Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Inwoners en vreemdelingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Inwoners en vreemdelingen

GELIEFDEN, IK VERMAAN U ALS INWONERS EN VREEMDELINGEN (…) 1 PETRUS 2:11A

7 minuten leestijd

De apostel Petrus richt zich in deze brief tot christenen in vijf Romeinse provincies (1:1). Het zijn waarschijnlijk eerder heidenen geweest die met God en Zijn geboden geen rekening hielden, maar zich over hadden gegeven aan dat wat de wereld hen te bieden had (4:2- 3). Door Gods genade is dat echter anders geworden! (1:3) In Zijn verkiezende liefde werd hen het evangelie verkondigd, waarbij hun hart en leven tot verandering is gekomen.

Dat blijkt wel uit de woorden van deze meditatie. De apostel herinnert deze gelovigen er aan wat zij door genade zijn geworden: ‘inwoners’ en ‘vreemdelingen’. Letterlijk vertaald gaat het om ‘ballingen, vreemden’ en ‘voorbijgangers, pelgrims’. Ja, de apostel wil deze gelovigen eraan herinneren dat zij op deze vergankelijke wereld niet anders dan pelgrims zijn. Ze zijn op weg naar het Vaderhuis met de vele woningen, dat om Christus’ wil ook hun Vaderhuis genoemd mag worden. En zolang dat beloofde land nog niet bereikt is, zijn de gelovigen van Christus op doorreis. Ze zijn en voelen zich niet langer thuis in de tegenwoordige wereld. Daarom worden het inwoners en vreemdelingen genoemd. Het zijn net mensen die gebruik maken van een tijdelijke woning. Ze verblijven er maar even en gebruiken het als tijdelijke verblijfsplaats. Ze nemen eventuele ongemakken voor lief, omdat ze weten: ‘we zijn hier toch maar even’.

Geliefde lezer(es): ons wordt hierin een spiegel voorgehouden. Kan nu ook van ons worden gezegd dat we inwoners en vreemdelingen zijn? Omdat wij door Gods genade uit de duisternis tot Christus zijn getrokken? Omdat onze ogen voor onze zonde en schuld zijn geopend? Omdat we geen andere weg meer konden bewandelen dan de weg tot de Borg en Middelaar? Ja, als we in Hem het leven hebben gevonden, dan krijgen we, in plaats van de eeuwige ondergang, het zicht op het eeuwige leven. Dan weten we ons in de wereld zonder God, niet langer thuis. Dan is er een Vaderhuis dat door Christus voor ons is geopend. En omdat ons hart tot verandering komt, begint ook ons leven te veranderen. In plaats van het zilver en goud, wordt het bloed van Jezus Christus ons kostbaar (1:18-19). Dan worden we vreemden en pelgrims in een wereld die voorbijgaat.

Maar als we dan vreemden en pelgrims zijn geworden, dan hebben we daar ook wel naar te leven. Het gaat namelijk niet goed als pelgrims op hun pelgrimsreis de tentpinnen te diep in de grond gaan slaan. Als ze, door zwakheid en ongeloof, met de wereld beginnen mee te leven. Dat is nu juist de zorg van de apostel Petrus. Daarom wil hij deze christenen in liefde vermanen en hen aansporen om zich ‘te onthouden van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel’ (v. 11b). Daarom wil Hij hen aanspreken om ook werkelijk als pelgrims en vreemdelingen te le-ven en zich te gedragen. Om niet heimelijk met de opvattingen en gedachten van de wereld mee te willen doen. Hoe dat kan? Door een nauw en afhankelijk leven te kennen met Hem, die Zijn leerlingen voorgaat in hun levensreis. Om zo Zijn voetstappen na te volgen in de pelgrimsreis die afgelegd moet worden (v. 21). Ziende op Hem kunnen pelgrims en vreemdelingen hun reis voortzetten. Om in alles het oog op Hem te houden. Nee, niet vanuit eigen kracht, maar uit Gods genade.

Mogelijk moeten we nu belijden geen inwoner en vreemdeling te zijn. Omdat Gods genade in ons leven ontbreekt. Dan is het voor u en jou nog niet te laat. De Heere gaat nog door met het zoeken en zalig maken van verloren zondaren. Tot Hem mag onze roep dan uitgaan, opdat Hij van ons een inwoner en vreemdeling zou maken en het zicht op het Vaderland gekend zou worden.


Hardinxveld-Giessendam, B.D. Bouman, v.d.m.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

Kerkblad | 24 Pagina's

Inwoners en vreemdelingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken