Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onze roeping om christus openlijk te belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze roeping om christus openlijk te belijden

5 minuten leestijd

Zendelingen hebben in de heidenwereld mensen ontmoet, die in de loop van het gesprek toegaven in het geheim Christen te zijn. In het geheim, want naar buiten toe is er bij hen van een Christen-zijn niets te bespeuren. Zij leven niet anders dan hun omgeving, nemen deel aan de heidense godsdienstige plechtigheden en feesten, en houden vast aan de overgeleverde gebruiken en gewoonten. Toch beweren zij volgelingen van Jezus Christus te zijn, en uit de gesprekken met hen hebben de zendelingen opgemaakt dat er bij hen enige christelijke kennis aanwezig is. Het spreekt vanzelf, dat er met een Christen-zijn dat als zodanig in het geheel niet openbaar wordt, maar verborgen blijft, iets niet in orde is. Hier bestaat een noodlottige scheiding tussen innerlijk en uiterlijk. Aan deze gespletenheid van de mens ligt vrees ten grondslag, welke dan ook. Het behoeft lang niet altijd de vrees voor verdrukking en vervolging te zijn. Het kan ook de vrees zijn om de heidense omgeving te kwetsen, de vrees om van haar iets te vergen dat haar kracht te boven gaat. Hoe dit ook zij, het is toch een leven dat door vrees wordt beheerst, en niet de houding van het geloof dat zich op God geworpen weet en zich door Hem laat opeisen om ook openlijk voor Hem uit te komen en van Hem te getuigen.

In Oostenrijk waren in de laatste eeuwen niet weinigen in het geheim protestants. Na de gewelddadige onderdrukking in en na de Hervormingstijd hebben velen uit vrees voor het verlies van hun leven en van hun vaderland zich voorgedaan alsof zij rooms waren. Maar in stilte, voor iedereen verborgen, hebben zij gegrepen naar de bijbel en naar reformatorische geschriften. Tot een openlijk belijden van datgene waarop het hart "ja" moest zeggen, konden zij echter 206 niet besluiten, omdat de vrees die bij hen wel begrijpelijk was en die ook ons niet vreemd is, de vrijmoedigheid van het geloof in de weg stond.

Een dergelijke houding, die zeker bewaart voor tal van gevaren die een openlijk belijden van Christus meebrengt, sluit een veel groter gevaar in zich. Op dit gevaar wijst de hervormer Johannes Calvijn in een brief die hij geschreven heeft aan een ons overigens onbekende vriend uit zijn jeugd. Met hem was Calvijn, zoals hij zegt, verbonden geweest door een intieme omgang als vriend, ja als kamergenoot, verbonden vooral door het inzicht in het Evangelie van Gods genade naar reformatorische opvatting. Maar terwijl Calvijn niet alleen met het hart geloofde, maar ook met de mond beleed en de gevolgen van een openlijk belijden van de enige Middelaar Jezus Christus bereidwillig op zich genomen had, was zijn vriend hiertoe niet bereid. Hij bleef wonen in een omgeving die het Evangelie vijandig gezind was, en hield voor de buitenwereld verborgen dat hij een reformatorisch Christen was. Calvijn had de briefwisseling met hem afgebroken om niet de indruk te wekken, dat hij pressie op hem wilde uitoefenen. Tal van jaren hoorde hij niets meer van zijn vriend. Toch bleef hij aan hem denken. Toen hij op zekere dag weer eens iets van hem hoorde, en wel uit de mond van mensen die terwille van het Evangelie hun vaderland — Frankrijk — hadden moeten verlaten, voelde Calvijn zich verplicht zijn vriend opmerkzaam te maken op het uiterst gevaarlijke van diens houding. In het feit dat deze zijn reformatorische geloofsovertuiging voor de buitenwereld verborgen hield, zag Calvijn traagheid en zwakheid, lafhartigheid en huichelarij. Terecht, want tenslotte willen wij toch, wanneer we bevreesd zijn om Christus openlijk te belijden, uitwendig rust hebben en bij onze omgeving in de gunst blijven staan; wij doen ons daarbij anders voor dan we in werkelijkheid zijn, en spreken anders dan we denken. Wij maken ons schuldig tegenover God, die ons geroepen heeft om Zijn getuigen te zijn en anderen met ons getuigenis te dienen. Calvijn zegt tot zijn vriend: "Je onthoudt God de Hem verschuldigde dienst en de Hem toekomende eer. Je verbergt het licht, dat God eens in je hart heeft ontstoken". En hij voegt er waarschuwend aan toe: "Zie toe, dat God het vonkje niet geheel en al uitdooft!" Hij herinnert hem aan het ernstige woord van de Here Jezus over de gesloten deur waaraan zij die de juiste tijd hebben verzuimd, eenmaal tevergeefs zullen aankloppen.

Inderdaad, als wij tot een openlijk belijden geroepen worden, staat ons eeuwig heil op het spel. Als wij uit verkeerde motieven of uit vrees voor onze persoon, uit vrees voor smartelijke mogelijkheden en werkelijkheden ons terugtrekken op een christelijk leven binnen in ons, dat voor iedereen verborgen is, dat zich niet uit, dat niet voor de dag komt, dat elke aanstoot vermijdt, dan lopen wij het allergrootste gevaar, namelijk om ons eeuwig heil te verspelen, dus oneindig veel meer te verliezen dan wat we door ons openlijk belijden aan aardse goederen riskeren. In waarachtige broederlijke liefde schrijft Calvijn aan zijn vriend: "Ik mag je niet ontzien, opdat God je wèl ontzien kan".

Moge het ons gegeven worden en mogen wij het ons laten geven, dat wij hetgeen we met het hart geloven ook met de mond belijden!

Dit artikel werd u aangeboden door: Stichting Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1988

Kerkblaadje | 8 Pagina's

Onze roeping om christus openlijk te belijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1988

Kerkblaadje | 8 Pagina's