Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Het Geusje’ en de Nederlandse Vlag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Het Geusje’ en de Nederlandse Vlag

21 minuten leestijd

Wij weten haast niet anders of niet beter meer dan dat de nationale Nederlandse vlag altijd bestaan heeft uit een horizontale rode, witte en blauwe baan, eventueel aangevuld met een oranje wimpel. Het Geusje zou dit echter met kracht weersproken hebben: niet rood-witblauw is de nationale vlag, nee, oranje-blanjebleu, voorheen genoemd de prinsenvlag. We willen in dit artikel bezien waarom Het Geusje zo vol overtuiging voor de prinsenvlag koos en wie Het Geusje hierin zijn nagevolgd.

Elders in dit nummer kunt u meer lezen over het slechts gedurende twee jaar (van 31 augustus 1898 tot 29 augustus 1900) verschenen kohlbruggiaans volksblaadje Het Geusje, dat wekelijks door een anonieme redacteur in de geest van J.L. Bernhardi gevuld werd met een samenspraak tussen Van Schermen, De Leus en Parool. In die samenspraken kwamen allerlei actuele onderwerpen aan bod. Eén van die onderwerpen was de kwestie wat nu de echte Nederlandse nationale vlag was: rood-wit-blauw of oranje-blanje-bleu? De redacteur van Het Geusje had zich daarin grondig verdiept en was op grond van historische gegevens tot de conclusie gekomen dat de oranje-wit-blauwe prinsenvlag de echte Nederlandse vlag was. We zullen daarom eerst eens luisteren wat hij hierover naar voren bracht.

Hoe het oranje rood werd

De Leus: Heb ik het je niet gezegd, Van Schermen? Ik zei nog toen je een nieuwe vlag ging kopen: neem er nu een zoals ik heb: oranje, wit en blauw. Dat is altijd de Nederlandse vlag geweest.

Van Schermen: Ja, geweest, maar wat geweest is, is nu niet meer.

Parool: Ik zie wel, je weet er net zoveel van als bijna iedereen. Is het niet een treurig ding dat een volk zijn eigen vlag vergeet of vervalst? En dan zulk een weergaloze vlag!

Van Schermen: Maar wat zou je dan willen beweren? Dat het hele land vol valse vlaggen is? Dat zou toch al te dwaas zijn!

Parool: Is dat dan zo’n zeldzaam verschijnsel in de geschiedenis dat de waarheid soms aan de zijde van een kleine minderheid en de dwaling aan de zijde van de grote meerderheid was?

Van Schermen: O nee, dat is zelfs dikwijls voorgekomen. Maar het is de vraag of het hier het geval is. En dan lijkt het me toch al te dwaas dat het rood, wit en blauw niet de Nederlandse vlag zou zijn, als ik zie dat die vlag in gebruik is bij ’s lands leger en vloot en dus door de regering als de landsvlag wordt erkend.

Parool: Maar kan de regering niet dwalen?

Van Schermen: Natuurlijk wel, al lijkt het mij in deze zaak ook haast ongelofelijk. Maar zeg eens van welke tijd zou dan die dwaling dagtekenen?

Parool: Het oranje, wit en blauw was de vlag van de Republiek der Verenigde Nederlanden en is zolang de Republiek bestaan heeft, dus tot 1795 toe, altijd door de regering als de landsvlag erkend. Daarna kregen we tot 1805 de vlag van de Bataafse Republiek. Daarna onder Lodewijk Napoleon de vlag van het Koninkrijk Holland tot 1810. Daarna bij de inlijving in het keizerrijk Frankrijk de Franse vlag tot 1813. In 1813 werd ons land weer een onafhankelijke staat onder Oranje. Toen werd ook ’s lands vlag weer hersteld. Nu, welke vlag moest dat zijn? Toch niet de vlag van de Bataafse Republiek, want door Oranje weer in het land te roepen, bewees men juist dat men van de Bataafse Republiek, die op Oranjes verdrijving was gevolgd, niets meer wilde weten. Er kan dus niets anders bedoeld zijn dan herstel van de vlag van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dus van de prinsenvlag of geuzenvlag of statenvlag of hoe die oranje-wit-blauwe vlag al meer moge geheten hebben.” 1

Wat men zou verwachten, gebeurde echter volgens Het Geusje niet: in plaats van de prinsenvlag werd in 1813 meest de rood-wit-blauwe vlag in de top gehesen. En deze historische vergissing werd - tot groot ongenoegen van Het Geusje - later niet meer teruggedraaid. De geliefde prinsen- of geuzenvlag die in de bange bloedstrijd tegen Spanje en rome door het volk (dat om de gereformeerde religie ons vaderland had moeten ontvluchten en hulp gezocht had bij prins Willem van Oranje) was ingevoerd als teken dat men de prins wilde dienen, was dus zomaar aan de kant geschoven en bleef aan de kant geschoven.

Het drievoudig snoer leefde niet meer

Maar hoe kwam men tot die vergissing? Het Geusje geloofde niet dat dit nu uit afkeer van het Huis van Oranje was voortgekomen. Nee, die Oranje in 1813 terug verzocht hadden, waren geen patriotten of kezen die Oranje verguisden, noch Oranjehaters als Jan de Witt, die destijds al getracht had het volk de prinsenvlag afhandig te maken. Maar volgens Het Geusje heeft die vergissing kunnen gebeuren, omdat er “geen gevoel” meer was “voor de kostelijke gave die God ons in de gereformeerde Belijdenis en in de Gereformeerde Kerk had gegeven.” Daarom was er ook geen oog voor de “eigenlijke” en “hoogste betekenis van Oranje”, als beschermer van de gereformeerde religie. “Wat? Oranje zou de gereformeerde Belijdenis moeten handhaven? Welnee, vrijheid, gelijkheid en broederschap. Die theorie van de Revolutie was goed, zei men, de toepassing alleen was wel eens wat onverstandig geweest.” Het laat zich begrijpen dat “mensen die met zulke gedachten bezield waren, onmogelijk wat voor de oude prinsenvlag konden gevoelen”.

Van Schermen: Ha, nu begrijp ik het: kerk, Oranje en vaderland, dat leefde niet meer in de harten. Daarom beschouwde men de oude prinsenvlag als verouderd. Is het niet zo?

Parool: Daar sla je de spijker op de kop! Juist jongen, daar hadden de mannen van 1813 geen oog of hart meer voor: dat God die drie eens tot een kostelijk snoer had samengevoegd!

Van Schermen: Maar ging er dan van het volk tegen die vlagvervalsing geen protest uit?

Parool: Ik heb er nooit iets van gelezen. Ach jongen, het was zo’n dode boel in de kerk in het begin van de negentiende eeuw. Er was weinig hart voor Gods Woord. En dan zingt men het liedje van de valse verdraagzaamheid immers mee en berust men in de gelijkstelling van leugen en waarheid, die door de Revolutie is ingevoerd. (…)

Van Schermen: Man, jij maakt me de dingen helder. Als men de zaken zo beziet, en zo is toch maar de toestand, dan verwondert men er zich in het geheel niet meer over dat het rood-wit-blauw zo algemeen de nationale vlag wordt genoemd.

Parool: Nee, zeker niet. Inderdaad, die rood-wit-blauwe vlag tekent helemaal de toestand. Wegblijven moest de oranjebaan, want Gods Woord, dat hier met Oranje eens geplant was, was en bleef verworpen. Voortaan was het oranje niet meer in de vlag, maar hing er op zijn best genomen naast, als wimpel. En ook dat tekent de toestand, want kerk, Oranje en vaderland waren en bleven gescheiden, nu Oranje op revolutionaire bodem [van de grondwet met zijn gelijk recht voor alle gezindten en ministeriële verantwoordelijkheid] was geplant. Wat betekende Oranje dan nog? Oranje hing erbij aan en voortaan was het: alles [bepaald] door het volk, alles door de partijen. Maar dit is zeker: al wie nog één druppel geuzenbloed in zijn aderen heeft, die kan geen andere vlag als nationale vlag erkennen dan het aloude oranje, blanje, bleu. Dat alleen is de vlag die Gods recht en daarom ook de rechten en vrijheden van vorst en volk eerbiedigt.” 2

Gedicht

Het Geusje had op die verwisseling van de oranje baan voor de rode baan zelfs een gedicht gemaakt. 3 Een gedicht van maar liefst tien coupletten. Vijf van de tien coupletten laten we hieronder volgen:

De rode baan is revolutie,

De rode baan bespot Gods Woord.

Paus Leo geeft graag absolutie

Al wie door haar de Kerk verstoort.

Ontwaak, o geus, waar is ’t oranje?

Ontwaak, o geus, wat moet dat rood?

Waar is de vlag die eens door Spanje

Gevreesd, geducht werd als de dood?

De prinsenvlag deed rome beven,

De prinsenvlag, d’ oranjebaan!

Geen and’re vlag, bij dood of leven,

Mag dan op ’t geuzenschip meer staan.

Weg met dat rood! Oranje boven!

Weg met dat rood! ’t Is kezenkleur!

Laat niemand u ’t oranje roven,

De kezenvlag stelt u teleur!

D’ oranje baan, ten spijt der papen,

D’ oranje baan roemt luid den band,

Door God gelegd: Hij heeft geschapen

’t Snoer: kerk, Oranje en vaderland.

Uit dit gedicht wordt nog te meer duidelijk dat het rood in de vlag voor Het Geusje feitelijk symbool stond voor alles wat maar van de waarheid afweek en de door God geweven nauwe samenknoping van kerk, Oranje en vaderland doorkruiste: remonstranten, roomsen, regenten als Jan de Witt, patriotten of kezen, aanhangers van de Franse Revolutie, zoals liberalen en socialisten. En ook de neogereformeerden met hun gelijk recht voor alle gezindten. De oranje baan daarentegen symboliseerde dat vorst en volk één waren en samen verbonden aan de gereformeerde kerk en waarheid.

Bronnen

Maar hoe wist Het Geusje dat al vanaf de inname van Den Briel op 1 april 1572 tot aan 1795 de kleuren van de landsvlag oranje, wit en blauw waren geweest? Wel, lees maar wat Parool op de vraag of hij hiervan wel zeker was, antwoordde:

Parool: Ik heb er volkomen zekerheid van. Uit staatsstukken die datum en ondertekening dragen, is het op onweerlegbare wijze aan te tonen. Als jij je daarvan wilt overtuigen, lees dan eens het hoogst belangrijke geschriftje van dr. P.J. Vermeulen, getiteld: Nederlands vlag, uitgegeven in Utrecht bij Kemink en Zoon (1865). Daar zul je onder andere vinden dat nog op 17 juli 1787 door de Staten van Utrecht in een publicatie wordt gesproken van ‘de gecombineerde kleuren van oranje, wit en blauw, waarbij ’s lands vlag van oude tijden af door geheel Europa is bekend geweest’. Er bestaat geen enkel staatsstuk van de oude Republiek waarbij andere kleuren erkend zijn.” 4

De redacteur van Het Geusje had diverse werken over de oorsprong van de Nederlandse vlag bestudeerd, maar als belangrijkste bron fungeerde wel het genoemde, 50 pagina’s tellend boekje van dr. P.J. Vermeulen (1809-1878). De heer Vermeulen, die archivaris was van de Provincie Utrecht en bibliothecaris van de Utrechtse universiteitsbibliotheek, had als deskundige historisch onderzoek gedaan naar de kleuren van de Nederlandse vlag. Hij was tot de conclusie gekomen dat de wettige kleuren van de landsvlag oranje, wit en blauw waren en men daarom geen andere kleuren behoorde te gebruiken. 5 Vermeulen, die in Utrecht tot de vriendenkring van dr. H.F. Kolbrugge behoorde en ouderling was in de Hervormde Kerk, was ook de chef van de bekende kohlbruggiaan en klerk bij het Utrechts provinciaal archief Jean Louis Bernhardi (1811-1873). 6 Het verwondert dan ook niet dat eenzelfde pleidooi voor de oude prinsenvlag als we hierboven van Het Geusje hebben vernomen, reeds terug te vinden is in De Zamenspraken (1859-1873) van Bernhardi. 7

Nadat de uitgave van Het Geusje in augustus 1900 was gestopt, is evenwel dit standpunt ten aanzien van de Nederlandse vlag in met name kohlbruggiaanse kringen blijven voortleven, in ieder geval tot aan de Tweede Wereldoorlog.

Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij

Bekend is dat de orthodox-hervormde Vrienden van Kohlbrugge in later dagen voor een deel politiek onderdak gevonden hebben bij de op 13 oktober 1921 opgerichte Hervormde (Gereformeerde) Staatspartij (HGS), waarvan ds. C.A. Lingbeek (1867-1939) de bekendste vertegenwoordiger was. 8 Uit de discussie die in de jaren dertig van de vorige eeuw over deze - toen waarschijnlijk meest door de NSB opnieuw opgerakelde - vlaggenkwestie gevoerd werd, is het duidelijk dat de HGS in dezen hetzelfde standpunt innam als Het Geusje. Zo publiceerde ds. H.O. Roscam Abbing als scribent van het HGS-partijblad Staat en Kerk in het nummer van 6 februari 1934 niet alleen een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse vlag in de geest van Het Geusje, maar ook een kort artikeltje onder de al veelzeggende titel: ‘Oranje boven’, waarin hij het ronduit voor de oranje-wit-blauwe vlag opnam. 9 We laten het hier volgen:

“De bovenste horizontale baan van onze nationale vlag zij het oranje en niet het rood, al of niet met een oranje wimpel er langs. Het nationaal-gereformeerd beginsel doorwerkende, kan alleen ons land behouden, omdat het gegrond is in Gods Woord en vastgelegd in de Belijdenis van onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk, waarin nog altijd het hart van Nederland klopt. En dat nationaal-gereformeerd beginsel verbonden met het Oranjehuis deed kerk en staat hier te lande geboren worden. Ook hier geldt het rijmpje: ‘Die aan dien band durft knagen, zal wis het oordeel dragen’. Rome en de libertijnse geest knaagden voorheen aan die band en doen het ook heden. Indien onder de huidige regering het roodwit-blauw in de (grond)wet als nationale driekleur wordt vastgesteld, dan doe ook dat ons inkeren tot onszelf met de belijdenis: ‘Wij en onze vaderen hebben gezondigd’, dan gebruike de Heere het als een middel in Zijn hand om de liefde tot de prinsenvlag aan te wakkeren en het gebed te vermenigvuldigen dat het Hem behage op Zijn tijd het oranje-blanjebleu als nationale driekleur te herstellen.

’t Oranje, wit en blauw,

Spreekt luid van ’s Heeren trouw.”

Om aan deze vlaggenkwestie een einde te maken en verdere verdeeldheid hierover te voorkomen liet de regering een historisch onderzoek uitvoeren met het doel om vervolgens de juiste, nationale kleuren van de Nederlandse vlag officieel vast te leggen.

Ook SGP-voorman ds. J.D. Barth bekende kleur

Onder de titel: ‘Het Nederlandse volk en zijn vlag’ publiceerde ds. J.D. Barth (1871-1942) in De Banier van zaterdag 9 januari 1937 een artikel waarin hij - in navolging van Het Geusje - het eveneens ondubbelzinnig voor de prinsenvlag met zijn oranje-witblauw opnam. 10 Als ondertitel fungeerde hetzelfde gedichtje waarmee ds. H.O. Roscam Abbing zijn artikel in 1934 beëindigd had:

’t Oranje, wit en blauw

Spreekt luid van ’s Heeren trouw.

In de inleiding op zijn artikel refereerde ds. Barth, die overigens bekend was met de inhoud van Het Geusje, aan de heugelijke gebeurtenis die twee dagen eerder had plaatsgevonden, namelijk de huwelijksvoltrekking tussen prinses Juliana en prins Bernhard. Met het oog daarop merkte hij op: “Het betaamt ons te midden van de droeve afwijking van ons volk van de paden des rechts, de invloeiingen van Gods goedertierenheid op te merken.” Vervolgens wees hij op de grote betekenis van het Huis van Oranje voor ons volk: “Immers van hoe grote betekenis is het Huis van Oranje. Meer dan enig volk mag onze natie - in ootmoedige erkentenis van Gods weldaden - met blijdschap neerzien op het Huis van Oranje. Oranje hebben wij ontvangen uit de hand Gods. Door Oranje heeft de Heere ons verlossing gegeven van onze vijanden. Onder Oranje verkregen wij de vrijheid. Wanneer dan ons volk uiting geeft aan zijn blijdschap, is een van de eerste vreugdebedrijven het uitsteken van de vlag.” Maar de meerderheid van het Nederlandse volk dat Oranje wilde eren, liet het rood-wit-blauw wapperen, soms nog aangevuld met een oranje wimpel. Er was echter ook nog “een zeer kleine minderheid”, zo constateerde ds. Barth, “die van deze algemene regel” afweek en er de voorkeur aan gaf om de oranje-wit-blauwe prinsenvlag te laten wapperen. Op de vraag: ‘Waarom zulk een taai vasthouden aan de Oranje-driekleur’, gaf hij het onderstaande heldere antwoord:

Hoe is Nederlands vlag ontstaan?

“De beantwoording van deze vraag staat in het nauwste verband met het ontstaan of de opkomst van ons volk. Niet ten onrechte wordt de Nederlandse natie wel een tweede Israël genaamd. Is Israël, het oude volk, opgekomen uit de verdrukking in Egypte, zo ook is het voor elke oprechte vaderlander duidelijk en klaar dat de opkomst van ons land en het ontstaan van ons volk als een vrije staat en onafhankelijke natie dagtekent vanaf het begin van de tachtigjarige krijg tegen Spanje en tegelijk tegen het roomse Babylon. Vreemden heersten over ons. Zwart waren wij van dienstbaarheid. Op onze ondergang werd het aangelegd. Van het laatste sprankje van onze vrijheden zocht men ons te beroven. Moordschavotten werden opgericht. Inquisitie en Bloedraad zochten ons te vernielen. Maar God gedacht. De Heere maakte Zich groot in de verheffing van Zijn wonderen. Hij slaakte onze banden. Hij stelde Zijn dienst in het midden van ons en schonk ons Zijn dierbaar Woord. Eerst stil en verborgen ging de waarheid haar weg. Zij veroverde de harten van velen. Die braken met een kerk die hun het beste onthield. Spoedig brak de waarheid door en werd deze openlijk door duizenden beleden. Maar toen brak de vervolging uit. Verdrukking en benauwdheid kwam over ons. Het arme en ellendige volk werd van huis en hof verdreven, van vrienden en magen beroofd en zocht ontkoming ter zee of te land. En zocht, waar het maar kon, zich tegen de wrede vervolgers te verzetten. Toen gaf God Willem van Oranje, die het voor dat verdrukte volk opnam. Als een enig man schaarden zich de verdrevenen om der waarheid wil om ‘vader Willem’. En was het wonder dat toen ons geuzenvolk als bij ingeving zo ter zee als te land, als symbool verkoos de kleuren van des Prinsen palure of huislivrei van zijn bedienden [namelijk: oranje, wit en blauw; AV]? Dat werd de verkoren vlag van de geuzen, die, gelijk ons volk geboren is uit de verdrukking om der waarheid wil, ook ontstaan is uit de drang van die omstandigheden, waarin de liefhebbers van de waarheid toen verkeerden. Lag in het bloed van de martelaren en de verdrukking van ons volk de grond van de ware vrijheid voor onze natie om God te dienen naar Zijn Woord, alzo is ook de wording van de aloude statenvlag: oranje, wit en blauw, ten nauwste aan dat ontzaglijke tijdvak verbonden. Willem van Oranje en ons volk en die vlag is één geheel. Behoren bij elkaar.”

Door de Staten erkend

“De aldus ontstane vlag werd dan ook door de Staten erkend en als een bestaande aanvaard. In de bange strijd tegen Spanje is van geen andere vlag sprake dan de prinsenvlag, of ook wel genaamd de geuzenvlag: oranje, wit en blauw. Deze vlag is met het bloed van Willem van Oranje gedrenkt, toen het moordend lood van Balthazar Gerards hem trof. Deze vlag is met het bloed van de martelaren gedrenkt, die om der waarheid wil op brandstapel en schavot hun leven veil hadden. Deze vlag is ten nauwste verbonden met, ja, is een openbaar getuigenis van hetgeen God gedaan heeft. Het is een gedenkteken van Gods trouw en een getuigenis tegen romes tirannie. Na de afzwering van Filips II (…) verkrijgt deze prinsenvlag de naam van statenvlag. Dat is zij gebleven tot 1795, ondanks de pogingen van velen die het oranje wilden veranderen in rood. (…) Pogingen [van degenen] die het met de oude waarheid, waarvoor Willem van Oranje en het beproefde volk goed en bloed en leven hebben veil gehad, niet vinden konden, maar overhelden naar het remonstrantisme of naar de libertijnen. Wat maar riekte naar roomse zuurdesem, keerde zich af van de oude prinsenvlag. Maar het ‘arme en ellendige volk’, dat op de Naam des Heeren vertrouwde, kende zich gebonden aan de aloude vlag. Is het wonder dat men in die dagen zong - uit overtuiging! - dat die twee, volk en vlag, bij elkaar behoorden. ‘Die aan dien band durft knagen, zal wis het oordeel dragen?’ Tot 1795 bleef deze vlag in ere, trots alle afkeer van raadspensionaris Johan de Witt en diens aanhangers. Toen werd zij verdrongen door de Franse overheersing. En wat geschiedde nu in 1813 bij Nederlands herstel? De oude statenvlag werd, ja, weer hersteld. Maar was ons volk van Franse overheersing verlost, de geest bleef achter. Het liberalisme verkreeg de overhand. Een valse vrijheid kon het niet vinden met de oude vlag. Zij werd verdrongen door het rood, wit, en blauw. Maar geheel verdwenen is de oude prinsenvlag niet. Er is nog een volk in ons land dat - of zij de vlag uitsteken of niet - behoort bij het oranje, wit en blauw van onze vaderen. Want dit is het historische feit: tot verkrijging van een plaats in ons land voor de waarheid die naar de Godzaligheid is, is de prinsen- of geuzenvlag ontrold als een banier voor de waarheid en als een gedenkteken van Gods trouw. En deze vlag heeft dan ook niets te maken, ja, staat als in lijnrechte tegenspraak met het rood, wit en blauw. Het rood, dat in de diepste grond een verloochening is van Gods daden en van het ontstaan van ons volk als een vrije natie. Wie in deze dagen uiting geeft aan zijn blijdschap vanwege het vorstelijk huwelijk, die gedenke bovenal aan Gods ontferming, Die aan ons het Huis van Oranje gaf, en kieze bij vernieuwing de prinsenvlag. Die is zuiver historisch. Bij Oranje en volk behoort het oranje, wit en blauw, want deze vlag heeft haar ontstaan aan Gods trouw en daden te danken. Zij heeft gedeeld in het leed dat Gods gemeente te allen tijde in ons land heeft getroffen. Zij is opgericht door het verdrukte volk met Willem van Oranje aan het hoofd, als een banier tot handhaving van de waarheid. En daarom:

’t Oranje, wit en blauw,

Spreekt luid van ’s Heeren trouw.”

Tot zover ds. J.D. Barth.

Definitieve vaststelling

Krap een maand nadat ds. Barth zijn artikel in De Banier gepubliceerd had, hakte de regering de knoop in deze gevoelige kwestie door. Dit resulteerde erin dat in de Staatscourant van woensdag 24 februari 1937 het volgende Koninklijke Besluit gepubliceerd werd:

“Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. op voordracht van onze minister van Staat, minister van Koloniën, voorzitter van den Raad van Ministers van 5 februari 1937 hebben goedgevonden en verstaan te bepalen: de kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Onze ministers, hoofden van de departementen van algemeen bestuur, zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Wilhelmina

Zell am See, den 19 Februari 1937.” 11

Ds. Lingbeek stelde in de Tweede Kamer hierover direct vragen (9 maart 1937) en in Staat en Kerk werd er nogmaals een of ander maal over geschreven 12 , maar daarna lijkt de (principiële) discussiestorm over deze kwestie te zijn geluwd, behalve dan dat de NSB de prinsenvlag voor en in de Tweede Wereldoorlog oneigenlijk voor haar onbijbels karretje heeft gespannen tegen het rood van de socialisten en communisten. Overigens verbood het genoemde Koninklijke Besluit het uitsteken van de prinsenvlag niet.

Ten besluite

De oranje-wit-blauwe prinsenvlag symboliseerde duidelijker dan de huidige rood-wit-blauwe vlag het door God geweven drievoudige snoer van kerk, Oranje en vaderland, of anders gezegd: God, Nederland en Oranje. Diverse hedendaagse historici willen van dit drievoudig snoer weinig meer weten, maar daarin gaan we niet mee. Met J.L. Bernhardi zeggen we: “Men behoort toch bovenal onder de aandacht te houden hoe God getoond heeft dat Hij Oranje en Nederland één gemaakt heeft, of liever, hoe Hij het drievoudig snoer gevestigd heeft: Kerk, Oranje en Nederland.” 13 Eén in de bescherming en handhaving van de gereformeerde religie. Maar hoe ver is het daar nu vanaf! Moge het besef daarvan levendig worden in deze dagen van herdenking van de bevrijding van de Duitse tirannie, die als een oordeel Gods vanwege onze zonden over ons gekomen was, opdat er nog mocht komen een breken met de zonden en een wederkeer tot de God van onze vaderen, de Potentaat der potentaten!


Noten:

1) Het Geusje. Wekelijks verschijnend Blaadje voor alle Vrienden van Kerk, Oranje en Vaderland, 1 e jrg., no. 14, 30 november 1898, p. 2-3 (herspeld). Hierna: Het Geusje. e e

2) Het Geusje, 1 e jrg, no. 14, 30 november 1898, p. 7 en 1 e jrg., no. 15, 7 december 1898, p. 8 (herspeld) e

3) Het Geusje, 1 e jrg, no. 15, 7 december 1898, p. 2-3 (herspeld) e

4) Zie: Het Geusje, 1 e jrg, no. 14, 30 november 1898, p. 3 (herspeld) en P.J. Vermeulen, Nederlands vlag, Utrecht 1865, p. 40-41, 46 (herspeld). Hierna: Vermeulen.

5) Vermeulen, p. 49

6) Zie: M. den Admirant, ‘Kohlbrugges Utrechtse jaren (VI, slot)’, in: Ecclesia, 102 e jrg, nr. 23, 19 november 2011. Zie ook: http://www.dbnl.org/tekst/_jaa002186702_01/_jaa 002186702_01_0004.php

7) W. van der Zwaag, Jean Louis Bernhardi (1811-1873). Een lekentheoloog uit de school van Kohlbrugge en Bilderdijk, Houten 1987, p. 212-214 (hierna: Van der Zwaag)

8) Zie meer over hem in: H. Tijssen, Om het behoud van protestants Nederland. Biografie van C.A. Lingbeek, dominee en politicus, 2016, 320 pagina’s.

9) H.O. Roscam Abbing, ‘Oranje boven’, in: Staat en Kerk, 16 februari 1934 (herspeld). Met dank aan dhr. H. Tijssen MA.

10) J.D. Barth, ‘Het Nederlandsche volk en zijn vlag’, in: De Banier, 9 januari 1937 (herspeld)

11) Zie: ‘De kleuren der vlag vastgesteld’, in: De Banier, 25 februari 1937

12) Zie: C.A. Linkbeek, ‘De vlagquestie’, in: Staat en Kerk, 26 maart 1937. Met dank aan dhr. H. Tijssen MA.

13) Van der Zwaag, p. 214 (herspeld)

Fotoverantwoording:

a) Foto Het Utrechts archief


Van de penningmeester

Bij het vorige nummer was een acceptgiro ingesloten ter voldoening van het abonnementsgeld over 2016 (minimale bedrag: 7 euro). Veruit de meeste lezers hebben hierop reeds gereageerd door hun bijdrage (vaak inclusief een flinke overbetaling) aan ons over te maken. Hiervoor willen wij u allen heel hartelijk bedanken! Een klein deel van de lezers heeft helaas nog niet betaald. Bij dezen willen wij die lezers vriendelijk verzoeken om alsnog - liefst per omgaande - te betalen. Dit bespaart ons tijd en (herinnerings)kosten. Mocht u elektronisch willen betalen of gebruik willen maken van uw eigen overschrijvingsformulier, vermeldt u dan als ibannummer: NL85 INGB 0003927669, als naam: Land. Sticht. ter bevord. v.d. S.G.B. te Haastrecht, als betalingskenmerk (belangrijk, niet vergeten!) het volledige 16-cijferige nummer dat op uw acceptgiro vermeld staat en daaronder als omschrijving uw eigen postcode en huisnummer *) . Indien uw bank uw opdracht om de een of andere reden niet verwerkt, belt u ons dan even (0182-559180). Bij voorbaat zeggen wij u hartelijk dank voor uw medewerking!

A. Eskes, penningmeester

*) Ten behoeve van de buitenlandse abonnees vermelden wij hier ook de BIC-code: INGBNL2A.

Dit artikel werd u aangeboden door: In het spoor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 2016

In het spoor | 76 Pagina's

‘Het Geusje’ en de Nederlandse Vlag

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 mei 2016

In het spoor | 76 Pagina's