Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het lied van Mozes en het Lam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het lied van Mozes en het Lam

25 minuten leestijd

Lezen: Exodus 14:9- 14, 30, 31Exodus 15 : 1 - 6, 20, 21Zingen: Psalm 33:9Psalm 35 : 1Psalm 66 : 1, 3, 6Psalm 68 ; 11, 13Psalm 81 : 1, 2, 7Psalm 106 : 1,6,7Psalm 136 : 1, 13, 14, 15, 21,26 (in beurtzang)Kerntekst: 'Zingt de Heere; want Hij is hoog verheven.' (Exodus 15 : 21 m)

De weg naar het beloofde land, naar Kanaan, ligt open! Egypte ligt achter, de Israëlieten zijn de Rode Zee doorgetrokken en nu... "Zingt de Heere, want Hij is hoog verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!" De vrouwenstemmen klinken helder en blij. "Zingt de Heere!" Het getrommel geeft de maat aan. "Hij is hoog verheven!" De stemmen klinken, de één na de ander. "Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!" Nog eens worden dezelfde woorden gezongen en nóg een keer. Het vrolijke gezang, het getrommel, het handgeklap en het geluid van huppelende en dansende voeten vult de lucht. Wat mooi! De vrouwen bewegen in rijen naar elkaar toe en weer van elkaar weg. "Zingt de Heere!" Eén vrouw gaat voorop. Mirjam, de zus van Aaron. De andere vrouwen volgen haar en om beurten zingen ze in hun rijen het lied. "Hij is hoog verheven." Mozes heeft het lied ingezet, nu zingen de vrouwen het hem na. Het lijkt een echo, steeds weer anderen nemen de woorden over. "Het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee!"

De zee. Die is dichtbij. Af en toe kijken de Israëlieten naar het water van de Rode Zee. Er is niets bijzonders te zien. Eén grote watervlakte. Maar ze weten het heel goed: de Egyptische paarden en hun ruiters zijn in die zee verdronken. Het angstige gehinnik van de paarden klinkt nog in hun oren. In gedachten zien ze nóg de ruiters die wanhopig proberen het water te ontwijken. Wat een vreselijk beeld. De strijdwagens van de Egyptenaars vast in de modder, paniek, geschreeuw, kolkend water en dan... stilte. Nog een enkele schreeuw, nog een hoofd van een paard dat nog eenmaal boven water komt en dan voorgoed verdwijnt... De Rode Zee is een graf geworden voor het Egyptische leger. Er is niets meer van te zien. De achtervolgers van de Israëlieten zijn verdronken. De Heere heeft hen gered! "Zingt de Heere, want Hij is hoog verheven! Het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee!" Het pad door de zee was de redding voor de Israëlieten. Maar voor de Egyptenaars was het een pad naar de dood. Nu zijn ze allemaal weg. Omgekomen in het water van de zee. En ook het pad is weg. Er is alleen nog maar de watervlakte. Vol eerbied en dankbaarheid zingen de Israëlieten hun lied voor de Heere. En met ontzag kijken ze naar Mozes, hun leider, de man van God.

Dat was kort geleden nog anders. Toen ze nog aan de andere kant van de Rode Zee stonden, met hoge bergen aan beide kanten en het Egyptische leger achter hen, moesten ze niet zoveel van hem hebben. De gedachten van de Israëlieten gaan terug.

"Mozes," klinkt het boos, "zijn we daarom uit Egypte gekomen? Nu staan we hier met elkaar en we kunnen niet links, niet rechts en voor ons ligt de Rode Zee! En de Egyptische soldaten komen achter ons aan! Had ons in Egypte gelaten. Nu zullen we nog in deze woestijn omkomen! We wilden de Egyptenaars wel dienen. Dat zou beter geweest zijn dan hier te moeten sterven." Ze zijn bang. Er is geen uitkomst mogelijk. Ze zijn ook boos. En Mozes staat daar als hun aanvoerder. Hij is de schuld van hun ellende. Hij moet voor een oplossing zorgen.

Hoor, Mozes gaat spreken. Zijn stem klinkt vast: "Wees niet bang, vertrouw op de Heere! Het heil, de redding komt van de Heere! Hij zal ervoor zorgen dat we die Egyptenaars nooit meer zullen zien. De Heere zal voor ons strijden, wij mogen toezien! We zullen verder trekken. Dat heeft de Heere mij gezegd. Voorwaarts!" Daar gaan ze. Aarzelend, maar gewend om te gehoorzamen. Ze hebben geen keus. Achter hen de Egyptenaars, links hoge bergen, rechts hoge bergen. En vóór hen? De zee! Hoe moet dat toch? "Voorwaarts! De Héére zal voor ons strijden. Wees stil!" Het water van de Rode Zee schittert hen tegemoet. Dan gebeurt het. Mozes staat stil. Op enkele meters bij hem vandaan kabbelt het water. Achter hem staan de Israëlieten ook stil. ledereen merkt het: hier gaat iets bijzonders gebeuren. Ja, kijk! De wolkkolom, die steeds vóór hen uitgegaan was, gaat nu achter het leger. De glans van de wolkkolom versterkt het licht van de zon. Maar aan de andere kant is het donker. Zo donker dat de Egyptenaren niet dichter bij de Israëlieten kunnen komen. De Héére beschermt Zijn volk.

Maar nu? Daar ligt nog steeds de zee. Nog steeds kunnen de Israëlieten niet verder. Ze kunnen niet terug en ook niet opzij. "Voorwaarts!" had Mozes gezegd. "Vertrouw op de Heere!" Jawel, maar die zee...! Ze kijken naar Mozes. En dan gebeurt er wéér iets wonderlijks. Mozes heft zijn staf op en strekt zijn arm hoog uit. Een krachtige oostenwind steekt op en, de Israëlieten kijken verwonderd toe: het water wordt tegengehouden. Er komt een pad! Dwars door de zee! Dwars door de golven! "Voorwaarts!" klinkt opnieuw de vaste stem van hun leider. Zijn gezicht schittert. Als een rots staat hij daar. De Héére heeft een pad gebaand. Mozes mag Zijn dienaar zijn. Het volk mag toezien. Daar gaan ze, in rijen, rustig maar snel. De hele nacht door lopen de Israëlieten over het pad door de zee naar de overzijde. "De Heere is hóóg verheven!"

De volgende morgen zijn alle Israëlieten aan de andere zijde van de Rode Zee gekomen. Veilig. Door de zee, maar zonder te verdrinken. Zelfs zonder nat te worden. De Heere heeft voor hen gezorgd. Gered van de Egyptenaars. Veilig! Veilig? Of... in het ochtendlicht kijken ze terug naar de zee. Wat zien ze? Wat horen ze? Het pad is er nog. En d44r, nog wel ver weg, maar toch al óp het pad, komen de Egyptenaars! Ze zijn óók het pad opgegaan. En ze gaan véél en véél sneller dan de Israëlieten. De wagens rollen het pad op, de ruiters dringen aan, de soldaten marcheren zo snel ze kunnen. Ze zullen die Israëlieten krijgen, koste wat het kost. Dat slavenvolk moeten ze terugbrengen naar Egypte. "Voorwaarts!" klinkt het ook in het leger van de Egyptenaars.

Dan gebeurt het. Vanuit de wolkkolom kijkt de Heere op de Egyptenaren neer. In de Bijbel staat dat Hij hen 'verschrikte'. De Heere zorgt ervoor dat de wielen van de wagens vast komen te zitten in het natte zand van de zeebodem. De Egyptenaren willen vluchten, terug naar de kant! Maar dan.... Op het woord van de Heere heft Mozes opnieuw zijn staf op en strekt hij weer zijn arm hoog uit. En... het opgehoopte water stort neer. Met donderend geraas stort het zich op de Egyptenaars. "Terug!" wordt er geschreeuwd. Maar dat kan niet. "Terug, de Heere strijdt voor de Israëlieten! Terug!" Tevergeefs. In korte tijd komen alle Egyptenaars om in het water. En de Israëlieten kijken toe. De Heere heeft hen gered. "Het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee!"

Het volk kijkt toe. Had Mozes dat al niet gezegd? De Heere zal voor ons strijden. Wij mogen toezien. De mensen zijn stil. Wat een machtige God is hun Heere. Ze geloven in Hem. En in Mozes, hun leider.

Ook Mozes is vol van verwondering en dankbaarheid. Hij kan niet stil blijven. Hij jubelt het uit: "Ik zal de Heere zingen; want Hij is hoog verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De Heere is mijn Kracht en mijn Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een lieflijke woning maken; Hij is mijns vaders Cod, dies zal ik Hem verheffen! De Heere is een krijgsman; HEERE is Zijn naam!" Mozes zingt zijn lofzang. Hij eert de Heere, zijn Cod. En het volk antwoordt op zijn lied en zingt ook. En dan ook de vrouwen. Zingt de Heere, want Hij is hoog verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!" De vrouwenstemmen klinken helder en blij. "Zingt de Heere!" Het getrommel geeft de maat aan. "Hij is hoog verheven!" De stemmen klinken, de één na de ander. "Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!" Nog eens worden dezelfde woorden gezongen en nóg een keer. Het vrolijke gezang, het getrommel, het handgeklap en het geluid van huppelende en dansende voeten vult de lucht. Wat mooi! De vrouwen bewegen in rijen naar elkaar toe en weer van elkaar weg. "Voorwaarts!" De weg naar het beloofde land, naar Kanaan, ligt open! Het is meer dan veertig jaar later. De Israëlieten zijn bijna in Kanaan. Wat een lange reis is het geweest. Jaren en jaren zijn voorbijgegaan. De tocht door de Rode Zee is zó lang geleden, wie denkt er nog aan? Er zijn zóveel dingen gebeurd. En er zijn zóveel Israëlieten omgekomen in de woestijn. Bijna allemaal. Ze mochten het beloofde land niet in, omdat ze ongehoorzaam zijn geweest aan de Heere. Wat vreselijk! Maar de Heere is goed! Hij zal Zijn volk zéker in het beloofde land brengen. En Mozes? Hij mag Kanaïn óók niet In. Ook hij is ongehoorzaam geweest. Maar hij mag het beloofde land nog wel zten. En daar, bij de grenzen van Kanaïn, aan het einde van zijn leven, zingt Mozes wéér. Opnieuw een lied tot eer van de Heere, zijn Cod. "Ik zal de naam des Heeren uitroepen; geeft onze Cod grootheid. Hij is de Rotssteen, wiens werk volkomen is; Cod is waarheid en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij." Daar staat Mozes, de knecht van Cod. Hij zingt zijn lied en alle Israëlieten horen het. Nu, hier op aarde, zal hij het land Kanaan alleen maar zien. Hij is op reis naar het Hémelse KanaSn. Zijn zonden zijn hem vergeven. De Zoon van God, de Heere Jezus, zou ook voor Mozes de zonde op Zich nemen. Mozes zingt daarvan: "Hij Is de Rotssteen, wiens werk volkomen is."Zó goed is de Heere, dat Hij voor zondaars een weg van verlossing heeft gegeven. Zó genadig is God, dat Hij ook nu nog jou en mij Zijn kind wil maken. Dat kan, omdat Zijn eigen Kind, de Heere Jezus, aan het kruis gestorven is. Hij is het Lam van God, gestorven voor zondaren. Gestorven voor Mozes. En weer opgestaan! Want Zijn werk is volkómen. Jezus lééft.

Het is honderden jaren later. De apostel Johannes is gevangen gezet op het eiland Patmos. Alleen. Alleen? Nee, zijn Koning is bij hem! Straks, na het sterven, mag Johannes altijd bij de Heere zijn. In het Hemelse Kanaan. Wat een wonder! Johannes kan er soms zo naar verlangen. Ja, hij mag hier op aarde al wat zien van de hemel. De Heere \i.iX hem zien, wat er in de toekomst gebeuren zal. En het is overweldigend.

De Heere toont Johannes een zee. Helder als glas. Maar het is alsof er vuur in is. Kijk, wie er aan de oever van die glazen zee staan? Het zijn Gods kinderen. Ze hebben een muziekinstrument in hun hand, een citer! Hoor, ze zingen! Johannes luistert. Ze zingen het lied van Mozes! Net als eens aan de oever van de Rode Zee, toen de Heere Israël verlost had. Ze zingen van Gods ver- lossing uit de grote verdrukking. Ze zingen het lied van Mozes en... van het Lam! Want niet Mozes heeft hen verlost, maar het Lam! De Heere Jezus!

Hier hoort Johannes het volmaakte lied tot eer van de Heere. "Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God" De Heere had de Israëlieten verlost van de Egyptenaren. Hij heeft voor hen gestreden en zij mochten stil zijn. "Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zij Uw wegen, Gij Koning der heiligen!". Dat had Mozes gezongen, aan de oever van de Rode Zee: "De HEERE is een Krijgsman, HEERE is Zijn naam!" Johannes hoort dat heerlijke loflied van Mozes en het Lam en hij schrijft op hoe het verder gaat: "Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij alleen zijt heilig; want alle volken zullen komen en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden." "Looft de Heere, want Hij is hoog verheven!"

De weg naar het beloofde land, het Hemelse Kanaan, ligt open! Het Lam van God heeft de weg gebaand. "Zingt de Heere, want Hij is hoog verheven!" Mozes heeft het lied eeuwen geleden ingezet, de Israëlieten hebben het hem nagezongen. En nog steeds klinkt dat lied op de aarde. Het lijkt een echo, steeds weer anderen nemen de woorden over. Ken jij dat lied? Dan ken je ook Hem, de Heere Jezus, het Lam van God. Hij is de dood en het graf ingegaan om voor de zonde van Zijn volk te betalen. Hij ging onder in de golven van de Rode Zee. Maar juist zo is Hij de Verlosser. En Hij is niet in de dood gebleven. Hij is opgestaan. Hij lééft!

Ken je Hem niet? Dan ken je ook dit lied niet! Maar het klinkt wél! Hoor je het? Zijn Woord, de Bijbel roept het je toe: "Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde." Belijd je zonde, vraag de Heere om vergeving. Vraag de Heere om een hart dat Hem liefheeft. Dan leer je zingen tot Zijn eer. "Zingt de Heere! Hij heeft ons gekocht met Zijn bloed!"

Het lied van Mozes zal altijd blijven klinken. Hier op aarde zolang de aarde er zal zijn. Maar het wordt nog mooier. Het wordt het lied van Mozes en het Lam! Dat zal eeuwig gezongen worden. Door Mozes, Mirjam, Israëlieten, en ook mensen uit Azië, Amerika, Europa, Nederland en overal vandaan. "Gij, Lam van God, zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie." Allemaal zullen ze daar instemmen met dat lied. Zul jij daar ook bij zijn? Dankbaarheid, eer en aanbidding zullen aan God gegeven worden. "Zingt de Heere, want Hij is hóóg verheven!"

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

Mivo -12 | 27 Pagina's

Het lied van Mozes en het Lam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2007

Mivo -12 | 27 Pagina's

PDF Bekijken