Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schriftuurlijk-bevindelijke prediking (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schriftuurlijk-bevindelijke prediking (1)

11 minuten leestijd

Wanneer Jezus Zichzelf aanwijst als het Brood van de hemel, dan zegt Hij: ‘De woorden die Ik tot u spreek zijn geest en leven’ (Joh. 6:63). Het ontvangen (eten) van Jezus’ woord is dan ook een geestelijk werk. Gelukkig zijn Zijn woorden ook leven en levenwekkend. Wat Jezus zegt over Zijn woorden kunnen we overigens op heel het Woord toepassen. Paulus noemt het Woord van God theophneustos (2 Tim. 3:16), dat is vol van de adem van God. Die adem van God doet ons denken aan de schepping van Adam en als het Woord van God de adem van God wordt genoemd, dan mogen wij daaruit leren dat God Zijn Woord gebruikt in de herschepping van de dode zondaar. Zoals Adam een levende ziel is geworden door de adem van God (Gen. 2:7), zo wordt een dode zondaar een levende ziel door de adem van het Woord van God. Dat is een machtig wonder. Als wij dit geloven van de Schrift, dan moeten we tevens zeggen dat het Woord van God van zichzelf bevindelijk is. Wie het Woord van God als een adem des levens heeft leren kennen, kent de kracht van die adem des Geestes bij ondervinding.

Wie het Woord van God preekt, preekt ook bevindelijk of hij preekt het Woord niet. Tegelijkertijd betekent dit dat de Bijbels-bevindelijke prediking alleen daar gevonden wordt, waar het Woord uitgelegd en toegepast wordt overeenkomstig datzelfde Woord. Eigenlijk zouden we de uitdrukking Schriftuurlijk-bevindelijke prediking niet nodig moeten hebben. Schriftuurlijke prediking is bevindelijke prediking. Er bestaat ook zoiets als mystiek-bevindelijke prediking. Wat dat zou kunnen zijn, mag de lezer zelf overwegen. Het heeft alles te maken met bevindingen buiten of tegen het Woord. Ik ben er allergisch voor. Er wordt nogal eens gewezen op de volgorde van de woorden Schriftuurlijk en bevindelijk. De bevinding, of zoals u wilt, de geloofsbeleving die aan de gemeente wordt voorgehouden, moet uit de Schrift zelf opkomen. Dus, eerst de uitleg van de Schrift en dan de toepassing. In ieder geval moet de gemeente kunnen merken dat de toepassingen die gemaakt worden, opkomen uit de exegese van het Schriftgedeelte dat aan de orde is. Daarmee is lang niet alles gezegd. Wat is Schriftuurlijk-bevindelijke prediking?

Beschrijvend

Er zijn predikers die bevreesd zijn hun hoorders voor te houden hoe de Heilige Geest werkt. Je moet niet vertellen hoe een mens bekeerd moet worden, maar dat hij het moet worden. Je moet niet vertellen hoe de Heilige Geest werkt, maar dat Hij werkt. Is deze gedachte Bijbels? Beslist niet.

Riep Christus alleen op tot bekering, of preekte Hij ook hoe de bekering gewerkt wordt door de Heilige Geest? Zegt het Woord alleen dat de Heilige Geest werkt of ook hoe de Heilige Geest werkt? Heeft Christus niet uitvoerig gesproken over de bekering door middel van gelijkenissen? Denk aan de gelijkenis van de verloren penning, het verloren schaap en de verloren zoon (Lukas 15). Heeft Hij het wonder ervan niet gepreekt? In Johannes 5:25 zegt Hij dat doden Zijn stem zullen horen en tot leven komen. Heeft Christus de verkiezende liefde van de Vader achter gehouden in de prediking? Nee, Hij preekte de verkiezing en de trekkende liefde van de Vader voor degenen die Hem gegeven zijn (Joh. 6:37-40). Ook de noodzaak van ellendekennis mag niet achterwege blijven in de prediking van het Woord. Christus heeft de wet zeer scherp gepredikt en op Zichzelf gewezen als de enige Leraar en Profeet, Die de Wet Gods echt verstaat en kan uitleggen (Matth. 5:17-48). Als de volmaakte Wetsleraar zei Hij in de Bergrede (bij herhaling): ‘De ouden hebben gezegd (…), maar IK zeg u.’ De profeten konden nooit zeggen ‘IK zeg u’, maar zeiden ‘Alzo zegt de HEERE’. Christus heeft echter als de allerhoogste Profeet de Wet in Zijn verdoemende kracht gepredikt en alle eigengerechtige godsdienst het oordeel aangezegd. Kennen wij Christus’ wetsonderwijs ook in zijn verdoemende kracht? Hoeveel gelijkenissen heeft Hij niet uitgesproken om alle eigengerechtigheid te ontmaskeren? Denk aan de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar in de tempel en aan het antwoord op de vraag van een wetgeleerde, namelijk de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Luk. 10:25-37). Door middel van die gelijkenis nam Christus de wetgeleerde alles af wat hij meende te bezitten (verg. Matth. 13:10-12).

De prediking moet naar het voorbeeld van de grote Prediker appellerend zijn, maar niet alleen appellerend. In de prediking behoort het werk van de Heilige Geest gepredikt te worden. Hij vervult met Wijsheid (Ex. 28:3), Hij maakt levend (Joh. 6:63), Hij woont in een mens (Rom. 8:9; Jak. 4:5), Hij komt Gods kinderen te hulp in het bidden (Rom. 8:26), Hij wordt uitgestort door Christus (Spr. 1:23, Hand. 2:33), Hij werkt blijdschap (1 Thess. 1:6), geeft woorden aan hen die voor rechters gedaagd worden of in de synagoge verantwoording moeten afleggen (Luk. 12:12), Hij leert en leidt in de waarheid (Joh. 14:26), Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16:8) en het is door Hem alleen dat iemand kan belijden dat Jezus de Heere is (1 Kor. 12:3) en we lezen dat Zijn vertroostingen vermenigvuldigd werden in geheel Judea, Galilea en Samaria (Hand. 9:31). Als het werk van de Heilige Geest wordt omschreven en wij willen het niet preken, dan doen we tekort aan de Schrift.

Geestelijke zintuigen

Jezus’ woorden zijn geest en leven. Zij worden dan ook op een geestelijke wijze ontvangen. Daarom lezen we in de Bijbel welke geestelijke vaardigheden gekend worden door de gelovigen. Er is een geestelijk (uit)zien (Hebr. 11:27). Er is een geestelijk horen (gehoorzaamheid) zo leert Jezus (Mat. 13:9 e.a.). Vrede is niet louter een begrip dat op basis van een godsdienstig rekenwerk wordt toegeëigend, maar wordt in het hart uitgestort en gevoeld (Rom. 5:1,5; Fil. 4:7).

Psalm 34:9 roept de kerk van het Oude en Nieuwe Testament op om te smaken en te proeven dat de HEERE goed is (1 Petr. 2:2-3). Dat Woord van God is zoeter en beter dan honing (Ps. 119:103). De bruid van Christus roemt de vrucht van haar Bruidegom (Hoogl. 2:3; 5:1). De Bijbel spreekt zelfs van een geestelijk reukvermogen, want er gaat een lieflijke reuk van Christus en Zijn dienaren uit (2 Kor. 2:15; Hoogl.

1:3,12; Joh. 12; 1 Kor. 2). Deze genoemde geestelijke vermogens of zintuigen laten zien dat het Woord bevindelijk is en als zodanig gekend moet worden.

Dat Gods Woord in zichzelf bevindelijk is, mag duidelijk zijn. Predikers hoeven niet bevreesd te zijn om vanuit de Schrift, naar aanleiding van de exegese ervan, toepassingen te maken naar heel de mens, ook het hart.

De volgende keer meer.

Achterberg, ds. M. van Sligtenhorst

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 2020

Kerkblad | 24 Pagina's

Schriftuurlijk-bevindelijke prediking (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 2020

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken