Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sara

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sara

21 minuten leestijd

Lezen: Genesis 18 : 1 - 15, 21 : 1 - 8Zingen: Psalm 27 : 7Psalm 52 : 7Psalm 139 : 1Psalm 77 : 5, 6, 8Psalm 100:2, 4Psalm 105 : 1, 5Psalm 93 : 1, 4Psalm 103 : 1,2,7Psalm 66 :8, 10Psalm 111 :5Kerntekst: "Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht ontvangen, om zaad te geven, en boven de tijd ha ars ouderdoms heeft zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht, die het I beloofd had." (Hebreeën 11 : 11)

Door de woestijn, die tussen het land Mesopotamië en Kanaan ligt, reist een grote groep mensen en dieren. Je ziet mannen, vrouwen, en kinderen. Ook lopen er veel schapen, runderen, geiten, ezels en kamelen. Tussen al die mensen rijdt ook een vrouw: Saraï.

Saraï is meegegaan met haar man Abram. Ze zijn op reis.... Waarheen? Ja, dat weet Saraï niet... Het is niet voor het eerst dat Saraï op reis is. Een aantal jaren geleden woonde ze nog in Ur, een plaats in het land van de Chaldeeën. Daar woonde de hele familie van Saraï en Abram. Ze dienden daar de afgoden. Maar op een dag was er iets gebeurd. De Heere had tot Abram gesproken. Hij had gezegd:"Ga gij uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders naar het land dat Ik u wijzen zal. En Ik zal u tot een groot volk maken...."Abram had dat verteld aan zijn vader Thera. Die had Abram en Saraï en ook zijn kleinzoon Lot genomen en was op reis gegaan. Ook Saraï was gehoorzaam meegegaan op reis. Alles wat ze had, had ze achter gelaten in Ur der Chaldeeën. Haar huis, haar spullen, haar familie, haar vriendinnen. Zo waren ze in Haran gekomen, een stad in Mesopotamië. Daar was Thera gestorven. En nu, een poosje geleden, heeft Abram gezegd tegen Saraï: "We moeten weer op reis, want dit Is niet het land dat de Heere mij heeft beloofd". En Saraï? Weer is ze gehoorzaam met Abram mee gereisd. Weer heeft ze alles achtergelaten. En nu zijn ze op reis naar... Ja, dat weten Abram en Saraï niet. De Heere heeft de naam van het land niet genoemd. Hij heeft alleen gezegd:"Ga naar het land, dat Ik u wijzen zal".En Hij heeft ook beloofd;"Ik zal u tot een groot volk maken". En dat terwijl Abram en Saraï nog helemaal geen kinderen hebben. Saraï kan helemaal geen kinderen krijgen, want ze is onvruchtbaar. Toch gelooft Saraï dat de Heere doen zal, wat Hij beloofd heeft. Dat de Heere alles kan! En daarom is Saraï mee op reis gegaan.

Na een lange reis zijn ze in het land Kanaan aangekomen. Daar heeft de Heere tegen Abram gezegd: "Dit land zal Ik aan uw zaad geven." De kinderen van Abram zouden dus eenmaal in dit land mogen wonen.

Maar Abram heeft nog geen kind. En Saraï die gehoopt heeft dat ze nu wel gauw een kind zal krijgen, krijgt geen kind... Zo gaan de jaren voorbij. Abram en Saraï wonen in

Zo gaan de jaren voorbij. Abram en Saraï wonen in het land Kanaan, tussen de Kanaanieten. Op een nacht verschijnt de Heere weer aan Abram. Juist als hij zo moedeloos is. Zal hij nog een kind krijgen? Abram kan het eigenlijk niet meer geloven. Nee, als hij sterft, zal Eliëzer, zijn belangrijkste knecht, wel alles wat hij heeft van hem erven.

Maar dan spreekt de Heere en Hij zegt: "Nee, Abram, niet deze knecht, maar uw eigen zoon zal uw erfgenaam zijn." De Heere belooft dat Abram tot een groot volk zal worden. Hij moet naar buiten gaan en naar de lucht kijken. Daar staan de miljoenen sterren. "Probeer ze eens te tellen," zegt de Heere.

Abram probeert het, maar het lukt niet. Zoveel sterren, die kun je niet tellen!

"Zo zal uw zaad zijn," zegt de Heere. Door die verschijning en het woord van de Heere krijgt Abram weer moed. Hij vertelt het ook aan Saraï. Ook Saraï krijgt weer moed. Ze weet het weer zeker: wat de Heere belooft, zal Hij ook doen!

In haar tent is Saraï aan het werk. Ze is verdrietig. Het kan nu toch niet meer, dat zij nog een kind krijgt... Daarvoor is ze te oud geworden. Saraï wéét wat de Heere gezegd heeft. Ze weet wat Hij aan Abram beloofd heeft. Abram zal een zoon krijgen. O, Saraï verlangt zo naar die zoon. Want uit dat kind zal toch de Messias geboren worden... Dat die zoon geboren zal worden, dat gelooft Saraï vast en zeker! Maar.... zal die zoon van Abram ook een zoon van hlar zijn? Dat heeft de Heere niet gezegd... Zou de Heere willen, dat Abram misschien met een andere vrouw trouwt? Met een vrouw die wel een kind kan krijgen. Een kind dat de beloofde zoon zal zijn. Zo moet het haast wel. Saraï kijkt eens naar haar dienstmeisje, dat in de tent aan het werk is. Zou ze Hagar, haar dienstmeisje uit Egypte, met Abram moeten laten trouwen? Weet je wat? Saraï zal het er toch eens met Abram over hebben.

En dat doet ze ook. "Abram", zegt ze, "je moest maar met mijn dienstmeisje, met Hagar, trouwen. Als zij dan een kind krijgt, is dat ons kind." En wat doet Abram? Zegt hij tegen Saraï: "Maar Saraï weet je dan niet meer wat de Heere beloofd heeft? Geloof je niet dat de Heere alles kan?" Nee, dat doet Abram niet. Vraagt hij dan de Heere om raad? Nee, dat doet Abram ook niet... Abram luistert naar wat Saraï zegt. Hij trouwt met Hagar.

Niet lang daarna is Hagar in verwachting van een kindje.

Ismaël wordt geboren. Abram en Saraï denken allebei: dit is het kind, dat de Heere ons beloofd heeft...

En toch is Ismaël niet de beloofde zoon! Op een dag komt Abram bij Saraï. Hij vertelt haar wat er gebeurd is. Weer is de Heere hem verschenen. En Hij heeft tegen Abram gezegd: "Uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham, want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken."

Uit Abraham zullen dus heel veel volken voortkomen. Maar de Heere heeft nog meer gezegd.. En dat ging over Saraï! Ook zij heeft van de Heere een andere naam gekregen. Voortaan moet Abraham haar Sara noemen, want de Heere zal haar zegenen. Ja, de Heere zal haar een zoon geven! Uit die zoon zullen volken voortkomen. Ja, er zullen koningen uit die volken geboren worden." "Voorwaar," dat betekent dat het werkelijk waar is, heeft de Heere tegen Abraham gezegd, "Sara uw vrouw zal u een zoon baren." Ook de naam van het kind heeft de Heere verteld. Izak moet die zoon heten. En met die zoon zal God Zijn verbond oprichten. Uit hem zal de Messias geboren worden.

Stil heeft Sara geluisterd. Zal zij toch nog een kind krijgen? Ze is al zo oud, maar de Heere heeft het tegen Abraham gezegd.... En Hij heeft haar naam genoemd. In het hart van Sara is weer hoop gekomen... Hoop dat de Heere zal doen wat Hij beloofd heeft.

Het is een poos later.

In haar tent is Sara aan het werk. Bij de ingang van zijn de tent zit Abraham. Het is warm.

Plotseling hoort Sara stemmen. Er komen wat vreemdelingen voorbij. Abraham vraagt of ze een poosje bij hem willen uitrusten. Niet lang daarna komt Abraham de tent van Sara binnen.

"Sara, kun je wat koeken klaar maken, want ik heb bezoek gekregen. Zelf zal Ik een kalfje klaar maken." Sara gaat aan het werk. Ze neemt drie maten meelbloem en daarvan maakt ze koeken, die ze op wat hete stenen bakt. Die brengt ze bij Abraham. Als alles klaar Is, nodigt Abraham zijn gasten uit voor de maaltijd.

Sara Is terug gegaan naar haar tent. Abraham blijft achter bij zijn gasten. Hij bedient hen. Ondertussen praat hij met hen. Plotseling hoort Sara, dat één van de vreemdelingen haar naam noemt. "Waar Is Sara, uw huisvrouw?" Sara luistert... Ze hoort dat Abraham antwoordt, dat ze In de tent Is. Dan spreekt de Vreemdeling weer. "Ik zal voorzeker weder tot u komen omtrent deze tijd des levens; en zie, Sara, uw hulsvrouw zal een zoon hebbenl" Daar staat Sara. Ze hoort dat de Vreemdeling zegt, dat zij een zoon zal krijgen. Wie Is die

Vreemdeling? Hoe kan Hij dat zeggen? Het Is de Heere Zelf. Hij weet wat komen gaat. HIJ Is het, Die nu deze boodschap aan Sara brengt. Wat zal Sara verwonderd zijnI Wat zal ze blij zlJnJ Verwonderd? Kijk eens naar Sara... Ja, ze heeft het uit de mond van de Heere gehoord, maar ze Is niet verwonderd. Sara lacht. Nee, niet omdat ze zo blij Is. Ze lacht, omdat ze het niet gelooft... O, denkt Sara, zal Ik, die al bijna negentig jaar ben nog een kind krijgen? En zal Abraham die al bijna honderd Jaar Is nog vader worden? Dat kan nletl Maar dan schrikt Sara. Want luister, de Heere vraagt aan Abraham: "Waarom heeft Sara gelachen7 Zou Iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de tijd die Ik gezegd heb, zal Ik terugkomen en Sara zal een zoon hebbenl"

Wat een wonderl De Heere neemt Zijn belofte niet terug, omdat Sara het niet gelooft, maar Hij zegt het nog eens heel nadrukkelijk: "Sara zil een zoon hebbenl Daar zal Ik voor zorgen, want Ik ben de Almachtige".

En Sara? Wat schaamt ze zich. Ze heeft niet geloofd wat de Heere zei. Ze heeft gezegd: "Dat kan niet". Als Abraham haar roept, zegt ze, dat ze niet heeft gelachen. "Neen, zegt de Heere, maar gij hebt gelachen." En dan zwijgt Sara.

Het Is een Jaar later. In haar tent zit Sara. En In haar armen heeft ze een kind. Hiir klndl Wat de Heere beloofde, heeft Hij gedaan. Sara, die al negentig jaar Is, heeft een zoon gekregen. Opnieuw heeft Sara gelachen. Maar nu niet uit ongeloof. Diepe verwondering Is er In haar hart. Dat de Heere toch gedaan heeft, wat HIJ heeft beloofd.. Dat Is niet omdat zij het verdiend heeft. Maar alleen omdat de Heere zo goed Is. Abraham en Sara hebben hun kind de naam gegeven die de Heere al aan Abraham verteld had. Ze noemen hem Izak, dat betekent: 'God heeft mij een lachen gemaakt'.

Daar zit Sara. Vol blijdschap kijkt ze naar haar kind. Hiir kind. Maar door het geloof ziet Sara nog meer. Ze weet het zeker: uit dit kind zal hét Kind geboren worden. De Heere Jezus zal komen. Ook al zal het lijken alsof het eigenlijk niet meer kan. Zoals het bij haar eigenlijk ook niet meer kon. Maar Hij zal komen om Zijn volk zalig te maken. Om Zijn kinderen te verlossen van hun zonden. Ja, Hij zal komen ook voor Sara. Hij zal ook héir ongeloof en al haar zonden dragen.

Sara heeft nog 37 jaar geleefd. Dan sterft ze. Sara wordt door Abraham begraven In de spelonk van Machpela. Maar eenmaal zal Sara weer opstaan. Als de Heere Jezus, Die uit Izak geboren Is, terugkomt op de wolken van de hemel. Dan zal ze voor altijd met ziel en lichaam bij Hem mogen zijn. Dan zal ze nooit meer ongelovig zijn, maar eeuwig mogen zingen tot Zl|n eer. Omdat Hij deed, wat Hij beloofde.

Sara moest lang wachten. Daarom was het moeilijk om te blijven geloven dat de Heere écht zou doen wat Hij had beloofd. Wacht jij ook op de Heere? Bid je al zo lang Iedere dag om een hart dat Hem liefheeft? Verlang Je ernaar dat de Heere Je zonden vergeeft? Dan leert deze geschiedenis je dat Je niet tevergeefs hoeft te wachten. De Heere doet wat Hij belooft, ook In jouw leven! Geloof je dat?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2008

Mivo -12 | 23 Pagina's

Sara

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2008

Mivo -12 | 23 Pagina's

PDF Bekijken