Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het Leven van Matthew Meade en Zijn Werken -2-

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Leven van Matthew Meade en Zijn Werken -2-

28 minuten leestijd

Ds. Matthew Meade is de schrijver van het bekende, vele malen herdrukte boek De bijna Christen ontdekt. Maar hoe bekend dit boek ook is, van deze puritein weten velen niet meer dan zijn naam. Om daar verandering in te brengen, hebben we in het vorige artikel achtereenvolgens beschreven: zijn afkomst en geboorte, zijn studies aan respectievelijk het Eton College en het King’s College, de problemen rond zijn benoeming als predikant te Great Brickhill, zijn huwelijk, zijn benoeming tot lecturer in Stepney (1655), vervolgens tot hulpprediker in Shadwell (1658) en daarna weer tot lecturer in Holborn. Omdat hij zich niet hield aan de in 1662 afgekondigde ‘Act of Uniformity’ en het Book of Common Prayer met een rein geweten niet kon gebruiken, werd hij onder het bewind van koning Charles II afgezet. Hier willen we de draad weer oppakken.

10. Vervolgingen

In 1661 lijken Meade en William Greenhill al te zijn beboet voor een bedrag van £ 300,- vanwege hun (openbare) houding ten opzichte van de rebellie van Thomas Venner tegen koning Charles II. 1 Daarnaast werd het vanwege de Corporation Act (1661) en de Act of Uniformity (1662) voor Meade op grond van zijn puriteinse prediking steeds moeilijker om zijn ambt als hulppredikant, zijn lectureship en onderwijs vol te houden. In 1662 werd Meade afgezet als hulppredikant in de St. Sepulchre’s Church. Hij hield daar zijn afscheidspreek over 1 Korinthe 1:3 onder de naam The Pastors Valediction (Des herders vaarwel), een preek die tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven en in het Nederlands vertaald is. 2

In 1663 woonde hij in Worcester House te Stepney 4 , maar de uitgevaardigde wetten van koning Charles II maakten hem het leven steeds moeilijker. De Conventicle Act (1662) en de Five-Mile Act (1665) leidden ertoe dat Meade naar Nederland vluchtte, alwaar hij op verschillende plaatsen in Utrecht zou hebben gepreekt. 5 Wellicht was dit bezoek aan Nederland één van de redenen dat zijn zoons Richard en Samuel én zijn stiefzoon James Peirce (over wie hierna meer) later in Utrecht studeerden.

Er lijken aanwijzingen te zijn dat Meade tijdens de grote pestepidemie (1665-1666), die circa 100.000 slachtoffers eiste, in Londen was. 6 Dit was echter niet de enige ramp die Londen dat jaar trof: van 2 tot 5 september 1666 woedde er in Londen een hevige stadsbrand die een groot deel van de stad verwoestte. Ook de St. Bride’s Church aan de Fleet Street, waar Meade als hulppredikant had gediend, brandde toen volledig af. Het werd nadien herbouwd op dezelfde locatie, waar deze kerk nu nog steeds te vinden is. Of Meade tijdens die brand in Londen was, is niet bekend.

11. Hulppredikant te Stepney

Ondanks de zware vervolgingen werd Meade op 31 januari 1669 vanuit Stepney beroepen als hulppredikant van William Greenhill. Aangezien Greenhill in 1660 reeds afgezet was als predikant van de St. Dunstan-gemeente (All Saints Church, onderdeel van de Staatskerk waar ook Meade geruime tijd als morning lecturer had gewerkt), moet dit gaan om Greenhills andere, onafhankelijke Stepney Meeting House-gemeente. Deze gemeente telde in 1669 circa vijfhonderd leden en het was Greenhill gelukt om - ondanks de uitgevaardigde wetten en vervolgingen - deze gemeente te blijven dienen, “soms bijeengekomen in zijn huis naast de kerk en soms op een verborgen zolder”. 7 Dit beroep tot hulpprediker nam Meade op 21 februari 1669 aan. Zodoende werd hij hulpprediker van de gemeente die samenkwam in het Stepney Meeting House en waarvan hij zelf in 1656 lidmaat was geworden. Daarnaast dienden zowel Greenhill als Meade de driehonderd leden tellende gemeente Meetinghouse Alley te Wapping 8 , waarvoor Meade verschillende malen vervolgd lijkt te zijn. 9

12. Overlijden van William Greenhill

Op 27 september 1671 overleed William Greenhill. Bijna achtentwintig jaar later getuigde John Howe - in de rouwpredicatie op het sterven van Matthew Meade - over Greenhill dat hij was een: “eminent servant of Christ, whose praise is still in all the churches” (een goed dienstknecht van Christus, wiens lof nog in alle kerken is). 10 Kort na het sterven van Greenhill, op 13 oktober 1671, kreeg Meade het beroep om hem als predikant op te volgen, waarin hij bewilligde.

13. Matthew Meade als predikant te Stepney

Op 14 december 1671 werd Meade door de predikanten John Owen, Joseph Caryl, George Griffith en John Collins bevestigd tot predikant van de onafhankelijke Stepney Meeting House-gemeente. Zo werd Meade - na verschillende functies te hebben gehad: lecturer, onderwijzer en hulppredikant - voor het eerst in zijn leven volwaardig predikant van een gemeente. Het was zijn eerste gemeente waar hij op die wijze als herder en leraar mocht dienen; het zou ook zijn laatste gemeente zijn. Matthew Meade zou deze gemeente bijna achtentwintig jaar, tot zijn dood in 1699, dienen. Maar niet zonder gevolgen; anno 2014, inmiddels 370 jaar na de oprichting van deze gemeente, mag deze onafhankelijke congregatie nog steeds bestaan onder de naam Stepney Meeting House United Reformed Church. 11

In 1674 werd een nieuwe Stepney Meeting House gebouwd. Het dak werd gedragen door vier ronde pilaren die geschonken waren door de Staten van Holland. 12 Boven het plafond bevond zich een afsluitbare vliering; een verborgen ruimte voor tijden van vervolging. 13 Meades gemeente was de grootste onafhankelijke gemeente in Londen. Vanaf 1 mei 1674 hield Meade op verzoek Mayday sermons, jaarlijkse preken op 1 mei voor (vooral) jonge mensen die op die dag vrij waren. Na het sterven van Meade werd dit overgenomen door mr. Brewer. 14 Een van de resultaten van die Mayday-sermons is het boek The good of early obedience, or, The advantage of bearing the yoke of Christ betimes (Nederlandse titel: Jong onder het juk van Christus), gebaseerd op de preken die hij op die dagen hield. 15 Daarnaast was het Meades gewoonte om ook op Goede Vrijdag kerkdiensten te beleggen, iets wat in die tijd niet algemeen gebruikelijk was.

Toch is deze gemeente en ook haar herder en leraar niet altijd zonder gevaar geweest, zoals hierna zal blijken.

14. James Peirce

In 1680 namen Meade en zijn vrouw Elizabeth Walton de zorg over drie kinderen op zich, te weten James Peirce, een weeskind van ongeveer zes jaar oud, en zijn oudere broer en zus. 16 James’ ouders waren lid geweest van de onafhankelijke Stepney Meeting House-gemeente, maar stierven op jonge leeftijd. Meade onderwees James zoals hij ook zijn zoon Richard onderwees. James Peirce studeerde later, net als zijn (stief)broers Richard en Samuel, in Utrecht en daarna nog in Leiden. Over de broer en zus van Peirce, die ook opgenomen werden in het gezin van Meade, is verder niets bekend.

15. Zware vervolgingen

In 1678 werd Meade schuldig bevonden aan de Five Mile Act. Hij kreeg een boete van £ 40,-. Toch bleef Meade preken; in 1681 werd hij samen met John Owen en negen anderen beboet voor in totaal £ 4.840,- voor het overtreden van dezelfde Five Mile Act. 17 Ondanks alle boetes bleef Meade doorpreken. In 1682 werd hij nog tweemaal beboet: op 7 november 1682 door John Phelips (Justice of the Peace for Middlesex, een wetshandhaver) voor in totaal £ 180,- voor het vijfmaal preken in zijn eigen woning, namelijk op 1, 8, 15 en 29 oktober en 5 november van dat jaar. Op 16 november 1682 gebeurde dat nog eens: door Peter Sabbs (ook hij was een wetshandhaver) werd Meade voor £ 100,- beboet vanwege zijn aanwezigheid bij drie ‘onwettige geheime godsdienstoefeningen’ in een meeting house op drie dezelfde dagen van de week, te weten op 1, 8 en 15 oktober. 18 Een aardig detail daarin is dat Matthew Meade in het proces-verbaal hiervan expliciet wordt omschreven als een gentleman, een waardige heer.

Meade kreeg ook te maken met ten minste één gewelddadige overval in zijn eigen huis in die tijd, getuige wat zijn stiefzoon James Peirce daar zesendertig jaar later over verklaarde. Pierce verwees daarbij naar een inval die plaatsvond in het huis van Meade in 1682 (James Peirce was op dat moment circa 8 jaar oud), en hij noteerde daarover in 1718 het volgende:

“Ik heb nagelaten gewag te maken van de ruwheid tegen vrouwen bij zulke gelegenheden en hoe ze met opzet kinderen bang maakten. Zo zal ik nooit vergeten, toen ik nog erg jong was en woonachtig in het huis van een predikant [dit was het huis van Meade; JHdB], dat het huis werd opengebroken en ik doodsbang voor hen was. Wat ik toen zag, verwekte in mij zo’n afkeer van hun wrede vervolgpraktijk dat ik hoop dat dat nooit zal slijten”. 19

In december van het jaar 1682 volgde er nog een andere zware slag: het Stepney Meeting House onderging een gewelddadige inval van sir William Smith 20 (net als Phelips en Sabbs een wetshandhaver), die met een afdeling militairen de preekstoel en de kerkbanken sloopte en de Stepney Meeting House in een chaos achterliet. 21

16. Rye House Plot

Ruim zes maanden nadat sir William Smith een chaos had aangericht in het Stepney Meeting House werd Meade op 27 juni 1683 gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een moordaanslag op koning Charles II en zijn broer, erfgenaam en latere koning, hertog James van York. Deze aanslag staat bekend als het Rye House Plot 22 vanwege de locatie waar de aanslag zou hebben plaatsgevonden (te weten: nabij het Rye House in Hoddesdon, Hertfordshire).

Het Rye House werd gehuurd door de republikein en (burger)oorlogsveteraan Richard Rumbold. In de buurt van dit huis liep een smal pad dat door koning Charles II gebruikt zou worden om vanaf de paarden rennen vanuit Newmarket terug te keren naar London. De aanslag zou gepleegd worden op het moment dat de koning over dat pad zou gaan. Het verliep echter anders: een grote brand in Newmarket op 22 maart 1683, waarbij de helft van de stad werd verwoest, zorgde voor een vervroegd vertrek van de koning en daardoor werd de aanslag verijdeld. Op 12 juni 1683 werd het complot door Josiah Keeling onthuld. Direct daarna begonnen de arrestaties. 23 Greaves 24 weet hierover te melden dat naar aanleiding van de ontknoping van het Rye House Plot de regering op 27 juni 1683 een arrestatiebevel uitvaardigde voor Matthew Meade. Hij werd samen met Walter Cross en samenzweerder Zachary Bourne opgepakt, toen hij probeerde het land te ontvluchten. Tijdens zijn ondervraging in juli 1683 gaf Meade toe het alias Matthew Richardson gebruikt te hebben om arrestatie te voorkomen. Meade vreesde daarvoor, omdat John Nisbet, een agent van een radicale Covenantersbeweging (United Societies), een aantal maanden in zijn huis had gewoond. Nisbet had toegegeven contact te hebben gehad met (hoofd)plotter Robert Ferguson. Ferguson op zijn beurt was een zogenaamde Whig, hij behoorde tot een politieke groepering die onder meer fel gekant was tegen het koningschap van de rechtmatige erfgenaam en opvolger hertog James van York: het waren de politieke tegenhangers van de Tories. In verscheidene bronnen wordt Meade zijdelings in verband gebracht met dit Rye House Plot 25 of met personen uit deze Whig-beweging 26 , maar ook leden uit zijn onafhankelijke Stepney Meeting House-gemeente vormen daartoe mogelijk een link. 27 Alle aanwijzingen voor de betrokkenheid van Meade zijn echter relatief zwak en slechts zijdelings en indirect. Meade werd verdacht van een aandeel in dit plot, maar hij wist vrijwel zeker niets van de samenzwering van Robert West en de anderen om koning Charles II en hertog James of York te vermoorden, zoals bevestigd werd door Zachary Bourne. 28 Meade beweerde op zijn beurt juist dat hij Ferguson zelfs terechtgewezen had in zijn kritische schrijven over de regering. Anderen, zoals hertog James, Robert West en (onder marteling) ook William Carstares, getuigden echter tegen Meade en brachten hem in verband met plannen voor een opstand tegen de koning (de Monmout cabal).

Medio juli 1683 schreef Meade met succes een petitie aan koning Charles II voor gratie, waarin hij zijn berouw uitte voor zijn verzet tegen de overheid. Een bevel voor zijn vrijlating, opgelegd door de King’s bench in Michaelmas term van 27 juli 1668, bepaalde dat hij werd vrijgelaten op 30 juli 1683 na betaling van een recognizance 29 van £ 2000,- (een soort van schulderkenning) en het verstrekken van twee onderpanden. 30

Hoewel de precieze feiten nooit opgehelderd zijn, is wel bekend dat James Scott (hertog van Monmouth), Arthur Capel (graaf van Essex), Lord William Russell, Algernon Sidney, Sir Thomas Armstrong, Robert Ferguson en Lord William Howard nauw betrokken waren bij deze voorgenomen aanslag. Na onthulling van het plot werd Arthur Capel gearresteerd. Hij stierf in de Tower of London, waarschijnlijk door zelfmoord. Ook Russell, Sidney en Armstrong werden berecht en wegens verraad onthoofd. De anderen ontsnapten aan de straf. 31

Wat precies de betrokkenheid van Meade geweest is bij het Rye House Plot en of hij werkelijk van de plannen van deze voorgenomen moordaanslag heeft afgeweten, zal waarschijnlijk nooit meer bekend worden. Hoewel hij indirect contacten lijkt te hebben gehad met de politieke Whig-beweging, lijkt zijn directe betrokkenheid bij dit plot niet aannemelijk. Gezien de inhoud van zijn nagelaten preken ligt het volstrekt niet in de rede dat Matthew Meade direct of indirect betrokken zou zijn geweest bij een moordaanslag. Zijn relatief vlotte vrijlating onderstreept dat hem met betrekking tot dat delict weinig aan te rekenen viel.

17. Andere ontwikkelingen

Vanwege het sterven van John Owen op 24 augustus 1683 volgde Matthew Meade hem in september van dat jaar op als Tuesday morning lecturer in de

Merchant’s-Lecture (Pinner’s Hall), een positie die hij bekleedde tot aan zijn dood in 1699. Daar preekte hij eens zo bewogen voor behoeftige predikanten dat vrouwen voor hen zelfs ringen en horloges weggaven en hij in die kerkdienst in totaal £ 300,- voor dat doel inzamelde. 32

In 1685 vluchtte Meade vanwege de dreiging van arrestatie omdat hij (wederom) in verband werd gebracht met een opstand. Hij ontweek die arrestatie door in oktober van dat jaar naar Nederland te vluchten met de hulp van Sir John Thompson, een voormalig parlementslid voor de Whigs. 33

In 1685 overleed koning Charles II. Hij werd opgevolgd door zijn broer, erfgenaam en opvolger hertog James van York. In 1686 was Meade nog steeds (of wederom) in Nederland. Hij preekte in de Utrecht English Church en de Amsterdam Independent Church 34 , maar ging definitief terug naar Engeland toen koning James II in 1687 zijn Declaration for the Liberty of Conscience (tolerantieverklaring voor gewetensvrijheid) afkondigde. Deze verklaring bood enige godsdienstige vrijheid in Engeland door het opschorten van wettelijke straffen die de Church of England als staatskerk afdwong. Zo werd het burgers toegestaan om in hun huizen of kapellen eigen kerkdiensten te beleggen.

Ook de Glorious Revolution van 1689, waarbij koning James II afgezet- en opgevolgd werd door zijn protestantse dochter Mary en haar man William III of Orange (dit was Willem III van Oranje-Nassau), zorgde voor verlichting. Het maakte dat het parlement de Toleration Act (1689) aanvaardde, waardoor de restricties voor protestanten nog meer werden verlicht. Koning William III schortte de godsdienstige strafwetten op en tolereerde binnen zijn koninkrijk diverse denominaties. Daarmee was aan de hevige vervolging van protestanten, die onder zijn voorgangers koning Charles II en koning James II tot verregaande ingrepen in het kerkelijke leven hadden geleid, een einde gekomen.

Op 25 maart 1689 werden er galerijen gebouwd in het Stepney Meeting House, waarschijnlijk vanwege groei van de gemeente. Ook werd er in juli van dat jaar door de gemeente, aangrenzend aan het Stepney Meeting House (waar ook de pastorie stond 35 ), een tuin aangelegd voor hun voorganger Meade “in consideration for his sufferings and services” (als vergoeding voor zijn lijden en bediening). 36

In 1690 werd Meade uitgenodigd door John Howe om de Stepney Meeting House-gemeente met de Presbyteriaanse en Congregationalistische kerken te laten verenigen. Ook Meade was daar voorstander van en op 6 april 1691 preekte hij in het Stepney Meeting House ter gelegenheid van deze vereniging onder de titel Two sticks made one (twee stokken verenigd) over Ezechiël 37 vers 19: Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal hen maken tot een enig hout; en zij zullen één worden in Mijn hand. De vereniging was slechts tijdelijk. Enkele leidende Congregationalistische voorgangers weigerden hieraan mee te werken en al snel kwamen er fundamentele leerverschillen openbaar. 37 Vier jaar later werd deze vereniging om die redenen weer tenietgedaan, mede naar aanleiding van ketterijen die Daniel Williams verkondigde.

18. Het sterven van Matthew Meade

Meades laatste preek was een May-day sermon op 1 mei 1699. Hij stierf kort voor de eeuwwisseling op 16 oktober 1699 te Stepney en liet daarmee zijn vrouw en zeven van hun dertien kinderen achter. Meade bleek bij zijn sterven over veel kapitaal te beschikken. Greaves schrijft hierover:

In zijn testament, gedateerd 28 september 1699, liet hij meer dan £ 2800,-, huizen in Londen, onroerend goed in Buckinghamshire, voorraden in de Oost-Indische Compagnie, en mede-eigendom van een schip aan zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, en drie bedienden na”. 38

De eerder genoemde puritein John Howe hield een begrafenisrede over 1 Timotheüs 4:16 b : gij [zult] én uzelven behouden én die u horen. 39 Meade werd begraven op het kerkhof te Stepney, waar zijn graf tot op de huidige dag nog steeds te vinden is met een Latijns opschrift:

H.S.E. Quicquid mortale suit M. Mead, V.D.M. honestâ inter Catieuchlanos familiâ orti, a pietate, doctrinâ, facundiâ præclari, qui assiduis et insignibus laboribus pro patriâ, religione, libertate invicto animo defunctus, vitæ tandem et laudis satur ad cœlitum domum quamdiu optaverat lassus & anhelus placidissime ascendit, anno ætatis suæ 70, 17 Kal. Nov. [sic!] 1699. E. T. boni civis, amantissimi conjugis, optimi patris, Theologi vere Christiani, clarum reliquit posteris exemplum”. 40

Vrij vertaald staat hier:

“Hier ligt begraven al wat stoffelijk is van Matthew Meade, dienaar van het Goddelijke Woord, afstammend uit een voornaam geslacht in Buckinghamshire; uitblinkend in vroomheid, in leer en welsprekendheid; die met een onoverwinnelijke moed en door onvermoeide en vermaarde werken voor zijn vaderland, religie en vrijheid zijn loopbaan heeft volbracht; eindelijk gestorven en met lof verzadigd zeer kalm opgeklommen is naar het hemelse huis waar hij zo lang met uitputting en hijgend naar verlangd had, in het 70ste jaar van zijn leven op 16 oktober 1699; die een helder voorbeeld aan zijn nageslacht heeft achtergelaten van een goed burger, een zeer liefhebbende echtgenoot, een zeer goede vader en die in waarheid een Christelijke theoloog was.” 41

19. De werken van Matthew Meade

Matthew Meade heeft verscheidene van zijn preken nagelaten. Naast preken zijn er twee boeken van zijn hand verschenen. Hieronder zijn (voor zover bekend) de bewaarde nagelaten werken chronologisch opgesomd, zo mogelijk met een verwijzing naar een Nederlandstalige uitgave.

1660. Spiritual wisdom improved against temptation. A sermon preached at Stepney (16 September 1660).

Preek over Efeze 5 vers 15-16: Ziet dan hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen, Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn. Deze preek is niet vertaald in het Nederlands.

1662. The almost Christian discovered; or, the false professor tried and cast.

Een boek op basis van zeven preken over Handelingen 26:28b: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden. Dit boek werd in het Engels diverse malen herdrukt. In 1671 werd het in het Duits vertaald en vervolgens daar acht keer herdrukt. Elf jaar later (1682) verscheen het voor het eerst in het Nederlands. Vanaf 1687 onder de titel De bijna Christen ontdekt; of, de valse belyder beproeft en verworpen. Hier beleefde het boek ongeveer twintig herdrukken. De laatste keer in 2000, toen het boek geheel opnieuw in het Nederlands vertaald was door ds. M. Krijgsman. In dit boek waarschuwt Meade indringend voor schijngeloof, waarin hij de volgende centrale stelling verdedigt (citaten uit de uitgave van 1988; drs. H. Florijn):

Er zijn zeer velen in de wereld die bijna, en niet meer dan bijna Christenen zijn; velen die na aan de hemel zijn en nochtans niet nader; velen die dicht bij de zaligheid zijn en echter nooit de minste zaligheid genieten zullen; zij hebben de hemel in het gezicht en nochtans zullen zij nooit een gezicht van God hebben”.

Meade erkent het gevaar dat het behandelen van deze stelling Christenen met een klein geloof kan laten wankelen. Om die reden waarschuwt hij vooraf:

Mijn oogmerk, te prediken over dit onderwerp, is niet om de ziel van degenen te bedroeven die Christus niet bedroefd wil hebben; ’k zal water brengen, niet om een rokende vlaswiek uit te blussen, maar om dat valse vuur uit te doven dat zondaars zelf ontstoken hebben, opdat hij niet met zijn consciëntie gestadig daarop aan te zetten ten laatste in smarte nederligt. Hetgeen ik voorheb, is de hoogte waar de zondaar zich op verlaat, te slechten en niet om de hand van des gelovigen geloof en aankleven te verzwakken: ’t is om losse zondaars te wekken en in zekerheid te brengen, doch niet om zwakgelovigen slaphartig te maken.

In dit boek toont Meade op twintig verschillende wijzen aan dat een ‘gelovige’ in veel op een Christen kan lijken, maar toch als bijna-Christen verloren kan gaan.

1662. The pastors valediction, or, A farewell sermon preached at Sepulchres, London.

Preek over 1 Korinthe 1 vers 3: Genade zij u en vrede van God onzen Vader en den Heere Jezus Christus. Een preek naar aanleiding van zijn (gedwongen) afzetting als hulppredikant in de St. Sepulchre’s Church in 1662.

Dit boek is recentelijk tweemaal in het Nederlands uitgegeven, te weten:

- J. van der Haar, Dorre doodsbeenderen (2004), De Schatkamer, pagina 128-149.

- G.H.C. Pas-Donker, In stilheid en vertrouwen (2004), Den Hertog, pagina 38-62.

1665. Solomon’s prescription for the removal of the pestilence: Or, the discovery of the plague of our hearts, in order to the healing of that in our flesh.

Preek over 1 Koningen 8 vers 37-39: Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren, honigdauw, sprinkhanen, kevers wezen zullen, als zijn vijand in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plaag of enige krankheid wezen zal; alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israël geschieden zal; als zij erkennen een ieder de plaag zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal, hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; (…). Deze preek is niet in het Nederlands vertaald.

1667. An appendix to Solomon’s prescription for the removal of the pestilence: enforcing the same from a consideration of the late dreadful judgement by fire: together with some persuasions to all, especially suffering Christians, to exercise and maintain faith and patience, courage and comfort, in this dark and cloudy day.

Aanhangsel bij de eerder genoemde preek. Dit werk is niet vertaald in het Nederlands.

1668. A Name in heaven, the truest ground of joy, on Luke 10:20, and; The power of grace in weaning the heart from the world, on Psalm 131:1.

Dit werk bestaat uit twee preken:

- A Name in heaven, the truest ground of joy, on Luke 10:20 (Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veelmeer dat uw namen geschreven zijn in de hemelen). Vertaald in het Nederlands door N.A. Eikelenboom: Een naam in de hemel - de ware grond van vreugde (2013), Den Hertog.

- The power of grace in weaning the heart from the world, on Psalm 131:1 (O HEERE, mijn hart is niet verheven en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk). Vertaald in het Nederlands door mevrouw G.H.C. Pas–Donker: In stilheid en vertrouwen (2004), Den Hertog (p. 7-37).

1682. The good of early obedience, or, The advantage of bearing the yoke of Christ betimes.

Boek op basis van Klaagliederen 3 vers 27: Het is goed voor een man dat hij het juk in zijn jeugd draagt, terwijl op de Engelse titelpagina vermeld is: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht (Matth. 11:29-30).

Dit boek werd in 1688 voor het eerst in het Nederlands vertaald en uitgegeven onder de titel: Ontdekkinge van ’t profyt der vroege gehoorsaamheyd; of het voordeel van de gene die ’t Jok Christi bytijds dragen. Recent (2011) is het opnieuw in het Nederlands vertaald door RuthInterpress en uitgegeven onder de titel: Jong onder het juk van Christus (Gebr. Koster).

In dit boek toont Meade in achttien hoofdstukken aan dat het voor een mens van belang is Christus vroeg (of: jong) te zoeken. Hij laat zien wat het juk van Christus inhoudt, waarom en voor wie verdrukkingen goed zijn; hij benadrukt het belang van zelfonderzoek en laat zien hoe we onze staat kunnen kennen.

1688. The vision of the wheels, seen by the prophet Ezekiel, opened and applied.

Preek over Ezechiel 10 vers 13: Aangaande de raderen, elkeen derzelve werd voor mijn oren genaamd Galgal. Deze preek is niet vertaald in het Nederlands.

1691. Two sticks made one, or, The excellency of unity.

Preek over Ezechiël 37 vers 19: Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal hen maken tot een enig hout; en zij zullen één worden in Mijn hand. Gehouden naar aanleiding van het samengaan van de onafhankelijke Stepney Meeting Housegemeente met de Congregational en Presbyterian kerkgenootschappen. Deze preek is niet in het Nederlands vertaald.

Circa 1691. Original Sermons on the Jews, and on Falling into the Hands of the Living God. Also known as The Sermons of Matthew Mead.

Deze serie preken is volledig in het Nederlands vertaald, maar verdeeld over twee boeken:

- Vijf preken over Ezechiël 37 en de farewell sermon (1 Korinthe 1:3), gehouden te Stepney. Vertaald in het Nederlands door wijlen ds. J. van der Haar, Dorre doodsbeenderen (2004). De twaalf preken over Hebreeën 10:31 ontbreken in deze Nederlandse uitgave en zijn uitgegeven onder de titel: Het vallen in Gods handen.

- Twaalf preken over Hebreeën 10 vers 31. Vertaald in het Nederlands door ds. J. van der Haar: Het vallen in Gods handen (2000), De Schatkamer.

1692. A funeral sermon preached upon the sad occasion of the death of that emiment and faithful servant of Christ, Mr. Thomas Rosewell who departed this life February the 4th: and whose remains were interred February the 19th. 1692.

Rouwpreek over Job 33 vers 23-24: Is er dan bij hem een gezant, een uitlegger, één uit duizend, om den mens zijn rechten plicht te verkondigen, zo zal Hij hem genadig zijn en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden. Deze preek is niet vertaald in het Nederlands.

1697. Comfort in death. A funeral sermon preach’d upon the death of Mr. Timothy Cruso, late pastor of a church in London, who died Novemb. 26. 1697.

Rouwpreek over Romeinen 8 vers 11: En indien de Geest Desgenen Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont. Deze preek is niet vertaald in het Nederlands.

1700. The young man’s remembrancer, and Youth’s best choice

Preek over Prediker 12 vers 1: En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve. De datum van deze preek is onbekend; deze is uitgegeven na het sterven van Matthew Meade. Deze preek is niet in het Nederlands vertaald.

Dit zijn, voor zover bekend, alle bewaarde werken van Matthew Meade.

Tot slot

Meade mag als dienaar van het Woord reeds meer dan driehonderd jaar rusten van zijn arbeid. Maar het licht dat hij in de dienst van zijn Meester mocht laten schijnen in deze wereld van verloren zondaren, is daarmee niet gedoofd. Gezien de recente heruitgaven van zijn werk, ook in het Nederlands, klinken zijn woorden nog steeds ernstig van bekering en waarschuwend tegen zelfbedrog. Nergens pleisterde hij met loze kalk, bladzijde na bladzijde bestreed hij huichelaars en hypocrieten. 42 Met als doel, zoals Meade zelf zei: “(…) om niet alleen bijna, maar ook geheel een Christen [te] wezen”. 43

Noten:

1) R.L. Greaves, Meade [Mead], Matthew (1628/1629-1699), clergyman and ejected minister, Oxford Dictionary of National Biography, Oxford University Press, 2004; online edn, Jan 2008 [http://www.oxforddnb.com/view/ article/18466, accessed 12 May 2014] (hierna: Greaves)

2) Deze preek is recentelijk tweemaal uitgegeven, te weten: J. van der Haar, Dorre doodsbeenderen, De Schatkamer, 2004, p. 128 e.v.; en: G.H.C. Pas-Donker, In stilheid en vertrouwen, Den Hertog, 2004, p. 38 e.v.

3) By Keltek at Flickr [CC BY-NC-SA 2.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0)]: https://www.flickr. com/photos/jelltecks/3947933762/in/

4) … anno 2014 onderdeel van een archeologisch project.

5) Het is niet duidelijk waarom Meade naar Nederland vluchtte. Wel is bekend dat ook William Greenhill, zijn predikant in Stepney, ver voor die tijd in Rotterdam geweest was (zie ook: R. Beeke & R.J. Pederson, Meet the puritans. With a guide to modern reprints (4th printing 2012), Grand Rapids, 2006, p. 297 (hierna: Beeke & Pederson).

6) Zowel voor zijn verblijf in Nederland als voor zijn verblijf in Londen tijdens de grote pestepidemie (1665) zijn echter geen harde bewijzen gevonden, anders dan dat secundaire literatuur daar (indirect) veelvuldig naar verwijst.

7) Beeke & Pederson, p. 444-447

8) Greaves; ook: Beeke & Pederson p. 299

9) In 1682, when persecution resumed, Matthew Mead, minister of Stepney Meeting, (…) were each convicted several times of teaching at conventicles in their homes and at meeting houses (bron: http://www.british-history.ac.uk/report.aspx?compid=22739).

10) J. Howe. A funeral sermon, for that very reverend and most laborious servant in Christ, in the work of the ministry, mr. Matthew Mead, deceased october 16, 1699, in: The whole works of the rev. John Howe MA, with a memoir of the author, vol. III. Edited by rev. John Hunt of Chichester. London: Westley, 1822, p. 471-497 (hierna: Howe)

11) Inmiddels herbouwd, gevestigd aan de 145 Stepney Way in London

12) S. Lee (ed), Dictionary of national biography, vol. 37, New York / London, 1894, p. 180 (hierna: Lee). Het is volstrekt onduidelijk waarvoor de gemeente dit vanuit Nederland kreeg aangeboden. Twee feiten zijn echter bekend: er waren prominenten uit de Whig-beweging actief binnen de Stepney Meeting House-gemeente. Zie G.S. de Krey, London and the Restoration, 1659–1683, Cambridge 2005, 2 e druk, 2006, p. 347 (hierna: De Krey) en de paragraaf over de Rye House Plot. Ook waren er in die tijd geheime contacten met de Nederlandse Republiek waar Maria Stuart, de erfgename van de drie tronen van Engeland, Schotland en Ierland, woonde als gemalin van stadhouder Willem III (zie D. Vos, Hij die van de prins geen kwaad wist, Bachelorscriptie, Universiteit Utrecht, 2011). Hoewel het niet is aangetoond, is het niet ondenkbaar dat leden van de Stepney Meeting House-gemeente betrokken waren bij die geheime contacten en zo Nederlandse fondsen konden regelen.

13) Lee, p. 180

14) E. Calamy, The Nonconformist’s Memorial: Being an Account of the Ministers, Who Were Ejected or Silenced After the Restoration, Particularly by the Act of Uniformity, Which Took Place on Bartholomew-Day, 2 volumes; London: W. Harris, 1775, ed. by Samuel Palmer. Part II, p. 186

15) M. Meade, The good of early obedience, or, The advantage of bearing the yoke of Christ betimes discovered in part, in two anniversary sermons, one whereof was preached on May-day, 1681, and the other on the same day in the year 1682, and afterwards inlarged, and now published for common benefit, 1682. Vertaald in het Nederlands door RuthInterpress: Jong onder het juk van Christus, Barneveld (Gebr. Koster) 2011

16) J. Towers (ed), British Biography; Or, an Accurate and Impartial Account of the Lives and Writings of Eminent Persons in Great Britain and Ireland, vol. 10, 1780, p. 103. Ook: Lee, p. 180

17) Greaves

18) J.C. Jeaffreson (ed), Middlesex Sessions Rolls: 1682, Middlesex county records: Volume 4: 1667-88, 1892, p. 160-191. URL: http://www.british-history.ac.uk/report. aspx?compid=66089 Date accessed: 6 May 2014

19) J. Peirce, A vindication of the Dissenters: in answer to Dr. William Nichols’s Defence of the doctrine and discipline of the Church of England, part 1, 1718, p. 252 (hierna: Peirce). Letterlijk: “I forbear to mention the rudeness used towards women upon such occasions, and how they purposely frighted children, tho’ I shall not easily forget, how I was myself, being very young and in a minister’s house when it was broke open, put in great fear of my life by them, which together with what then I saw, begat in me such an aversion to their cruel and persecuting practices, as I hope shall never wear off”.

20) T.F.T. Baker (ed), A History of the County of Middlesex: Volume 11: Stepney, Bethnal Green, 1998, p. 81-83. URL: http://www.british-history.ac.uk/report. aspx?compid=22739 Date accessed: 9 May 2014

21) M.S. Zook, Radical whigs and conspiratorial politics in late Stuart England, University Park,: Penssylvania State University, 1999, p. 29; (hierna: Zook) ook:Lee, p. 180; J. Spurr, ‘Matthew Meade’, in: T. Webster & F.J. Bremer (red). Puritans and Puritanism in Europe and America. A Comprehensive Encyclopedia. Santa Barbara, California/Denver, Colorado/Oxford, England: ABC-CLIO, 2005, p. 172 (hierna: Spurr). Zie ook: Lee, p. 180

22) Mede op basis van http://www.britannica.com/EBchecked/topic/514543/Rye-House-Plot. Ook veel gedetailleerde achtergrondinformatie over het Rye House Plot in: Peirce, p. 253 e.v.

23) A. Marshall, ‘Rye House plotters (act. 1683)’, in: Oxford Dictionary of National Biography, Oxford University Press, 2013 [http://www.oxforddnb.com/view/ theme/93794, accessed 19 May 2014]

24) Greaves

25) G.S. de Krey, London and the Restoration, 1659–1683, Cambridge: University Press, 2005, 2e druk, 2006, p. 377 (hierna: De Krey)

26) Zook, p. 146

27) De Krey, p. 347

28) Zachary Bourne was advocaat en het is vrij zeker dat hij betrokken was bij het Rye House Plot. In: S. Lee (ed), Dictionary of national biography, Vol. 27. New York / London: Macmillan / Smith, Elder, & Co. 1885, (onder ‘Holloway’), p. 179

29) ‘an obligation of record, entered into before a court or magistrate duly authorized, whereby the party bound acknowledges (recognizes) that they owe a personal debt to the state’.

30) Greaves. Niet bekend is welke onderpanden dit geweest zijn.

31) http://www.britannica.com/EBchecked/topic/514543/ Rye-House-Plot

32) Lee, p. 180

33) Greaves

34) K.L. Prunger, Dutch Puritanism: A History of English and Scottish Churches of the Netherlands in the Sixteenth and Seventeenth Centuries, Leiden 1982, p. 409

35) Beeke & Pederson, p. 299

36) Lee, p. 181. Letterlijk: in consideration for his sufferings and services.

37) R. Tudor Jones et al., Protestant Nonconformist Texts: 1550 to 1700. Aldershot/Burlington, Ashgate Publishing, 2007, p. 400-401

38) Greaves

39) Howe, p. 493

40) D. Lysons, ‘Stepney’, The Environs of London. Volume 3: County of Middlesex 1795, p. 418-488. URL: http:// www.british-history.ac.uk/report.aspx?compid=45447 Date accessed: 7 May 2014. De overlijdensdatum in dit citaat is weliswaar letterlijk overgenomen, maar klopt niet; in de vertaling is de juiste datum opgenomen.

41) Met dank aan ds. H. Lassche (Rijssen) voor een grondige herziening van deze vertaling.

42) Geleend van: J. van ’t Hul, ‘Het vallen in Gods handen’, in: Reformatorisch Dagblad, 20 september 2000

43) M. Meade, The almost Christian discovered; or, the false professor tried and cast, 1662. Vertaald in het Nederlands door drs. H. Florijn: De bijna-Christen Ontdekt; of, de valse belyder beproeft en verworpen, Amsterdam 1687, heruitgegeven in 1988, p. 154

Dit artikel werd u aangeboden door: In het spoor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2014

In het spoor | 56 Pagina's

Het Leven van Matthew Meade en Zijn Werken -2-

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2014

In het spoor | 56 Pagina's