De Inquisitie en de Joden
In de vroege Middeleeuwen hadden de Joden in Spanje en Portugal ccn zeer hoge rang bereikt. De geleerden kwamen voor een groot deel uit hun rijen voort. Velen hunner werden in de adelstand verheven.
Dit werd anders toen de Inquisitie in de 13de eeuw vaste vorm begon aan te nemen. Oorspronkelijk was dit een instelling, vooral door de bedelorden: de Dominikanen en de Franciskanen geleid, die optrad tegen de Albigenzen en hoe die middeleeuwse „ketters" meer heten mogen. Toen evenwel deze ketters zeldzaam werden, keerde de Inquisitie zich tegen de Joden; en wel vooral tegen die Joden, die eerst christen waren geworden, maar later teri:g\'ielen in het Jodendom. Zij werden in het openbaar in zogenaamde „auto da fé's" verbrand. Om hieraan te ontkomen lieten vele Joden zich toen voor de vorm dopen, maar zij bleven in het geheim de joodse wet houden. Zij werden Marranen genoemd.
Zeer streng werd tegen hen opgetreden onder de regering van Ferdinand en Isabella (15de eeuw). Marranen werden betrapt en gegrepen, vooral toen onder de nieuwe inquisiteur-generaal Thomas de Torquemada (1483) het systeem om Joden te ontmaskeren tot in de perfectie was ontwikkeld. In alle dingen werden zij nagegaan en duizenden Marranen vielen door de mand. In 1492 werden de Joden voor altijd uit Spanje verdreven, in 1497 uit Portugal. Maar tegen de achtergebleven Marranen bleef de Inquisitie in het Iberisch schiereiland fel woeden, alsook in de koloniën van beide landen, zowel in de oude als de nieuwe wereld. In het begin der 16de eeuw kwamen JuJcn ea Marranen uit Spanje en Portugal naar de Nederlanden gevlucht, waar hun gastvrijheid te beurt viel. Later sloeg in ons vaderland de Inquisitie ook om zich heen en werden 20.000 Christenen ter dood gebracht, die voor de vrijheid om God naar Zijn Woord en hun eigen geweten te dienen in opstand waren gekomen. De Nederlandse Torquemada heette Alva, zoals een schoolkind weet. Maar toen groeide natuurlijk de band met deze Portugese Joden (zó worden ze nog altijd genoemd) tot een hechtheid, die eeuwenlang onbezweken bleef voortduren tot onze tijd toe.
In het jaar 1568 sloot Willem van Oranje te Ant werpen een verbond met de Marranen, om. de zaak der vrijheid te verdedigen. Hier ligt de grondoorzaak van de hechte verbondenheid der Neder landse Joden aan het Huis van Oranje. De opstand tegen het Spaans geweld was ten dele óók ter wille van deze Marranen ontketend. Koningin Wilhelmina, die de grondslagen van onze nationale vrijheid zo goed kende en zo scherp zag, voelde zich ook altijd aan de Joden, en speciaal aan de Portugese Joden, verknocht. Wij zouden dit alles als vergeelde historie kunnen beschouwen, wanneer niet de Spaanse Carlisten, die de klok der historie eeuwen terug willen zetten, ons er aan herinnerden dat dezelfde problemen van vierhonderd jaar geleden nog altijd van kracht zijn.
Spanje immers leerde uit dit alles niet veel. In de 19de eeuw kwam daar die partij der Carlisten op: extreem-rooms en extreem-reactionair, die als een van haar programpunten had gekozen de wederinstelling van de Inquisitie.
Het wordt onwaarschijnlijk genoemd, dat de huidige kroonpretendent van de partij der Carlisten nog aan deze eis vasthoudt. Maar ik acht het niet onwaarschijnlijk dat in deze kringen nog weer een droom gedroomd wordt, dat de glorietijd van Karel V en Filips II terug zal keren en weer opnieuw één monarch beide landen, Spanje en de Nederlanden, zal bijeenhouden in één vuist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1964
Kerkblaadje | 8 Pagina's