Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Hugenoten en het Edict van Nantes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hugenoten en het Edict van Nantes

8 minuten leestijd

(Slot)

DE PERIODE VAN HET EDICT VAN NANTES EN DE HERROEPING VAN DIT EDICT

Voorbij waren de vervolgingen en de burgeroorlogen. Voor de eerste maal in de Europese geschiedenis werd het beginsel van de verdraagzaamheid met betrekking tot de religie uitgesproken. Overigens gebeurde dit op politieke gronden om de eenheid onder de Fransen te herstellen.

Dankzij deze gunstige regelingen nam het aantal Hugenoten sterk toe; het was nü niet gevaarlijk meer om zich bij de evangelische kerk in Frankrijk aan te sluiten. Maar een tijd van grote opleving en bloei van het geestelijke leven bracht het Edict van Nantes toch niet. Het Edict werd tenslotte beheerst door de gedachte dat het rooms-katholicisme de door de staat aanvaarde religie zou zijn, terwijl het protestantisme slechts toegestaan werd. Weliswaar met gelijke rechten voor zijn aanhangers als burgers, maar als minderheid toch sterk afhankelijk van de vorstelijke wil om de beloften ook werkelijk uit te voeren. Van Hendrik IV mocht men dit wel verwachten, maar zelfs hij moest zó sterk rekening houden met de roomskatholieke kerk dat heel wat afspraken slechts gedeeltelijk of helemaal niet werden nagekomen. Wanneer de Hugenoten de problemen nu maar als geloofsgemeenschap hadden verwerkt, dan waren zij er zeker versterkt uit te voorschijn gekomen. Maar ze streden als een partij die opkomt voor eigen belangen en voor die van hun bondgenoten. Het ging hen om het behoud van hun invloed bij de koning, en hun tegenstanders waren mensen die hen van deze invloed wilden beroven. In dezelfde jaren streden de protestanten in andere landen met godsdienstige tegenstanders, zodat daar geloofsvragen de aandacht hadden. Toen de Hugenoten na de dood van Hendrik IV opnieuw te maken kregen met het streven van de koning naar alleenheerschappij, kwamen ze in het zuiden van het land nog wel in verzet, maar ging het hen toch méér om zelf hun zaken te kunnen regelen dan om een beginselstrijd tegen het absolutisme Andere Hugenoten wilden van verzet helemaal met weten, vooral om hun goede positie en macht met te verliezen Enkelen meenden het als hun roeping te moeten zien om de koning onder alle omstandigheden te blijven gehoorzamen Het recht van verzet, waar in de jaren tussen 1560 en 1570 in de kring van de Hugenoten over geschreven was, werd door deze leiders geheel prijsgegeven

Juist in hun opzet eigen macht te willen behouden, werden de Hugenoten gevoelig getroffen In 1624 kreeg koning Lodewijk XIII in kardinaal Richelieu een buitengewoon bekwaam minister Deze was van mening, dat de Hugenoten door hun eigen militaire macht de koninklijke regering in de weg stonden Richelieu besloot hun die macht te ontnemen en richtte daartoe een aanval op hun belangrijkste vesting La Rochelle Na felle strijd viel deze stad Dit luidde de definitieve nederlaag van de Hugenoten als politieke partij in. Richelieu het hun nog wel vrijheid van geloof, omdat hij dit voorlopig in het belang van Frankrijk achtte Na dit "Genade edict van Alais" (1629) werd de situatie voor de Hugenoten dus heel anders als partij konden ze met meer optreden Chambon zegt het in zijn boek zo "Eigenlijk was deze politiek van Richelieu een weldaad voor de Hugenoten De dwaalweg van de politiek was voortaan voor de evangelische kerk in Frankrijk versperd, zij werd terugge worpen op haar eigen aard en op haar roeping om gemeente van Jezus Christus te zijn" Voorlopig was de toestand daartoe vrij gunstig

Na de dood van Richelieu (1642) en van Lodewijk XIII (1643) berustte de leiding van de regering tijdens de minderjarigheid van Lodewijk XIV bij minister Mazarin Godsdiensizaken interesseerden hem weinig, en hij had waardering voor de trouw van de meeste Hugenoten tijdens de woelige periode van de opstand tussen 1648 en 1653, toen de adel zich voor het laatst verzette tegen de alleenheerschappij van de vorst Deze trouw scheen beloond te worden, want Mazarui beloofde alle maatregelen die in strijd waren met het Edict van Nantes, te zullen intrekken Maza rin stierf in 1661 en Lodewijk XIV nam nu zelf de teu gels van het bewind in handen Wel beloofde hij het Edict van Nantes stipt te zullen uitvoeren, maar dit maakte met veel uit Men kon de Hugenoten op alle mogelijke manieren dwars zitten Zo stond er nergens aangegeven, dat ze hun doden overdag mochten begraven Dus mocht het niet en werd het hun alleen vergund tussen zonsondergang en zonsopgang Nationale synoden mochten de Hugenoten slechts houden na toestemming van de regering Door hun deze te onthouden verhinderde zij elke synode Volgens het Edict van Nantes mochten protestantse kerkgebouwen alleen staan op plaatsen waarvan men kon bewijzen, dat daar >n 1596 en 1597 godsdienstoefeningen werden gehouden Ontbrak zo'n bewijs, dan werd de kerk gesloten en vaak ook afgebroken

Tijdens de oorlog die m 1672 begon met een inval in de Nederlanden, verslapte het optreden tegen de Hugenoten wel, maar daarna werd de toestand voor hen ernstiger dan ooit tevoren Dit hing ten nauwste samen met de politiek van Lodewijk XIV, die in de lijn 166 van zijn voorgangers als absoluut vorst wilde heersen Vaak wordt het weergegeven met de woorden "Een koning, een wet en een geloof" Wanneer we daarbij bedenken dat Lodewijk XIV op het standpunt stond dat "de wil van de koning wet is", dan begrijpen we waarom deze vorst niet dulden kon dat er een kerk bestond, waarover hij geen zeggenschap had Want de rooms katholieke kerk was met meer dan een instrument in zijn handen Bij koning Frans I zagen we reeds, dat dit een gevolg was van zijn overeenkomst met de paus Lodewijk XIV en zijn bisschoppen streefden ernaar de rooms katholieke kerk in Frankrijk zo los mogelijk van Rome te maken (Gallicanisme) en de protestanten te dwingen zich bij deze kerk te voegen Toen het bleek dat er weinig te bereiken viel met de tot dusver genomen maatregelen, begonnen regering en geestelijkheid met ongekende wreedheid tegen de Hugenoten op te treden Zo verklaarde men, dat kinderen van zeven jaar in staat waren te beoordelen of ze Hugenoten wilden blijven dan wel of ze wilden terugkeren tot de "Moederkerk" Pastoors kregen het recht om kinderen bij hun ouders vandaan te halen De opleiding van de predikanten vond na de beginperiode met meer plaats in Geneve Er waren in Frankrijk verschillende academies, waar de predikanten werden opgeleid De regering sloot ze en verbood studie in het buitenland Verder stond men de Hugenoten niet meer toe in publieke ambten te fungeren en evenmin het beroep van advokaat en dat van arts uit te oefenen Koninklijke ambtenaren mochten de huizen van de Hugenoten binnengaan om een stervende te "vragen" of deze als "ketter" durfde te sterven Hoe groot de druk op het leven van de Hu genoten ook was, zodat meerderen van hen besloten te vluchten, anderen onder de druk bezweken en rooms werden, echt of m schijn, — de maatregel om de Hugenoten door inkwartiering van dragonders klein te krijgen overtrof alles in mets ontziende bruut heid Het verhaal gaat, dat hele plaatsen alleen al op het gerucht van de nadering van dragonders "zich be keerden" De vlucht naar het buitenland nam nu gro te omvang aan Over zee ging het naar Engeland en ons land, over land naar Zwitserland en verder naar de protestantse gebieden in het Duitse Rijk of naar ons land of naar Denemarken en Zweden Aan Lode wijk XIV vertelde men over de "successen" bij het bekeringswerk en ten slotte moest men wel de conclusie trekken, dat het overgebleven aantal Hugenoten zo klem was dat er voor handhaving van het Edict van Nantes geen enkele reden meer was De laatste Hugenoten waren in de ogen van de regering halsstarrige heden, wie men het zwijgen op moest leggen

Zo volgde op 17 oktober 1685 de herroeping van het Edict van Nantes in het paleis van Fontainebleau door koning Lodewijk XIV Alle uitingen van het "zogenaamde gereformeerde geloof" werden verboden Dit betrof niet alleen godsdienstoefeningen, maar ook zelfs het uitspreken van een (met-rooms) gebed in de huiskamer De kinderen moesten naar roomse scholen Predikanten werden uit het land verbannen tenzij ze binnen veertien dagen rooms werden Hoewel het verboden werd om het land te verlaten,

Hoewel het verboden werd om het land te verlaten, vluchtten grote aantallen Hugenoten naar het buitenland ondanks de strenge straffen zoals veroordeling tot de galeien of zware gevangenschap, waarmee men bedreigd werd indien men werd gegrepen.

Wel schrok Lodewijk XIV van de met-verwachte, felle reacties uit meerdere landen, maar hij bleef bij zijn besluiten Alleen probeerde de Franse regering vluchtelingen tot terugkeer te bewegen vanwege de economische schade die het land opliep door het vertrek van zoveel nuttige burgers.

Duidelijk is bij deze laatste fase van de Hugenotenvervolging dat het uitsluitend om geloofstrouw ging, want macht bezaten ze al lang met meer

Terecht noemde Chambon zijn boek over de Hugenoten "GESCHIEDENIS ENER MARTELAARS­ KERK".

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985

Kerkblaadje | 8 Pagina's

De Hugenoten en het Edict van Nantes

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1985

Kerkblaadje | 8 Pagina's