Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Belijden en belijdenis,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijden en belijdenis,

7 minuten leestijd

Er zijn woorden, die in een bepaalde tijd als het ware een mode-woord zijn. Regelmatig keert het terug in geschriften, kranten, en in gesprekken. Een dergelijk woord is heden ten dage het woord „belijden". Men kan bijna geen blad opslaan, vooral als het een kerkelijke periodiek betreft, of ergens vindt u weer het woord ,,belijden". Het is niet mijn bedoeling bepaalde zaken, die thans zó zeer de gemoederen verontrusten, uitvoerig te bespreken. Ieder meelevend lid der Nederlandse Hervormde Kerk weet daarvan. Ik zou gaarne met u dat merkwaardige woord „belijden" eens aan een taalkundig onderzoek onderwerpen, om dan misschien tot concreter gevolgtrekkingen te geraken, dan wanneer ik zou trachten vanuit feitelijke gegevens tot de kern van het woord te komen.

De taal, het wonder-volle geschenk, waardoor de mens zijn gedachten vast kan leggen, moet altijd door ons zeer hoog gewaardeerd worden. En de woorden, waaruit de taal wordt opgebouwd, moeten dan ook gewikt en gewogen worden, als wij een bepaald begrip willen omschrijven, afbakenen.

Als we het woord „belijden" dan onder de loupe nemen, dan zien wij, dat dit woord bestaat uit het stamwoord lijden en daarvoor een voorvoegsel be-, In een herhaald en ondoordachl gebruik van het woord gaat de opvallendheid, het merkwaardige van dat woord als zodanig verloren. Hoewel nu de woordenboeken voor belijden als synoniemen geven; erkennen, de overtuiging toeëedaan zijn, toch meen ik, dat het woord veel rijker en dieper wordt, als wij de nadruk leggen op het stamwoord.

Ik zou hier als een dergelijk woord willen noemen: beleven. Voor mijn gevoel geeft dat een verrassende verheldering van het woord ,,belijden". Men kan nog zoveel lezen over bepaalde gebeurtenissen of bepaalde menselijke ervaringen, het is niet te vergelijken met 't beleven van een dergelijke gebeurtenis of ervaring. Ieder heeft door lectuur en anderszins wel een voorstelling van het huwelijk bijvoorbeeld. Maar dat is niet te vergelijken met het beleven daarvan. Ieder heeft wel een vage voorstelling van het feit, dat hij eens zijn ouders moet missen — in normale gevallen —, maar men moet dit eerst beleefd hebben om de diepte van het gemis te kunnen peilen.

Gewapend met dit voorbeeld willen wij nu nog eens het woord ,,belijden" bezien. Betekent dat nu alleen maar: getuigen van, er voor uit komen? Mijns inziens is het woord veel rijker en zinvoller uit te leggen.

Zoals be-leven het leven als hoofdbegrip kent, en door het woordje be- als het ware ingesponnen wordt tot een concreet begrip, zo wijst het woord be-lijden onmiddellijk naar het lijden als centraal begrip. Belijden wordt dan: het lijden centraal stellen in uw leven in deze zin, dat de lijdende Knecht des Heren gestalte krijgt in u, zoals de apostel Paulus dit aan de Galaten toewenst.

Belijden is een begrip, dat in wezen alleen thuis hoort bij het Christendom. In het Christus-geloof is het lijden cardinaal, hoofdzaak.

Het is het scharnier (cardo in het Latijn! vandaar: cardinaal), waarop de ganse poort van het christelijke geloof rust èn beweegt. In het belijden kunnen wij het functionneren van die deur zien. Is nu het scharnier verzakt of verroest, dan werkt de deur slecht. En dit zien we nu eveneens in het christelijk geloofsleven. Opvallend is tegenwoordig, dat men meestal

Opvallend is tegenwoordig, dat men meestal spreekt en schrijft over „het belijden" en dat het woord ,,belijdenis" bijna niet gebruikt wordt. Voor mijn gevoel is deze onvervoegde werkwoordsvorm vaag en abstract. Het krijgt eerst gestalte en wezen in de zelfstandige vorm: belijdenis. Zoals, om nog even terug te keren tot het woord beleven, ook wel gesproken wordt over beleven in algemene zin, in tegenstelling tot het door iemand persoonlijk meegemaakte: de belevenis, zó lijkt het mij gewenst, ja, zelfs noodzakelijk, dat men weer meer zal spreken over ,,belijdenis" en minder over ,,het belijden". Het Christendom als algemeen cultiueel ver

Het Christendom als algemeen cultiueel verschijnsel vindt overal een hartelijke ontvangst. Ieder is overtuigd van de belangrijke functie, die het christelijk geloof in het maatschappelijke leven vervuld heeft. Maar als iemand zegt: niet het culturele Christendom interesseert mij, maar: Jezus Christus Zélf, Die is mijn alles, in Hem vind ik mijn troost in leven en sterven, mijn enige ware troost, zoals de Catechismus zegt, dan vermindert het enthousiasme snel. Dat wordt veel te persoonlijk. Ach neen, daar moet de cultuurmens niets van hebben. Hoe kan iemand zo bekrompen zijn, om zich vast te leggen op één geloof, op één Christus? En dan een God, die zich zelf offert en door dit grote Lijden de gevallen mens nieuwe uitzichten biedt, de gebroken verhouding herstelt en een volkomen verlossing bewerkt? Neen, dat is te erg, dat ergert de mens, tenzij hij door Gods genade heeft leren zien, dat in dit grote lijden Jesu Christi zijn enige weg ter zaligheid is gelegen, en dat in dit diepste lijden Gods onmetelijke liefde voor de gevallen mens het duidelijkst geopenbaard is geworden. Het mensenhart is trots en wil niet aldus gered

Het mensenhart is trots en wil niet aldus gered worden. Het lijden roept weerstanden op, en het kruis zal de onbekeerde mens nooit kimnen bekoren.

Maar de gemeente van Christus Jezus kan zich niet bruid van Christus noemen, als zij niet een vaste grond, een concrete verklaring in de vorm van een belijdenis heeft, waarin en waardoor zij bekend maakt, Wie haar Bruidegom is, en wat Hij volbracht heeft om haar als bruid te werven. Wij spreken tegenwoordig van orthodox, middenorthodox en vrijzinnig, als wij de hoofd-richtingen of modaliteiten in de Hervormde Kerk willen karakteriseren. Met al deze formuleringen zou ik afgerekend willen zien in deze zin, dat een nieuw woord gebruikt werd, waardoor de hoofdzaak meer aan het licht zou komen, namelijk j.christodox". Hiermee zou gezegd worden, dat Christus het alles (en allen) beheersende centrum van ons leven en ook geloofsleven is. En die Christus wordt door een christodox gelovige beleden in de concrete belijdenis: Jezus Christus, de Zoon Gods, is mijn Verlosser.

Naschrift van Ds. W. A. Hoek.

Met instemmende dankbaarheid lazen we dit warm en klaar getuigenis. Neen, belijden is geen droog en koud ondertekenen van een belijdenis. Het is naar buiten uitbrekende beleving. Ondertussen zijn we het taalkundig — maar dat treft niet het wezen — niet met de schrijver eens, „Belijden" is n.1. niet samengesteld uit ,,be" en ,,lijden". Het komt van het Middeleeuwse ,,bellen", dat ,,erkennen", „uiting geven" betekent. Ook maken wij bezwaar — let wel, alweer alleen taalkundig — tegen ,,christodox". Want in samenstellingen als „orthodox" en „heterodox", ,,rechtzinnig" en ,.vrijzinnig" enz. heeft het eerste lid de betekenis van een bijvoeglijk naamwoord, of wil men, een bijwoord. Het zweeft daar m.i, tussen in. Een orthodoxe is een recht-menende, een heterodoxe een anders menende of -denkende, enz, ,,Christus-menend" echter is taalkundig onjuist. Wel kunnen we met Art, XXVII der Belijdenis van ,,Christgelovigen" spreken. En dat is natuurlijk schrijvers bedoeling geweest. Maar nu eenmaal met dit onderwerp bezig, maak ik nog gaarne twee taalkundige opmerkingen, die niet zonder belang zijn.

,,Confessie", vaak in één adem- met ,,belijdenis" gebruikt, komt van ,,fari", spreken. Het betekent dus oorspronkelijk: ,,samen-spreken". Die betekenis is er, helaas, bijna uit verdwenen.

Het is tenslotte ook jammer, dat onze taal het woord ,,bekentenis" niet bezit in de zin van „belijdenis". Het Duits heeft dat wel. Ik citeer Ed, Thurneysen, die zijn brochure ,,Lebendige Geimeinde und Bekenntnis" begint met de woorden; „Bekennen komt van kennen. Bekennen betekent dus iets weten, een waarheid kennen, maar zó kennen, dat men ze niet alleen kent, maar bekent, en dat betekent, dat men niet alleen van haar weet, zoals men van zo veel weet, maar dat men weet, dat men tot deze waarheid ,,ja' moet zeggen, voor haar staan tot het laatste, zodat men zelfs bereid is, als het moet, voor deze waarheid ook zijn leven te geven". En dan haalt hij als voorbeeld Zwingli aan, die

En dan haalt hij als voorbeeld Zwingli aan, die op het slagveld van Kappel zwaar gewond door zijn vijanden gevonden wordt. Zij vragen, of hij een priester wil hebben, om te biechten. Hij zwijgt en ziet alleen naar de hemel. Dan geeft de hoofdman hem de doodsteek.

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 juli 1960

Kerkblaadje | 16 Pagina's

Belijden en belijdenis,

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 juli 1960

Kerkblaadje | 16 Pagina's