Van Verwachting Naar Teleurstelling -2-
In ons vorig artikel 1 zijn we ingegaan op twee kunstmatige bevruchtingstechnieken (kunstmatige inseminatie en in-vitrofertilisatie) die in de medische wetenschap worden ingezet als de zwangerschap bij een echtpaar met een kinderwens langdurig uitblijft. Verder is aan de orde gekomen de zogenaamde natuurlijke voortplantingstechniek NPT in combinatie met vruchtbaarheidszorg (FertilityCare). Daarvan hebben we geconcludeerd dat dit de enige methode is waar men als Bijbelgetrouw Christen zonder gewetensproblemen aan kan deelnemen. Niet meer aan de orde is gekomen het al of niet geoorloofd zijn van prenataal onderzoek. Daarop willen we nu nader ingaan.
Onder prenataal onderzoek verstaan we het onderzoeken van een embryo op aangeboren of erfelijke afwijkingen of ziektes. ‘Pre’ betekent voor en ‘nataal’ betekent zoiets als ‘de geboorte betreffend’. Onderzoek vóór de geboorte dus. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen prenatale screening (waartoe de combinatietest, de tripletest en de 20-wekenecho gerekend worden) en prenatale diagnostiek (waartoe de vruchtwaterpunctie, de vlokkentest en de niet-invasieve prenatale test of NIPT gerekend worden). Later meer hierover. De meer intensieve vormen van prenataal onderzoek worden met name uitgevoerd als er sprake is van een verhoogde kans op aantoonbare erfelijke afwijkingen. Bekend is bijvoorbeeld dat vrouwen op hogere leeftijd een verhoogde kans hebben op een baby met aangeboren afwijkingen zoals het syndroom van Down. Er wordt dan altijd eerst een Downscreening of combinatietest uitgevoerd om het risico in te schatten dat het embryo deze afwijking heeft. Als deze test wijst op een verhoogde kans hierop, vindt verder prenataal diagnostisch onderzoek plaats om de diagnose met (meer) zekerheid te kunnen stellen.
Tweeledig doel
Wanneer een vrouw in verwachting raakt, zal het in de meeste gevallen de verloskundige zijn die haar vertelt wat de mogelijkheden zijn ten aanzien van prenatale screening en diagnostiek. Als doel van het prenataal onderzoek wordt vaak in de eerste plaats ziektepreventie genoemd. Men screent op condities die kunnen leiden tot een ongunstige zwangerschapsuitkomst, maar waarvan geldt dat tijdige opsporing preventief ingrijpen mogelijk maakt. Dit wordt vaak als een sterk punt gezien voor het laten uitvoeren van dit onderzoek. ‘Waarom zou u dat niet doen? Mogelijk dat uw kind dan nog vroegtijdig behandeld kan worden!’ Dat kan inderdaad heel soms, maar dat staat echt nog in de kinderschoenen. Het behandelen van een kind in de baarmoeder is niet eenvoudig. Het is bijvoorbeeld al wel mogelijk om een kind met een open ruggetje tussen de negentiende en zesentwintigste week van de zwangerschap in de baarmoeder hieraan te opereren. Hierdoor hebben aanmerkelijk minder van deze kinderen na de geboorte een zogenaamde shunt of drain voor het afvoeren van het hersenvocht nodig en kunnen meer van deze kinderen na de geboorte lopen. Er zitten dus positieve kanten aan. Dat willen we niet ontkennen. Nadeel is dat een dergelijke operatie kan leiden tot een vroegtijdige geboorte.
Overigens zijn er van een operatie van een kind met een open ruggetje foto’s in omloop waarop te zien is dat een kind van 21 weken oud tijdens de operatie zijn arm uit de baarmoeder steekt en een vinger van de behandelende arts vastgrijpt. Wanneer we dan bedenken dat kinderen van die leeftijd, die al helemaal ontwikkeld zijn, in Nederland nog geaborteerd mogen worden, dan moeten we toch wel zeggen dat we in een verworden maatschappij leven. Dit even terzijde.
Ziektepreventie moge dan als doel vaak als eerste genoemd worden, in de praktijk wordt echter prenataal onderzoek eerder om een andere reden uitgevoerd, namelijk om vroegtijdig te screenen of er foetale afwijkingen zijn, zodat men de mogelijkheid heeft om nog abortus (binnen de in de Nederland toegestane uiterste grens van 24 weken) toe te passen. Men spreekt dan van het verschaffen van zinvolle reproductieve keuzemogelijkheden. Wat wordt hiermee bedoeld? In het woord ‘reproductief’ herkent u het woord ‘reproductie’, dat voortplanten of vermenigvuldigen betekent. U krijgt dus feitelijk door prenataal onderzoek de gelegenheid om te beoordelen of u de reproductie wil doorzetten. Of u het kind wilt houden of niet. Of u de zwangerschap als het kind een erfelijke afwijking blijkt te hebben, wilt afbreken of niet. Dit is waar prenataal onderzoek meestentijds op neerkomt.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een echtpaar met een kinderwens kan zich al bij voorbaat - voordat er sprake is van een zwangerschap en ook al komt het in de familie niet voor - via DNA-onderzoek laten testen op CF-dragerschap. De afkorting CF staat voor Cystic Fibrosis, ook wel de taaislijmziekte genoemd. De taaislijmziekte is in Nederland een van de meest voorkomende erfelijke ziekten met een beperkte levensverwachting. Deze komt ongeveer bij 1 op 4.000 á 5.000 kinderen voor. De aandoening is chronisch en bij een groot deel van de patiënten (nog) niet te genezen. De gemiddelde levensverwachting is circa 40 jaar. Zowel man als vrouw kunnen CF-drager zijn zonder dat ze deze ziekte zelf hebben en zonder dat deze ziekte in hun familie voorkomt. Wanneer van een echtpaar beiden drager blijken te zijn, wat bij ongeveer 1 op de 1.000 echtparen het geval is, dan is de kans op een kind dat daadwerkelijk de taaislijmziekte krijgt 25 procent. Aan zulke echtparen wordt dan vanuit de medische wereld de reproductieve keuzemogelijkheid geboden om bij een zwangerschap het ongeboren kind vroegtijdig op CF te laten testen, zodat abortus nog mogelijk is als het inderdaad een CF-kind blijkt te zijn. Een andere mogelijkheid die geboden wordt, is om in-vitrofertilisatie toe te passen met zaad van een andere man die geen CFdrager is, of met een eicel van een andere vrouw die geen CF-drager is. Zowel het een als het ander is in wezen overspel, zoals we in ons vorige artikel al schreven.
U zult begrijpen dat echtparen die beide CF-drager zijn, in onze maatschappij psychisch niet zelden onder druk komen te staan. ‘Moet u eigenlijk wel kinderen willen krijgen? Is het niet beter om helemaal geen kinderen te krijgen?’ Of: ‘Als u tot zwangerschap besluit, laat de embryo dan op CF controleren en breek de zwangerschap af als het CF blijkt te hebben, want een kind dat de taaislijmziekte heeft, heeft geen leven; het heeft het vaak benauwd tot heel benauwd. Dat kunt u uw kind toch niet aandoen?’ Zo wordt door een deel van ons volk gedacht en geredeneerd. Het resultaat van een uitgevoerde test op CFdragerschap kan zo tot een loden last worden. Overigens voor alle duidelijkheid: in Nederland wordt men niet standaard bij voorbaat op CF-dragerschap onderzocht. Echtparen die dat willen, moeten daar (nu nog) zelf om vragen.
Nog maar een begin
De mogelijkheid voor echtparen om zich via DNAonderzoek op CF-dragerschap te laten testen, is nog maar een begin van wat naar verwachting komen gaat aan testmogelijkheden. Het DNA-onderzoek heeft de laatste decennia een grote vlucht genomen. In 2011 was het in Amerika al mogelijk om als toekomstige ouder uw DNA met één DNA-test op 448 ernstige erfelijke ziektes te laten controleren, zo lazen we. ‘Gaan we alle ouders testen op duizenden erfelijke ziektes?’, kopte een krant naar aanleiding van dit bericht. En een andere kop luidde: ‘Baby in de maak: DNA ouders getest’. Het zou er zelfs in kunnen uitmonden dat het DNA van iedereen standaard getest gaat worden op talloze erfelijke ziektes. Wanneer het dan bij een echtpaar bekend is dat zij beiden drager zijn van eenzelfde risicogen van een bepaalde erfelijke ziekte, dan zullen zij niet zo snel meer een kind met die erfelijke ziekte geboren laten worden, is de verwachting. Dus minder leed en ook minder kosten voor de maatschappij… Alleen perfecte baby’s kunnen we gebruiken…
We moeten niet denken dat dit alles nog heel ver weg is. Nee, als de Heere het niet verhoedt, dan zou dit al op korte termijn realiteit kunnen worden. De ontwikkelingen gaan snel. Hoelang zal onze maatschappij nog gehandicapte mensen een volwaardige plaats bieden, zo vragen we ons af?
En wat een zware last kan en zal het in veel gevallen zijn als in de toekomst op grond van standaard-DNA-onderzoek aan risico-echtparen al bij voorbaat wordt medegedeeld dat bij een eventuele zwangerschap hun kind een verhoogd risico heeft op die of die ernstige erfelijke ziekte. Wat zegt u dan? ‘Dan moeten we er maar niet aan beginnen…’ Voelt u ook niet dat we zo gemakkelijk hierin meegevoerd worden. Met de geest van de autonome mens die in wil dringen in wat verborgen is, om risico’s te kunnen afwegen, om conclusies te kunnen trekken en beslissingen te kunnen nemen om zo zelf zijn leven in een door hem gewenste richting te kunnen sturen.
De verschillende screeningstesten
Als de ongesteldheid uitblijft, dan gaat een vrouw naar een verloskundige. Die zal dan wijzen op de mogelijkheid om een prenatale screening te laten uitvoeren. Iedere zwangere vrouw, ongeacht haar leeftijd, komt daarvoor in aanmerking, maar verplicht is het niet. Het is van belang om dit te onthouden, want nogal wat vrouwen lijken ervan uit te gaan dat het wel verplicht is!
Het resultaat van een prenatale screening is in feite een kansberekening. U laat onderzoeken hoe groot de kans is dat uw kind het syndroom van Down of een open ruggetje heeft.
Bij zo’n prenatale screening kunnen de volgende testen ingezet worden:
• De combinatietest. Om te onderzoeken of de baby mogelijk het Downsyndroom heeft, wordt in de periode van de negende tot de veertiende week van de zwangerschap het bloed van de moeder onderzocht en in de periode van de elfde tot de veertiende week de nekplooi van de baby gemeten. De nekplooi van een kind zonder het syndroom van Down is meestal niet dikker dan 3 mm. Is de nekplooi 5 mm of dikker dan is er een verhoogde kans dat uw baby een afwijking heeft, waarschijnlijk het Downsyndroom.
• De tripletest. Deze test is minder betrouwbaar dan de combinatietest. Het is een bloedtest die gedaan wordt in de periode van de vijftiende tot de achttiende week van de zwangerschap, als het te laat is voor de combinatietest. Ook van deze test is het doel om een al dan niet verhoogde kans op een kind met het syndroom van Down vast te stellen.
• Het structureel echoscopisch onderzoek (SEO) of kortweg een echo. Iedere vrouw heeft bij 20 weken zwangerschap recht op een echo, vaak de 20-wekenecho genoemd. Bij deze echo wordt onderzoek gedaan naar lichamelijke afwijkingen van de ongeboren baby. Ook de echo is niet verplicht. Hierbij wordt niet alleen op het Downsyndroom en op een open ruggetje gelet, maar ook zaken als een hartafwijking, een nierafwijking en een open schedel worden zichtbaar. Er worden in Nederland ongeveer 125 kinderen per jaar geboren met een open rug, 125 met een open schedel en 300 kinderen met het syndroom van Down.
Als één of meer testen uitgevoerd zijn, worden de uitslagen op een rij gezet. Ook de leeftijd van de moeder wordt meegenomen. Oudere vrouwen hebben immers een verhoogde kans op een kind met het Downsyndroom. Bij een vrouw van 40 jaar gaat dat richting de één procent en bij een vrouw van 45 jaar gaat dat richting de drieënhalf tot vier procent. Als de uitslagen (overwegend) positief voor het Downsyndroom zijn en de vrouw is op leeftijd gekomen, dan krijgt zo’n vrouw de uitslag dat haar kindje wel eens het Downsyndroom zou kunnen hebben. De kans daarop wordt dan groter geschat dan 1 op 200. Hoewel we nog praten over lage kanspercentages, komt zo’n uitslag toch over als een ernstige boodschap. Wie u ook bent en welke achtergrond u ook heeft, het geeft u een schok. Een periode van onzekerheid breekt dan aan. Hoe zal het kind zijn? Zal het gehandicapt zijn, ernstig gehandicapt misschien? Of toch gezond?
Vervolgonderzoek
Om meer zekerheid te verkrijgen, wordt zo’n vrouw aangeboden om van de prenatale diagnostiek gebruik te maken. Eén of meer van de volgende testen kunnen dan uitgevoerd worden:
• Een vruchtwaterpunctie. Hierbij wordt rond de zestiende week van de zwangerschap of later via de buikwand met een naald vruchtwater uit de baarmoeder weggenomen. Dit vruchtwater bevat onder andere ook huidcellen van het kind, waarop dan DNA-onderzoek wordt uitgevoerd naar chromosoomafwijkingen zoals bij het Downsyndroom.
• Een vlokkentest. Hierbij wordt er met een naald weefsel van de placenta (moederkoek) uit de baarmoeder weggenomen. Ook op dit weefsel kan DNA-onderzoek naar chromosoomafwijkingen zoals bij het Downsyndroom uitgevoerd worden. Deze test kan al vanaf de elfde week van de zwangerschap worden ingezet.
• Een niet-invasieve prenatale test (NIPT). Dit is een nog vrij nieuwe test, die sinds 1 april 2014 als proef in Nederland beschikbaar is. Veel zwangere vrouwen gingen hiervoor eerder naar België of Duitsland, omdat deze test daar al langer beschikbaar is. Bij NIPT wordt bloed van de moeder afgenomen en onderzocht in een laboratorium. In dit bloed is ook DNA van het kind aanwezig, afkomstig van de placenta. Het DNA van het kind wordt onderzocht op een extra chromosoom 21 (Downsyndroom), 18 (Edwardssyndroom) of 13 (Patausyndroom). Bij een afwijkende uitslag wordt voor de zekerheid alsnog een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie uitgevoerd. Bij een niet-afwijkende uitslag is dat niet meer nodig.
De NIPT is betrouwbaar, eenvoudig uit te voeren en ook veiliger voor moeder en kind dan een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie. Zowel de vruchtwaterpunctie als de vlokkentest kunnen namelijk in 0,3 tot 0,5% van de gevallen een miskraam tot gevolg hebben, bij de NIPT is daarvan geen sprake meer. Dit is ook ethisch van belang. Het gaat hier weliswaar om lage miskraampercentages, maar als u nu degene bent die een miskraam krijgt door een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, kunt u het dan verantwoorden voor de Heere dat u dit onderzoek liet doen dat niet strikt noodzakelijk was? Dat is een indringende vraag. Wanneer u in de trein stapt van het prenataal onderzoek, dan kunt u dus zomaar voor ethische dilemma’s komen te staan. Dit leidt ons tot de kernvraag:
In hoeverre is prenataal onderzoek ethisch verantwoord?
We willen er eerst op wijzen dat aan prenataal onderzoek twee kanten zitten. Als met een 20-wekenecho wordt ontdekt dat het kind het Downsyndroom heeft met een hartafwijking, dan kan misschien bij de geboorte direct worden ingegrepen, waardoor het kind mogelijk in leven blijft, terwijl het anders zou sterven.
De andere kant is echter dat het aantal vrouwen dat de zwangerschap laat afbreken tussen de twintigste en vierentwintigste week van de zwangerschap, sinds de invoering van de 20-wekenecho in 2007 meer dan verdubbeld is. Na een echo in die periode werden in 2010 in totaal 317 zwangerschappen afgebroken, terwijl in 2006 in totaal 140 vrouwen voor een abortus na de 20ste week kozen. Verder is bekend dat zo’n negentig procent van de foetussen met een open ruggetje geaborteerd worden. De 20-weken echo wordt dus in de praktijk door een deel van de zwangere vrouwen heel duidelijk gebruikt om te selecteren. Blijkt het kind gehandicapt te zijn, dan wordt de zwangerschap niet zelden moedwillig door abortus afgebroken en daarmee het zesde gebod overtreden.
Ruim twee derde van de Nederlandse vrouwen die eind 2012 zwanger waren, gaf overigens aan dat het Downsyndroom voor hen geen reden was om een zwangerschap af te breken. Dat valt ons op zich nog mee, gezien de verregaande secularisatie van Nederland. Maar… daar staat wel tegenover dat een derde van de zwangere vrouwen het vroegtijdig - via prenataal onderzoek - zeker wilde weten dat hun kind het syndroom van Down niet had, daar zij anders tot abortus zouden overgaan.
Postmoderne levenshouding
Prenatale onderzoeksmethoden in combinatie met de keuzemogelijkheid om eventueel abortus toe te passen zijn meer dan alleen medische gereedschappen om lijden te voorkomen. Er wordt wel snel ge-zegd: ‘Dat onderzoek doen we om lijden te voorkomen’, maar ten diepste is het veeleer een uitdrukking van de postmoderne levenshouding van zelfbeschikking: ‘Ik beheers en bestuur zoveel mogelijk zelf mijn eigen leven. Ik wil van mijn kind genieten. Ik wil geen leed en moeite. Een kind dat niet aan mijn wensen voldoet, dat een onvoldoende kwaliteit van leven heeft, dat niet perfect is, laat ik dan ook weghalen uit de moederschoot.’
Er is een verhaal uit Indië over een waterdrager die twee emmers had: een emmer die lek was en een emmer die perfect was. Elke dag ging hij met deze twee emmers water uit de rivier halen voor zijn baas. Van de rivier liep hij over een pad terug naar huis. De emmer die lek was, zei op een gegeven moment tegen hem: ‘Wat heeft u aan mij, voordat we thuis zijn, ben ik al weer halfleeg; ik presteer maar de helft; ik ben waardeloos.’ De waterdrager zei: ‘Kijk eens naar de berm van het pad aan jouw kant. Daarin groeien allemaal prachtige bloemen waarmee ik de tafel van mijn baas kan versieren. Aan de andere kant groeien die niet.’ De lekke emmer was deels anders nuttig. Zo hebben ook gehandicapte mensen met hun beperkingen toch altijd weer bijzonder te waarderen eigenschappen. Ze geven soms zoveel liefde en u kunt er soms zoveel liefde aan kwijt. Wie zijn wij om de kwaliteit van leven af te meten?!
Kinderen zijn een erfdeel des HEEREN, ook gehandicapte kinderen. Als we kinderen krijgen, krijgen wij die als het ware een tijdje in bruikleen. De Heere vergist Zich daarbij niet in de kinderen die Hij ons toeschikt! Zullen we dat nooit vergeten of loslaten? Ook als we een gehandicapt kind krijgen. Wie zijn wij om af te wijzen wat Hij ons in Zijn wijsheid toeschikt? Of niet toeschikt, als Hij ons in Zijn wijsheid kinderen onthoudt, wat zo’n intens verdriet kan zijn. Geve de Heere ons maar een ware en gewillige onderwerping aan Zijn beleid. Dat geeft rust! Maar dit gaat geheel in tegen het gevallen bestaan van de autonome mens. Die zegt: ‘Ik maak zelf wel uit wat ik wil en wat ik niet wil.’ De mens in zijn of haar natuurstaat bestuurt zijn of haar eigen weg en leeft zo zijn of haar val uit. Niet God is God, maar de mens zelf is god. Maar dat is niet de weg in afhankelijkheid van de Heere, die de Bijbel ons wijst. En daarom zal de mens deze weg ook niet dan tot schade van zijn kostbare ziel bewandelen.
Wat verborgen is, verborgen laten!
De verborgen dingen zijn voor den HEERE onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet, zo lezen we in Deuteronomium 29:29. Naar aanleiding van deze tekst stellen we de vraag: moeten we de verborgen dingen met betrekking tot een zwangerschap niet voor den HEERE laten, niet verborgen laten? Zouden we het laten uitvoeren van prenataal onderzoek daarom niet beperkt moeten houden tot alleen maar in die situaties als de ontwikkeling van de zwangerschap met betrekking tot moeder of kind een directe aanleiding vormt voor nader medisch onderzoek? Bijvoorbeeld als de groei van het kind duidelijk achterblijft. En dan met testen die niet het gevaar in zich hebben om een miskraam te veroorzaken.
Verder moet u zich goed realiseren dat prenataal onderzoek ook weer dilemma’s kan oproepen. Wat doet u bijvoorbeeld als blijkt dat u drager bent van een erfelijk risicogen? Gaat u dat dan aan uw gehele familie vertellen? Dat is echt niet eenvoudig. Dat kan heel gevoelig liggen. Kortom, er zijn meer dan genoeg goede argumenten om terughoudend te zijn met prenataal onderzoek.
Hoelang nog welkom?
Hoelang zullen gehandicapte kinderen nog volledig aanvaard worden in onze maatschappij?, zo vragen we ons af. We vrezen dat de tijd niet ver meer is dat gezegd wordt: ‘”Die mensen zijn niet meer welkom in onze samenleving, want die kosten alleen maar geld, die zorgen voor veel ellende en die bouwen niet mee aan de samenleving. We willen alleen maar gezonde, fitte mensen hebben die een werkzaam aandeel kunnen hebben in de maatschappij”. Mevrouw C.E.M. de Die, hoogleraar preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD) of kortweg embryoselectie, doet al uitspraken die in die richting gaan. Bij preïmplantatie genetische diagnostiek gaat het om een techniek waarbij eerst via in-vitrofertilisatie een aantal embryo’s bereid wordt. Als de embryo’s drie dagen oud zijn en uit gemiddeld acht cellen bestaan, wordt één cel van elke embryo verwijderd om het DNA daarin op erfelijke ziektes te onderzoeken. Zodra de uitslag bekend is, wordt een gezonde embryo uitgekozen en die wordt vervolgens in de baarmoeder geplaatst. Welnu, deze hoogleraar zegt: “Ons doel” hiermee “is het voorkomen dat er kinderen worden geboren met ernstige erfelijke aandoeningen.” Een andere uitspraak van haar is: “De zorg voor een kind met een erfelijke ziekte of voor volwassenen met een chronische genetische ziekte zal vele en vele malen duurder zijn dan de PGD-behandelingen vooraf.” Voelt u hoe een en ander gemakkelijk kan uitmonden in een maatschappij waarin een gehandicapt kind niet meer welkom is?
Voorbehoedsmiddelen
Maar moeten of mogen we geen voorbehoedsmiddelen gebruiken als we als echtpaar weten dat de kans op kinderen met een afwijking groot is? Wij willen u in dit verband wijzen op Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus. Eerst wordt daar gevraagd in vraag 27: “Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods? Antwoord: De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met Zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat (…) gezondheid en krankheid (…) en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.” En daarna in vraag 28: “Waartoe dient ons dat wij weten dat God alles geschapen heeft en door Zijn voorzienigheid nog onderhoudt? Antwoord: Dat wij in allen tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar zijn mogen, en in alles dat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht hebben op onzen getrouwen God en Vader, dat ons geen schepsel van Zijn liefde scheiden zal, aangezien alle schepselen alzo in Zijn hand zijn, dat zij tegen Zijn wil zich noch roeren, noch bewegen kunnen”.
Als we zien dat de Heere alles ten goede en ten nutte van ons bestuurt, ook de tegenspoed (die bevatten lessen voor ons), zouden we dan voorbehoedsmiddelen gaan gebruiken als de kans op afwijkingen groot is? Nee, de Heere staat daarboven. Als we voorbehoedsmiddelen gebruiken, dan grijpen we direct in in datgene wat de Heere ons gegeven heeft, de voortplanting. Dan zijn we zelf weer bezig, dan staan we zelf weer aan het stuur. De voorzienigheid Gods gaat ook over ziekte, ook over die afwijkingen en over de kans daarop. Laten we dat steeds voor ogen houden! Laat het dan een biddende weg zijn waarin we de Heere vragen: ‘Heere, U weet toch alle dingen. U weet toch ook dat wij misschien wel een kind met afwijkingen krijgen. Ik leg het voor U neer. Zou U ons willen geven wat nodig is, ook in deze weg. Als het dan een kind wordt met afwijkingen, dat we dan geduld en liefde mogen ontvangen om het kind te verzorgen. Boven en voor alles, HEERE, werk toch ook in het hart van dit kindje. Maak Uw Woord nog eens waar in zijn of haar leven, dat U het dwaze der wereld heeft uitverkoren, opdat U de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld, opdat U het sterke zou beschamen; en het onedele der wereld, en het verachte (…), en hetgeen niets is, opdat U hetgeen iets is, teniet zou maken’ (1 Kor. 1:27-28).
We denken in dit verband ook even aan een moeder die de Heere vreesde. Zij had een meisje dat zwaar gehandicapt was. Het meisje kon niet praten en was echt heel hulpbehoevend. Het meisje zat aan de keukentafel. In een moment van opstand en boosheid zei de moeder tegen het meisje: ‘Waarom ben jij geboren?’ Toen zei dat meisje: ‘Om eeuwig Zijn Naam groot te maken’, en tegelijk valt dat meisje voorover op de tafel neer en sterft. De Heere heeft Zijn volk altijd ook onder gehandicapte mensen gehad. Ook onder hen die voor ons onbereikbaar zijn. Dat staat de Heere niet in de weg. Hij werkt ook in die mensen. Dit is een van de vele redenen waarom we het niet goed achten om met voorbehoedsmiddelen te gaan sturen, want de Heere doet al wat Hem behaagt. Anders gaan wij weer op de troon zitten om te sturen in een richting die ons behaagt.
De meerderheid is de norm
De technische wetenschapper probeert de grenzen van het menselijk kunnen te verleggen. Die grenzen blijken telkens weer opgeschoven te kunnen worden. Steeds weer dienen zich nieuwe uitvindingen en technieken aan. De al eerder aangehaalde hoogleraar De Die zei bijvoorbeeld dat de PGD-methode “de komende jaren sneller, succesvoller en simpeler” zal worden, waardoor er “ongekende mogelijkheden” zullen ontstaan. De vraag of die mogelijkheden alle wel ethisch verantwoord zijn, laat de technische wetenschapper veelal aan anderen, aan de maatschappij over. Die discussieert er achteraf over, waarbij helaas niet Gods Woord, maar de grootste gemene deler van de maatschappij de norm is. Of anders gezegd: Niet de Bijbelse normen bepalen, maar de meerderheid bepaalt wat ethisch kan of (nog) niet kan. De Bijbelse normen zijn prima, maar dan voor het privéterrein. Achter de voordeur. Daarbij rijst overigens wel de vraag of de gereformeerde gezindte inmiddels deels ook niet met deze geest bezet is? Maken velen onder ons ook geen scheiding tussen hun maatschappelijke leven en hun privéleven? Leven velen ’s zondags niet op zijn zondags, maar doordeweeks zo werelds? De Heere spreekt echter in Zijn onbedrieglijk Getuigenis: Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken (Spr. 3:6). Verder geldt dat nieuwe technische mogelijkheden ons vaak weer voor nieuwe, niet zelden moeilijke, ethische vraagstukken stellen. Niet voor niets zei Sálomo al: die wetenschap vermeerdert, die vermeerdert smart (Pred. 1:18b), die vermeerdert bekommernis.
Ten slotte
Van wie verwachten we het, ook als het gaat over zaken als kinderen krijgen en de gezondheid van moeder en kind? Toen Abram en Sarai het niet meer van de Heere verwachtten, maar eigen gekozen wegen gingen via Hagar, toen ging het mis. De Heere vervulde Zijn belofte aan Abram op Zijn tijd en op een geheel wonderlijke wijze, namelijk toen de moeder in Sarai verstorven was. We denken in dit verband ook aan de geschiedenis van Hanna. Ze smeekte om de opening van de baarmoeder en de Heere deed het. Dat kan ook nu nog gebeuren. Onlangs hoorden we vertellen van een vrouw die de Heere mocht vrezen, dat zij werkzaamheden met haar kleindochter had gekregen die geen kinderen kon krijgen. Het mocht voor haar een gebedszaak worden. Toen kreeg ze die woorden dat ze (net als Sarai) over een jaar een zoon zou hebben. En dat is gebeurd ook. De Heere is een God van wonderen, ook anno 2015!
David zegt in Psalm 139 vers 15-16a: Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgen gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht in de nederste delen der aarde. Uw ogen hebben mijn ongeformeerden klomp gezien. Hierin ligt niet alleen vervat dat de Heere David in Zijn voorzienigheid wonderlijk gemaakt en gevormd heeft, maar ook dat de Heere van de baarmoeder af hem in het bijzonder gezien, bewaard en gespaard heeft, omdat Hij Zijn genade aan hem wilde verheerlijken. Ook wij allen zijn in het verborgene wonderbaarlijk gemaakt, maar kennen we nu tevens iets van het wonder van genade gelijk een David? Met deze voor mij en u klemmende levensvraag besluiten we dit artikel.
Noten:
1) Zie: In het spoor, meinummer 2015, 39 e jrg, nr. 2, p. 113-118
Fotoverantwoording:
a) Foto Depositphotos
Kindertalbeperking uit ongeloof
Ds. W. Huntington (1745-1813): “Gebruik nimmer ongeoorloofde middelen om te voorkomen dat gij een grote huishouding of de zorg van vele kinderen krijgt. Dit is de wortel van een Godonterend en verdoemelijk ongeloof, en de vrucht is de zonde van Onan, die God aanmerkt als een daad van ongeloof en wantrouwen, begaan tegen Zijn voorzienigheid; een belediging uitgevoerd tegen een vruchtbare baarmoeder, en de zonde van doodslag, begaan tegen onzondige onschuld, die God op twee herhaalde reizen op de daad zelf met een plotselinge dood bezocht heeft (Gen. 38:7-10). Ik ben langer dan twintig jaar gehuwd geweest en heb dertien kinderen bij mijn vrouw gehad, juist Jakobs getal, één meer dan een dozijn; en in plaats van een bedelaar ben ik rijker dan ooit tevoren. En ik geloof, indien ik heden moest sterven en al mijn zaken werden geregeld dat ik vrij van wereldse schuld van hier zou gaan. En ik ben zeker dat geloof tevreden is met een eerlijke doortocht door deze wereld, maar indien wij bedoelen om aan de begeerten van ongeloof te voldoen, dan is de ganse wereld niet in staat die vorderingen te vervullen.”
-Ds. W. Huntington, God, de Kassier der armen of de Geloofsbank, Utrecht 1983, p. 13 (herspeld)-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juli 2015
In het spoor | 68 Pagina's