Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Taak en functie van de christelijke school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Taak en functie van de christelijke school

6 minuten leestijd

Ongetwijfeld kent u allen het Evangelie-verhaal van de opwekking van de jongeling van Naïn (Lucas 7 : 11 v.v.). Behalve de historische heeft dit verhaal ook een geestelijke betekenis. Dat blijkt al uit de naam Naïn, wat vertaald zou kunnen worden als: lieflijk oord. Dan is er de figuur van de moeder, die de vertegenwoordigster is van Rachel, die haar kinderen beweent. Er is hier dus sprake van een situatie, die zich alle eeuwen door herhaalt. In die situatie komt de Here Jezus de vrouw te hulp. Daar breekt het licht van het Evangelie door. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen, dat de Oude Kerk dit Evangelie-verhaal las met de gedachte aan Augustinus en Monica. Immers ook Augustinus werd uitgedragen uit het ouderlijk huis in Thagaste in Numidië. Zijn dragers waren „de begeerte des vleses, de begeerte der ogen en een hovaardig leven" (I Joh. 2 : 16). Zó kwam hij in een ver, vreemd land van „duisternis en schaduw des doods" (Matth. 4 : 16). En zijn moeder Monica volgde hem als enige rouwdraagster. Zij telde het niet om huis en geboortegrond te verlaten. Zij ging waar hij rondzwierf van stad tot stad. Zij volgde hem met haar klachten en gebeden. Tot ook zij verhoord werd.

Eeuw volgt op eeuw; en steeds weer wordt de jongeling uit Naïn weggevoerd door zijn dragers: hartstochten, nieuwsgierigheid, eerzucht. Die voeren hem het domein van de Overste dezer wereld binnen. Steeds weer volgt er een bedroefde moeder, die treurt om de ziel van haar kind. Zijn naam houdt zij vast in haar hart en gebeden. Maar zij weet zich zwak en weerloos tegenover de leugens en strikken van de wereld. In een gedicht De Moeder heeft Willem de Mérode haar leed aldus verwoord:

Ik voel zijn ziekten en zijn zonden;

Ik tuimelde mèt hem in het slijk,

Want hloed hlijft steeds met hloed verbon

den.

Dies is mijn hart zijn open wijkl

Ik hunker niet, dat hij zal komen,

Ik wéét^ wat hem verwijt en trekt.

Hij heeft mijn liefde meegenomen.

Zijn hart wordt door mijn hart gewekt.

Ik blijf geduldig op hem wachten.

En troost mijn lang verlangend hart:

Hij komt, en geen zal hem verachten

Nu hem de smart plaagt onzer smart.

Eeuw volgt op eeuw; en steeds herhaalt zich dezelfde geschiedenis. Maar ook de Here Christus is gisteren en heden dezelfde. Als bevolmachtigde van de Vader is Hij in de wereld gekomen om het verlorene te zoeken. Hij weet wat in de wereld is, want Hij heeft immers buiten de poort en de legerplaats geleden (Hebr. 13 : 12). Zou Hij Zich dan niet bekommeren om de jongeling en zijn moeder?

Het is tegen de achtergrond van dit Evangelieverhaal, dat ik iets zeggen wil over taak en functie van het christelijk onderwijs in deze tijd.

I

De christelijke school is niet de plaats Naïn. Zij is ook niet de wereld erbuiten. De christelijke school is de stadspoort van Naïn.

Ieder christen weet, hoe belangrijk de stadspoort is in de Bijbel. Daar verzamelden zich de oudsten der stad; ook had de koning er zitting, en het volk verzamelde er zich. Men denke slechts aan de geschiedenis van Ruth of aan de „poorten der gerechtigheid" in Psalm 118.

Evenals de stadspoort in het oude Israël staat Je school op de grens van Naïn en de wereld, van het leven binnen en buiten de poorten. Daarom heeft zij evenzeer te maken met het ouderlijk huis als met de wijde wereld erbuiten. Zij is als het ware de doorgangsfaze van de geborgenheid van het gezinsleven naar de wijde üorizon van de cultuur. Tussen die beide polen beweegt zij zich in Christus' naam.

Wij constateerden reeds, dat Naïn betekent: lieflijke plaats. De naam roept daarom de herinneringen op aan het gezinsleven, zoals dat net name in Israël gegroeid is. Wij moeten laarbij dus ook denken aan andere lieflijke oor- 'Dn, bij voorbeeld aan Bethlehem. Daar speelde •ich immers de idylle af tussen Ruth en Boaz. Bethlehem is het oord, waar de aartsvader Jaob zijn vrouw Rachel begraven had, en waar oning David in zijn ouderdom naar terugvermgde, toen hij uitriep: „O, dat iemand mij ater te drinken gaf uit de bornput van Bethle- .em" (II Sam. 23 : 15). Ook moeten wij denon aan het lieflijke Nazareth, waar „het kind ezus opgroeide in onderdanigheid aan Zijn •uders, en toenam in wijsheid en in grootte en :i genade bij God en de mensen" (Lucas 2 : 52). Naïn is daarom een oord van godsvrucht, einheid, geborgenheid. Een oord ook van afondering. Het kind groeit er op in de lomier van het eigen erf en verkeert er temid- •. on van vertrouwde en vriendelijke gezichten. F.r is daar eenvoud, soberheid, het vaste ritme an dag en nacht, arbeid en rust. Er is het daelijks bezig zijn in huis en buiten op straat en p het veld; maar steeds in de nabije omgeving m de ouderlijke woning. Tot Naïn hoort volens de Bijbel ook het zitten onder de vijge- •)om (Joh. 1 : 49), zoals ook reeds Abraham zat I de deur der tent bij de eikenbossen van lamre (Gen. 18 : 1).

Dat oord Naïn nu is meer gestempeld door e moeder dan door de vader. Ik wijs op een 'tspraak van Groen van Prinsterer: „Wie eeft de liefde tot God, de liefde tot de chriselijke deugd, in de harten der kinderen ge- . lant? Wie heeft de eerbied voor het bijbelboek, 'at kostbaarste huissieraad onzer godsdienstie vaderen, bewaard? Wie heeft de gemoede- 'ijke plichtsbetrachting op de onwrikbaarste ronden gevestigd? Wie heeft, bij al den vreem- • ien invloed, de nationale deugd en het natio- 'tale karakter staande gehouden? Dat zijn uwe erdiensten geweest, Nederlandsche vrouwen! ;3at was de grootheid van U, die de vermogens ^an uw geest en de gaven van uw hart aa.n die •dele vrouwenroeping hebt ten koste gelegd. ''erwijluwe echtgenooten hetvijandelijke zwaard rotseerden of dobberden op de verbolgen zee, bloeiden door uw zorg én deugd èn godsdienst '11 vaderlandsliefde èn geluk in uw eerbiedi-aardig binnenvertrek. Gij waart sieraden van 'iw huis, daaro'm waart gij ock sieraden van uw and" (Verspreide Geschrifit.,, II, blz. 245).

Soortgelijke uitspraken komen wij ook tegen m Pierson's fraaie boekje over de Réveil-kring: Oudere Tijdgenoten. Hij heeft het daarin over die zeer eigenaardige onder de menselijke woningen, namelijk het oude Amsterdamse huis. Het is een huis zonder tuin, gelegen midden in de stad. Het bekoorlijke ervan was ,,de macht die het oefende op het gemoed, in het bijzonder door het gedempte licht, als was men van mening dat met veel licht ook veel buitenwereld binnenstroomt". En dan weidt de schrijver uit over de betekenis van de vrouwen van het Réveil, onder wie vele echte „Moeders in Israël" waren. Zij namen in die kring ,,hare aangewezen met eer en gratie gehandhaafde plaats" in. Het was aan hun invloed te danken, dat men allerwege „prijs stelde op goeden toon en goede manieren", en „dat men attentie's voor elkander had en gevoel van belangstelling". Nergens was het huiselijk leven meer ontwikkeld dan bij het Réveil. En door zulke gezinnen, zulke moeders, zijn de kinderen van het Réveil gevormd! (blz. 73-75 en 82-84).

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1977

Kerkblaadje | 8 Pagina's

Taak en functie van de christelijke school

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1977

Kerkblaadje | 8 Pagina's