Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Obadja

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Obadja

21 minuten leestijd

Zingen: Psalm 25:3,6Psalm 26: 11Psalm 27:7Psalm 33: 5, 6Psalm 34: 6Psalm 63: 1, 3Psalm 71: 12,, 13Psalm 103: 3Psalm 118: 4Psalm 119: 5Lezen 1 Koningen 18: 1-16Kerntekst'Ik, uw knecht, nu vrees de Heere van mijn jonkheid af'(1 Koningen 18: 12b).

Wat is het warm! De zon staat hoog aan de lucht. Geen wolkje is er te zien en er is weinig schaduw. De straten van Samaria zijn bijna helemaal verlaten. De meeste mensen rusten. Sommigen zitten in de schaduw van hun huis. Af en toe vallen hun ogen dicht. Als er wat mannen voorbij komen, kijken ze even op, maar blijven zitten. Al snel vallen ze in een diepere slaap. De mannen verdwijnen in de richting van de stadspoort. De hitte hangt in de stad.

Wat is het droog! Nergens is er water te zien. De grond is gebarsten. Het stof dwarrelt op als de mannen verder lopen, de stad uit. Ze zijn de droogte wel gewend. Al een paar jaar heeft het niet meer geregend. De takken zijn kaal. Groeien doet er bijna niets. Wat kan er nu groeien zonder water? De bomen en de planten hebben water nodig, maar ook de mensen en de dieren. Niets en niemand overleeft een lange periode van droogte. En er is geen water! De droogte heeft het land, de mensen en de dieren in zijn macht.

Stil gaan de mannen verder. Snel gaat het niet. Daarvoor is het te heet. Bovendien, ze nemen de tijd om goed om zich heen te kijken. Misschien dat ze ergens nog wat groene plantjes kunnen vinden. Daar zoeken ze naar. Als er iets groeit, moet er ook water in de buurt zijn. Dat is hun doel: voedsel en water vinden. Langzaam gaan ze verder. De hitte drukt. De droogte is bijna voelbaar.

Twee mannen gaan voorop. Zij zijn de leiders. Die ene man is koning Achab. De koning...? Is de koning zélf op zoek naar voedsel en water? Dan moet de nood wel hoog zijn! De man die naast de koning rijdt, is Obadja, zijn hofmeester. Achab kijkt eens opzij naar de man die zorgt voor zijn huishouding. Altijd doet Obadja zijn werk goed. Achab vertrouwt hem volledig. Daarom heeft hij Obadja ook meegenomen op deze tocht.

Opeens zegt Achab: "Obadja, laten we niet bij elkaar blijven. Ga jij die kant op, dan zal ik de andere kant nemen. Misschien vinden we dan wel wat." Obadja gehoorzaamt. Na een korte groet gaan ze. De stilte, de warmte en de droogte lijken nog sterker te worden. Obadja gaat langzaam verder. Hij is in gedachten verdiept. Af en toe kijkt hij om zich heen. Geen groen te zien? Nergens water? Dan denkt hij weer verder.

Is het echt alweer een paar jaar geleden dat deze droogte begonnen is? Obadja heeft gehoord dat Elia, de profeet van God, het tegen de koning gezegd heeft: "Er zal geen regen of dauw zijn tenzij dat ik het zeg!" En dat is gebeurd! Geen druppel is er meer gevallen! Zelfs 's morgens is er geen dauw te ontdekken. Langzaam is het land uitgedroogd. Zelfs de kleinste stroompjes verdwenen tenslotte. En nu..? De mensen hebben nog maar net genoeg water om zichzelf in leven te houden. De dieren kunnen ook niet drinken zoveel als ze willen. En het land? Obadja kijkt om zich heen. Dor, droog en doods ligt het daar. Dan kijkt hij naar de lucht. Geen wolkje te zien? Nee, niets. En eigenlijk verwacht hij dat ook niet. De Héére heeft gesproken.

Weer kijkt Obadja naar de lucht. Die is strak en blauw. Maar daar ziet Obadja nu doorheen. Want daarboven woont de Heere, zijn God. Obadja heeft de Heere lief. Wat is de Heere goed voor hem! Zou hij niet gebeden hebben: Heere, geef dat Achab en al de Israëlieten U ook zó mogen kennen. Wat zou het een wonder zijn als ze hun knieën zouden buigen voor U en hun zonden belijden. Geef dat ze zich bekeren tot U. Obadja weet hoe goed het is om de Heere te dienen. En daarom wil hij graag dat alle mensen de Heere liefhebben.

Opeens schrikt hij op uit zijn gedachten. Wat is dat? Daar staat een man voor hem, midden op de weg. Obadja kijkt nog eens en herkent hem: Elia! De profeet! Achab heeft al heel lang naar hem laten zoeken, maar heeft hem niet gevonden. En nu staat hij hier! Zonder aarzelen laat Obadja zich op de grond vallen en buigt diep voor Elia. Hij zegt: "Bent u het, Elia?" Hij kan het nauwelijks geloven. De profeet staat hier gewoon voor hem! Maar Elia geeft hem niet veel tijd om daarover verbaasd te zijn. Hij zegt tegen Obadja: "Ja, ik ben het. Ga terug naar uw heer en zeg hem: Zie, Elia is hier."

Weer schrikt Obadja. Wat? Moet hij naar Achab om te zeggen dat Elia hier is'.' Maar als hij dan straks met de koning terug komt en Elia is verdwenen? Dan zal Achab woedend zijn op Obadja. Misschien zal hij hem wel laten doden! Nee, dat durft Obadja niet. Hij zegt tegen Elia: "Wat heb ik verkeerd gedaan? Straks bent u hier niet meer als Achab en ik hier terugkomen. En dan zal Achab mij doden. Overal heeft de koning naar LI laten zoeken. Zelfs in de landen om Israël heen. Achab heeft de andere koningen laten zweren dat u niet bij hen in het land was!" Weer denkt Obadja aan de woede van Achab. En dan zegt hij tegen Elia: "Ik heb de Heere mijn hele leven al gediend. Toen ik nog maar een jongen was had ik de Heere al lief."

Dat is wat! De Heere al liefhebben als je nog jong bent. Dat is de grootste zegen die je kunt krijgen. Als je de Heere dient, dan haat je de zonde. Als je de Heere liefhebt, zal dat voor veel zonden bewaren. De Heere zegt: "Mijn zoon, geef Mij je hart!" Weet je wat dat betekent? Dat betekent datje met je hele leven wilt laten zien datje de geboden van de Heere wilt houden omdat je Hem liefhebt. Dat betekent datje steeds weer tot de Heere bidt en zegt: "Heere, ik heb gezondigd, wilt U mij om Jezus' wil vergeven?" Het betekent datje, bij alles watje doet, de Heere nodig hebt en Hem vraagt wat Zijn wil is. Is dat ook jouw leven? Kun je niet zonder de Heere leven?

Obadja kan dat niet. Hij heeft de Heere al van jongsaf aan hartelijk lief. Dat zegt hij ook tegen Elia. Maar hij is ook bang voor het leven van andere mensen die God dienen. Ook dat zegt hij: "Hebt u niet gehoord, Elia, hoe ik honderd profeten gered heb uit de handen van Izebel? Als ik nu zo om moet komen, wie zorgt er dan voor die profeten? Izebel zal ze laten doden!"

Izebel is de koningin. Ze is getrouwd met Achab, de koning van Israël. Ze wil dat heel het volk Israël Baal dient. En Achab durft haar niet tegen te houden. Maar Izebel maakt zich verschrikkelijk boos over die eigenwijze profeten, die zeggen dat ze de enige God van Israël dienen en die niet willen buigen voor haar Baal! Woedend maakt ze zich.

En dan krijgt ze een idee. Een verschrikkelijk idee. Ze geeft haar bevel: "Dood al de profeten van de God van Israël!" En daar gaan haar onderdanen al. Izebel heeft een bevel gegeven! Alle profeten van God moeten gedood worden. Izebel heeft het gezegd!

In het paleis van Achab heeft het bevel ook de ronde gedaan. Obadja hoort ervan en beeft. Wat nu? Moet dat zomaar gebeuren? Nee, dat kan niet. In zijn hart bidt hij tot God. "Heere, help me!" Hij heeft al veel meegemaakt aan het hof van Achab. Obadja dient de Heere. Zijn naam betekent ook 'knecht van de Heere'. En dat wil Obadja ook zijn. Maar gemakkelijk is dat niet in het paleis waar Baal volop gediend wordt.

Weetje hoe het komt dat Obadja wel de Heere kan dienen? Dat kan alleen omdat de ware Knecht des Heeren, de Heere Jezus, Zijn hele leven gehoorzaam geweest is aan de wil van Zijn Hemelse Vader. Door Hém is ook Obadja 'knecht van de Heere', ja, kind van de Heere, vanaf zijn jeugd. Omdat de Heere Jezus als de lijdende Knecht des Heeren de zonden heeft verzoend, kunnen zondaren zalig worden. Alleen omdat de Heere Jezus altijd zonder zonde heeft geleefd, mag jij het vragen: 'Wilt U mijn zonden vergeven, om Jezus' wil?'

Daar gaat de hofmeester van Achab. Obadja kan de profeten des Heeren niet laten doden terwijl hij zelf veilig in het paleis blijft. Daarvoor houdt hij teveel van de Heere. Daarvoor houdt hij ook teveel van Gods knechten. Izebel doet haar best om de profeten uit te roeien. Obadja spant zich in om hen te redden.

"Snel, geef het door aan alle profeten: Izebel wil jullie allemaal laten doden. Ga naar de spelonk die Obadja aangewezen heeft, daar ben je misschien nog veilig. Kom snel!" De ene na de andere profeet hoort het. Anderen niet en... ze worden gedood. Weer anderen horen het te laat. Niemand van de profeten is veilig. Niemand, behalve de honderd profeten die zich verstopt hebben in twee spelonken. Obadja heeft hun de weg gewezen. Wat krijgt hij het nu druk! Hij moet zorgen voor honderd mannen. Maar hij doet het met dankbaarheid in zijn hart. Ook met verdriet. Er zijn veel profeten gedood. Maar deze mannen zijn bewaard!

Al die gebeurtenissen schieten door Obadja's gedachten als hij vóór Elia op de grond ligt. Hij weet het wel: toen was hij heel moedig. Met gevaar voor eigen leven heeft hij toen honderd profeten gered. En nu? Nu is hij bang! Hij zegt tegen Elia: "En nu zegt u dat ik mijn heer, koning Achab, moet gaan vertellen dat u hier bent, zodat hij mij zou doden!" Obadja is bang. Obadja is kleingelovig. Hij denkt alleen maar aan Achab en niet aan de Heere, zijn God.

Elia begrijpt wel waarom Obadja bang is. Toch moet Obadja doen wat hij zegt. Hij spreekt Obadja moed in. Hij gaat het niet hebben over Achab, de aardse koning, maar over de Heere, de hemelse Koning! Hij zegt: "Zo waarachtig als de Heere der heirscharen leeft, ik zal mij vandaag aan Achab laten zien!" Als Obadja hoort dat Elia zweert bij de God van Israël, weet hij dat het echt waar is. Hij voelt zich weer sterk worden. Nu is Obadja niet meer bang voor Achab. Nu gelooft hij het weer. de Heere zal helpen! Elia zal hier wachten tot hij Achab gehaald zal hebben. Gehoorzaam staat hij op en gaat op weg naar de koning.

Nog steeds is het heet en droog en is er geen water te zien. Al een paar jaar heeft het niet geregend. De droogte heeft het land, de mensen en de dieren in zijn macht. Maar toch gelooft Obadja dat het nu snel anders zal worden. Achab zal Elia ontmoeten en de Héére zal weer regen geven. Dan zal alles weer gaan groeien. De Héére zal alles nieuw maken.

Eenmaal zullen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde er zijn. Dat heeft de Heere beloofd. Daar zal nooit droogte zijn, want er stroomt een zuivere rivier van het water des levens. De bomen geven elke maand hun vrucht. Daar is alles volmaakt. Daar zal Obadja nooit meer bang en kleingelovig zijn. Daar zal hij altijd bij de Heere zijn. Zou je daar niet naar verlangen? Zoek de Heere nu je nog jong bent. Belijd Hem je zonden, vraag om vergeving van je ongeloof. Wat een zegen als je het Obadja mag nazeggen: "Ik nu vrees de Heere van mijn jonkheid af."

Ter inleiding

Dit is het eerste nummer van de nieuwe jaargang. Hopelijk staan de schetsen op het programma voor de verenigingsavonden. Aan het begin van D.V. een nieuw seizoen wordt nogal eens gekozen voor een 'appèlschets'. Jongeren worden opgeroepen de Heere te zoeken. Hem alleen te dienen en te vrezen.

Obadja is hierin een voorbeeld. Hij mocht door genade zeggen: "Ik, uw knecht, nu vrees de Heere van mijn jonkheid af.' Obadja was niet alleen een knecht van Elia, bovenal van de Heere. Ook Spurgeon is al jong een knecht van de Heere. God heeft hem gebruik als middel in Zijn hand om zondaren tot Zich te trekken. Geve de Heere dat deze schetsen kinderen en leidinggevenden jaloers mogen maken op het leven van deze jongelingen met de Heere.

Namens de commissie Mivo -12,

Marianne Sollie

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 2001

Mivo -12 | 28 Pagina's

Obadja

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 september 2001

Mivo -12 | 28 Pagina's

PDF Bekijken