De Stuwkracht van de Tijdgeest -6-
Eendracht maakt macht, macht ten goede, maar ook macht ten kwade. Daarom zal ieder streven naar eenheid kritisch, ja, zeer kritisch moeten worden beoordeeld naar de norm van Gods Woord. Beproeft de geesten, of zij uit God zijn (1 Joh. 4:1m). Eenheid die niet berust op een vereniging in waarheid, is een machts instrument van de overste van deze wereld, de satan.
In 1869 wees dr. A. Kuyper (1837-1920) op de doorwerking van de tijdgeest bij het streven naar eenvormigheid. Hij aarzelde niet die eenvormigheid als “de vloek van het moderne leven” te kenschetsen. 1 In 1892 wees hij op het gevaar van “de verflauwing der grenzen”. 2 Bij die ontwikkeling is de tijdgeest het machtsinstrument om de samenleving in het streven naar eenheid ten onder te laten gaan.
De gelijkheidsideologie van het humane secularisme
Onder wisselende omstandigheden dient zich in de kern steeds weer dat eenheidsmotief aan, dat streven naar eenheid. Kenmerkend is bijvoorbeeld de doorbraakgedachte, waarbij de bekrompenheid van het oude in het nieuwe licht zich ‘groots en meeslepend’ aandient. Het globaliseringsproces noopt tot mondiaal leven en denken. Schaalvergroting is de aangewezen methodiek om problemen op te lossen en de optimistische verbeeldingskracht geeft een totaal visie waarbij het ontgaat dat de problematiek hierdoor volledig onbeheersbaar wordt. Het gaat om meetbare kwantiteit die zo is te manipuleren dat op het eerste gezicht sprake is van kwalitatieve verbetering. En zolang het tegendeel niet nadrukkelijk blijkt, nemen velen daar genoegen mee. Vooral als de elite zich genoodzaakt ziet om met argwanende critici af te rekenen door ze als populisten en extremisten te kwalificeren. De doorwerking van het humane secularisme moet hoe dan ook worden gewaarborgd en de gelijkheidsideologie moet zich steeds waarmaken als het normatieve grondmotief van de seculiere samen leving in haar geheel.
Het protestantse katholicisme
Steeds nadrukkelijker dient zich ook in de kerkelijke regionen van het protestantisme de roep om eenheid aan. De verdeeldheid op kerkelijk terrein is op zich al schandelijk, ongeacht de vraag of er geen oorzaak is. Een tamelijk nieuw fenomeen aan het kerkelijke firmament is de in Dordrecht gehouden nationale synodecongressen. Binnen het protestantisme zoekt men naar wegen om met een versmalde belijdenis tot een zo groot mogelijke eenheid te komen. Katholiciteit wordt nagestreefd door schaalvergroting om elkaar door verflauwing van de grenzen in maximale openheid te ontmoeten.
Via een ‘federatief verband van protestantse kerken en geloofsgemeenschappen’ is het eenheidsstreven onder ons gericht op het ontstaan van een ‘Protestantse Katholieke Kerk in Nederland’. Met de Apostolische Geloofsbelijdenis als uitgangspunt is hiervoor een Credotekst geformuleerd. 3 Van de zijde van de PKN was de inbreng van ds. G. de Fijter aanwezig die als gedreven initiator het voorzitterschap van deze vermeende synode bekleedde. In de persoon van prof. dr. B. Kamphuis, lid van de stuurgroep, waren de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt betrokken bij het evenement. En om niet meer te noemen, was er een relatie met de Christelijke Gereformeerde Kerken door de betrokkenheid van ds. W. van ’t Spijker jr., eveneens lid van de stuurgroep.
Onlangs merkte prof. dr. W. Vlastuin over de ‘Credotekst’ op dat hier sprake is van een belijdenis die leidt tot ‘een bleke Christus’. Toen hij dat vervolgens toelichtte, beperkte hij zich helaas tot een aantal ‘kernnotities van het orthodoxe katholieke geloof in Christus’, waarmee het confessioneel belijden van de kerk der Hervorming evenmin grondig, helder en overtuigend naar voren kwam. 4 Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn? (Amos 3:3). Als het om eenheid te doen is, zal het in der waarheid moeten zijn of zij zal niet zijn. In 2010 had dr. P. de Vries al afstand genomen van de eerste zogeheten ‘Nationale synode’. Hij liet daarbij weten dat hij uitzag ‘naar volledige kerkelijke eenheid met allen die hun geloof in de gereformeerde belijdenis vertolkt weten’. 5
Op de onlangs gehouden synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken bracht ds. H. Polinder naar voren dat een verbond van kerken waarnaar de ‘Nationale synode’ streefde, hem te ver ging. En hij motiveerde dat met de opmerking: “Je trekt met kerken op die de gereformeerde belijdenis niet in hun grondslag hebben.” En ds. A.A. Egas merkte op, niets te zien in samenwerking met remonstranten “die afscheid hebben genomen van alles wat ons zo dierbaar is”. 6 Volkomen terecht! Om de waarheid van de gereformeerde Belijdenis te handhaven zag Johannes Bogerman zich op de Nationale Synode te Dordrecht in 1618-1619 genoodzaakt de remonstranten uiteindelijk heen te zenden en hij deed dat zeer beslist. Het typeert de misleidende verbeeldingskracht van het huidige eenheidsstreven om zich te presenteren als een ‘Nationale synode’ te Dordrecht, waarbij de remonstranten ter wille van de eenheid meer dan welkom zijn. Een goede zaak dat de hier beoogde doorbraak naar andere kerkelijke structuren kennelijk ook nog wel de nodige weerstand oproept.
Modern-reformatorische katholiciteit
Alle streven naar eenheid zal overeenkomstig de waarheid van Gods Woord en de belijdenisgeschriften van de kerk moeten zijn. De belijdenis van de Drie Formulieren van Enigheid moet hiervoor als de klassiek gereformeerde grondslag functioneren. Dat is een uitgemaakte zaak. Maar hoe functioneel is die binding als het Schriftgezag wordt ondergraven en de autoriteit van Gods Woord wezensvreemd is geworden?
In de synodaal Gereformeerde Kerken was men zich bewust geworden van de culturele invloed bij het theologiseren. Ook de politieke en economische ontwikkelingen hebben een stempel gedrukt op de wijze waarop de boodschap van het Evangelie is gebracht, zo onderkende men. Met het oog op dit contextuele gegeven kon men dan ook niet om de constatering heen: “De pretentie dat onze theologie en belijdenis de universele waarheid van het Evangelie onder woorden zouden hebben gebracht, verliezen we met de dag meer.” 7 In 1980 ging het dagen en kon onder de titel ‘God met Ons’ het relationele waarheidsbegrip als de aard van het Schriftgezag worden geïntroduceerd. “De Schrift is daardoor niet het product van de Heilige Geest alleen, de Bijbel is tegelijk en onlosmakelijk daarmee verbonden een boek van mensen. Wie nu het menselijke, tijdgebondene van de Schrift zou loochenen, zou gemakkelijk te kort kunnen doen aan de werkelijke bedoeling van de Geest”. 8
De vrijgemaakt Gereformeerde Kerken namen volstrekt antithetisch stelling tegen die ontwikkeling. Met hun theologische visie op ’kerk en verbond’ als het vaste fundament zagen zij zich veel meer geroepen tot een ‘doorgaande reformatie’. 9 Vanuit de vrijgemaakt gereformeerde kerkidee wilde men present zijn op het gebied van politiek, publiciteit en onderwijs, maar ook in cultureel en sociaal-maatschappelijk opzicht. Gaandeweg werd men zich evenwel bewust van het isolationisme dat zich dreigde aan te dienen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw diende de roep om meer openheid zich steeds nadrukkelijker aan. En het fundament van de vrijgemaakte kerkidee kwam steeds meer onder druk te staan. “Inderdaad”, zo constateerde dr. G. Dekker inmiddels, “verliezen de vrijgemaakt Gereformeerde Kerken in rap tempo hun typisch vrijgemaakt-gereformeerde karakter. Het idee van ‘de ware kerk’ leeft nauwelijks meer”. 10 En de Bijbel moet in rapport gebracht worden met ons eigentijdse leven en denken. Het zou een misvatting zijn te denken dat je de moderne hermeneutiek wel kunt missen bij het Bijbellezen”. 11 In het ND introduceerde de hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de TUK, prof. dr. A.L.Th. de Bruijne, het fenomeen ‘Gereformeerd 2.0’. ‘Wij zijn contextueel en cultureel gevoelig geworden’, zo merkte hij in navolging van de synodale Gereformeerde Kerken op. “Massieve zekerheden maken plaats voor het besef dat veel geloofsinzichten beperkt en voorlopig blijven”. 12
En dan is het niet moeilijk om met enige hermeneutische kunstgrepen vrouwen te bekleden met ambtelijk gezag. Ethische problemen kunnen desgewenst als irrelevant worden afgedaan, zoals de principiële gelijkstelling van het huwelijk en het samenzijn van homofiele relaties ‘in liefde en trouw’. Onbelemmerd kan de doorgaande ‘reformatie’ toegespitst worden op een zorgvuldige ‘opbouw’ van kerkelijke hereniging met de Nederlandse Gereformeerde kerken. En als de weg naar een fusie met de PKN wordt ingeslagen, is al wat zich in het verleden als ‘gereformeerd’ aandiende, ontmanteld en opgegaan in het protestantse katholicisme van een algemeen Christelijke religie met haar normen, waarden en deugden.
Modern-reformatorische wetenschapsbeoefening
Het is in dit verband zorgwekkend dat met de komst van de Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU) de doorbraak tot stand komt naar een modern-reformatorische wetenschapsbeoefening. Om de orthodox-gereformeerde inbreng te versterken, is van Christelijk gereformeerde zijde aangestuurd op inbreng en betrokkenheid van de Gereformeerde Bond en het Hersteld Hervormd Seminarie. De identiteit van de GTU is vervolgens vastgelegd met de omschrijving van de coördinaten voor een gereformeerde Schriftbeschouwing’. Maar de toelichting hierop door prof. dr. H.G.L. Peels biedt onmiskenbaar ruimte voor de doorbraak naar een ‘modern-reformatorische’ wetenschapsbeoefening: “Het gaat erom dat we voluit gereformeerd samen willen uitgaan van Schrift en Belijdenis. Hoe je met de Bijbel omgaat, kun je met kernpunten - coördinaten - nader profileren, zonder elkaar te willen binden aan een of andere dichtgetimmerde Schriftbeschouwing”. 13 Het heeft prof. dr. A.L.Th. de Bruijne er ook niet van weerhouden zijn visie op ‘Gereformeerd 2.0’ als een wenkend perspectief te introduceren. Om de schade te beperken, zat er voor prof. dr. Huijgen niet anders op dan zich uit te spreken voor een derde weg. Het modern gereformeerde dilemma dat de boventoon ging voeren, had zijn instemming niet, zo liet hij weten. Maar evenmin wilde hij dat een formeel juridische binding aan de klassiek gereformeerde belijdenis richtinggevend is. Onder verwijzing naar prof. dr. A.A. van Ruler stelde hij de religie van de belijdenis centraal. De betrokkenheid op de belijdenis dient een existentiële aangelegenheid te zijn, liefdevol, een zaak van het hart. Voorkomen moet worden dat de belijdenis gaat functioneren als een slot op de deur waarmee eerlijk onderzoek onmogelijk wordt gemaakt: “Er is echt een hermeneutiek van de belijdenis nodig, waarbij we de historische afstand en nieuwere theologische inzichten in het spel moeten brengen, in open gesprek met andere tradities.” Dat is, aldus de hoogleraar, gewoon gereformeerd. 14 Het zal duidelijk zijn dat hiermee de zorg echter bepaald niet weggenomen is. Niet alleen leven bij Bewaar het Pand grote bezwaren tegen de prediking in de vrijgemaakt Gereformeerde Kerken. Ook staat men kritisch tegenover de komst van de GTU. De identiteit van de CGK zal minder tot zijn recht komen en de GTU zal als ‘een katalysator’ werken om de eenwording met de GKV te realiseren. 15
En van de inbreng van de Gereformeerde Bond bij de komst van de GTU is evenmin een behoudende koers te verwachten. Op de onlangs gehouden synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken onderstreepte ds. A.J. Mensink in ieder geval de noodzaak van openheid naar een modern-reformatorische wetenschapsbeoefening. Hij “benadrukte dat de gereformeerde theologiebeoefening ruimte nodig heeft.” “Gereformeerde diepte vraagt om katholieke breedte. Gereformeerde theologiebeoefening heeft aanvechting nodig. Aanvechting die loutert, aanscherpt én staalt”. 16
In 2013 had prof. dr. W. Vlastuin als rector van het Hersteld Hervormde Seminarium de komst van de GTU als een brede orthodox-protestantse universiteit een ‘realistisch project’ genoemd dat de “kwaliteit van onderwijs in en onderzoek naar de gereformeerde theologie kan verbeteren”. 17 Te meer was het opvallend dat dr. P. de Vries niet naliet kort daarop zijn zorg dienaangaande uit te spreken: “Het valt te vrezen dat de nieuw te vormen brede orthodoxe universiteit geen klassiek gereformeerd karakter zal hebben”. 18 Afgezien van de noodzaak om te voorzien in een predikantsopleiding als een strikt kerkelijke zaak van de Gereformeerde Gemeenten wees ds. J.J. Eckeveld ook op het probleem van de breedte als de Nederlandsgereformeerde en de Vrijgemaakt-gereformeerde richting hun inbreng hebben bij de orthodox-gereformeerde identiteit van de universiteit: “Juist die breedte maakt het niet realistisch dat de Gereformeerde Gemeenten aanhaken”. 19
De verflauwing van de antithese
Waar ligt nu het feitelijke knelpunt, zo kan men zich in allen gemoede afvragen. Samen voluit gereformeerd willen uitgaan van Schrift en Belijdenis, zo is de intentie. Maar gewaarborgd is dat allerminst, gezien het dilemma dat zich hier levensgroot voordoet, maar stilzwijgend met de mantel der liefde wordt bedekt. Het is de kloof die de ethische richting deed afhaken bij de oprichting van de Vrije Universiteit: een te strakke binding aan ‘de gereformeerde beginselen’. Het is diezelfde kloof die de klassiekgereformeerde richting op afstand houdt bij de oprichting van de GTU: een te grote openheid voor een neo-gereformeerde omgang met Schrift en Belijdenis die baanbrekend is om tot een modern-reformatorische wetenschapsbeoefening te komen. Het is de kloof die de scheidslijn trekt bij de vraag of de betekenis van de antithese in de gereformeerde grondslag al dan niet van beslissende betekenis is. Groen van Prinsterer (1801-1876) had er alle aandacht voor gevraagd om de antithese centraal te stellen. In navolging hiervan had Kuyper daar verdere uitwerking aan gegeven. En trefzeker vatte Hoedemaker dat in de kern samen: “Uit God en niet uit de menschen”! “Van boven en niet van beneden.” En hij liet er geen misverstand over bestaan: “Met dat beginsel staat of valt onze Universiteit”. 20 Zo was het toen, zo is het ook nu. Naarmate de antithese vervluchtigde, trad de verflauwing van de grenzen op die leidde tot de omkering van dit beginsel, zoals Kuitert zijn axioma verwoordde: “Alles wat wij over Boven zeggen, komt van beneden, ook als we zeggen dat het van boven komt”. 21 Een gereformeerde spiritualiteit met de menselijke geest als bron om de Heilige Schrift in de context van het menselijk bestaan uiteen te zetten, roept dit dilemma onvermijdelijk over zichzelf af.
Bevindelijk-reformatorische katholiciteit
Opmerkelijk genoeg is dat ook in de rechterflank van de gereformeerde gezindte wordt gezocht naar mogelijkheden om de kerkelijke structuren te relativeren. Steeds weer zijn signalen waar te nemen van een zoektocht naar openheid en ruimte om tot een eenheid te komen die de diversiteit van het gereformeerde leven zal overstijgen. Zo was het ds. A.A. Egas die tijdens het symposium ter gelegenheid van het veertigjarig ambtsjubileum van ds. J.J. van Eckeveld de stelling poneerde dat binnen de kerken met een bevindelijk-gereformeerde karakter meer openheid zou moeten zijn om te zoeken naar ‘eenheid ondanks verscheidenheid’. 22 Verwijzend naar de diversiteit bij de predikanten tijdens de Nadere Reformatie vroeg dr. W. Fieret zich af of er op termijn mogelijk toch een RKiN zou kunnen ontstaan, een Reformatorische Kerk in Nederland. 23 Voortvarend lieten I.A. Kole en A.A. van der Schans weten dat de oproep om de kansels van de Gereformeerde Gemeenten open te stellen voor bevindelijk-gereformeerde predikanten uit andere kerkverbanden krachtige steun verdiende. 24 Andere reacties waren meer terughoudend en ook wel afwijzend. In dit verband valt een enkele opmerking te maken.
Bij alle verscheidenheid die zich tijdens de Nadere Reformatie voordeed, zocht men eenheid in de leer overeenkomstig het Woord Gods en de belijdenisgeschriften van de kerk. Vanuit dat grondmotief zocht men in kerk, staat en maatschappij de doorwerking en de bevordering van een leven naar de praktijk der Godzaligheid. Als wij de normatieve betekenis van de leer ten opzichte van het leven helder voor ogen hebben staan, het Schriftuurlijke als grondslag voor de bevindelijke toepassing, zal het waarheidsmotief van doorslaggevende betekenis zijn. De Gemeente des levenden Gods is een pilaar en vastigheid der waarheid, aldus 1 Timotheüs 3 vers 15b. Vandaar ook de vermaning: Heb acht op uzelven en op de leer; volhard in deze; want dat doende zult gij én uzelven behouden én die u horen (1 Tim. 4:16). Meer dan ooit verdient dit alle aandacht in deze postmoderne tijd. De bevindelijke kennis van de waarheid blijkt in de religie der belijdenis als regel te herleiden tot een vroomheidscultus waarin het welbevinden van de menselijke ervaring een overgeestelijke spiritualiteit uitstraalt. Afkomstig van beneden stijgt men op tot grote hoogte.
Het reformatorisch katholicisme
De komst van het reformatorisch katholicisme heeft zich hiermee aangekondigd. In de context van het postmoderne denken staat de menselijke individualiteit centraal en is het menselijk gevoel van beslissende betekenis. Strikt kerkelijk denken is er niet meer bij. De kerkelijke verscheidenheid is ontstaan in het strijdtoneel over allerlei leerstellige kwesties. Steeds hoger werden de kerkmuren opgetrokken, maar nu is het de tijd om daar afstand van te nemen, zo valt meer en meer te constateren. De betekenis van de gereformeerde leer moet niet voorop worden gesteld, maar veel meer gerelativeerd en naar de achtergrond verdwijnen. Hoog kerkelijk denken moet in ieder geval omgebogen worden tot het besef dat de kerkelijke verscheidenheid een kwestie van persoonlijke voorkeur is. Het zijn niet meer dan accentverschillen. Ze doen er niet wezenlijk toe en men moet elkaar daarin vrijlaten. Het gaat er om dat men zich verenigd weet in het ware geloof om de Heere te dienen. “Eerst de Heer’ en dan de leer”, zo bracht de ethische richting dat al op formule. Duidelijk is het postmoderne denken manifest als het individuele gevoelsleven gelovig gericht is op het persoonlijk welbevinden dat wordt ervaren in een wolk van ‘reformatorische spiritualiteit’.
In de reformatorische context van dit persoonlijk geloofsleven wordt de ‘algemene verzoening’ nadrukkelijk afgewezen. Ook de ‘algemene voldoening’ is men niet toegedaan. Het grondmotief is de ‘algenoegzaamheid’ van de zoen- en kruisverdienste van Christus. En wanneer men deze grondgedachte centraal stelt, wordt niet zozeer de volkomenheid van het offer van Christus bedoeld, maar de uitgestrektheid van de verzoening. God heeft beslist geen lust in de dood der goddelozen, zo blijkt uit Ezechiël 18 vers 23. Veel meer geldt het Schriftwoord: Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God en niemand meer (Jes. 45:22). Er is, zo wordt vervolgens wel gesteld, ook een recht van toegang. God is een Waarmaker van Zijn Woord en Hij geeft wat Hij belooft. Hij zoekt ons aller heil en ziet ernaar uit dat wij ons bekeren en Zijn beloften gelovig aannemen. Waar het op aankomt, is een persoonlijk geloofsleven.
Centrale grondstukken in de klassiek gereformeerde theologie als verkiezing en wedergeboorte worden als hinderlijk ervaren om tot dat persoonlijk geloof te komen. Ze zijn pas van betekenis als men het wonder van Gods genade in zijn persoonlijk geloofsleven mag opmerken en in gelovig vertrouwen zijn weg mag gaan om zijn roeping en verkiezing vast te maken. Nu kan niet worden ontkend dat er moet worden voldaan aan het recht Gods. Zo houdt Gods Woord ons voor: Sion zal door recht verlost worden, en haar wederkerenden door gerechtigheid (Jes 1:27). “Toch is het een verwarrende omweg”, zo liet dr. S.D. Post weten. De levendmaking van de ziel is in Christus te vinden door een gelovige toepassing van Gods beloften. Dan wordt ervaren hoe gepast Hij is, hoe heerlijk en gewillig. In sommige delen van de gereformeerde gezindte moet de prediking in 2017 misschien op dit punt opnieuw reformeren, aldus Post. 25 Het ligt voor de hand dat kennelijk ook hier sprake is van een pleidooi om de gereformeerde identiteit naar een 2.0 versie te muteren om aansluiting te bevorderen bij het reformatorisch katholicisme. 26 Onmiskenbaar doet zich bij de nadruk op de persoonlijke geloofsbeleving een tendens voor tot ‘evangelicalisering’. 27 In dit verband kan evenmin voorbij worden gegaan aan de doorwerking van een uitgesproken evangelisch-puriteinse stroming. De noodzaak tot reformeren lijkt dan ook te zijn ingegeven door een afwijzing van het antinomianisme om het arminianisme steeds meer ingang te laten vinden als het hart van het reformatorisch katholicisme.
Uitzicht
Als wij proberen de balans op te maken, is er allerminst reden tot zelfgenoegzaamheid. Integendeel. De ontwikkelingen die zich alom, zowel in kerk, staat en maatschappij, voltrekken, gaan ons niet voorbij. Wie dat op zich laat inwerken, heeft alleszins reden tot zorg, ja, tot grote zorg.
We hebben hierboven geprobeerd in kaart te brengen wat zich op kerkelijk en theologisch gebied afspeelt. Prof. dr. G. Dekker laat er geen misverstand over bestaan. Er doet zich een proces voor ‘van ontmanteling van de gereformeerde wereld’. 28
Daarbij mag het niet ontgaan dat, zoals wij eerder zagen, het humane secularisme met zijn gelijkheidsideologie zich heeft weten te nestelen in het centrum van de macht. In grote gedrevenheid zoeken de priesters van deze seculiere religie een politieke elite te vormen die alles wat nog herinnert aan de Christelijke grondslagen van ons land en volk, zoekt te elimineren. Bedenk dat de rechtsstaat in een staat zonder de Bijbel volstrekt is uitgehold en steeds meer ontaardt in een tiranniek staatsbestel.
Opmerkelijk genoeg zal deze seculiere westerse sharia niet over de vitaliteit beschikken die nodig is om de dreiging van een oosters-religieuze moslimsharia te weerstaan. De voortstuwende islamisering van ons land en volk zal door het Europese unionisme met zijn seculiere gelijkheidsideologie niet worden gestopt en indirect zelfs worden bevorderd.
Tot slot
Ter afsluiting kan tegen deze achtergrond de vraag worden gesteld: “Hoe lang zullen allerlei onderdelen van de reformatorische zuil nog blijven voortbestaan?” En het antwoord van dr. C.S.L. Janse liet aan duidelijkheid niet te wensen over: “Wellicht niet zo heel lang meer. De oorzaak daarvan kan zijn dat hun functioneren door ingrijpen van buitenaf onmogelijk gemaakt wordt, òf dat een verwereldlijkte achterban er de noodzaak en de waarde niet meer van inziet”. 29 Het mag ons overigens niet ontgaan dat Janse er kennelijk geen probleem mee heeft om de gereformeerde identiteit onder te brengen bij de ‘refozuil’. Met deze voor de tijdgeest zo karakteristieke ‘verflauwing der grenzen’ illustreert hij ten voeten uit hoezeer de ontmanteling van de gereformeerde wereld haar beslag krijgt. Het is dan ook bepaald niet zonder reden dat prof. Dekker zich in allen gemoede afvraagt of deze refozuil nog wel kan worden beschouwd als ‘een restant van de gereformeerde wereld’. “En hoe lang dan nog?” 30
Hoe dan ook, het is noodzakelijk dat ons een levendig besef wordt geschonken dat de Heere regeert, Die het werk Zijner handen nooit laat varen. Is dat een reden om in onze godsdienstigheid goede moed te houden? Met zoveel meer reden kunnen we ons afvragen of God niet naar recht zou handelen als Hij het geplante uitrukt en het gebouwde afbreekt? Zoudt gij u grote dingen zoeken? (Jer. 45:5a). De voortstuwende kracht van de tijdgeest dreigt ons te overweldigen. Al te gemakkelijk laten wij ons meezuigen als God het niet verhoedt. Het komt er daarom op aan iets te mogen kennen van die Goddelijke realiteit der genade en dat onze ziel ons als een buit is gegeven, wat ons ook zal wedervaren (Jer. 45:5).
Noten:
1) A. Kuyper, Eenvormigheid, de vloek van het moderne leven’, Amsterdam 1869
2) A. Kuyper, De verflauwing der grenzen, Amsterdam 1892
3) Zie: ‘‘Credotekst’ uitgangspunt voor Nationale Synode’, in: RD, 14 oktober 2009
4) Zie: ‘Nationale synode ontkracht orthodoxe belijden’, in: RD, 9 september 2016
5) Zie: ‘Geen basis voor gezamenlijk getuigenis op nationale synode’, in: RD, 9 november 2010
6) Zie: ‘Kerkelijke eenheid in impasse’, in: RD, 12 oktober 2016
7) A.G. Honig, ‘Interculturele theologie’, in: Voortgang, een bundel theologische opstellen…, Kampen 1979, p. 110
8) Zie: Informatiedienst Gereformeerde kerken, Special Kerkinformatie, nummer 113, Leusden februari 1981, p. 57
9) G. Dekker, De doorgaande revolutie, Barneveld 2013, p. 47
10) G. Dekker, Zie hoe alles hier verandert, Utrecht 2016, p. 112 (hierna: Zie hoe alles hier verandert)
11) Handboek 2014 van de Gereformeerde Kerken in Nederland, p. 494, geciteerd bij G. Dekker in: Zie hoe alles hier verandert, p. 113
12) Zie: ‘Gereformeerd 2.0’, in: ND, 9 april 2016
13) Zie: ‘Theologie voor de toekomst’, in: RD, 2 april 2015
14) Zie: ‘Theologenblog (A. Huijgen): Binding aan belijdenis niet hinderlijk’, in: RD, 19 april 2016
15) Zie: ‘Zorgen Bewaar het Pand om koers CGK’, in: RD, 10 januari 2017
16) Zie: ‘Gereformeerde Bond betreurt tegenstrijdige reacties op GTU’, in: RD, 25 januari 2017
17) Zie: ‘Positieve reacties op idee voor orthodox-protestantse universiteit’, in: RD, 31 oktober 2013
18) Zie: ‘Gereformeerde karakter brede universiteit valt te betwijfelen’, in: RD, 7 november 2013
19) Zie: ‘Ds. Van Eckeveld: Geen draagvlak in Gereformeerde Gemeenten voor orthodoxe universiteit’, in: RD, 5 november 2013
20) Ph. J. Hoedemaker, De Herleving der Gereformeerde Beginselen…., Amsterdam 1883, p. 46
21) H.M. Kuitert, Zonder geloof vaart niemand wel, 1974
22) Zie: ‘Gesprek over prediking voeren’, in: RD, 12 september 2016
23) Zie: ‘Dr. Fieret: Elkaar vinden rond kern’, in: RD, 12 september 2016
24) Zie: ‘Drs. Kole en drs. Van der Schans: Laat geestverwante predikanten voorgaan in GG’, in: RD, 13 september 2016
25) S.D. Post, ‘Column: Is er een reformatie nodig in delen van de gereformeerde gezindte?’, in: RD, 4 februari 2017
26) In het RD van 18 maart 2017 maakte Post melding van begrip bij sommigen en verwarring, verdriet en boosheid bij velen. De toelichting die hij vervolgens gaf, bleef vragen oproepen, terwijl hij zijn ‘uitgesproken’ visie onverminderd staande hield.
27) Zie hoe alles hier verandert, p. 133
28) Zie hoe alles hier verandert, p. 146
29) C.S.L. Janse, De refozuil onder vuur, Apeldoorn 2015, p. 249
30) Zie hoe alles hier verandert, p. 145
Fotoverantwoording:
a) By CrazyPhunk [CC-BY-SA-3.0] via Wikimedia Commons
b) Bron: Museum Catharijneconvent, Utrecht.
c) Depositphotos
WILLEN WIJ OP WEG NAAR ‘GEREFORMEERD 2.0’?
Prof. A.L.Th. de Bruijne, hoogleraar Ethiek en Spiritualiteit aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Kampen: “Er bestaan twee soorten gereformeerden (…). De eerste soort beschouwt ‘gereformeerd’ als een vastgelegde identiteit. Vooral de 16e- en 17e-eeuwse belijdenisgeschriften definiëren deze. (…) Gek genoeg was mijn affiniteit met een tweede categorie gereformeerden groter. Waarom voelde ik mij bij hen meer thuis? Zij benaderen ‘gereformeerd’ als een verhaal dat nog niet afgelopen is. We weten niet wat er nog komt en de ontknoping is nog onbekend. Hoewel je nooit mag vergeten dat het verhaal begon met de belijdenisgeschriften van de Reformatie, moet je daarbij niet blijven staan. De Reformatie vormde slechts een fase in de kerkgeschiedenis en haar producten weerspiegelen onherroepelijk de beperkingen van hun tijd. Met deze insteek ontstaat ruimte voor kritiek en alternatieve visies. Het kost minder moeite om tekorten en eenzijdigheden in de gereformeerde manier van geloven te erkennen en waardevolle elementen uit andere tradities te honoreren. (…) Momenteel beleven wij in Nederland een bijzondere toenadering tussen verschillende gereformeerde - en zelfs wat minder gereformeerde - kerkgemeenschappen. Die lijkt misschien mogelijk doordat we de kerkmuren minder hoog optrekken en de Christelijke liefde benadrukken. Maar ik denk dat er ook iets anders achter zit: een verschuiving naar een andere manier van gereformeerd-zijn.”
-Bron: ND, 9 april 2016-
DE SCHULD IS ONZER!
Ds. G.H. Kersten op de SGP-partijdag van 1935: “En toch, onder de schuld van dat verzinken van ons volk gaan wij allen gebukt. Niemand van ons onttrekke zich die schuld. Wij allen zijn leden van één volk; van het volk dat zich van God vervreemdde. De schuld van het volk moge onze schuld worden. Nooit had de vijand de overhand verkregen zo zij gewaakt hadden aan wie de Heere Zijn Woord had toevertrouwd. Zo ook is de kerkelijke schuld onzer. Haar val, haar scheure, door geen mens te helen, worde ons tot schuld. Zolang wij die schuld op anderen kunnen afwentelen, zullen wij het rechte treuren in de ware verootmoediging voor God missen. Jeremía kreitte voor God; hem troffen de peilen als ware de schuld zijner. Och, of allen die de waarheid aanhangen, één werden in schuldvernedering. Ik bid u allen, laat toch de band der waarheid ons binden; laat die sterker zijn dan enige andere band. In onze strijd kennen wij geen kerkelijke partijen. Wat de vijand ook smaadt, wij zijn geen kerkelijke partij. Hoe diep Gods kerke ook viel en op hout en stok haar vertrouwen stelde, toch is zij van God niet verworpen. Hij bewaarde een overblijfsel onder ons. Een vervallen hutte Davids. Hij bezoekt met de roe en bittere tegenheên de zonde. Het oordeel begint van het huis Gods. Onder dat oordeel verwaardige de Heere ons te buigen en schuldenaar te worden voor Hem.”
-Ds. G.H. Kersten, Zijn hout en zijn stok, 7 februari 1935, p. 15-16 (herspeld)-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 2017
In het spoor | 64 Pagina's