De Stuwkracht van de Tijdgeest -55-
In voorgaande artikelen is naar voren gebracht dat de oorsprong van de tijdgeest ligt in de macht die de satan als overste van deze wereld uitoefent. Als de vorst der duisternis oefent hij zijn heerschappij uit met demonen en geestelijke boosheden, met duivelse machten als gedienstige geesten en occulte krachten. Ook de mens, geschapen naar Gods beeld, wist hij te verleiden om zich van zijn Schepper af te keren. Als het kroonjuweel der schepping begeerde hij als God te zijn, kennende het goed en het kwaad. En vervolgens werd hij met alle toewijding dienstbaar aan de vorst der duisternis om diens macht en heerschappij te versterken en uit te breiden.
Het is de bedoeling een en ander in een slotbeschouwing nog eens te overzien en toe te spitsen op de belangrijkste ontwikkelingen die zich in de actualiteit van onze samenleving voordoen. Het eerste deel van deze slotbeschouwing treft u hieronder aan. In het tweede deel hopen we nader in te gaan op de ontwikkelingen die zich binnen de gereformeerde gezindte voordoen op onderscheiden gebied.
Satans macht
Al te gemakkelijk gaan wij eraan voorbij dat satan de overste dezer wereld is en zijn macht blijft uitoefenen tot aan het einde der wereld. Zo is hij de god dezer eeuw, die al de eeuwen door zijn rijk regeert door de geest die in alle tijden en op allerlei wijze overheersend is. Nogmaals, het hart van de tijdgeest is de heerschappij van satan en de tijdgeest die altijd van hem uitgaat, is de leugengeest. Als de hoogste geschapen engelmacht heeft hij geprobeerd zijn Schepper naar de kroon te steken en verblind door die ontstellende verbeelding is hij in de Waarheid niet staande gebleven. Hij is de leugenaar van den beginne. En bij de uitoefening van zijn heerschappij is hij eropuit om in het van God afgevallen en hem toegevallen menselijk geslacht de doorbraak te forceren van de mens der zonde en de zoon des verderfs. Zijn toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht en tekenen en wonderen der leugen. In zijn rijk is alles erop gericht om door verleidende verbeelding de waarheid te ontkrachten en uit te bannen, om het mensdom de duisternis van een leugenachtige werkelijkheid als licht te doen ervaren.
Christus: de Weg, de Waarheid en het Leven
In de Openbaring van Gods Woord wordt de verblindende verbeelding van de mens ontkracht en dient de ontzaggelijke werkelijkheid zich aan in het eeuwigheidslicht van de Waarheid. Alleen het eeuwige Woord Gods, zoals ‘er geschreven staat’, doet de leugenachtige tijdgeest wijken. En voor Christus, het vleesgeworden Woord der Waarheid, kan satans heerschappij onmogelijk bestaan. De overste van deze wereld, zijn duivelse geesten en de machten van dood en hel heeft Hij overwonnen, zodat er geen verdoemenis is voor degenen die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1m). Hiertoe is de Zone Gods geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh. 3:8). Hij weigerde satans macht te erkennen en door een knieval met aanbidding uit zijn hand alle koninkrijken der wereld met hun heerlijkheid te ontvangen (Matth. 4:8-10). Zijn weg ging door een ontzagwekkende diepte van lijden en sterven. Maar de machten der hel konden Hem niet in de dood houden. Verrezen uit het graf, was Hij de grote Overwinnaar in de strijd, de Levensvorst. Zo bracht Hij voor Zijn volk de zege van verlossing uit de macht van satan en een eeuwige verzoening met Zijn Vader. En Zijn Vader gaf Hem alle macht in hemel en op aarde om Zijn volk bij te staan als zij in de wereld verdrukking ondervinden. Hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen (Joh. 16:33), zo liet Christus weten toen Hij ten hemel voer.
De antithese
Met de voortdurende strijd tussen het Rijk Gods en het rijk van satan is de antithese gegeven en waar die niet wordt gekend, oefent satan als overste der wereld zijn heerschappij uit. Daarom is het van zo grote betekenis dat de Heere Jezus, Zelf door de satan verzocht zijnde, heeft leren bidden: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze (Matth. 6:13). De Heidelbergse Catechismus merkt hierover op dat wij in onszelf “zo zwak zijn”, dat wij in de geestelijke strijd tegen “onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees”, geen ogenblik kunnen bestaan. Omdat hun aanvechtingen niet ophouden, is het de bede om staande te worden gehouden en te worden gesterkt door de kracht van de Heilige Geest, zodat wij in die geestelijke strijd niet onderliggen, maar altijd sterke tegenstand bieden (HC, Zondag 52, vr. en antw. 127).
Aan het eind van zijn leven gekomen mag de apostel Paulus getuigen van de overwinning die hem ten deel is gevallen: Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning liefgehad hebben (2 Tim 4:7-8).
De kenmerkende inzet van de tijdgeest
De almachtige God vergadert door de eeuwen heen Zijn Kerk om die naar het Woord der Waarheid te verenigen in het heilgeheim van Zijn verkiezende liefde. Door Zijn Heilige Geest, Die leidt in alle Waarheid, maakt Hij plaats voor het vleesgeworden Woord, de Christus der Schriften, Die het heil heeft verworven, en bewaart Hij Zijn Kerk bij de aangebrachte verlossing. Als het om de eenheid van die Kerk gaat, is dat onmiskenbaar een eenheid in Waarheid. In alle opzichten gaat het steeds weer om de eenheid van de Kerk en de vereniging op het vaste fundament van Gods Woord.
Daartegenover staat dat ook de satan door de tijdgeest heerschappij voert om eenheid te bewerkstelligen en door vereniging zijn macht te vergroten. Maar let wel, het is een valse eenheid, een eenheid die verankerd is in duivelse verbeelding, in list en bedrog. Het wezenlijke verschil dat hier ligt, is van beslissende betekenis. Het betreft een zaak van leven en dood en het is van het grootste gewicht hiervoor oog te krijgen.
Zoals dr. A. Kuyper al in 1869 deed, kunnen we de inzet van de tijdgeest in dit verband onderkennen als de ‘eenvormigheid’ of gelijkheid, die Kuyper ‘de vloek van het moderne leven’ noemde. 1 In die zin heeft de tijdgeest zich aangediend als de geest van de revolutie. Zo wist hij een ontwikkelingsproces op gang te brengen waardoor in onze tijd het humane secularisme toonaangevend is met de gelijkheidsideologie als het religieuze hart.
Op universitair niveau stond A. Kuyper in 1892 opnieuw stil bij de karakteristieke ontwikkeling van de tijdgeest, ditmaal in zijn rede: De verflauwing der grenzen. 2 Naar aanleiding hiervan kunnen we verwijzen naar de permanente zoektocht om ‘de eenheid der tegendelen’ te bewerkstelligen, om de tegenstelling van theses en antitheses te overbruggen en in de gewenste syntheses op te lossen. Bij de overgang van het moderne naar het postmoderne denken is de wetenschap zich gaan ontwikkelen tot de kunst om fundamentele verschillen onder één noemer te brengen. Als totaliteit geeft die eenheid een schitterend beeld te zien met een diversiteit van kleurrijke aspecten en facetten die zich sprekend aan de verbeelding opdringt. Theologische leergeschillen vervluchtigen in spiritualiteit die de lucht zuivert, zodat het weer mogelijk wordt om gezond adem te halen.
Karakteristiek voor de inzet van de tijdgeest is ook de doorbraak als strategie om het misleidende eenheidsmotief op gang te brengen en te versterken. Ongetwijfeld moet hier de globalisering en de schaalvergroting worden genoemd die een nivellering van de oorspronkelijke identiteit bewerkstelligen. Maar ook de strategie om het eenheidsmotief te bevorderen vraagt hier de aandacht, het analyseren van de problemen, het gedogen van ongewenste ontwikkelingen, de tijd voor gewenning om er mee te leren leven en een goede timing om de doorbraak te forceren naar universele acceptatie en normalisatie van het humane secularisme met zijn gelijkheidsideologie, en die waar nodig af te dwingen.
Het Europeanisme
Als we nagaan waar die ontwikkeling zich nadrukkelijk aandient, kunnen we niet om de Europese Unie heen, een voortgaande ontwikkeling naar een supranationaal machtsinstituut. De betekenis van natiestaten met hun specifieke identiteit wordt steeds meer uitgehold. En alle bezwerende opmerkingen over de noodzaak van minder EU zijn strategisch bedoeld om de voortgang naar meer EU te bevorderen. Meer EU is onvermijdelijk met de euro als eenheidsmunt en bindmiddel om de eenheid van de Unie te waarborgen en daarom als de mammon te worden aanbeden.
Hoezeer de globalisering hierin doorwerkt, valt af te leiden uit de machtspositie die de ECB als supranationale bank van de EU heeft weten te verwerven. En niet alleen het bankwezen, maar ook de multinationals, als regel organisaties waarbij geld macht is en mensen niet in tel zijn, spinnen garen bij de voortgaande globalisering.
Het mag ons ook niet ontgaan dat de EU zo dicht mogelijk aansluit bij het Franse laïcetisme, dat gericht is op een totale scheiding van kerk en staat. Uiteindelijk moet alle religie uit het openbare leven worden verbannen, uiteraard met uitzondering van de religieuze gelijkheidsideologie als het hart van het humane secularisme.
Tegen deze achtergrond dient zich in de Europese Unie de seculiere sharia aan. De onderscheiden nationale identiteiten zijn onderworpen aan de in de EU vigerende rechtsbeginselen. Volstrekt ondemocratisch functioneert de EU daarbij met het humane secularisme in het centrum van de macht. Met de vangarmen van een supranationale octopus zal de bureaucratie van Brussel zorg dragen dat de onder-scheiden lidstaten zich ervoor inzetten om aan de religieuze gelijkheidsideologie maximale uitvoering te geven. Er moet structurele aandacht zijn voor de waarborging van het democratisch functioneren van de rechtsstaat en zijn grondrechten in alle lidstaten en EU-instellingen. Met een bindend pact over het democratisch functioneren moeten in het bijzonder de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht, de vrijheid van meningsuiting in de media en niet te vergeten de homorechten zonder enige beperking worden gehandhaafd. Niet alleen eenmalig bij de toelatingsprocedure voor kandidaat-lidstaten, maar door permanente toetsing. Inmiddels dreigt de vicevoorzitter van de Europese commissie, de heer F. Timmermans, Polen met sancties als dit land de eisen die Brussel in dit verband stelt, weigert in te willigen. 3
Hoe merkwaardig is het om vervolgens te zien dat het EU-regime zich in alle bochten wringt om de Turkse dictatoriale macht van Erdogan ter wille te zijn. Het behoeft ook geen twijfel of het visumvrij reizen voor de Turken is binnen afzienbare tijd geregeld. Het perspectief van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie moet immers een reële optie blijven. Imperialisme en expansiepolitiek vereisen een substantiële versterking van Europa en daar kan Turkije ook als NAVO-partner uitstekend in voorzien. Gemakshalve wordt er volledig aan voorbijgegaan dat in een Europese multiculturele samenleving het mohammedanisme met zijn oosterse sharia en jihad zich nooit neerleggen bij de westerse sharia en jihad van het humane secularisme. De doorwerking van het salafisme denkt men wel te kunnen beteugelen. De religieuze gelijkheidsideologie heeft de grondslag gelegd voor een maakbare samenleving. En de hautaine, zelfbewuste geest van het humane secularisme laat er geen misverstand over bestaan: ‘Wir schaffen das’. Met zo’n instelling kan het niet anders of het zal te laat zijn wanneer men gaat beseffen waarom het gekerstende Europa er alle eeuwen door alles aan gelegen was om het mohammedanisme op een zo groot mogelijke afstand te houden.
Nationale eenheid
Het bestaan van ons land ligt verankerd in de strijd om vrijheid voor de kerk der Reformatie en voor de gereformeerde belijdenis als het hart van de kerk. Een viertal eeuwen wist ons land zich ook als protestants-Christelijke natie te handhaven. Maar met de doorbraak van de tijdgeest brachten de ideeën van de Verlichting een revolutionaire omkeer teweeg. Na het modernisme diende het postmodernisme zich aan. De Christelijk-historische inzet schoot tekort om het protestants-Christelijke karakter van ons land te behouden. De standaard voor het antirevolutionaire denken bleek te hoog toen de antithese in rapport met de tijd werd gebracht. Het temperament vervluchtigde in spiritualiteit of werd in het horizontalisme tot stof. En het doet leed te moeten vaststellen dat aan het staatkundig gereformeerde beginsel de nivellerende werking van de tijdgeest niet voorbijgaat.
Na de moderniteit bevinden wij ons in een postmoderne samenleving waarin onze nationale eenheid geen ander fundament heeft dan het humane secularisme. Met de metafysische of bovennatuurlijke realiteit van de satan als bron bracht de stuwkracht van de tijdgeest de religieuze gelijkheidsideologie in het centrum van de macht. Van de eigen zelfstandigheid, de verantwoordelijkheid en het gezag van de overheid als dienaresse Gods is hoegenaamd niets meer over. Het koninklijk gezag is vrijwel geheel verdwenen bij de uitoefening van de regeermacht en praktisch gezien alleen nog van ornamentele betekenis. Maar ook het kabinet heeft steeds meer aan macht ingeboet en moet zich in toenemende mate laten welgevallen wat een parlementaire meerderheid wenst klaar te maken. Praktisch gezien is de doorbraak naar de volkssoevereiniteit een feit. Onder de dekmantel van een ‘rechtmatige overheid’ zijn het de volksvertegenwoordigers die de macht hebben gegrepen, om in meerderheid de macht uit te oefenen zoals men in het ‘algemeen belang’ noodzakelijk acht.
Misleid door het virus van de verbeelding houdt men staande dat onze samenleving tot een ‘democratische rechtstaat‘ is georganiseerd met de universele rechten van de mens als uitgangspunt. In werkelijkheid zijn mensen in hun individualiteit vrij zolang en voor zover een parlementaire meerderheid daar om willekeurige pragmatische redenen of geïnspireerd door een religieuze gelijkheidsideologie niet anders beslist. Voor het ‘algemeen belang’ moet alles en iedereen wijken. “Niemand kan eigen recht doen gelden tegenover het uit allen voortgekomen recht”, zo merkte Groen van Prinsterer op met een citaat van de Fransman A.E. de Gasparin (1810-1871). En hij vervolgde met de reeds eerder aangehaalde woorden: “Het vrijheidsstelsel in haar revolutionaire eenvoud is de bij de wet geregelde organisatie van de meest volledige tirannie.” 4 Op de grondslag van het humane secularisme moet de waarheid Gods plaatsmaken voor de religieuze gelijkheidsideologie. Dan ontwikkelt de staat zich tot een monstrum en de overheid die zichzelf boven de wet stelt, ontaardt naar een woord van Augustinus in een roversbende. “Wat zijn de staten dan anders dan roversbenden in het groot, als de gerechtigheid eruit geweken is” 5 Naar aanleiding hiervan meende dr. O. Noordmans (1871-1956) dat deze uitspraak als ‘absoluut-religieuze kritiek’ beslist moet blijven staan. 6
Ontwrichtende eenheid
Verachtelijk beschouwt men de Waarheid van Gods Woord als van voorbije tijden, volstrekt irrelevant. Verblind door de leugenachtige tijdgeest beseft men niet dat door de Waarheid te ontkrachten de ondergang van ons land als rechtsstaat wordt bewerkstelligd. In dienst van de satan als overste van deze wereld zaait men dood en verderf. De dood als abortus, de dood als euthanasie en het recht op de dood als men van het leven genoeg heeft. De barmhartigheden der goddelozen zijn wreed, waarschuwt de Schrift (Spr. 12:10). Zie voorts het toenemende verderf waar willekeur heerst, als corruptie en criminaliteit voortwoekeren tot op het witte boordenniveau en de misdaad wordt gedoogd om te voorkomen dat het kwaad in de illegaliteit nog erger wordt.
Scheiding van kerk en staat, zo roept men, maar in de seculiere kerk wordt de ideologische gelijkheidsidee van de seculiere staat vereerd en aangebeden. Discriminatie is uit de boze. Gelijke gevallen moeten een gelijke behandeling ondergaan. Maar, zoals bij de kaste van de gelijkheidsideologen al zo lang bekend is, is het ene meer gelijk dan het ander. De traditionele gezinnen van éénverdieners moeten in financieel opzicht een aderlating ondergaan om de meerkosten van alternatieve leefgroepen met tweeverdieners te dragen. Slechts het resultaat werkt: emancipatorisch beleid waarmee je in politiek opzicht zonder investeringen kunt scoren. Bevordering van de deelname aan het arbeidsproces, waarbij ouders zich kunnen profileren zonder door hun kinderen te worden gehinderd. En ‘last but not least’ de ontmanteling van het traditionele gezin en de bevordering van de gezinsontwrichting. Het is een weerzinwekkend politiek beleid dat een walging oproept waarbij die van de marxistische filosoof Sartre volledig in het niet valt.
Naar ons in de Heilige Schrift is geopenbaard, zijn mensen door God geschapen als man en vrouw. Dat is een principieel en normatief gegeven. Maar de ideologische gelijkheidscultus laat er geen misverstand over bestaan dat al wat zich als lesbisch of homo aandient, als biseksueel of transgender, op een even gelijke wijze moet worden geaccepteerd. Wat de scholen betreft, laat het conceptverkiezingsprogramma van de VVD bijvoorbeeld weten dat deze eraan moeten bijdragen dat die seksuele diversiteit zowel door leerlingen, docenten als directies wordt gerespecteerd. Het uiteindelijke doel is domweg: “Toekomstige generaties moeten leren dat iedere seksue le geaardheid normaal is.” 7 Wie nog enigszins over enig burgerlijk fatsoen beschikt, zal hierover alleen maar met grote afkeer kunnen spreken, met name als de ‘Gayparade’ wordt gehouden, het evenement waarop de seksuele revolutie zich als religieus hoogte punt van het humane secularisme manifesteert. Individuele vrijheid gaat hier in een liberale context verdwaasd ten onder. Wat blijft, is de schaamteloze collectiviteit die de religieuze gelijkheidsideologie als bewustzijnsverruiming naar het hoofd laat stijgen.
Er zou hier nog zoveel meer moeten worden opgemerkt, waarvoor tijd en ruimte echter ontbreken. Maar het zou een gemis zijn om hier niet met een enkel woord iets op te merken over de identiteit die kenmerkend is voor onze nationale samenleving in een ‘democratische rechtsstaat’ waarin de religieuze gelijkheidsideologie van het humane secularisme heeft huisgehouden. Al eerder 8 verwees ik daarvoor naar de kernachtige samenvatting die Groen van Prinsterer hiervan gaf met een haast profetische blik: “De grondslag van de burgermaatschappij is het stemrecht, en het enige cement van de samenleving is het geld.” 9 Met de macht van het getal wordt het ‘algemeen belang’ gelegitimeerd. En het enige dat in het humane secularisme een bovenpersoonlijke band schept, zowel nationaal als in de EU, is de euro, het smeermiddel van de samenleving. Als het bindmiddel om eenheid en solidariteit af te dwingen moet de munt koste wat kost in stand worden gehouden en, als vanouds de mammon, geëerd en hoog verheven als teken van het ‘seculiere algemeen belang’.
Recht wat krom is
In een staat waarin de doorbraak van de westerse sharia zich aandient, wordt het illegale gedoogd om het kromme vervolgens als legaal te accepteren. Het kwaad, zo is het uitgangspunt, is immers niet uit te roeien, zelfs niet met de zwaarste straffen. De inzet zal er daarom op gericht moeten zijn onrecht en geweld, criminaliteit en misdaad beheersbaar te houden op een acceptabel niveau. Alleen als de problemen onaanvaardbaar groot worden, valt aan strafvervolging niet te ontkomen. Wanneer de situatie helemaal uit de hand dreigt te lopen, moeten we alsnog tijdig proberen ermee te leren leven door het kwaad te gedogen. Voorkomen moet worden dat de misdaad in de illegaliteit onderduikt en buiten het gezichtsveld van kwaad tot erger gaat. Zo dient zich bij de ontwikkeling van onze rechtsbeginselen op nagenoeg ieder gebied een ‘Umwertung aller Werte’ (omwenteling van alle waarden) aan die onze ‘democratische rechtsstaat’ verder uitholt en baanbrekend is voor het effectief functioneren van de ‘seculiere sharia’. Van een onafhankelijke rechtspraak kan hier uiteraard geen sprake zijn. Goed en kwaad zijn van hun absolute betekenis ontdaan en worden gerelativeerd tot een contextueel gegeven. En de grondhouding is daarbij dat het kwaad in bescherming moet worden genomen, aangezien het goede zichzelf kan waarmaken en ook de tolerantie in zich heeft om grootmoedig met het kwaad te leven. De kunst om met alle mogelijke trucs een wettige bewijslast onmogelijk te maken blijkt in voorkomende gevallen steeds beter te werken. En de gehanteerde strafmaat is in verhouding tot het desbetreffende delict nogal eens verbijsterend. En niet alleen is de functionaliteit van het justitionele apparaat problematisch, dit geldt niet minder voor het politieapparaat. En over de staat van ons defensieapparaat kan alleen maar hoofdschuddend worden nagedacht. Terwijl het dreigingsniveau betreffende terroristische aanslagen substantieel is, zijn ‘brood en spelen’ van doorslaggevende betekenis voor onze nationale identiteit.
Een misdadig eenheidsstreven
Eendracht maakt macht, zowel ten goede als ook ten kwade. Alle eenheidsstreven zal moeten worden beoordeeld naar de norm van Gods Woord. Eenheid die niet in waarheid verenigt, is een machtsinstrument van de overste dezer wereld, de satan. Hoe droevig was het dat het koninkrijk van David en Sálomo tijdens de regering van Rehábeam uiteenviel. Wie zou niet wenen? Maar er moest in worden berust, want het was vanwege de afval van God en de zonde tegen Zijn geboden. Semája, de man Gods, moest het aanzeggen dat de verdeeldheid een zaak des Heeren was (1 Kon. 12 en 2 Kron. 11). Terwijl de tegenstellingen tussen het Twee-en het Tienstammenrijk steeds groter werden, was het meer dan opmerkelijk dat de Godvrezende koning Josafat zich verzwagerde met de goddeloze koning Achab. Wat hiervan te denken? Wie zou, gelet op de eenheid van beide rijken in het verleden, niet verheugd zijn als zich de mogelijkheid van voortgaande vereniging voordoet? Bij een bezoek van Josafat aan Samaría komt Achab tijdens een overvloedige maaltijd met het indringende verzoek om samen op te trekken in de strijd om Ramoth in Gilead te heroveren. En de verstandhouding is zo goed dat Josafat geen ogenblik aarzelt. Ik zal met u zijn en mijn volk met uw volk, wij zullen in deze strijd samen optrekken. Toch is Josafat er niet zonder meer gerust op en hij verlangt van de koning van Israël om nog heden ook naar het Woord des HEE- REN te vragen. Nou, dat is geen probleem. Achab beschikt wel over vierhonderd bekwame profeten en desgevraagd laten zij horen wat er van hen wordt verwacht. Trek op, zo verkondigen zij, want God zal hen in de hand des konings geven (2 Kron. 18:5b). Josafat is allesbehalve overtuigd en dringt verder aan: Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij van hem vragen mochten? (2 Kron. 18:6). Die is er inderdaad en Achab geeft hem een voortreffelijk getuigenis: Er is nog één man om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, want hij profeteert over mij niets goeds, maar altijd kwaad (2 Kron. 18:7m). Maar er valt voor Achab niet aan te ontkomen. Hij laat deze getrouwe Godsgezant, Micha, de zoon van Jimla, halen, zijn grote criticaster, die hij mogelijk zelfs als een extremist beschouwt. En Achab bezweert hem om, anders dan de profeten, de waarheid te spreken in de Naam des HEEREN. En dan laat Micha weten dat van Godswege een geest uitgezonden is om een leugengeest te zijn in de mond van de profeten en die geloofd zal worden, want de HEERE heeft kwaad over Achab gesproken (2 Kron. 18:22). Bekend is ongetwijfeld dat Achab in de strijd dodelijk verwond is, getroffen door een pijl die door de schutter ‘in eenvoudigheid’ werd geschoten, maar bestuurd om het oordeel Gods over hem te brengen. In de strijd kwam ook Josafat in grote moeilijkheden. Maar in levensgevaar riep hij tot de HEERE die het gevaar afwendde. Hij mocht in vrede naar zijn land terugkeren.
Hoezeer blijkt hier dat bij alle eenheidsstreven, waar en wanneer ook, het om de waarheid te doen moet zijn en dat de geesten beproefd moeten worden of zij uit God zijn! Veelzeggend is ook de bestraffing die Josafat moest aanhoren van Jehu, de zoon van Hanáni: Zoudt gij den goddeloze helpen en die den HEERE haten, liefhebben?
Nu is daarom over u van het aangezicht des HEEREN grote toornigheid (2 Kron. 19:2b). Toch waren er ook goede dingen bij Josafat gevonden. De bossen, waar-in afgoderij werd bedreven, had hij uit het land weggedaan en hij had zijn hart gericht om God te zoeken. Daarin ligt behoudenis en groot loon! Tegen deze achtergrond zal onder meer moeten worden bezien of het eenheidsmotief dat zich ook nu weer binnen de gereformeerde gezindte nadrukkelijk aandient op goede gronden berust en in waarheid wordt nagestreefd. Of wordt een verflauwing van de grenzen nagestreefd om de eenvormigheid te bewerkstelligen die misleidend is in verbeeldende kracht, leugenachtig en als zodanig de vloek van onze tijd?
Noten:
1) A. Kuyper, Eenvormigheid, de vloek van het moderne leven, Amsterdam 1869
2) A. Kuyper, De verflauwing der grenzen, Amsterdam 1892
3) Zie: ‘EU-parlement wil bindend pact over democratie’, in: RD, 25 oktober 2016
4) G. Groen van Prinsterer, De Anti-Revolutionaire en Confessionele Partij in de Nederlands Hervormde Kerk, Goes 1954, p. 80 e.v.
5) A. Augustinus, De Civitate, boek IV, p. 4
6) O. Noordmans, Augustinus, Haarlem 1933, p. 94
7) ‘VVD bepleit gelijkheid seksuele geaardheid’, in: RD, 7 oktober 2016
8) Zie: ‘De stuwkracht van de tijdgeest -3- ’, in: In het spoor, 30e jrg., nr. 1, februari 2016, p. 65-66
9) G. Groen van Prinsterer, Ongeloof en Revolutie, Amsterdam 1940, p. 200 (herspeld)
Fotoverantwoording:
a) EC-Audiovisual Service, foto E. Vidal
b) Door http://www.flickr.com/photos/minister-president [CC BY 2.0] via Wikimedia Commons
c) Pel Laurens [CC BY 3.0] via Wikimedia Commons
Een grote maar overwonnen macht!
Ds. G.H. Kersten: “Ook de gevallen engelen hebben grote macht. Onder Gods toelating beschikken zij over de elementen van de natuur. Over de vijanden beschikten zij en deden deze aanrukken (Job 1). Satan wordt genoemd de vorst en overste der wereld (Joh. 12:31), van de macht der lucht (Éf. 2:2), de duivelen zijn de geestelijke boosheden in de lucht (Éf. 6:12). Satan is de oude slang die de wereld verleidt (Openb. 12:9), die deze strijd tegen God en Christus volhoudt reeds 6000 jaar; hij is de mensenmoorder (Joh. 8:44), hij gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden (1 Petr. 5:8). Zijn macht in de zedelijke wereld is groot. Hij werkt op de mensen in (Éf. 2:2), ook op Gods volk (1 Kron. 21:1). Satan is niet alwetend, maar wel heeft hij een grote kennis. In het Paradijs bediende hij zich van een slang en hij zelf is om zijn listigheid de oude slang en draak genoemd. Hij begeeft zich waar hij denkt zijn prooi te kunnen grijpen. Hij verlokte David toen deze op het dak wandelde en Petrus toen hij in de zaal van Kajafas was. In een menselijk-lichamelijke gestalte vermag hij zich niet te openbaren. Dit was wel aan de goede engelen gegeven, echter niet aan satan. Maar hij werkt als boze geest met grote kracht en helse woede. Echter heeft Christus zijn kop vertreden en zal hij moeten vlieden van Gods volk dat hem weerstaat (Jak. 4:7).”
-Ds. G.H. Kersten, De Gereformeerde Dogmatiek, dl. 1, Utrecht1988, p. 221-222 (herspeld)-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016
In het spoor | 68 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016
In het spoor | 68 Pagina's