De Verdraaide Nagedachtenis van de Sodomiet Jillis Bruggeman
Op 9 maart 1803 vond op de Grote Markt te Schiedam de terechtstelling plaats van Jillis Bruggeman. Hij was de laatste in Nederland die vanwege sodomie met de dood gestraft werd. In het kader van de zogenaamde LHBT-emancipatie (dat is de emancipatie van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen en transgenders) wordt sinds 2015 in Schiedam op diverse manieren getracht de herinnering aan hem en zijn terechtstelling levend te houden. Anders gezegd: zijn naam en ‘martelaarschap’ worden op diverse manieren ingezet om de LHBT-emancipatie te bevorderen. 1
Om te beginnen is er een Jillis-Bruggemanmonument opgericht. Op 9 maar 2015 werd te Schiedam door het Tweede Kamerlid mevrouw P. Dijkstra (D66) - als vierde homomonument in Nederland - een gedenktegel onthuld met de inscriptie: “Veroordeeld wegens zijn seksuele identiteit. In herinnering aan Jillis Bruggeman. 9 maart 1803”. Deze gedenktegel, die tegelijk bedoeld is als protest tegen iedere LHBT-vervolging en -discriminatie, is aangebracht tussen de bestrating op de Grote Markt voor het oude raadhuis.
In de tweede plaats vindt sinds 2015 jaarlijks op 9 maart de uitreiking plaats van de zogenaamde Jillis- Brugge manpenning, waarop de zak is afgebeeld die gebruikt is voor het bewaren van de processtukken van Jillis Bruggeman. Deze penning wordt door de burgerlijke gemeente Schiedam uitgereikt aan organisaties of personen die nationaal of internationaal vooropgaan in de strijd tegen discriminatie en vervolging vanwege een afwijkende seksuele voorkeur. De eerste Jillis-Bruggemanpenning werd in 2015 door COC-voorzitter mevrouw T. Ineke overhandigd aan de directeur van Amnesty International, de heer E. Nazarski. De tweede in 2016 door de Schiedamse wethouder M. Stam aan de voorzitter van de Nederlandse voetbalbond, de heer M. van Praag, omdat hij discriminatie van LHBT’s in de voetbalwereld tegengaat. En de derde in 2017, wederom door de Schiedamse wethouder Stam, aan de ex-EO-televisiepresentator A. Boomsma, omdat hij zich trendsettend en taboedoorbrekend heeft ingezet voor (jonge) LHBT’s en tevens als eerste het ‘transgender-zijn’ door middel van een tv-programma voor het grote publiek in Nederland zichtbaar heeft gemaakt.
En dan is er ten slotte nog een Jillis-Bruggemankeurmerk. Voor dit keurmerk komen de Schiedamse ondernemers en organisaties in aanmerking die een vrije en open samenleving voorstaan, een samenleving waarin LHBT’ers vrij en openlijk hun gang kunnen gaan. Met andere woorden een samenleving waarin het normaal gevonden wordt als bijvoorbeeld homoseksuelen hand in hand en/of zoenend over straat gaan.
Deze acties staan niet op zichzelf, maar vormen een onderdeel van het LHBT-vriendelijke beleid van Schiedam, die als stad behoort tot de zogenaamde Regenboogsteden. Dit zijn steden die - gestimuleerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap - een convenant hebben getekend waarin zij gezamenlijk verklaren de sociale acceptatie, veiligheid en emancipatie van lesbische vrouwen, homo seksuele mannen, biseksuelen en transgenders te verbeteren, en ten aanzien van deze zaken dus vooroplopen.
De LHBT-emancipatie strookt geenszins met de Bijbel. De Schrift laat alleen ruimte voor een huwelijksrelatie tussen één man en één vrouw, terwijl relaties tussen twee mannen of tussen twee vrouwen als een onnatuurlijke en gruwelijke zonde scherp worden veroordeeld. Ook leert de Schrift ons om ‘de zondaar’ als onze naaste lief te hebben, maar ‘de zonden’, ook die van homoseksualiteit, te haten. Het haten van de zonde van homoseksualiteit staat geheel haaks op het bevorderen van deze zonde, zoals nu in Nederland zelfs van overheidswege gebeurt.
In dit artikel willen we concreet de vraag opwerpen en beantwoorden of het behalve Bijbels, ook niet historisch onjuist is om de naam van Jillis Bruggeman voor het karretje van de LHBT-emancipatie te spannen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zullen we eerst bezien wie Jillis Bruggeman was, waarom hij door Justitie gezocht werd, wat hij bekend heeft tijdens de rechterlijke verhoren, hoe zijn vonnis luidde en vooral ook hoe hij uiteindelijk hier zelf onder was. 2
Wie was Jillis Bruggeman?
Zijn wieg stond in Noord-Waddinxveen. Dat staat vast. 3 Waarschijnlijk is hij de Jillis Bruggeman die op 20 april 1755 in de Gereformeerde Kerk van Waddinxveen gedoopt werd als kind van Maarten Bruggeman en Claartje Meijbos. 4 Het is niet bekend hoe lang hij in Waddinxveen gewoond heeft. In ieder geval was hij, toen hij op 2 januari 1778 in ondertrouw ging, woonachtig in Berkel bij Rotterdam. Op 25 januari 1778 trad hij daar in het huwelijk met de 29-jarige weduwe Johanna den Held (1748-1791). 5 Zij trouwden ‘gereformeerd’. Hun huwelijk werd gezegend met vijf zonen, van wie er in ieder geval twee jong gestorven zijn. De eerste zoon Maarten werd te Berkel gedoopt (20 september 1778). Hun tweede zoon Teunis echter in Delft (18 juni 1780), wat doet vermoeden dat het gezin Bruggeman intussen naar Delft verhuisd was. 6 De overige drie zonen kwamen te Schiedam ter wereld, waar Jillis met zijn vrouw en kinderen zich begin 1782 gevestigd had en waar hij op 9 maart 1782 het zogenaamde Klein Burgerrecht verwierf dat hij nodig had om als kramer (kleinhandelaar; reizend koopman) toegelaten te worden tot het Kramers- of St. Nicolaasgilde. Op 18 augustus 1782 lieten Jillis en Johanna daar hun derde zoon dopen, die ze de naam Ary hadden gegeven. Deze zoon stierf heel jong, want de vierde zoon, die op 17 maart 1784 gedoopt werd, noemden ze opnieuw Ary. En de vijfde zoon, die ze op 25 januari 1788 ten doop hielden, kreeg de naam Maarten, wat erop wijst dat hun eerste Maarten toen reeds gestorven was.
Maar nog meer leed zou Jillis te verwerken krijgen. Want op 8 september 1791 ontviel hem zijn vrouw, bijna 43 jaar oud.
Drie maanden later (11 december 1791) trad hij te Schiedam opnieuw in het huwelijk met de in Leiden geboren 36-jarige weduwe Jannetje van Wassenaar (1755-1828) 7 , die ook lid van het Kramers- of St. Nicolaasgilde was. Bij haar ontving hij in ieder geval nog drie kinderen: Elisabeth (1792), Clara (22 september 1796) en Ary Maarten (27 september 1798). Van de laatste twee is zeker dat ze ‘gereformeerd’ gedoopt werden te Schiedam.
In april 1799 verliet hij abrupt zijn vrouw en kinderen, omdat hij halsoverkop voor de justitie op de vlucht sloeg. Eerst vluchtte hij naar een zoon van hem in Embden 8 . Vervolgens probeerde hij als reizend koopman zonder vaste woonplaats aan de kost te komen.
Aanvankelijk onderhield hij nog wel briefwisseling met zijn vrouw en ontving hij van haar zo nu en dan geld, maar in 1802 wilde zijn vrouw zich kennelijk toch van hem losmaken. Zij liet hem namelijk vanwege het verlaten van haar en haar kinderen dagvaarden om op zaterdag 11 september 1802 te Schiedam bij de rechterlijke ontbinding van hun huwelijk aanwezig te zijn met de mogelijkheid om daartegen in het geweer te komen. Het zal tegen alle verwachting in zijn geweest, maar Jillis kwam naar Schiedam. De dienaars van Justitie grepen deze gelegenheid aan: hij werd als gezocht misdadiger gearresteerd op grond van het arrestatiebevel dat in april 1799 tegen hem was uitgevaardigd, en in het Schiedamse raadhuis opgesloten.
Waarom werd hij gezocht?
Uit hoofde van zijn beroep als kleinhandelaar reisde Jillis vanuit Schiedam ook naar andere plaatsen, waaronder Rotterdam. Bij een van die bezoeken aan Rotterdam had hij in 1791 in een herberg een zekere heer Scheurkogel uit Schiedam ontmoet. Met hem was hij teruggewandeld naar Schiedam en daar in het huis van Scheurkogel hadden zij zich schuldig gemaakt aan “de misdaad van sodomie”. Eenmalig, want bij nader inzien stonden zij elkaar als persoon niet aan. Deze ‘gruweldaad’ was aanvankelijk verborgen gebleven.
De genoemde Scheurkogel verhuisde echter naar Bergen op Zoom, waar het hem financieel niet voor de wind ging. Om toch aan voldoende geld te komen stuurde hij - direct of via Scheurkogels moeder - Jillis een of meer dreigbrieven. Jillis moest hem geld geven of anders zou hij hem bij de Justitie aangeven als sodomiet. Jillis is kennelijk hiervoor bevreesd geweest, want hij ging op deze chantage in en betaalde hem in ieder geval tien Zeeuwse Rijksdaalders, maar waarschijnlijk is dit nog maar een deel van het zwijggeld geweest dat Scheurkogel hem in totaal uit zijn zak heeft weten te kloppen.
Op de een of andere wijze had een zekere Johannes Gijsbertus van der Hoop (1770-1837) uit Rotterdam ten minste één chantagebrief van Scheurkogel gericht aan Jillis Bruggeman onder ogen gekregen. Jillis had hem eerder al in een herberg te Rotterdam ontmoet. Deze Van der Hoop, die overigens niet onbemiddeld was, deugde niet. Hij had zich meermalen schuldig gemaakt aan diefstal en vormen van chantage. Ook uit de chantagebrief van Scheurkogel trachtte hij een slaatje te slaan. Met zijn compagnon Pieter Peltzer (1772-1843) toog hij op dinsdag 2 april 1799 naar de Schiedamse onderschout Arij Bezemer. Aan hem stelde hij het volgende plan voor: Bezemer moest naar Jillis Bruggeman gaan en hem mede delen dat een van de chantagebrieven van Scheurkogel door de Justitie onderschept was. Bruggeman zou er dan ongetwijfeld veel geld voor over hebben om die brief in bezit te krijgen om zo de zaak in de doofpot te stoppen. Het afgetroggelde bedrag zouden ze dan met z’n drieën delen. Onderschout Bezemer hield zich alsof hij niet ongenegen was om dit plan ten uitvoer te brengen. Op donderdag 4 april werd dit plan verder doorgesproken met hem en kreeg hij de bewuste chantagebrief in kopij onder ogen. Kennelijk moest Bezemer op vrijdag 5 april Bruggeman gaan bezoeken, want op zaterdag 6 april zou Bezemer verslag van zijn bezoek uitbrengen aan de heren. Maar op die zaterdag achtte Bezemer de tijd rijp om in te grijpen: Van der Hoop en Peltzer werden in hechtenis genomen. Na een langdurig verhoor in de weken daarna werd Van der Hoop op 5 mei 1799 voor zijn chantagepraktijken veroordeeld tot ‘strengelijke’ geseling met de roeden en tot vijfentwintig jaar verbanning uit de Bataafse Republiek. En Peltzer tot acht dagen op water en brood en zes jaar verbanning uit de stad en zijn rechtsgebied. Op maandag 8 april 1799, de eerste maandag dus na de arrestatie van Van der Hoog en Peltzer, probeerde onderschout Bezemer ook Jillis Bruggeman in hechtenis te nemen, maar toen hij en andere dienaren van Justitie bij zijn huis op de Korte Dam (hoek Hoogstraat) in Schiedam arriveerden, bleek de vogel reeds gevlogen te zijn.
Verhoord, bekend en schuldig bevonden
Op 11 september 1802 was Jillis Bruggeman alsnog in hechtenis genomen. Reeds op maandag 13 september werd hij voor de eerste maal verhoord. 9 Tijdens dit eerste verhoor ontkende hij nog dat hij in 1799 gevlucht was om vervolging door Justitie te ontgaan. Maar toen de hoofdofficier, mr. Bernard Johan Pielat van Bulderen (1755-1818), aan het begin van zijn tweede verhoor dit nogmaals aan hem vroeg, bekende hij eerlijk destijds voor Justitie op de vlucht geslagen te zijn. En toen een van de vervolgvragen luidde “of zulks niet is geweest om reden dat hij, gevangene, zich schuldig kende aan de misdaad van sodomie”, antwoordde Jillis opnieuw eerlijk met “Ja”. Hij bekende vervolgens reeds op zijn vijftiende deze zonde voor het eerst te hebben begaan. En later eenmaal met de bewuste Scheurkogel en daarnaast nog met enkele anderen. 10
Naar aanleiding van deze bekentenissen vroeg - tijdens zijn zesde verhoor (9 oktober 1802) - mr. Pielat van Bulderen hem “of hij, gevangene, niet bekennen moet zich door het plegen van sodomie jegens Goddelijke en menselijke wetten op een allermisdadigste wijze te hebben vergrepen”, waarop zijn antwoord luidde: “Ja”. En vervolgens: “Of hij, gevangene, dan alzo ook niet bekennen moet rechtvaardiglijk die straffen te hebben verdiend die door Goddelijke en wereldlijke wetten zijn bedreigd en bepaald geworden?” Opnieuw was zijn antwoord: “Ja”. En daarmee eindigde op een aangrijpende wijze dit zesde verhoor, want de door Goddelijke en wereldlijke wetten bedreigde en bepaalde straf was… de doodstraf. Op 26 november 1802 werd hij voor de achtste en laatste maal verhoord. Desgevraagd bleef hij bij zijn eerder afgelegde verklaringen en had hij niets meer daaraan toe te voegen dan alleen dat hij “de rechter om genade” verzocht, waarmee hij feitelijk gebruikmaakte van het recht dat iedere terdoodveroordeelde had: een verzoek tot gratie indienen.
Het vonnis
Het duurde nog tot zaterdag 19 februari 1803, voordat zijn vonnis definitief werd vastgesteld. In 1796 had de Amsterdamse patriot en advocaat mr. Gale Isaac Gales in zijn brochure aangetoond dat het in 1730 door de Staten van Holland en West-Friesland uitgevaardigde plakkaat tegen de sodomie na 1795 door de scheiding van kerk en staat niet ontbonden was. 11 De Schiedamse patriot en hoofdofficier mr.
Pielat van Bulderen dacht daar niet anders over. In de processtukken van Jillis Bruggeman werd een afschrift van het genoemde plakkaat opgenomen. Op grond van dit plakkaat werd hij overeenkomstig de eis en de conclusie van hoofdofficier Pielat van Bulderen door de schepenen van de stad Schiedam veroordeeld 12 om “door de scherprechter met de koorde te worden gestraft dat er de dood opvolgt”, wat inhield dat hij publiekelijk op de Grote Markt bij het stadhuis opgehangen werd, anderen tot een afschrik. Alleen met de eis van Pielat van Bulderen dat “het dode lichaam van de gevangene, als der begrafenis onwaardig, in een zak gebonden, met een kar of schuit vervoerd en in de zee geworpen zal worden”, gingen de schepenen niet mee.
Hoe was Jillis hieronder?
Het vonnis zou voltrokken worden op woensdag 9 maart 1803. Dit betekende dat hij nog 18 dagen had om zich voor te bereiden op de dood. Ongetwijfeld zal hij, zoals toen gebruikelijk was, in deze moeilijk dagen en mogelijk ook al eerder met enige regelmaat pastoraal bezocht zijn door (een van) de predikanten van de Gereformeerde Kerk te Schiedam. Mogelijk zijn juist die pastorale bezoeken aan zijn ziel gezegend geworden. Zeker is in ieder geval dat er voor 7 maart 1803 een grote verandering in zijn zielentoestand had plaatsgevonden. Mr. Pielat van Bulderen was daarvan op de hoogte toen hij op maandag 7 maart 1803 - in het kader van de “kapitale voorstelling en criminele dagvaarding” in de zaak van Jillis Bruggeman - voor alle betrokkenen (rechters, burgervaders, predikant en andere aanwezigen) en de veroordeelde Jillis zijn plechtige rede uitsprak. 13 In het slot van zijn rede ging hij daarop in.
Eerst wees Pielat van Bulderen er onder meer op dat uit de Heilige Schrift blijkt dat het liggen van mannen bij mannen de zonde van Sódom is geweest, die om wraak riep van de hemel, en dat God met Goddelijk gezag gesproken heeft dat twee mannen die samen deze zonde bedreven hebben, beiden een gruwel gedaan hebben en daarom zekerlijk gedood moeten worden (Lev. 20:13). Ook in wereldlijke wetboeken werd geen andere straf over deze zo schandelijke misdaad geveld. Op grond van de Goddelijke en wereldlijke wetten hadden de “alleszins gevoelvolle rechters” dan ook niet anders dan de doodstraf aan Bruggeman kunnen opleggen, daar bewezen was - en door hemzelf erkend - dat hij de “hemeltergende misdaad van sodomie” bedreven had.
Uit Bruggemans val in de zonde van sodomie, een zonde die door Paulus met “de zwartste kleuren ter waarschuwing” werd afgeschilderd (Rom. 1:26-27), trok Pielat van Bulderen vervolgens nog lessen tot bedachtzaamheid voor alle aanwezigen. Hij achtte de waarheid opnieuw bewezen dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God (Rom. 8:7), dat “de modder van de meest ongeregelde neigingen, hoe stil ook anders en als slapende op de bodem van ’s mensen hart, onstuimig in beweging komt wanneer de winden van verzoeking” als stormen gaan opsteken en dat “de eerste toegevendheid aan de zonde” dan “reeds een stap is tot volslagen afval”, daar het meestal van kwaad tot erger gaat, omdat men geen genoeg krijgt van de zonde.
Na deze aanmaningen tot bedachtzaamheid richtte Pielat van Bulderen zich tot slot tot de veroordeelde Jillis Bruggeman. Hartelijk sprak hij hem toe. Onder meer met deze woorden:
“En nu eindelijk echter nog een enkel woord tot u terdoodveroordeelde natuurgenoot! Gij hebt uw misdaad, uw hemeltergende misdaad voor mensen erkend, voor de alwetende Hartenkenner beleden en betreurd, en het gevelde vonnis van uw mededogenvolle rechters in uw boeien gebillijkt. Maar gij hebt ook tevens reeds in diezelfde boeien - want mijn oren hebben zulks gehoord! - aan vrijmachtige genade Gods de eer van uw eeuwige verlossing toegejuicht. Ween dan, veroordeelde boeteling, en betreur vrij met een wenende Petrus de diepte van uw val, maar roem ook tevens in uw jongste en vege [aan de dood grenzende; AV] ogenblikken met een Saulus in de kracht der genade. (…) Laat uw onsterfelijke geest (…), wanneer gij u met de Majesteit, de beledigde Majesteit van de hemel, in het verzoenend Middelaarsbloed verzoend durft achten, zich veeleer in zijn zalige bestemming verliezen. Laten dan de plaatsen van uw boeien noch Bethels en Pniëls zijn en [laat] uw gelovig hart (…) liederen van verlossing in uw kerker aanheffen! Nog weinige uren slechts en uwe ontkerkerde ziel zal vrijer ademhalen. Haal dan ook nu verder in uw jongste en veegste [meest aan de dood grenzende; AV] ogenblikken het bloed der verzoening nabij door het kunstglas van het geloof. (…)
Zo zij (…), zo blijve - en hier zal mijn biddende ziel zwijgen -, zo worde het rechtvaardig over u gevelde vonnis des doods voor u een Ahimáäz, een boodschapper van goede tijding (2 Sam. 18:28), een engel van Petrus die de boeien slaakt (Hand. 12:7) en een verwelkomende Noachs duif (Gen. 8:11) die met de palmtak der overwinning u een eeuwige rust en blijdschap in het beste Vaderland vermelden zal.”
Het is duidelijk, hier was sprake van een groot wonder, van een wonder van vrije genade. Aan de over zijn zonden van sodomie treurende en wenende Bruggeman, die zich de doodstraf waardig keurde, was uit vrije genade het bloed der verzoening geopenbaard en toegepast (wat zal hij dáárover verwonderd zijn geweest!).
Juist dit is waard om in gedachtenis te houden! Tot roem van Gods genade is hiervan dan ook - al snel na zijn terechtstelling, die op woensdag 9 maart 1803 plaatsvond - een boekje 14 verschenen met de volgende veelzeggende titel:
De laatste levensdagen en bekeering van Jillis Bruggeman, geëxecuteerd den 9 maart 1803, om de zonden van Sodom, in den ouderdom van 53 jaaren, binnen de stad Schiedam; waar agter vijf gebeden zijn, die hij in de gevangenis heeft gebeden.
Dit boekje was voor een prijs van veertig cent in juni 1803 reeds verkrijgbaar, uitgegeven door D. van der Reijden Hz. te Rotterdam. Helaas lijkt geen enkel exemplaar van dit boekje bewaard gebleven te zijn. Een langdurige zoektocht heeft namelijk tot op heden geen enkel resultaat opgeleverd.
Ook historisch onjuist?
Nu zijn we dan toegekomen aan de beantwoording van de in de inleiding opgeworpen vraag of het behalve Bijbels, ook niet historisch onjuist is om de naam van Jillis Bruggeman heden ten dage voor het karretje van de LHBT-emancipatie te spannen? Op grond van het bovenstaande moeten we die vraag met een hartgrondig ja beantwoorden. Hij is geen ‘martelaar’ geweest. Reeds tijdens zijn verhoor had Bruggeman vanwege de meermalen door hem bedreven zonde van sodomie beaamd dat hij tegen “Goddelijke en menselijke wetten op een allermisdadigste wijze” had misdaan en daarom rechtvaardig de daarop gestelde straf, de doodstraf, verdiend had. Uit de rede van mr. Pielat van Bulderen en uit de titel van het uitgegeven boekje is bovendien duidelijk af te leiden dat hij in zijn laatste levensdagen de bedreven zonden van sodomie hartelijk betreurd en beweend heeft en dat hij als een zich schuldig kennend en alles verbeurd hebbend zondaar de Heere gesmeekt heeft om genade; gesmeekt om het dierbaar bloed van Christus tot verzoening van zijn hemelhoge schuld. Het inzetten van zijn naam voor het bevorderen van de zonde van homoseksualiteit en om homoseksuele relaties nog meer geaccepteerd te krijgen in de samenleving zou dus geenszins zijn goedkeuring hebben weggedragen. Hij zou juist het tegendeel gewild hebben, namelijk dat homoseksuele daden en relaties van overheidswege weer strafbaar gesteld zouden worden. Er is daarom heden ten dage in Schiedam sprake van een verdraaide, historisch onjuiste nagedachtenis aan hem.
Ten slotte
Schrijnend is het dat Gods genade verheerlijkt aan Jillis Bruggeman al dan niet bewust vergeten is en dat juist zijn naam voor het karretje van de LHBTemancipatie wordt gespannen.
Maar nog temeer schrijnend is het dat Gods symbool van onwankelbare en eeuwige trouw, het regenboogsymbool, door de homobeweging gekaapt en verdraaid is. Mede door het opsteken van regenboogvlaggen, het aanleggen van regenboogzebrapaden en het plaatsen van regenboogstoplichten willen regenboog steden, gestimuleerd door onze landelijke overheid, hun verregaande tolerantie ten aanzien van de door God als ‘gruwelijk’ gekwalificeerde zonde van homoseksualiteit tonen. Dit is in het bijzonder hemeltergend!
Met het oog hierop willen we dit artikel besluiten met een waarschuwend gedeelte aan te halen 15 uit de dank-, vast- en biddagpreek van ds. W. Peiffers (1705-1779), destijds predikant te Amsterdam, die hij in 1763 gepubliceerd heeft onder de titel Sodoms ongerechtigheit en straffe. Zijn tekst was Ezechiël 16 vers 49-50: Zie, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sódom: hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochters, maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet. En zij verhieven zich en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik haar weg, nadat Ik het gezien had. Ter toepassing schreef hij onder meer dat:
“…schaamte en schaamroodheid onze aangezichten [moet] bedekken en onze ogen van tranen moeten wegdruipen, omdat het Nederlands volk zo diep vervallen is en Sódom als haar zuster al te zeer gelijk geworden is. Is dit een volk zo hoog uit de drek verheven door wonderen van Gods rechterhand? Is dit het volk dat de Christelijke waar-heid en godsdienst zo gezuiverd heeft ontvangen als ooit een volk sinds de tijd van de apostelen? Is dit het volk daar nog heden ten dage de dierbare en in eeuwigheid gezegende Immanuël, de enige naam onder de hemel ‘die onder de mensen gegeven is’ om zalig te worden (Hand. 4:12), de enige ‘Rotssteen des heils’, zo zuiver en zo krachtig wordt verkondigd als ergens onder de hemel? Is dit het volk dat als een brandhout uit het vuur gered is, terwijl anderen als Sódom en Gomórra zijn omgekeerd? Maakt dat volk zich schuldig aan zulke gruwelen? Wordt daar het Evangelie zo gelasterd en de Heere Jezus, de Heere der heerlijkheid, zo bespot, gehoond en opnieuw gekruisigd? ‘Ontzet u hierover, gij hemelen, en zijt verschrikt, wordt zeer woest’ (Jer. 2:12). Jeruzalem heeft het erger gemaakt dan Sódom, maar Nederland nog erger dan die beide, omdat Nederland groter voorrechten heeft gehad. Dat Rome of Venetië Sódom gelijk geworden zijn, dat is zo vreemd nog niet, omdat het Evangelie daar met een dikke duisternis bedekt is. Maar dat men hier, onder dat heldere licht van het Evangelie der heerlijkheid van de zalige God, die sódomitische levenswijze navolgt, dat is boven alles gruwelijk en onverantwoordelijk.
Het allerbeklagelijkste bij dit alles is nog dat er weinig gezicht, weinig aandoening, weinig schaamte over is. (…) O, jammerlijk bedorven en verdraaid volk, zou ik u niet beklagen? En wat zal het gevolg en einde zijn? Ik ben geen profeet. (…) Maar dit is evenwel zeker: zulk een volksgestel is een ongezond en bedorven lichaam gelijk, vol van bedorven vochten en vuile ziektes. Wordt het niet genezen, de gevolgen kunnen niet goed zijn. Ook heeft God, de Richter van de ganse aarde, Sódom, Jeruzalem en zovele andere volken (…) niet tevergeefs tot spiegels laten voorstellen. Toen Sódom werd omgekeerd, werden de zondige naburen nog verschoond, omdat ‘de ongerechtigheid der Amorieten’ nog ‘niet volkomen’ was (Gen. 15:16). Maar toen de maat vol was, bleef het oordeel der uitroeiing niet langer achter. De ongerechtigheid van Nederland schijnt ook nog niet volkomen, maar wie weet hoe nabij die volkomenheid is, daar de ongerechtigheid nu al zo hoog geklommen is? Dan zal de Richter van de ganse aarde ons ook wel vinden. (…) Dan zal het de Heere aan geen middelen ontbreken. (…) De Heere kan gehele heiren van krijgsvolken op ons afzenden en zelfs de kleinste diertjes tot Zijn groot heir maken. Hij kan ons haast met schaarsheid, hongersnood, pestilentie of andere plagen bezoeken.
Ik bid dat de Heere het wil afwenden. En hierin verenig ik mij met al de zachtmoedigen des lands. Ik wens nog zoveel verbetering van dat bedorven lichaam dat het moge staande blijven en dat het getal en het vermogen van de rechtvaardigen nog zo groot moge zijn dat ze het land behouden mogen. Bid al wat bidden kan, overheden en volk, leraars en gemeentes, bid allen gij die de Heere vreest, gij Abrahams, treed in voor Sódom en bid ootmoedig en aanhoudend.
Maar elk moet ook trachten mee te werken, elk in zijn stand, tot verbetering. Worden die bronnen van alle gruwelen en van het verderf niet gestopt, (…) zo kunnen wij niet behouden worden. Daar moeten de overheden, daar moeten de leraars, daar moeten de huisvaders, daar moet alle man op aanwerken die een goed patriot wil heten. Anders zijn alle middelen, ook de biddagen, tevergeefs.”
Noten:
1) Zie onder meer: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jillis_Bruggeman, http://schiedam24.nl/nieuws/nieuws/ Schiedam-de-regenboogstad/5319, https://www.movisie.nl/artikel/regenbooggemeente-uitgelicht-gemeenteschiedam, en: https://www.schiedam.nl/Def/bewoners/ Zorg,-welzijn-en-sport/LHBT/Jillis-Bruggeman.html
2) Een belangrijk deel van de biografische en misdaadgegevens zijn ontleend aan: A. van der Tang, ‘De zaak Jillis Bruggeman’, Scyedam, 1979, p. 4-13 (hierna: Van der Tang). Zie verder ook: https://www.schiedam.nl/Def/Gemeentearchief/Actueel/Nieuwsarchief/Nieuwsarchief-2014/Schiedamse-inzending-Stuk-van-het-Jaarbekend.html
3) In de acte van zijn ondertrouw te Berkel (2 januari 1778) is vermeld: “geboortig van Noordwaddinxveen”. Ook tijdens zijn eerste verhoor (13 september 1802) geeft Jillis te kennen te “Noord-Waddinxveen” geboren te zijn.
4) Tijdens zijn eerste verhoor (13 september 1802) zegt Jillis ruim 53 jaar oud te zijn. Dit zou betekenen dat hij in 1749 geboren is. De heer A. van der Tang gaat in zijn reeds genoemd artikel ‘De zaak Jillis Bruggeman’ er echter van uit dat hij in 1755 te Noord-Waddinxveen geboren is “als zoon van Maarten Bruggeman en Klara Maijbos”. Van het echtpaar Maarten Bruggeman (gedoopt 12 mei 1726 te Waddinxveen) en Claartje Meijbos (gedoopt op 27 juni 1717 te Nieuwerkerk a/d IJssel), in de echt verenigd op 11 augustus 1748 te Waddinxveen, werden achtereenvolgens in de Gereformeerde Kerk van Waddinxveen onder anderen gedoopt een dochter (Neeltje) op 29 juni 1749, een dochter (wederom een Neeltje) op 18 oktober 1750, een zoon (Ary) op 19 september 1751, een dochter (Janna) op 30 september 1753 en een zoon (Jillis) op 20 april 1755 (met dank aan mw. W. Eskes voor het opzoeken van deze doopgegevens). Er zijn nu twee mogelijkheden: of Jillis heeft zich ten overstaan van de rechter in zijn leeftijd vergist (hij is in september 1802 geen 53, maar 47 jaar geweest), of Jillis was geen kind van Maarten en Claartje Bruggeman. De feiten dat Jillis zijn eerste zoon, op 20 september 1778 te Berkel gedoopt, Maarten noemde en dat een Neeltje Bruggeman daarbij als getuige optrad, wijst toch in de richting dat hij een kind van Maarten en Claartje is geweest. En in de doopboeken van Waddinxveen is in de jaren 1736 tot 1755 geen andere Jillis Bruggeman terug te vinden. Met A. van der Tang gaan we er daarom van uit dat hij in 1755 is geboren.
5) Gedoopt op 21 september 1748 te Rotterdam en overleden op 8 september 1791 te Schiedam.
6) Archief Delft - Collectie Doop-, Trouw- en Begraafboeken van Delft [open data, versie 20160128], archief 14, inventarisnummer 00062, Doopboeken Nieuwe Kerk, 1767 - 1795, folio 121v.
7) Geboren 22 mei 1755 te Leiden en overleden op 2 februari 1828 te Overschie.
8) Dit kan haast niemand anders dan Teunis geweest zijn. Van Teunis is bekend dat hij marktschipper was.
9) Zie het procesdossier van Jillis Bruggeman in het Gemeentearchief van Schiedam: Archief Gerechten van Schiedam, 1386-1811, archiefnummer 454, inv. nr. 87 (herspeld). De aangehaalde gedeeltes zijn in herspelde vorm weergegeven.
10) Zijn bekentenissen inzake de bedreven daden van sodomie waren desgevraagd vrij gedetailleerd. Om die inhoudelijk niet in de samenleving bekend te laten worden, werden deze verhoren wel opgetekend, maar niet op de normale plaats in de zogenaamde Interrogatoriënboeken. De verslagen, opgetekend op gevouwen vellen papier, werden in een aparte proceszak bewaard.
11) Zie: A. Verwijs, ‘De patriot Gales en de straf op sodomie’, in: In het spoor, julinummer 2013, p. 136-148
12) Zie voor de conclusies en eisen van mr. Pielat van Bulderen als hoofdofficier of baljuw alsook voor het vonnis: Gerechten van Schiedam, archiefnummer 454, uit inv. nr. 85. Voor een transcriptie van het vonnis, zie: https: //www.schiedam.nl/Def/Gemeentearchief/Actueel/ Nieuwsarchief/Nieuwsarchief-2014/Schiedamse-inzending-Stuk-van-het-Jaar-bekend.html of: https://www. schiedam.nl/Docs/gemeente/archief/actueel/nieuwarchief/2016/2016_wk40.pdf
13) Zie voor de rede van mr. Pielat van Bulderen, gehouden op 7 maart 1803: Verzameling Handschriften, archiefnummer 326, inv. nr. 498. De aangehaalde gedeeltes uit deze rede zijn in herspelde vorm weergegeven.
14) Zie: ‘Lijst van nieuw uitgekomen boeken, in juni 1803, no. 1’, in: Naamlijst, van uitgekomen boeken, kaarten, prentwerken, enz. 1799-1803, dl. 3, ’s-Gravenhage z.j., p. 425
15) W. Peiffers, Sodoms ongerechtigheit en straffe…, Amsterdam 1763, p. 59-61 (herspeld)
Fotoverantwoording:
a) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [CC BY-SA 4.0] via Wikimedia Commons
b) Foto Gemeentearchief Schiedam, maker: J.F.H. Roovers
c) Foto Gemeentearchief Schiedam/Nederlands Fotomuseum, maker: J. Lampen
d) Door Johan Bakker [CC BY-SA 4.0] via Wikimedia Commons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juli 2017
In het spoor | 60 Pagina's