Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Esther - Gods redding voor Israël

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Esther - Gods redding voor Israël

24 minuten leestijd

Lezen: Est her 7Zingen: Psalm 30: 4, 8Psalm 74: 10, 11, 18, 21Psalm 118:5, 6Psalm 21: 4Psalm 27: 1Psalm 33: 5, 6Psalm 138: 4Psalm 126: 2Kerntekst: Esther 7: 3bToen antwoordde de koningin Esther en zeide: "Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven om mijner bede wil, en mijn volk om mijn verzoeks wil."

Het is nacht. De meeste mensen slapen. Maar in Susan zijn verschillende mensen wakker. Ze hebben zóveel om over na te denken.

Sommigen zijn bang, anderen verheugen zich. Haman bijvoorbeeld. Hij verheugt zich over de maaltijd die hij gehad heeft met de koning en de koningin. En morgen mag hij weer komen, heeft de koningin gezegd! Je kunt wel zien dat hij de vriend van de koning is. Als hij over straat gaat, buigt iedereen voor hem. O nee, niet iedereen. Mordechai de Jood niet. Maar ook dat zal niet lang meer duren. De galg staat al klaar. Vijfentwintig meter hoog. Nog even en Mordechai zal hem niet meer ergeren. Sterker nog, het hele volk van Mordechai zal sterven omdat hij, Haman, dat wil!

Als het nog maar net licht geworden is, gaat Haman al naar het paleis. Nu zal hij zo snel mogelijk de koning toestemming vragen om Mordechai aan de galg te hangen. Als hij dan weer naar de maaltijd met de koningin mag, zal zijn plezier niet door Mordechai worden vergald. Mordechai kan ook niet rustig slapen. Net als de andere Joden in Susan. Hoe moet dat nu gaan? Haman is van plan alle Joden te laten ombrengen. De boodschappers zijn al de landschappen door gestuurd met die vreselijke wet. Zal God dan Zijn genade vergeten? Nooit meer van ontferming weten? Hoe moet het dan met de belofte voor de Joden? De belofte dat de Messias komen zal? Mordechai bidt. De Heere alleen kan nog redding geven.

In het paleis ligt ook koning Ahasveros wakker. Waar zal hij aan denken? Om en om woelt hij. Wat duurt de nacht lang. Nee, slapen kan hij niet. Zijn gedachten gaan maar door. Wacht, hij zal een dienaar roepen. Die kan hem voorlezen. Dan worden zijn gedachten wat afgeleid. De dienaar komt en leest voor uit de kronieken van koning Ahasveros. Alles wat er gebeurt op Susan en in de rest van het grote rijk van Ahasveros, wordt daarin opgeschreven. Hoor eens wat de dienaar leest, juist in deze nacht: hij leest over Mordechai, die een samenzwering tegen de koning heeft weten te voorkomen. Nee, het is niet toevallig dat de dienaar dit leest. Het is Gods plan, waardoor Hij Zijn volk zal redden.

"Stop!" zegt Ahasveros. "Welke beloning heeft Mordechai daarvoor gekregen? Hij heeft mijn leven gered! Hij is toch wel rijk beloond?" "Nee koning, Mordechai heeft niets gekregen." "Dan moet dat direct in orde gemaakt worden. Iemand die het leven van de koning redt, verdient het om beloond te worden, ledereen moet dat weten. Maar wat zal ik Mordechai geven? Wie kan me helpen om een mooie beloning te bedenken? Ga eens kijken in het voorhof. Is daar iemand die mij raad kan geven?"

Als de dienaar in het voorhof komt, vindt hij daar Haman. "De koning laat u roepen." zegt hij tegen Haman. Snel loopt Haman met de dienaar mee. "Haman, vertel mij eens, wat zal ik geven aan de man in wiens eer ik een welbehagen heb? Ik wil iemand eren en ik wil dat iedereen in Susan dat kan zien. Hoe zal ik dat eens doen?" Hamans ogen beginnen te glinsteren. Dat gaat over hem! Dat kan toch niet anders? Wie is nu de grootste vriend van de koning? Wie draagt zijn zegelring? Wie mag mee naar de maaltijd met koningin Esther? Hij, Haman! En nu wil de koning hem verrassen. Nou, hij zal eens aan heel Susan laten zien wie na de koning het belangrijkste Is In het koninkrijk van Ahasveros! "Koning, de man die u eer wilt geven, zal men het koninklijke kleed aantrekken en men zal hem laten rijden op uw koninklijke rijdier en men moet hem uw koninklijke kroon op zijn hoofd zetten. Voor hem uit moet een belangrijke raadsman van de koning gaan die roept: Zo doet men met de man In wiens eer de koning een welbehagen heeft!"

Haman ziet zichzelf al gaan door de straten van Susan. Als een echte koning. Met een raadsman als een omroeper voor zich uit. Prachtig! Ook de koning knikt tevreden. "Ja Haman, dat is een prachtig plan. Zo krijgt die man de eer die hij verdient. Zorg ervoor dat het precies zo gebeurt, zoals )e het net gezegd hebt. De man die de eer krijgt Is Mordechal. En jij zult voor hem uitlopen en roepen."

Even Is het net of Haman de grond onder zijn voeten voelt wegzinken. Watl Mordechal? Zijn vljandl Krijgt die de eer? En moet hij, Haman, voor hem uitlopen? Verschrikkelijk! Wie had dat kunnen denken. O, Haman zag zichzelf al gaan vol trots. Maar hoe Is alles opeens andersl Hij zal gaan vol schande en schaamte.

HIJ durft niets te zeggen. Snel maakt hij een buiging. Bevend fluistert hij: "Ja, Koning." Dan vlucht hij weg bij de koning vandaan. Vol weerzin geeft hij orders. Mordechal wordt gehaald. Hij krijgt de koninklijke kleren en de kroon.

"Mordechal, u moet deze kleren aantrekken en op het paard van de koning gaan zitten. De koning wil u nog belonen dat u zijn leven hebt gered. We gaan een rljtour maken door Susan." En daar gaan ze dan door de straten van Susan. En Haman roept: "Zo zal men doen met de man In wiens eer de koning een welbehagen heeftl" Ja, Haman moet wel. Als hij het niet doet, zal de koning hem straffen. De koning Is streng. Wat hij zegt moet gebeuren. Zelfs Haman moet de koning gehoorzaam zijn. En Mordechal? Verwonderd zit hij op het paard. In zijn hart zingt het. Nee, niet omdat ledereen voor hem buigt. Niet omdat hij de koninklijke eer krijgt. Ook niet omdat Haman zo vernederd wordt en voor hem uitloopt.

Mordechai voelt wat dit betekent. De Heere is Zijn volk niet vergeten. De Heere is begonnen het volk te verlossen uit de hand van Haman. Het duivelse plan zal niet lukken. Nu zal het zeker goed komen.

Eindelijk is de tocht door Susan voorbij.

Mordechai gaat weer aan het werk In de poort. Haman heeft een kleed over zijn hoofd getrokken. Zo onopvallend mogelijk probeert hij door de straten van Susan naar zijn huis te gaan. Hoe anders is het opeens geworden. Vanmorgen nog liep hij fier en trots door de straten, oplettend of ledereen hem wel zag en voor hem boog. Nu hoopt hij maar dat niemand hem ziet. Vreselijk, wat schaamt hij zich.

Thuis wachten zijn vrouw Zeres en zijn vrienden hem op. Zij hebben gehoord wat er gebeurd is. Bezorgd kijken ze Haman aan. Ook zij beseffen dat dit van God Is. Dat dit het teken Is dat God voor de Joden zal zorgen. Dat Haman zal verliezen. "Als deze Mordechai een Jood Is, zul je niet van hem kunnen winnen, maar Je zult voor zijn aangezicht vallen."

Veel tijd om zich te beklagen krijgt Haman niet. Er wordt op de deur geklopt. De dienaars van de koning. "Wij komen Haman halen. Het Is tijd voor de maaltijd bi) koningin Esther!"

De glans Is er voor Haman al helemaal af. Maar weigeren Is onmogelijk. Met hangend hoofd gaat hij mee. Hoe anders Is alles geworden.

"Wat Is uw bede koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat Is uw verzoek? het zal geschieden, ook tot de helft van mijn konlnkrljkl" De koning Is in een goede bui. Hij heeft lekker gegeten. Nu Is hl] toch wel benieuwd wat de koningin wil vragen. Het Is vast Iets bijzonders, anders had ze het gisteren wel kunnen vragen. "Indien ik nu genade heb gevonden In uw ogen, o koning, geef mij dan mijn leven en het leven van mijn volk. Want Ik en mijn volk, wij zijn verkocht. Men wil ons verdelgen, doden en ombrengen." De koning schrikt. Dit heeft hij niet verwacht. Is er Iemand die de koningin kwaad wil doen en haar volk wil doden? "Wie Is de man en waar Is hij die zulke plannen heeft?"

Ook Haman kijkt naar Esther. Even vergeet hij zijn eigen zorgen. De koningin doden? Wie is dat van plan? Maar wat gebeurt er nu?

Koningin Esther steekt haar hand uit en zij wijst naar Haman! "Die man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman\"

Voor de tweede keer die dag krijgt Haman een enorme schok.

Het gezicht van de koning vertrekt van woede. Zonder iets te zeggen staat hij op van de tafel en loopt hij naar buiten. Hij heeft frisse lucht nodig, hij moet bijkomen van deze schrik. Zijn vriend en vertrouweling heeft hem op een vreselijke manier bedrogen! Vanmorgen zag hij al iets van de grote ijdelheid en eerzucht van Haman. Maar dit is nog erger! Maar hij zal Haman laten zien dat hij, Ahasveros, de machtigste is, en dat hij Haman helemaal niet nodig heeft.

Haman is radeloos van angst. Maar dat wist hij niet! Hij wist niet dat de koningin ook bij het joodse volk hoort! O zie je wel, zijn vrouw en vrienden hadden gelijk! Alles is ineens tegen hem. Zijn leven is in gevaar! De koning is zó boos!

Bevend staat ook hij op van zijn rustbank. Hij gaat naar de bank waarop de koningin aan tafel ligt. Hij laat zich voor haar op zijn knieën vallen. Tranen stromen over zijn wangen als hij smeekt: "O, vergeef me, ik wist het niet! Doe toch een goed woord voor me bij de koning, dat hij mij niet zal laten doden!" Niets is er over van de hoogmoedige Haman.

Dan komt de koning weer terug. Hij ziet Haman bij de koningin. "Grijpt hem! Hij probeert zelfs de koningin hier in mijn eigen paleis kwaad te doen!" Dienaars snellen toe. Ze grijpen Haman en doen een doek over zijn hoofd. Het is duidelijk. Haman moet sterven.

Een van de dienaars fluistert de koning in zijn oor wat iedereen in Susan al weet. Haman heeft een hoge galg laten maken om Mordechai aan te hangen.

"Hang hem zelf daar aan!" gebiedt de koning. Vanaf dat moment verandert er van alles. Esther krijgt alle bezittingen van Haman. Mordechai wordt de eerste raadsman van de koning. Hij krijgt nu de zegelring.

Opnieuw gaat Esther met een verzoek naar de koning: "O, koning, als ik genade in uw ogen gevonden heb, alstublieft, kan de wet van Haman niet ongedaan gemaakt worden? Mijn volk is nog steeds in gevaar!" Maar nee, onge daan gemaakt worden kan niet. De wet van Haman is een wet van Meden en Perzen. Maar, Mordechai heeft nu de ring van de koning. Hij kan wel een tegenwet maken.

Opnieuw gaan de boodschappers op snelle paarden door de honderd zevenentwintig landschappen. In de wet van Mordechai staat dat de Joden zich op de dertiende dag van de twaalfde maand mogen verdedigen en hun vijanden mogen verdelgen, doden en ombrengen.

Wat een blijdschap en dankbaarheid is er bij de Joden, als ze horen van de nieuwe wet. Wat een angst is er bij vele anderen. Zij horen wat er gebeurd is in Susan. Wat de God van de Joden heeft gedaan. En ze vrezen voor die God. Veel van die mensen bekeren zich tot het jodendom. En dan breekt de dag aan. De dertiende van de twaalfde maand. Velen zijn bevreesd voor de Joden en durven hen geen kwaad te doen.

Toch geeft de duivel zijn plan nog niet op. Er zijn er ook nog velen die de Joden wel aanvallen. Maar zij kunnen voor de Joden niet bestaan. Want de Heere zorgt voor Zijn volk. Koning Ahasveros laat Esther roepen om haar te vertellen hoe het gegaan is met de Joden. Hij zegt: "In Susan hebben de Joden vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman gedood. Zo zal het in de andere landschappen ook wel gegaan zijn. De vijanden van de Joden zijn dus verslagen! Hebt u nog een verzoek, koningin Esther? Het zal u gegeven worden." "O koning, niet alle vijanden van de Joden zijn omgekomen. In Susan zijn nog vele vrienden van Haman. Als ik u nog een verzoek mag doen, laat dan ook morgen de Joden toe te doen zoals vandaag."

En zo gebeurt het. De volgende dag zijn er in de stad Susan weer vijanden die de Joden aanvallen. Maar de Joden mogen zich ook nu verdedigen en doden driehonderd mannen. In de andere delen van het rijk van Ahasveros zijn vijfenzeventig duizend vijanden gedood.

Nog een keer maakt Mordechai een wet. Hierin staat dat iedereen de veertiende of vijftiende dag van de maand Adar voortaan als feestdag moet houden, ieder jaar weer. Om te herdenken wat God voor Zijn volk heeft gedaan. Deze feestdag wordt het Purimfeest genoemd.

Wij vieren dit Purimfeest niet. Het is een feest van de Joden. Maar we kunnen er wel iets van leren. Want de duivel probeert nog steeds mensen bang en verdrietig te maken. Vooral Gods kinderen hebben last van hem. Maar, hoewel de duivel machtig is, hij is de machtigste niet. De Heere kan verdriet veranderen in blijdschap. Dit doet Hij door de Heere Jezus. Het duivelse plan is niet gelukt. De Heere Jezus is wel geboren. Hij kan zondige mensen blijdschap geven, al verdienen ze alleen verdriet door hun zonden. Hij kan zonden vergeven. Vraag jij Hem daar ook om?

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2006

Mivo -12 | 27 Pagina's

Esther - Gods redding voor Israël

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2006

Mivo -12 | 27 Pagina's

PDF Bekijken