Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geschiedenis van de Waldenzen-Kerk in Itali�

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geschiedenis van de Waldenzen-Kerk in Itali�

(vervolg)

6 minuten leestijd

De overwinning van de geloofsvrijheid

Tot nog toe waren de lidmaten van de Gereformeerde Waldenzen-Kerk in hun Alpendalen als in een getto opgesloten geweest en hadden ook daar slechts beperkte godsdienstige en politieke vrijheid genoten. In het jaar 1848 echter waaide een geest van vrijheid door Europa en zó ook door Italië. In Turijn, de toenmalige koninklijke residentie, kwamen liberale politici en schrijvers als Cavour, Gioberti en d'Azeglio voor de rechtsgelijkheid van de Waldenzen en eveneens van de Israëlieten op. D'Azeglio overhandigde Koning Carlo Alberto een in echt humane en edele geest opgesteld verzoekschrift, waarin hij „het opnam voor de ongelukkige broeders, die nog steeds, evenals in een voorbijgegane barbaarse tijd, onder achteruitzetting te lijden hebben". Dit verzoekschrift was ondertekend door 600 professoren, advocaten, geestelijken, artsen, kooplieden en arbeiders.

De gebeurtenissen drongen, opstanden in Palermo en Napels hadden plaats. Demonstraties in Turijn losten elkaar af. De bevolking van de koninklijke residentie eiste onstuimig een nieuwe, vrijheidlievende grondwet. Op 7 en 8 februari 1848 wachtte een onafzienbare mensenmenigte vóór het koninklijk paleis te Turijn op de bekendmaking van de nieuwe grondwet. De felbegeerde vrijheidsartikelen werden in een speciale wet „Lettere Patenti" uitgevaardigd en op 17 februari ondertekend. Hierin stond geschreven: „De Waldenzen komen in het genot van alle burgerlijke en politieke rechten van onze onderdanen. Hun wordt toegestaan, de scholen tot en met universiteit te bezoeken en de academische graden te verwerven". Het enthousiasme onder de bevolking van Turijn was onbeschrijfelijk. Duizenden medeburgers, de studenten voorop, verschenen met vaandels vóór de vensters van de woning van de Hervormde predikant en hieven vrijheidsliederen aan.

Omstreeks middernacht startten twee jonge mannen om in een volhardingswedloop de goede tijding door de vlakte van de Piëmont naar de dalen van de Waldenzen over te brengen. Op het markt-plein in Torre-Pellice waren juist tal van bewoners der omliggende dorpen samengestroomd. Maar wie dacht nu nog aan zaken-doen? Men wenste elkaar wederkerig geluk, men omhelsde elkaar onder tranen van blijdschap, en ieder snelde met het blijde bericht naar zijn dorp. Zó ging het grote nieuws van mond tot mond tot aan de verst verwijderde hutten, waar het overal blijdschap teweegbracht. De dalen waren in een verheven feeststemming. De bevolking ging op naar haar kerken om God te danken voor de vrijheid, 's Avonds werd er vuurwerk ontstoken en brand-- den er tal van vuren op de hoogten, en fakkeloptochten bewogen zich door de dorpen voort. De Italiaanse steden wilden de koning tien dagen later met een feestelijke optocht dank brengen voor de nieuwe grondwet. Ook de deputatie van de Waldenzen, bestaande uit 600 mannen en vrouwen, was met haar blauwe vaandel naar de plaats van samenkomst gesneld, waar zij met applaus werd ontvangen. Bij de opstelling van de feestelijke optocht met de deputaties der steden werd zij op algemeen aandringen aan de spits geplaatst met de verklaring: „Gij zijt lange tijd de laatsten geweest, dit keer moet gij de eersten zijn!" Toen de optocht door de straten van Turijn marcheerde, mochten de Waldenzen, die in de optocht meeliepen, tot hun blijdschap ondervinden, dat de stad hen als volwaardige burgers begroette. Men zwaaide hen toe met hoeden en zakdoeken. Vanaf de balcons wierp men hun bloemen toe en riep: „Lang leven de Waldenzen! Leve de gewetensvrijheid! Leve de godsdienstvrijheid!" Op Piazza Castello werd de feestelijke optocht door de koning, zijn ministers en generaals opgewacht. Hier bereikte de vreugde in stormachtige toejuichingen voor de Waldenzen, haar hoogtepunt.

De tijd van Overste Charles Beckwith in de Alpendalen

In die tijd ontwaakte onder de Waldenzen een nieuw streven. Een duurzame geloofsversterking bracht het optreden van Charles Beckwith. Als adjudant van de Engelse veldheer Wellington vocht hij in 1815 in de slag bij Waterloo tegen Napoleon. Hierbij trof hem een schot van Franse zijde en kwetste zijn been zó ernstig, dat het moest worden geamputeerd. Beckwith moest op 26-jarige leeftijd, toen hij reeds de rang van overste behaald had, zijn brillante officiersloopbaan opgeven. Zijn vurige geest voelde zich nu aangetrokken door de verschillende terreinen der wetenschap, door de geschiedenis, de theologie, de politiek en het sociale vraagstuk. Vóór zijn afscheid las hij in de wachtkamer van Wellington een boek over de Waldenzen, dat daar lag. Toen hij erom gevraagd had teneinde het nauwkeuriger te kunnen lezen, vervulde het hem met zó grote geestdrift, dat hij er verlangen naar kreeg, de Waldenzen met eigen ogen te zien. Beckwith kwam te Torre-Pellice en leerde het volk

Beckwith kwam te Torre-Pellice en leerde het volk en zijn noden uit eigen aanschouwing kennen. Begeleid door zijn hond liep hij met zijn houten been de dalen door tot in de verstafgelegen dor- 136pen en verdiepte zich met een verbazend grote opmerkingsgave in het leven der Waldenzen. Na enige tijd werd de sympathieke verschijning van Overste Beckwith zeer populair. Hij trad in het huwelijk met een Waldenzenvrouw en leefde 35 jaar lang als weldoener der Waldenzen in Torre- Pellice. Hij zag de noodzakelijkheid in van een goede opleiding op volksscholen en hielp ook de allerkleinste dorpen en gehuchten aan een eenvoudige „Beckwith"-school. Door subsidies wist hij de bevolking aan te sporen tot het bouwen van dergelijke onderwijsinstellingen. In Italië werden de Waldenzen bekend om hun

In Italië werden de Waldenzen bekend om hun goed onderwijsbeleid. Waar zij later ook maar op het uitgestrekte schiereiland een kerk bouwden, verbonden zij hieraan een school als de plaats, waar de geest gevormd wordt. Ook aan de verdere vorming dacht Beckwith door de oprichting van het „Collegio" van Torre-Pellice te bevorderen. Ook nu nog is het ,,Collegio" het enige gereformeerde gymnasium van Italië. Hieruit is een keur van artsen, rechtsgeleerden, professoren en het merendeel van de predikanten der Waldenzen voortgekomen. Dank zij de directe of indirecte invloed van Beckwith stichtten de Waldenzen talrijke instellingen van liefdadigheid, weeshuizen en ziekenhuizen.

Beckwith gaf ook de voornaamste stoot tot het totstandkomen van twee monumentale Waldenzenkerken, die van Torre-Pellice en die van Turijn, waarvan hij de plannen met ver-ziende blik doordacht en waarvan hij de werkzaamheden bij het bouwen onvermoeibaar controleerde. Hij versterkte door zijn woord en door zijn houding het geloof van de Waldenzen. Hierbij moedigde hij hen aan om van hun geloof met blijdschap en liefde ook voor anderen getuigenis af te leggen. Eén van zijn gevleugelde woorden was: „O Waldenzen, of gij zijt zendelingen óf gij zijt niets!"

(slot volgt)

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1966

Kerkblaadje | 8 Pagina's

Geschiedenis van de Waldenzen-Kerk in Itali�

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1966

Kerkblaadje | 8 Pagina's