er maar 13. Grote landen als Duitsland, Frankrijk, Italië en Engeland hebben ieder 29 stemmen en Spanje en Polen ieder 27 stemmen. Het is duidelijk dat Nederland hier weinig in te brengen heeft. Alleen als het over gevoelige onderwerpen gaat zoals veiligheid, buitenlandse zaken of belastingen, moet een besluit met algemene stemmen worden genomen. Dan kan Nederland een besluit wel tegenhouden. Om de macht van grote landen bij stemmingen via een gekwalificeerde meerderheid enigszins terug te brengen wordt voortaan wel als eis gesteld dat de voorstemmers minstens 15 van de 28 landen moeten vertegenwoordigen en minstens 65 procent van de EU-bevolking. Maar dan nog heeft Nederland weinig in te brengen.

Wat doet de Raad? Samen met het EP is de goedkeuring van de Raad vereist voor nieuwe Europese wetten en voor de jaarlijkse EU-begroting. De Raad sluit namens de EU overeenkomsten op allerlei gebied zoals milieu, handel, visserij enz. De Raad bevordert de politieke en economische samenwerking tussen de lidstaten en ze speelt een doorslaggevende rol bij het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en bij de grensoverschrijdende samenwerking van politie en justitie in strafzaken.

Het voorzitterschap van de Raad wordt per toerbeurt van een halfjaar door een van de lidstaten vervuld. Voor de eerste helft van 2014 levert Griekenland de voorzitters voor de vergaderingen inzake de diverse beleidsterreinen. Er is één uitzondering hierop. Wanneer de Raad samengesteld is uit de ministers van Buitenlandse Zaken, dan wordt de vergadering voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie. Deze functie wordt nu vervuld door eurocommissaris mevrouw C.M. Ashton.

De vergaderingen van de Raad vinden in Brussel in het Justus Lipsiusgebouw plaats, behalve in de maanden april, juni en oktober. In die maanden wordt in Luxemburg vergaderd.

4. De Europese Raad

De Europese Raad (niet te verwarren met de hierboven genoemde Raad van de Europese Unie) bestaat uit de regeringsleiders van de 28 lidstaten plus de voorzitter van de Europese Commissie en een vaste voorzitter. Verder woont ook de Hoge Vertegenwoordiger de vergaderingen van de Raad bij.

De Europese Raad wordt gezien als het hoogste orgaan in de Europese Unie. Deze vergadert minstens viermaal per jaar, normaliter in Brussel. Een vergadering van de Europese Raad wordt ook wel een Europese Top genoemd. De Europese Raad geeft de nodige impulsen aan de ontwikkeling van de Europese Unie en bepaalt de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten van de Unie. De Europese Raad blijkt in de praktijk een grote stimulator te zijn van Europese integratie. Deze kiest zijn eigen permanente voorzitter (met een gekwalificeerde meerderheid) en benoemt de Hoge Vertegenwoordiger (wat wel de goedkeuring van het EP behoeft). Sinds 1 december 2009 is de heer H. van Rompuy de permanente voorzitter, soms ook aangeduid als de Europese president van de EU. Een nieuwe hoofdzetel voor de Europese Raad in de vorm van een urne in een glazen kubus wordt momenteel in Brussel op kosten van de Europese Unie gebouwd. Totale bouwkosten inclusief de voorbereiding en asbestsanering 315 miljoen euro.

5. Het Europese Hof van Justitie

Het Europese Hof van Justitie, opgericht in 1952, beoordeelt of de handelingen van de andere Europese instellingen en van de regeringen van de EU-lidstaten in overeenstemming zijn met de afgesloten Europese verdragen. Het Hof, dat gevestigd is in Luxemburg, ziet erop toe dat men het recht van de EU op de juiste manier toepast. Tevens kan het op verzoek van nationale rechtbanken uitspraak doen over de uitleg of geldigheid van Europese verordeningen. Ook doet het Hof uitspraken in geschillen tussen lidstaten en EU-instellingen alsmede tussen EU-instellingen en bedrijven en personen. Het Hof is de hoogste rechterlijke instantie van de Europese Unie. Als het Hof een uitspraak doet, is dat altijd bindend. Een belangrijk gegeven is verder dat het recht van de Europese Unie voorrang heeft op het nationale recht van de lidstaten. Als het nationale recht in strijd is met het EUrecht, moet de rechter uit de desbetreffende lidstaat die nationale wet buiten beschouwing laten. Met andere woorden, we zijn overgeleverd aan de EU.

6. De Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft tot hoofdtaak de prijsstabiliteit in de eurozone te handhaven en daarmee het bewaken van de koopkracht en het beheersen van de inflatie. De ECB is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van het Europees monetair beleid. De ECB geniet formeel volledige onafhankelijkheid van zowel de nationale regeringen als van de Europese instellingen. De bank is gevestigd in Frankfurt am Main.

In juni 2012 heeft de Europese Raad vanwege de heersende financiële crisis besloten een Europese Bankunie op te richten. Het is de bedoeling dat die Bankunie zal gaan bestaan uit drie onderdelen: er komt een Europese toezichthouder op de banken binnen de EU, er komt een gezamenlijke Europese aanpak van wankele banken alsmede een steunfonds om in nood verkerende banken bij te staan en er komt een gezamenlijk Europees garantiestelsel voor spaarders. Als Europees toezichthouder op de banken is de Europese Centrale Bank aangewezen.

7. De Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven van de EU en gaat na of er door de EU een goed financieel beheer wordt gevoerd. Indien in een jaar alles - door de bank genomen - in orde is, geeft zij een betrouwbaarheidsverklaring af voor dat jaar. De Rekenkamer zetelt in Luxemburg en heeft ook een vestiging in Brussel.

Een enorm brede bevoegdheid

In loop der jaren heeft ‘Europa’ steeds meer te zeggen gekregen op steeds meer beleidsterreinen. Zo heeft de EU nu exclusieve bevoegdheid op het terrein van de douane-unie, het mededingingsrecht, het monetair beleid binnen de eurozone, het gemeenschappelijk visserijbeleid en de gemeenschappelijke handelspolitiek. De lidstaten kunnen op deze terreinen enkel nog de beslissingen van de EU uitvoeren!

Daarnaast heeft de EU een gedeelde bevoegdheid met de lidstaten ten aanzien van de interne markt, het sociaal beleid, de economische, sociale en territoriale samenhang, het landbouwbeleid (en deels ook het visserijbeleid), milieu- en energiezaken, consumentenbescherming, vervoer, trans-Europese netwerken, de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en ten aanzien van de gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van volksgezondheid. Op deze terreinen geldt ook dat nieuwe EU-regels voorrang hebben op bestaande nationale wetten. Verder heeft de EU nog een aanvullende bevoegdheid ten aanzien van volksgezondheid, industrie, cultuur, toerisme, onderwijs, beroepsopleiding, jongeren en sport, civiele bescherming en administratieve samenwerking. De EU mag op deze terreinen het beleid van de lidstaten alleen ondersteunen, coördineren en aanvullen. Al met al heeft de EU inmiddels een enorm brede bevoegdheid en die breidt nog steeds uit. En dat ondanks dat de EU officieel werkt volgens het subsidiariteitbeginsel, wat inhoudt dat de EU alleen in actie mag komen als een Europese samenwerking doeltreffender is of lijkt te zijn dan eigen initiatieven van de afzonderlijke lidstaten. Omdat aan ieder beleidsterrein wel een economisch aspect zit en er bij samenwerking mogelijk voordeel te behalen is, dreigt de EU steeds verder binnen te dringen in ook die terreinen die nauw verbonden zijn met de nationale identiteit.

Op weg naar een federale staat

In het door mr. dr. Th. Baudet geschreven boek De aanval op de natiestaat (2012) constateert hij terecht dat er “een exponentiële groei” is geweest van “EUbevoegdheden in de afgelopen decennia”. “Het beschermen van de gemeenschappelijke markt is”, zo merkt hij op, “een voorwendsel gebleken voor de meest verreikende regels en harmonisaties. De EU heeft tienduizenden richtlijnen en verordeningen uitgevaardigd op onderwerpen als veiligheidsvoorschriften voor auto’s, regels voor bed & breakfasts, specificaties voor wijn en kaas, sociale standaarden voor werknemers” enz. “De truc is dat bewerkstelligen van een ‘level playing field’ (een gelijk speelveld) - het doel dat de EU zich stelt - gebruikt kan worden om ieder onderwerp binnen de eigen bevoegdheid te verklaren”, te weten van de EU. De wens om een ‘gelijk speelveld’ tot stand te brengen is “potentieel grenzeloos” ofwel “eindeloos in zijn toepassing. Alle onderwerpen waarop verschil mogelijk is, kunnen er immers onder vallen.”

Baudet constateert verder dat het “niet alleen de politici en bureaucraten in Brussel zijn geweest die de macht van de EU uitgebouwd hebben” via “geleidelijke uitbreiding van velden van invloed”, maar dat ook het Europese Hof hieraan geducht meegedaan heeft. “Het Hof in Luxemburg heeft EU-regelgeving voortdurend zodanig geïnterpreteerd dat het zichzelf maximale macht toe-eigende” en het heeft “ook voortdurend analoge toepassing van regelgeving nagestreefd, zodat een bestaande regel in steeds meer omstandigheden toepasbaar werd.” Uit een en ander trekt Baudet deze conclusie: “als we de drie sferen waarin de EU opereert, beschouwen - de gemeenschappelijke markt, de gemeenschappelijke munt en het als één blok opereren op het wereldtoneel -, dan is de EU zonder twijfel bezig om geleidelijk, heimelijk, de verantwoordelijkheden van een soevereine staat op zich te nemen.” Hij voert daartoe een drietal redenen aan: “Ten eerste, een gemeenschappelijke markt met open binnengrenzen vereist, uiteindelijk, een gemeenschappelijke immigratiepolitiek en een gemeenschappelijke verdediging van de buitengrenzen, aangezien nationale beslissingen om immigranten toe te laten directe gevolgen hebben voor alle andere lidstaten. (…) Ten tweede is het inmiddels duidelijk geworden dat de monetaire unie een gemeenschappelijk financieel beleid noodzakelijk maakt en zodoende een krachtige Europese minister van Financiën. De financiële crisis en de situatie in Griekenland in de eerste helft van 2011 hebben dit duidelijk laten zien. (…) En ten derde, gezamenlijk optreden op het wereldtoneel - een doel van de voorstanders van de Europese integratie - vereist een gemeenschappelijke buitenlandse politiek”. Daarom hoeft het ons “niet te verbazen dat de EU begonnen is met het instellen van een diplomatieke dienst en dat een ‘Hoge Vertegenwoordiger van de Unie’ voor buitenlandse zaken is benoemd.” Ook worden ondertussen “voortdurend stappen ondernomen om de mogelijkheden voor Europese legers om gezamenlijk te opereren, te coördineren. Zodoende kunnen we vaststellen dat, terwijl voorstanders van de EU nog altijd bij hoog en laag beweren” dat ze “niet streven naar een verenigd federaal Europa, dit in feite precies is wat aan het tot stand komen is”, aldus Baudet. 1 De EU groeit er geleidelijk naar toe.

EU-symbolen

Onder de noemer ‘EU-symbolen’ worden geschaard de Europese vlag, de Europese hymne, de Dag van Europa en het motto van de EU. Tot op zekere hoogte zou men er ook de euro bij kunnen rekenen. Die symbolen moeten de Europeanen het gevoel geven één gemeenschap te vormen. Daarom beschouwen we deze symbolen als ‘stilzwijgende’ katalysatoren op weg naar een federaal Europa. Meest bekend is de Europese vlag die bestaat uit twaalf goudkleurige sterren in een cirkel tegen een blauwe achtergrond. Die twaalf sterren in een cirkel symboliseren volgens de officiële uitleg de eenheid, solidariteit en harmonie tussen de volkeren van Europa.

Overigens is al meermalen in dit blad erop gewezen dat het hier (tevens) om een door de EU geadopteerd rooms symbool gaat ter verering van Maria, zoals de ontwerper van de vlag, Arène Heitz, achteraf heeft toegegeven. 2 Een jaar voor zijn dood onthulde hij namelijk in l’Osservatore Romano (25 april 1989), het dagblad van het Vaticaan, de herkomst van zijn inspiratie: de wonderbaarlijke medaille die Maria in haar verschijningen aan de zieneres Catharina Labouré getoond zou hebben in Rue de Bac te Parijs (1830). De beeltenis van die ovale, wereldwijd verspreide medaille toont een gekroonde Maria (staande op een wereldbol met een slang onder haar voeten). Om haar hoofd bevindt zich als een aureool een cirkel van twaalf sterren. Op de andere kant van de medaille prijken een kruis en de letter M (het heilig hart van Jezus en het onbevlekt hart van Maria). Deze symbolen worden aan de rand van de medaille omgeven door twaalf sterren. Zo was dan de kroon van twaalf sterren (weliswaar door rome ten onrechte afgeleid van Openbaring 12:1) allang voordat ‘Europa’ dit symbool invoerde, het afgodische symbool van Maria geworden. Verder kan ook ten aanzien van de blauwe kleur van de vlag opgemerkt worden dat in onderscheidingstekens en kledij van roomse Mariaverenigingen de voorkeur wordt gegeven aan de kleur blauw. Kortom, Europa heeft zich op dit punt door een roomse ontwerper stilzwijgend laten inpakken.

Met de Europese hymne wordt het Europese volkslied bedoeld. De melodie is genomen uit de negende symfonie van Ludwig van Beethoven, de tekst erbij is de ‘Ode an die Freude’ van Friederich von Schiller. In dit gedicht is als ideaal verwoord dat alle mensen op deze aarde broederlijk gaan samenleven. Een ideaal dat de val miskent. Weliswaar geldt officieel alleen de melodie als het Europese volkslied en de tekst niet, maar ook met die muziek wordt uitdrukking gegeven aan de overeenkomstige Europese idealen van vrijheid, vrede en solidariteit. Ook hierbij komt de gedachte bovendrijven dat de Europese hymne de samensmelting van de Europese lidstaten moet bevorderen.

Ieder jaar wordt op 9 mei de Dag van Europa gevierd, omdat op 9 mei 1950 Robert Schuman - toen minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk en tegelijk een van de grondleggers van wat nu de EU is - voor het eerst met een verklaring naar buiten kwam waarin ideeën werden verwoord die thans de grondslag van de EU vormen. Wat echter lang niet iedereen weet, is dat de heer Schuman in zijn verklaring niet alleen een economische samenwerking van de Europese landen voor ogen had, maar ook een politieke eenwording. Hij zag de op te richten Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) slechts als “de eerste fase van de Europese federatie”. Ook Jean Monnet, een andere voorname grondlegger van de EU, was voorstander van een Europese federatie. 3 Aanvankelijk spraken zij openlijk over dit einddoel, maar toen er naties begonnen tegen te stribbelen, veranderden zij van strategie. Zij bleven hartstochtelijk pleiten voor meer integratie en voor een geleidelijke integratie tussen de Europese landen, maar zonder daarbij het einddoel te noemen. Dit is nu de strategie van de EU nog steeds: voorwaarts, zonder te zeggen waarheen. Een federatief Europa als einddoel wordt zelfs officieel ontkend. Maar de Europese geschiedenis van de geleidelijk voortschrijdende integratie van de laatste 50 jaar maakt ondubbelzinnig duidelijk dat dit proces vroeg of laat - mits deze tweede toren van Babel niet voortijdig instort - op een federaal Europa met de huidige landen als deelstaten moet uitlopen. 4

Ten slotte het motto van de EU. Dat is ‘In verscheidenheid verenigd’. Volgens de website van de EU geeft dit motto aan “dat de Europese eenwording een proces is van werken aan vrede en welvaart, dat gevoed wordt door de vele verschillende culturen, talen en tradities van Europa”.

Al met al valt het moeilijk nog te ontkennen dat ook de EU-symbolen wijzen in de richting van een Europese superstaat als einddoel. Gelet op de huidige EU is dit doel helaas al voor een belangrijk deel bereikt.

Ten besluite

In het gehele proces van Europese integratie en eenwording speelt ook het Europees Parlement een niet onbelangrijke rol. Het feit alleen al dat er een Europees Parlement bestaat, maakt duidelijk dat het hierin een rol vervult, want voor een Europese samenwerking op het niveau van handelsverdragen is geen Europees Parlement nodig. Op zijn best genomen zou het Europees Parlement (de snelheid van) de Europese integratie wat kunnen afremmen, maar ondertussen rijdt de trein van de Europese integratie en eenwording wel door, zij het wat langzamer. In de praktijk werkt het EP echter eerder als een katalysator van dit eenwordingsproces dan als een rem. Wie participeert in het EP werkt hoe dan ook aan die eenwording mee en geeft daar mede vorm aan. Wanneer we daarbij bedenken dat God en Zijn geboden bewust buiten de EU-grondslagen c.q. -verdragen zijn gehouden, en dat de Unie berust op waarden als “eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten” -, dan zal eenieder die eerlijk is, moeten toegeven dat er binnen Europa sprake is van een goddeloze praktijk en machtsconcentratie, van een bouwen aan een toren van Babel buiten God om en van een streven naar een aards paradijs met volkssoevereiniteit als grondslag. Hieraan kunnen en mogen we onze medewerking niet geven. Daarom: niet stemmen is de enige verantwoorde keuze bij de komende Europese verkiezingen. Temeer nog, daar hij die actief meedoet met het Europese ‘circus’, in Den Haag zijn geloofwaardigheid verspeelt om daar te pleiten voor afbraak van het Europese ‘circus’. Werd dit maar meer beseft!


Noten:

1) Th. Baudet, De aanval op de natiestaat, Amsterdam 2012, p. 216-221 (hierna te noemen: Baudet)

2) Zie bijvoorbeeld: ‘Het twaalfsterrensymbool van de EU’, in: In het spoor, februarinummer 2009, p. 46-48

3) Baudet, p. 208

4) Baudet, p. 216

Dit artikel werd u aangeboden door: In het spoor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014

In het spoor | 68 Pagina's

De Europese Unie: Haar Organen en Hun Streven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014

In het spoor | 68 Pagina's