Door Het Licht, Dat Nu Ontstoken Is -6-
In de vorige nummers 1 hebt u kunnen lezen over de Parijse priester Faber (ca 1450-1536), die tot bekering kwam en reformatorisch ging preken. En over Marguerite d’Angoulême (1492-1549), de zuster van koning Frans I (1494-1547). We vernamen dat Frans I gevangen werd door Karel V (1500-1558) en weer vrijkwam. Dat Louis de Berquin (1490-1529) terechtgesteld werd en Marguerite na zijn dood een gedicht schreef dat op muziek gezet werd en het martelarenlied genoemd werd. We zagen dat Marguerite in haar hoop op iemand die de Hervorming in Frankrijk zou kunnen leiden, steeds weer beschaamd werd. We lazen dat Marguerite de prediking van het Evangelie in haar koninkrijk Navarre bevorderde en dat zij zelf ook steeds in Parijs wilde zijn om daar ten goede van de Reformatie bezig te zijn.
In dit artikel willen we met name aandacht schenken aan een opzienbarende beslissing van Marguerite: haar hofprediker Roussel (1500-1550) liet zij in het paleis van de koning, het Louvre, reformatorische preken houden. Daar kwamen duizenden hoorders op af! De gevolgen hiervan waren dat onder de bewoners van Parijs een soort pamflettenstrijd ontstond tussen voor- en tegenstanders van de Hervorming. De Hervorming brak meer en meer baan in Frankrijk. Maar er was nog geen kerkelijke ordening. Wel wordt duidelijk dat de Heere Johannes Calvijn aangewezen had om Zijn Kerk in Frankrijk te leiden.
Een opruiend pamflet
Een opgewonden groep mensen heeft zich verzameld in een straat in Parijs waar op de muur iets is aangebracht: een pamflet met geschreven tekst. Wat zou het zijn? Een bekendmaking van de overheid of van de Sorbonne tegen de gereformeerden? Wat maakt dat de mensen zo opgewonden zijn? Als we dichterbij komen en tussen de mensen door in de buurt van het aan de muur hangend pamflet komen, kunnen we het ook lezen. Au feu, au feu! Cette hérésie, zo begint het. In het Nederlands:
“In ’t vuur, in ’t vuur die ketterij
Die ons dag en nacht veel te veel kwelt.
Moet gij dulden dat zij aanvalt
De Heilige Schrift en haar bevelen?
Wilt gij de volmaakte wetenschap verbannen
Om de vervloekte lutheranen te steunen?
Vreest gij niet dat God zal toelaten
Dat gij en de uwen in gevaar worden gebracht?
Parijs, Parijs, bloem van de adelstand,
Bewaar het geloof aan God dat men kwetst,
Of anders, ik waarschuw u,
Zullen bliksem en onweder over u komen.
Laat ons allen de Koning der ere smeken
Dat Hij die gevloekte honden vernietige,
Opdat aan hen geen gedachtenis meer zij
Dan aan oude verrotte beenderen.
In ’t vuur, in ’t vuur die ketterij.
Reken met hen af!
God heeft het toegestaan.” 2
Velen die het lazen en konden schrijven, schreven het haastig over. Dat moesten ze aan anderen laten lezen! En die schreven het ook over. Sommigen leerden het uit hun hoofd en vertelden het verder en zo verspreidde zich het geschrevene als een lopend vuurtje door Parijs en omgeving. Wat betekende dit toch? Het was in ieder geval duidelijk dat dit een aanval was op de gereformeerden, een geraffineerde aanval. Het moest bekendgemaakt worden dat niet de gereformeerden, maar de roomsen het bij het juiste eind hadden. De roomse leer was de alleenzaligmakende leer, niet die zogenaamde nieuwe leer! En op deze manier werd het volk opgeruid tegen de gereformeerden. Het was trouwens niet de enige manier waarop het volk opgeruid werd. Er was een complete aanval ingezet op de gereformeerden en de roomse geestelijken deden daarbij met succes een beroep op het volk. Dat alles als reactie op de bevelen die Marguerite de Navarre en haar broer, koning Frans I, hadden gegeven. Wat was er dan gebeurd?
Prediking in het Louvre
De vorige maal hebben we kunnen lezen dat Mar guerite de Navarre onder de zegen des Heeren maatregelen nam om Frankrijk bekend te maken met het Evangelie van vrije genade door haar Latijnse gebedenboekje Salvo Regina te zuiveren van de roomse zuurdesem en het te laten vertalen en uitgeven. Door zijn belangrijke inhoud én de achtenswaardigheid van de koninklijke schrijfster werd het boekje terstond populair. De hervormingsgezinden in het bijzonder zagen in de publicatie van dit werkje een mogelijke vrijheid voor zichzelf om hun opvattingen gedrukt te krijgen en in brede kring in omloop te brengen. Maar wat zei de Sorbonne van dit boekje? Zoals te verwachten veroordeelde de Sorbonne het als een ketters boekje. Feitelijk alleen omdat er niets in stond over het vagevuur en de heiligen.
Maar nu durfde Marguerite een nog belangrijker maatregel te nemen om de Reformatie te bevorderen. Het carnaval van het jaar 1533 werd gevierd in Parijs met feesten, met danspartijen en met maaltijden aan het hof. Frans I vermaakte zich goed. Had hij niet een verbond met de koning van Engeland gesloten? Dat kon hem binnen korte tijd voordeel opleveren. En daarom werd er extra feestgevierd. Toen de koning na het feest naar het zuiden van Frankrijk vertrok om regeringszaken daar te behandelen, dacht Marguerite zich ‘schadeloos’ te kunnen stellen voor het gedwongen bijwonen van feesten. Als haar hofprediker Gerard Roussel nu eens tijdens de vastendagen in de Parijse kerken zou kunnen preken, wat zou dat niet met Gods hulp tot zegen kunnen zijn, zo dacht ze. Zij kreeg goedkeuring van haar man, de koning van Navarre, die tijdens afwezigheid van Frans I een oogje in het zeil hield, en verzocht haar hofprediker Roussel dit te willen doen. Roussel was, zoals altijd, aarzelend. Hij voelde zich daartoe niet bekwaam. En wat zouden de gevolgen wel niet kunnen zijn? Maar Marguerite overreedde hem uiteindelijk en stelde zichzelf verantwoordelijk voor de gevolgen.
Maar het preken in de Parijse kerken ging zo maar niet. Zoals te verwachten was, waren de Sorbonne met Béda (1470-1536) aan het hoofd en kanselier Duprat (1463-1535) fel tegen. De vriend van Faber in hun kerken preken? Dat zou niet gebeuren! Nee, nooit zouden ze hun toestemming geven!
Maar Marguerite was niet voor één gat te vangen. Zij zorgde ervoor dat in het paleis het Louvre, waar eens Faber zijn reformatorische preken hield, een zaal werd ingericht waar velen in konden. Dáár zou Roussel preken. En de Parijzenaars werden uitgenodigd. Als een lopend vuurtje verspreidde het bericht zich in Parijs dat Roussel in het kasteel zou preken. En ze kwamen, bij duizenden! Dát wilden ze horen. Door de koningin van Navarre uitgenodigd om naar de preken van Roussel te komen luisteren, dát wilden ze niet missen!
Drie uitmuntende predikers
Er kwamen er zoveel - er wordt gesproken over 4 à 5.000 hoorders - dat de ruimte te klein was en een andere moest worden ingericht. Mogelijk heeft Roussel bij het kasteel in de openlucht gepreekt. Ook de koning en koningin van Navarre waren onder de toehoorders, tot groot genoegen van velen. Gedurende de vastentijd voor Pasen preekte Roussel elke dag en elke dag kwamen er duizenden onder zijn preken op. Niet alleen Roussel, maar ook twee Augustijner monniken, Courault (?-1538) en Berthaud (?-?), die de Hervorming toegedaan waren, werden op verzoek van Marguerite ingeschakeld om hun reformatorische preken te houden. Beza zegt in zijn Geschiedenis van de Hervorming dat Parijs in die tijd voorzien was van drie uitmuntende predikers.
En zo werd het Evangelie verkondigd onder het gewone volk. Vooral Courault verkondigde het zuivere Evangelie, weliswaar zonder de welsprekendheid van Roussel, maar met meer diepte. Zonder aarzeling viel hij ook de dwalingen en de zonden van de roomse kerk en de volkszonden aan. Wie zal kunnen zeggen voor hoevelen deze preken tot zegen geweest zijn?
Courault werd later ambtgenoot van Calvijn en werd geheel blind. Men zei van hem dat hij, hoewel hij zelf blind was, de zielen verlichtte in zijn spreken. Of beter gezegd: dat de Heere zijn prediking gebruikte als middel om veler zielen door Gods Geest te verlichten.
Verzet van roomse zijde
De roomse kerk zag het knarsetandend aan. Spionnen werden uitgezonden, die zich ook onder de prediking begaven en de Sorbonne op de hoogte hielden. Dagelijks vergaderden Béda, het hoofd van de Sorbonne, met de geestelijken om de laatste berichten te bespreken. Hij kreeg een medestander in de strijd tegen de gereformeerden. Het was een doctor in de godgeleerdheid, Francois le Picard (?-1557), hoogleraar op het College van Navarre in Parijs. Deze was zo mogelijk nog feller dan Béda. Het was voor hen duidelijk; de predikers in het Louvre moesten gegrepen en gedood worden, net als Berquin.
Toen koning Frans weer terug was, beklaagden zij zich bij hem, maar die dreef de spot met hen en verwees hen naar de bisschop Jean du Bellay (1493-1560), die in 1532 bisschop van Parijs geworden was op voorspraak van koning Frans I. Maar deze was de Sorbonne ook minder gunstig gezind en wees hen weer door naar de eerste president. Maar niemand durfde een hand uitsteken naar de zuster van de koning en naar Roussel en de andere predikers, bang dat ze waren om bij de koning in ongenade te vallen. En koning Frans I liet alles toe. In lange tijd was hij niet zo gunstig gestemd geweest jegens de hervormingsgezinden als toen.
Toen kende de woede van Béda en Le Picard geen grenzen. Zij zwoeren de gereformeerden wraak en zorgden ervoor dat woedende schimpredenen en heftige predicaties vol bijgelovigheden werden gehouden om het volk te beïnvloeden. “Laten wij niet toestaan dat deze ketterij, de verpestendste van alle, wortel schiete onder ons (…). Laten we uitrukken, wegwerpen, afbreken (…)”. 3
De reformatorische predikers werden belachelijk gemaakt en op listige wijze beschuldigd van allerlei ongerechtigheid. Een groot deel van de Parijzenaren kwam zowel onder het gehoor van hun preken als onder die van Roussel en de anderen. Door de heftige redenen van Béda en Le Picard, die zelfs de koning en zijn zuster Marguerite beschuldigden van ketterij, werd het volk beïnvloed. Le Picard zei op de preekstoel:
“De koning zou een tijdlang met de lutheranen moeten meedoen, zodat hij weet waar zij zich overal verzamelen en dan moet men de hand aan hen allen slaan, om eens en voor altijd het koninkrijk van hen te zuiveren.” 4
Grote beroering
Het volk moest in oproer gebracht worden. Dan zou het tij misschien keren. Het leek erop dat Béda, Le Picard en hun medestanders in hun listen slaagden. Er kwam grote beroering onder de Parijse bewoners. Het gonsde van geruchten. Wat moest dat worden?
Een pamflettenstrijd ontbrandde. Waarschijnlijk was het aan het begin van dit artikel genoemde pamflet gemaakt door iemand van de Sorbonne. In ieder geval was degene die het gemaakt had, door die van de Sorbonne opgestookt.
Maar het volk dat zo enthousiast was over de reformatorische predikers, wist wel een antwoord. Een ander pamflet werd aangebracht in Parijs. Het begon met: “En l’eau, en l’eau, ces fouls sediteux”. Vertaald in het Nederlands had het de volgende inhoud:
In ’t water, in ’t water, die dwaze verleiders,
Die in plaats van Gods Woord
Aan het volk een geheime leer prediken
Om twistgesprekken te verwekken.
Is de koning voor hen niet al te genadig
Dat hij die warhoofden niet neerslaat?
In ’t water!
Zij zijn zo gesteld op hun heerlijke wijnen
Dat men hun scholen wel kroegen kan noemen,
Maar het is nodig hun hete kelen af te koelen
Door het tegenovergestelde van datgene
Wat zij beter vinden.
In ’t water” 5
Op dit pamflet kwam weer een reactie van de roomse zijde en zo ging dat een poosje door. Ook het koningshuis moest het daarbij ontgelden. Gedreven door de Sorbonne schreven vijanden van de gereformeerden opruiende gedichten en brachten die op diverse openbare plaatsen in de stad aan. Bij voorkeur begon men met de woorden: In ’t vuur! In ’t water! Aan ’t kruis! Op ’t rad! Aan de galg! Hoe feller hoe mooier. Het is zeer de vraag of dit de juiste manier is om elkaar te bestrijden. Nee, dit was niet de methode om Gods Woord te verkondigen, maar het geeft de beroering van het volk in Parijs weer in die tijd.
Aanval op het koningshuis
Zoals gezegd, koning Frans I werd beschuldigd van ketterij en ook zijn zuster Marguerite moest het ontgelden. In spotprenten, in opruiende lastertaal, zowel in proza als in poëzie werd zij aan de verachting van het volk prijsgegeven. Ze werd uitgemaakt voor een ketterse en voor de vriendin van ketters. Ze moest in een zak genaaid en in de rivier de Seine gegooid worden!
Juist in die tijd had Marguerite haar gedichtenbundel Le miroir de l’ âme pécheresse (De spiegel van de zondige ziel) opnieuw uitgegeven. In vorige artikelen hebben we al kennisgemaakt met enkele reformatorische gedichten uit deze bundel. Een dergelijke uitgave behoefde de toestemming van de Sorbonne. De eerste uitgave was ook met haar toestemming uitgegeven, zij het schoorvoetend, omdat het de zuster van de koning was, die het geschreven had. Maar nu had in alle verwarring Marguerite geen toestemming gevraagd. Verwachtte ze dat de mannen van de Sorbonne die nu toch niet zou geven? Hoe zij over het boekje dachten, bleek wel toen het onder het volk kwam. Zij dreven hun razernij tot het uiterste door.
Zij lieten de studenten op een van hun colleges in Parijs een toneelstuk opvoeren waarin Marguerite op allerlei manieren bespot werd vanwege haar Le miroir de l’ âme pécheresse. Ook Gérard Roussel en diverse reformatorische boeken, zoals de uitgaven van Faber, moesten het ontgelden.
Nederlaag van de roomse Sorbonne
De koning van Navarre, die Frans I opnieuw vanwege zijn afwezigheid verving, was diep beledigd over het bespottelijk maken van zijn vrouw. En diep verontwaardigd over de onbeschaamdheid van de Sorbonne, daar zij het boekje van zijn vrouw had afgekeurd. De koning van Navarre had daarom alle uitgangen van het college laten bezetten. De gerechtsdienaars onderzochten het college. Velen van de jonge mensen werden in hechtenis genomen en in de gevangenis geworpen, maar de schrijver van het toneelstuk werd niet gevonden. Marguerite had niet gewild dat er voor haar zulk een wraak genomen werd, en op haar voorspraak werden de jonge studenten spoedig in vrijheid gesteld.
Toen stelde de koning van Navarre de Sorbonne verantwoordelijk voor de smaad die zijn gemalin was aangedaan. Hij gaf bijna iedereen huisarrest en verbande enkelen uit Parijs. Maar Béda, het hoofd van de Sorbonne, bleef vrijuit gaan. Hij eiste dat het boek van Marguerite verboden zou worden. Toen de koning weer terug was in Parijs, werd hij door de koning van Navarre geïnformeerd over wat er gebeurd was. Ook werd hij van de kant van de Sorbonne aangesproken dat hij de preken van Roussel en de beide monniken moest verbieden. De koning ervoer zelf de verwarring waarin de hoofdstad verkeerde. Hij wist niet meer wat hij het beste kon doen. Uiteindelijk gaf hij bevel tot huisarrest van de redenaars van beide kanten, te weten Roussel en de beide monniken, Béda, die in het college van Montaigu moest blijven, en Le Picard, die zelfs werd opgesloten in de Parijse abdij van Saint Magloire en verboden werd te preken en colleges te geven.
De mannen van de Sorbonne waren zeer verontwaardigd dat zij op gelijke voet werden gesteld met de gereformeerden. Zij wilden geen beschuldigden zijn. En wat deed Béda? Hij liet een muildier zadelen en verliet het College van Montaigu en reed door de straten van Parijs, waar zijn roomse volgelingen zich spoedig om hem heen verzamelden. Béda waande zich sterker dan de koning.
Spoedig werd dit bekend in Parijs. De koning van Navarre en de bisschop Du Bellay snelden naar Meaux in de buurt van Parijs, waar de koning juist was, om hem te melden dat Béda zich niet aan het huisarrest hield. Nu was de koning hoogst verontwaardigd. Hij werd niet gehoorzaamd. Waar moest dat op uitlopen? Op een algehele opstand tegen zijn gezag? De koning beval daarom aan kardinaal Duprat om Béda en Le Picard in hechtenis te nemen. De stemming van de koning werd er niet beter op toen enigen van de Sorbonne zich bij hem vervoegden met de dreiging dat de paus de mogelijkheid had koningen af te zetten. Dat was tegen het zere been van de koning! Het was een aanslag op zijn regering. Woedend riep de koning uit: “Maak dat gij weg komt om te grazen, ezels!” 6
De boosdoeners veroordeeld
Duprat was weliswaar streng rooms en een doodsvijand van de gereformeerden, maar hij volgde slaafs alles op wat zijn meester wilde. Hij nam eerst Le Picard gevangen en legde beslag op zijn papieren en boeken. Hoogst verontwaardigd daarover protes-teerde Le Picard heftig. Maar het hielp niet. Hij werd veroordeeld om in de Abdij van Saint Magloire in Parijs opgesloten te worden, met het verbod om te onderwijzen. Daarna stuurde Duprat zijn spionnen erop uit om de schuldigen te zoeken. Uiteindelijk bleek het spoor bij de Sorbonne uit te komen. Onder andere bij Béda en Le Picard. Ze moesten voor Duprat verschijnen. Zij ontkenden alles, maar Duprat had daar geen boodschap aan. Het was duidelijk aangetoond. Hij stelde de koning in kennis van de aanstichters. Frans I was nog nooit zo verbitterd geweest. Het moet gezegd worden dat het helaas zijn hoogmoed was, maar niet zijn liefde tot de Waarheid dat hij zo verbitterd was. Op 16 mei 1533 moesten de boosdoeners voor het parlement verschijnen. Maar de koning had zijn vonnis al klaar en het parlement volgde dat vonnis op.
“Eerwaarde heren! Gij zijt uit Parijs verbannen en zult voortaan moeten leven op 30 mijl afstand van deze hoofdstad. Men geeft u echter verlof om de verblijfplaatsen te kiezen naar welgevallen, mits zij van elkaar verwijderd zijn. Gij zult binnen 24 uur de stad verlaten. Indien gij uw ballingschap verbreekt, zult gij de doodstraf op de hals halen. Gij zult niet prediken, geen lesgeven noch enige vergadering houden en gij zult geen overleg met elkaar hebben, totdat de koning daarover iets anders heeft bevolen.” 7
De geëerde heren van de Sorbonne waren ontsteld. Wat? Verbannen? Dat hadden zij nooit verwacht. Nee, dat konden ze niet geloven. Maar de koning bevestigde het vonnis. Hij kon ook een veroordeling van de roomse Sorbonne wel gebruiken. Hij zocht immers een bondgenootschap met de Duitse protestanten en hij was ook de bondgenoot van Hendrik VIII van Engeland. Met deze veroordeling toonde hij aan dat hij het serieus bedoelde.
En Frans had voor het einde van de zitting van het parlement nog een mededeling bewaard die door de veroordeelden aangehoord moest worden: Roussel werd vrije prediking in Parijs toegestaan. Als verdoofd werden de veroordeelden weggebracht. Zij, de vertegenwoordigers van de heilige roomse stoel, zij verbannen en de leiders van de nieuwe leer mochten vrij hun dwalingen verkondigen? De Sorbonne, die voor een groot deel uit oudere mannen bestond, was in totale verwarring toen het vonnis bekend werd. Zij zagen Frankrijk al het voorbeeld van Engeland en Duitsland volgen, die losgemaakt waren van de overheersing door de paus. Een van de grijsaards was zo geschrokken dat zijn hart het niet meer kon verwerken. Hij stierf en werd opgeroepen om rekenschap af te leggen van zijn leven voor de grote Rechter.
De veroordeling van Beda en Le Picard veroorzaakte ook grote opschudding in de stad Parijs. Op 26 mei 1533 verlieten ze het College de Montaigu, vergezeld van een groot aantal studenten en Parijzenaren, die belust waren op een opstootje. Veel roomse stadsbewoners waren diepbedroefd. Zal de heilige roomse kerk bezwijken onder de aanvallen van haar vijanden?
Verheugend nieuws
Een en ander was zeer verheugend nieuws voor de hervormingsgezinden. De aanstokers van de vervolging veroordeeld, de koning meer dan ooit voor de Hervorming en vrije prediking van Roussel en de andere predikers, wat een vreugde gaf dit onder de velen die de ‘nieuwe’ leer met hart en ziel toegedaan waren. Zij mochten vrij van alle opengestelde leerstoelen Gods Woord aanhoren, zonder vervolgd en gevangengenomen te worden. Men dacht dat de godsdienstvrijheid reeds gegeven was.
Al heel snel was het heuglijke nieuws verspreid in Frankrijk en in de omliggende landen. Mélanchthon (1497-1560), de medebroeder van Luther, wilde zelfs een boek schrijven over de gebeurtenissen in de Franse hoofdstad.
Bucer (1491-1551), de hervormer van Straatsburg, schreef aan een vriend:
“Eindelijk wordt Christus openlijk van de kansels van de hoofdstad gepredikt en allen spreken vrij daarop. Dat de Heere van dag tot dag onder ons de roem van Zijn Evangelie vermeerdere.” 8
De koning gaf aan Roussel volledig de vrije hand om te doen wat hij nodig vond om het Evangelie te verspreiden in Frankrijk. Hij en ook de beide gewezen monniken Courault en Berthaud preekten bijna dagelijks de nieuwe leer onder een grote toevloed van hoorders. Het zag er gunstig uit voor de hervormingsgezinden. Immers, de koning was meer dan ooit genegen de gereformeerden te begunstigen. Koningin Marguerite beschermde openlijk de protestantse geleerden. Verscheidene hooggeplaatste personen waren de Hervorming toegedaan. Er was een nieuwe rector van de Universiteit benoemd, Nicolas Cop (1501-1540), die de Hervorming toegedaan was. De studenten van de Universiteit beseften dat de roomse leer op veel punten vals was. De belangrijkste roomse geleerden waren verbannen. Was dit alles niet hoopgevend voor de gereformeerden? Ach, de tijd zou leren dat Gods gedachten hoger waren dan de gedachten van mensen. Maar het Evangelie verspreidde zich met een sneltreinvaart over Frankrijk!
Johannes Calvijn, de man in Gods hand
Het heilige vuur van de nieuwe leer verspreidde zich meer en meer door de openlijke prediking van Gods Woord. De koningin van Navarre kon nu openlijk haar geloof belijden en doen wat nodig was om het Evangelie te bevorderen. Maar er was bij haar en bij de aanhangers van de ‘nieuwe’ leer nog zoveel onheilig vuur, zoveel roomse zuurdesem en ook onbekendheid met Gods Woord, dat nog niet algemeen beschikbaar was in de Franse volkstaal. Ieder deed maar naar wat hem goeddacht. De predikers van het Evangelie hielden het volk wel het Evangelie van vrije genade voor, maar enige dogmatische kennis was er nauwelijks. Het volk had iemand nodig die het chaotische gereformeerde leven in Frankrijk van de grond af op zou kunnen bouwen tot een ordelijk kerkelijk leven. Marguerite van Navarre had al diverse keren getracht iemand als hervormer van Frankrijk aan te trekken, maar dit was tot nu toe mislukt.
Echter, juist nu, in deze chaotische tijd, had de Heere Zelf al voor de man Zijns raads gezorgd. Die man was Jean Cauvin (1509-1564) of met de onder ons bekende naam: Johannes Calvijn! Het was niet toevallig dat hij juist in Parijs was toen heel de stad in opwinding was. Nee, bijna niemand kende hem nog. Hij had zich afzijdig willen houden en zijn leven aan de studie willen wijden, zonder bekend te zijn. Maar de Heere had hem de Franse gereformeerde kerk op het hart gebonden. Hij was door de Heere getrokken uit de duisternis van de roomse kerk. Hij bewonderde de vroomheid van Roussel, de predikant van Marguerite, en heeft hem ook verscheidene malen ontmoet. Zelf preekte hij in het geheim voor een klein deel vromen die zich afzijdig wilden houden van de grote gebeurtenissen in Parijs. Was er misschien meer vuur dan licht onder de mensen die zo enthousiast waren over de nieuwe leer?
Geboren om in Gods wijngaard te werken
Het is niet nodig om hier uitgebreid op het leven van Johannes Calvijn in te gaan. Er is al zoveel over hem geschreven. We noemen daarom maar een aantal belangrijke punten uit zijn leven en zullen alleen die aspecten die verband houden met de bedoeling van deze artikelen, uitgebreider nagaan.
Johannes werd geboren op 20 juli 1509 in Noyon in het Noorden van Frankrijk. Hij was de tweede uit een gezin van zes kinderen. Zijn geboortehuis is afgebroken, maar in zijn oorspronkelijke vorm weer opgebouwd en nu als Calvijnmuseum in gebruik.
In de grote roomse kathedraal van Noyon, waar het gezin kerkte, had Johannes een eigen altaar! Zijn vader, Gérard Cauvin, vervulde in dienst van de kerk dáár verschillende administratieve functies. Hij was secretaris van de bisschop, financieel en rechtskundig adviseur van de geestelijkheid en de adel in de omtrek, ontvanger van het stadsbestuur. Geen wonder dat hij veel van zijn zoon Johannes verwachtte en alles deed om hem een goede opleiding te bezorgen. Johannes kreeg ook een kerkelijke studiebeurs. Zijn moeder, een zeer devote roomse vrouw, verloor hij al toen hij nog jong was.
De eerste school die hij bezocht, was een gewone jongensschool in zijn geboorteplaats. In kennis stak hij toen al boven de knapen van zijn leeftijd uit. Dankzij de relaties die zijn vader had, verkeerde hij veel in adellijke kringen. Daardoor leerde hij ook beschaafde omgangsvormen kennen, waar hij later zoveel gemak van had.
Studie in Parijs
Johannes was een ernstige, wat sombere, teruggetrokken jongen die veel belangstelling voor de kerk en de godsdienst had. Zijn vader stuurde hem daarom op 14-jarige leeftijd naar Parijs om een opleiding voor priester te gaan volgen. En zo kwam hij in 1523 in Parijs toen daar de eerste martelaren stierven. Hij zal er vast iets van gehoord of het misschien zelfs wel gezien hebben.
Johannes volgde in Parijs eerst kort het onderwijs op het College de la Marche, een soort gymnasium ter voorbereiding van de universitaire studie. In 1526 was daar een professor, Mathurin Cordier (1479/1480-1564), in wiens gezelschap hij veel gezien werd. In plaats van met zijn medeleerlingen te spelen, bleef Johannes in de pauzes bij zijn leermeester en luisterde gretig naar zijn verhalen en volgde bij hem de lessen in de Latijnse grammatica.
Cordier hechtte zich al spoedig aan deze schrandere jongen en Johannes aan hem. Later zou Calvijn het als het ware uitroepen dat de omgang met zijn professor ‘een bijzondere weldaad van God’ was geweest.
“O meester Mathurin! O, man begaafd met geleerdheid en met een grote vreze Gods! Toen mijn vader mij als een jong kind naar Parijs zond, slechts enige geringe beginselen van de Latijnse taal kennende, wilde God dat ik u ontmoette om mijn onderwijzer te zijn, opdat ik door u mocht gewezen worden op de ware weg en op de rechte wijze van te leren. En aanvankelijk onder uw leiding die wijze van studeren begonnen hebbende, heb ik het zo ver gebracht dat ik nu de kerk Gods in enig ding nuttig kan zijn”. 9
Student op het College de Montaigu
Het ogenblik kwam al snel dat Johannes moest scheiden van zijn professor omdat zijn vader wilde dat hij naar het priesterseminarie moest. Er waren er twee in Parijs: de Sorbonne en het College de Montaigu. De Sorbonne kennen we inmiddels als door en door fanatiek rooms. Het College de Montaigu werd gekozen en Johannes verliet Cordier met een bedroefd hart, maar begerig om meer te leren. Hij wilde wel een geleerde priester worden.
Het College de Montaigu stond bekend om het strenge regime dat er heerste. Voor de geringste overtredingen werden lijfstraffen uitgedeeld. Hier leerde Johannes van alle gemakken van de wereld af te zien, zodat hij later zichzelf in alle omstandigheden kon beheersen. Hier leerde hij zichzelf strenge maatregelen op te leggen en zijn lichaam te verteren in dienst van Gods Koninkrijk.
Ook op dit college ondervond hij de vriendschap van een professor in de dogmatiek, een fel bestrijder van mannen als Wyclif en Luther. Zijn professor noemde Johannes een wonderbaar genie, in wie hij een toekomstige steunpilaar van de roomse kerk zag. Deze kon hem echter niet vertellen van het Evangelie van vrije genade. Hij was nog in de duisternis van het roomse on- en bijgeloof, want hij was met hart en ziel de roomse kerk toegedaan en het was hem een vreugde de jonge Johannes “hardnekkig overgegeven te zien aan de bijgelovigheden van het pausdom”. Hij hoopte dat de jongeman eens een fakkel in de roomse kerk zou wezen. Had Cordier op het College de la Marche Johannes geleerd zijn gedachten op een ordelijke manier aan het papier toe te vertrouwen, nu werd hij opgeleid in de welsprekendheid en debatteerkunde, zodat hij later beide kon gebruiken om aan te tonen waar de roomse kerk dwaalde.
Aan het hoofd van het College de Montaigu stonden de zo berucht geworden Béda en Le Picard, grote vervolgers van de ketters. Dezen beleefden veel genoegen aan de jonge leerling die als nauwgezette betrachter van de oefeningen van de roomse kerk, niet één vastentijd, afzondering, mis of processie naliet. Er werd zelfs gezegd dan men in lange tijd niet zo’n Godvruchtige student had gehad. Later heeft Calvijn gezegd:
“Ik was toen zo hardnekkig overgegeven aan de bijgelovigheden van het pausdom dat het onmogelijk scheen dat men mij uit die diepe modderpoel kon uittrekken”. 10
Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Dat heeft hij ervaren. Hij studeerde zo hard dat hij dikwijls zijn eten vergat en zelfs bijna niet sliep. Zijn vader hoopte dat hij een trouw zoon van de kerk zou worden en een hoge functie zou gaan bekleden. Reeds op 18-jarige leeftijd was hij pastoor.
Het was op het College de Montaigu dat hij hoorde over Lefèvres d’Etaples (Faber), Luther, Melanchthon en over wat er in Duitsland voorviel. In de colleges werden deze zaken besproken en waren zij de bron van heftige redevoeringen van de professoren. Johannes “blies in zijn onwetendheid dreiging en moord” tegen de eerste mannen van de Hervorming!
Contacten
In deze tijd komt Johannes in contact met de familie Cop. Vader Guillaume Cop (1460-1532) was lijfarts van koning Frans I en hoogleraar medicijnen aan de universiteit te Parijs. Zijn vier zoons waren medeleerlingen van Johannes. Met een van hen, Nicolas (1501-1540), was Calvijn bijzonder bevriend. We hopen later meer van hem te horen. Doordat hij veel bij dr. Cop aan huis kwam, kwam hij daar in contact met mensen die belangstelling hadden voor allerlei nieuwe ideeën, onder wie ook mensen die de Hervorming goedgezind waren.
Daarnaast maakte Johannes kennis met de lichtzinnige zeden van zijn medestudenten die zich soms aan allerlei uitspattingen schuldig maakten. Hij kon er niet aan meedoen en berispte hen erover. De kuisheid was in zijn ogen de kroon der jeugd en het middelpunt van alle deugden. Hij wist wel dat hij ook niet vrijuit ging, maar dat was alleen een uitwendig besef. Later zou de Heere hem leren wie hij geworden was door de diepe val in Adam.
Op dit seminarie kwam hij ook in contact met zijn eveneens in Noyon geboren achterneef, Pierre Robert Olivétan (1506-1538). Hij was een paar jaar ouder dan Johannes. Eigenlijk heette deze achterneef Pierre Robert, zonder de naam Olivétan. ‘Olivet’ heeft te maken met olijfolie dat gebruikt werd om een lampje te laten branden. Pierre Robert had zijn naam Olivétan te danken aan het feit dat op zijn kamer vaak tot diep in de nacht een olielampje brandde als hij bezig was de Bijbel en allerlei geschriften uit de begintijd van het Christendom te bestuderen.
Die studie was hem tot zegen geworden. Johannes begreep al snel dat Pierre Robert reeds door de ketterij was aangetast! Dat bedroefde hem in grote mate. Omgekeerd bedroefde het zijn achterneef dat Johannes nog in de duisternis van de roomse kerk verkeerde. Het bleek dat de bijnaam Olivétanus ook van toepassing was met betrekking tot zijn achterneef Johannes Calvijn. Want wat gebeurde er?
Pierre Robert, het middel tot Johannes’ bekering?
Regelmatig bezocht Pierre Robert zijn achterneef Johannes om te proberen hem te overtuigen van de leer der Reformatie. Op zijn beurt trachtte Johannes Pierre Robert in de schoot der kerk terug te brengen. Door hun grote verstand dat ze gekregen hadden, voerden ze diepgaande gesprekken. We gaan iets uit die gesprekken beluisteren.
“Er zijn vele valse godsdiensten”, zei Pierre, “maar er is slechts één ware”. Johannes moest dit toegeven. Olivétan: “De valse zijn die welke de mensen hebben uitgevonden, volgens welke onze eigen verdiensten ons behouden. De ware is die welke van God komt, volgens welke de behoudenis uit genade van Boven gegeven wordt.” Olivétan maande Johannes de ware te zoeken, maar Johannes schudde zijn hoofd. Nee, nee, dat geloofde hij niet.
“De ware godsdienst”, zo vervolgde Olivetan, “is niet die oneindige opeenstapeling van plechtigheden en van oefeningen die de kerk aan haar aanhangers oplegt en die de zielen van Jezus Christus verwijderen. O, mijn vriend, houd op met luider stem te roepen zoals de pausgezinden: ‘De vaderen, de leraars, de kerk!’ Hoor in plaats van hen de profeten en de apostelen; onderzoek de Heilige Schrift!”
“Ik wil niets te maken hebben met je leerstellingen”, antwoordde Johannes. “Die nieuwigheid kwetst mij; ik kan je niet aanhoren. Denk je dat ik mijn gehele leven in dwaling ben opgevoed? Nee, ik zal je aanvallen moedig weerstaan.” 11
Zó ver was Calvijn nog verwijderd van de leer der Waarheid. “Mijn hart”, zei hij later, “door bijgeloof verward, bleef ongevoelig bij al die roepstemmen”.
Zo gebeurde het dat Johannes, bedroefd over de nieuwigheden van zijn vriend, zich op de knieën wierp in de kapel en de heiligen smeekte deze verdoolde ziel tot voorspraak te zijn, terwijl Pierre Robert zich in zijn kamer opsloot en de Heere Jezus smeekte of Hij zijn achterneef en vriend wilde bekeren…
In het volgende artikel hopen we Deo volente meer over de uitkomst hiervan te horen.
Noten:
1) De vijf vorige afleveringen van deze serie zijn verschenen in: In het spoor, oktobernummer 2016, p. 214-244, decembernummer 2016, p. 289-297, februarinummer 2017, p. 19-27, meinummer 2017, p. 96-104 en julinummer 2017, p. 158-166
2) C. Schmidt, Gérard Roussel, Prédicateur de la Reine Margeurite de Navarre, Geneve 1845, p. 92. Vertaald door mij (hierna Schmidt)
3) J.H. Merle d’Aubigné, Geschiedenis der Hervorming in Europa ten tijde van Calvijn, dl. 2, Rotterdam 1863, p. 90 (hierna Merle 2)
4) Schmidt, p. 86
5) H. Hasper, Calvijns beginsel voor de zang in de eredienst, dl. 1, ’s Gravenhage 1955, p. 336 (herspeld)
6) Merle 2, p. 94
7) Merle 2, p. 96 (herspeld)
8) Merle 2, p. 99
9) J.H. Merle d’Aubigné, Geschiedenis der Hervorming ten tijde van Calvijn, dl. 1, Rotterdam 1863, p. 289 (hierna Merle 1)
10) Merle 1, p. 291
11) Merle 1, p. 293-294 (herspeld)
Fotoverantwoording:
a) By Joe Shlabotnik [CC BY 2.0] via Wikimedia Commons
Christelijke huishouding
Door de Landelijke Stichting is de Christelijke huishouding van ds. Petrus Wittewrongel opnieuw in het hedendaags Nederlands uitgegeven. In de nieuwe uitgave bestaat dit standaardwerk voor een gereformeerde gezinsopvoeding en gezinsreformatie uit vijf delen van circa 580 pagina’s (ISBN: 9789077530115), die alleen per serie verkocht worden voor een totaalprijs van € 199,- (inclusief verzendkosten!). Deze uitgave is alleen bij de administratie van de Landelijke Stichting te verkrijgen en is dus niet in de boekhandel te koop, daar het anders niet mogelijk was om de prijs laag te houden. Voor het bestellen van een serie kunt u - bij voorkeur - mailen naar: inhetspoor@kliksafe.nl of bellen naar: 06-22626140 / 0416-693844. Graag in alle gevallen uw volledige adres doorgeven alsmede het aantal series dat u wenst te ontvangen. De serie van vijf boeken wordt u dan zo spoedig mogelijk toegezonden met een nota.
Het bestuur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2017
In het spoor | 60 Pagina's