Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoofdstuk 3: Gods eeuwig besluit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoofdstuk 3: Gods eeuwig besluit

13 minuten leestijd

Dordt en Westminster

De Dordtse Leerregels stonden in 2018-2019 (400 jaar na de Dordtse Synode) volop in de belangstelling. Misschien heeft u ze daardoor ook weer iets scherper op uw netvlies. Als u vervolgens hoofdstuk 3 van de Westminster Confessie zou lezen, zou u verrast zijn. Daar is in acht artikelen in een notendop verwoord wat de kern is van de Dordtse Leerregels! Onverkort wordt op de wijze van Dordt beleden dat onze God de verkiezende God is. Dat is best bijzonder als we bedenken dat de Engelse afgevaardigden op de Dordtse Synode niet allemaal even contra-remonstrants dachten. In ieder geval stelden ze zich gematigd op en probeerden ze remonstranten en contra-remonstranten met elkaar te verzoenen. Tussen 1618-1619 (Synode van Dordrecht) en 1643-1649 (Synode van Westminster) was er veel gebeurd in Engeland, waarover u heeft kunnen lezen in het eerste artikel van professor Baars. Mede als gevolg van de politieke verschuivingen waren er in de Westminster Abbey in Londen godgeleerden bijeen die een onverkort calvinistische leer beleden. Ook de semi-remonstrantse leer die in het Franse Saumur door enkele theologen werd ontwikkeld, namen zij niet over. Zij belijden dat God een bepaalde groep mensen van eeuwigheid heeft uitverkoren tot de zaligheid.

God kiest uit

Voordat de verkiezing expliciet aan de orde komt, wordt beleden dat God alles wat er in de wereld gebeurt van eeuwigheid heeft bepaald (3.1). Dat betekent niet dat God alles van tevoren zag. Nee, Hij heeft het zo ‘voorbeschikt’, dat is bepaald (3.2). Ongetwijfeld geeft de Westminster Confessie dit aan vanwege de discussie met de remonstranten, die zich beriepen op Gods ‘vooruitzien’. Dat de Westminstertheologen dat heel anders zien, blijkt wel uit het vervolg. God heeft, zo schrijven ze, ‘bepaalde mensen en engelen uitverkoren tot het eeuwige leven’ (3.3). Niet slechts mensen dus, ook engelen. De tekstverwijzingen hierbij vermelden geen teksten waarin het gaat over de verkiezing van engelen. Men zal dit dan ook hebben afgeleid uit het feit dat God alle dingen van eeuwigheid bepaald heeft. Als het gaat over de verkiezing van mensen, waar de Westminster Confessie natuurlijk vooral op ingaat, benadrukt ze dat God een vast aantal mensen heeft uitverkoren, uitgekozen. ‘Hun aantal is zo vast en definitief dat het niet kan worden vermeerderd, noch verminderd’ (3.4). Bovendien heeft Hij hen ‘ieder in het bijzonder’ aangewezen: Hij verkiest dus geen groep, maar personen. Wie koos Hij uit? We moeten het ons zeker niet zo voorstellen dat God mensen koos van wie Hij wist dat ze zouden gaan geloven. Nee, ‘Hij heeft ze alleen uit vrije genade en liefde uitverkoren tot eeuwige heerlijkheid, zonder vooruitgezien geloof of goede werken, of volharding daarin’ (3.5). God koos geen gelovigen, God koos geen mensen die volharden in het geloof, God koos geen mensen die veel goede werken doen – Hij koos mensen die in Adam zijn gevallen. Hier wordt de remonstrantse visie krachtig van de hand gewezen. Een visie die onder ons ook wel klinkt. Laat ik bij mezelf blijven. Ik herinner me dat ik als puber ook wel even aan mijn ouders dacht uit te leggen hoe het in elkaar zat: ‘Ja, God zag natuurlijk al wie er in Jezus zouden gaan geloven, en die mensen koos Hij uit’. ‘Helemaal fout’, zeiden ze. Terecht! Ongedacht koesterde ik remonstrantse opvattingen… Inmiddels zijn die bij mij gecorrigeerd. En hopelijk mag ook u er helder zicht op hebben dat God verkiest tot het geloof.

In de tijd…

Dat geloof wordt dan ook gewerkt in de harten van de verkorenen. Immers, alle verkorenen zullen in de tijd moeten worden gered. En we worden slechts gered door het geloof in Christus. Als God heeft besloten om je zalig te maken, dan gebeurt dat ook. God heeft namelijk ook ‘alle middelen (…) voorbeschikt’ die nodig zijn om hen zalig te maken. ‘Ze worden ook op Gods tijd door Zijn Geest krachtdadig geroepen tot geloof in Christus, worden gerechtvaardigd, aangenomen tot kinderen, geheiligd en door Zijn kracht bewaard tot zaligheid door het geloof’ (3.6). Hier zie je dat de Westminster Confessie de leer van de verkiezing niet isoleert, op zichzelf laat staan. Wie van eeuwigheid verkoren is, wordt in de tijd door de Heere gebracht tot het geloof in Christus. Het is belangrijk dat de Westminster Confessie dit vermeldt, omdat we anders dreigen vast te lopen in een abstracte verkiezingsleer. ‘Je moet uitverkoren zijn… Ben ik het? Ben ik het niet? Ik weet het niet…’ Wat wordt er mee geworsteld. Misschien wel omdat de verkiezing te veel wordt losgemaakt van de andere schakels in de orde van het heil. Laten we beseffen dat je kunt weten dat je van eeuwigheid bent uitverkoren. Wie door Christus is verlost, wie tot kind van God is aangenomen, is uitverkoren. Dan mogen we meejubelen met Paulus: ‘Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus. Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld’ (Ef. 1:3-4a).

God gaat voorbij

Toch kan niet iedereen dat lied meezingen. Niet iedereen weet zich in Christus gezegend! Hoe komt dat? Waarom deelt niet iedereen in het heil? Nee, niet God is daarvan de schuld. Het is omdat veel mensen Christus verwerpen en zich niet bekeren. En ja, ook die schaduwzijde van de verkiezing heeft een plek in Gods eeuwige plannen. Want niets gaat buiten Hem om. De Westminster Confessie draait er niet omheen: ‘anderen [zijn] voorbestemd tot de eeuwige dood’ (3.3). Wat ze daarmee bedoelt, legt ze in artikel 7 uit. En let dan op het woord ‘voorbijgaan’: ‘Het heeft God behaagd om de rest van het menselijk geslacht voorbij te gaan en hen te beschikken tot oneer en toorn vanwege hun zonden’ (3.7). Hier worden de woorden gewogen, dat merk je. En men kiest dezelfde term als Dordt in 1.15: ‘voorbijgaan’. God kiest niet iedereen. Aan sommigen besluit Hij voorbij te gaan. Hen laat Hij liggen in hun verlorenheid. En dat is eerlijk. Hoewel niet te bevatten! ‘Dit heeft Hij gedaan volgens de onnaspeurlijke raad van Zijn wil, waarin Hij naar Zijn welbehagen genade bewijst of onthoudt’ (3.7). Ja, hier past ons voorzichtigheid. En tegelijk beslistheid, want het is Bijbels. Ik denk aan Romeinen 9, waar Paulus God vergelijkt met een pottenbakker, die ook vaten ‘ter onere’ maakt (vers 21). Ook Petrus wist ervan. Er zijn mensen, schrijft hij, die zich stoten aan het Woord, ‘ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn’ (1 Petr. 2:8).

Wijsheid en voorzichtigheid

Als deze moeilijke teksten langskomen, beseffen we dat een onjuist verstaan hiervan veel pastorale problemen geeft. Dat geldt trouwens voor de hele verkiezingsleer. De opstellers van de Westminster Confessie beseften dat terdege. Kijk maar hoe prachtig pastoraal het laatste artikel van dit hoofdstuk begint: ‘Met de leer van dit verheven mysterie van de uitverkiezing moet men met de grootst mogelijke wijsheid en voorzichtigheid omgaan’ (3.8). De uitverkiezing is een mysterie, een geheimenis. Weliswaar geopenbaard, maar voor ons menselijk verstand niet te doorgronden! Hier past ons wijsheid en voorzichtigheid. Dat het gevaarlijk is om ons te richten op de ‘verborgen dingen’ (de verkiezing) en de ‘geopenbaarde’ te vergeten, klinkt door in het vervolg: ‘opdat mensen die acht slaan op de wil van God zoals die geopenbaard is in Zijn Woord en daaraan gehoorzaam zijn, door de vastheid van hun krachtdadige roeping verzekerd worden van hun eeuwige verkiezing’. Oftewel: verlangt u ernaar te weten verkoren te zijn? Sla dan acht op het geopenbaarde Woord van God en gehoorzaam dat. ‘Zo zal deze leer aanleiding geven tot verheerlijking, verering en bewondering van God, en nederigheid, ijver en overvloedige troost opwekken bij allen die oprecht gehoorzaam zijn aan het Evangelie’ (3.8). Zó zult u met Paulus en het immense hemelse koor Gods loutere genade bezingen!

Nieuwe-Tonge, ds. T.A. Bakker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2020

Kerkblad | 24 Pagina's

Hoofdstuk 3: Gods eeuwig besluit

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2020

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken