Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Overzicht Van De Stof

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Overzicht Van De Stof

12 minuten leestijd

A.De grote verzoendag

De grote verzoendag werd gevierd de tiende Tisjri.

De aard van de verzoendag

Het is heden tendage een der grootste plechtigheden van het jodendom. In het begin van onze jaartelling had de "dag der verzoening" reeds een dergelijk belang dat hij "de dag onder de dagen" werd genoemd.

Het was een dag van volstrekte rust, van boetedoening en vasten met een bijeenkomst in de synagoge (vroeger tabernakel en tempel in Jeruzalem) en bijzondere offers.

Het ritueel van de verzoening

Het was in de eerste plaats een levitisch ritueel. De hogepriester verrichtte, na een voorbereiding van zeven dagen in afzondering te zijn geweest, de heilige handelingen. Het volk werd met trompetgeschal plechtig samengeroepen. Nadat de hogepriester zich geheel gewassen had, nam hij voor zichzelf en voor de priesters een var of jonge stier, die ten zondoffer en een ram, die ten brandoffer dienen moest. Dit was het offer voor de Aaronieten. Voor het volk nam hij, op kosten van de gemeenschap twee bokken ten zondoffer en een ram ten brandoffer. De twee bokken werden aan de ingang van de tabernakel geplaatst.

Loting

Tussen de beide bokken werd het lot geworpen: de ene bok voor Jehova, de andere voor Azazel.

Wijze van offeren

Na de loting tussen de twee bokken, slachtte de hogepriester de var als zondoffer voor zichzelf en de priesters. Vervolgens nam hij een gouden wierookvat vol vurige kolen van het altaar eri een handvol reukwerk van welriekende specerijen. Daarmee ging hij in het Heilige der Heilige. Voor het verzoendeksel legde hij het reukwerk op de gloeiende kolen, zodat de nevel het verzoendeksel voor hem bedekken zou. Daarna nam hij van het bloed van de var en sprengde éénmaal öp en zevenmaal vr de ark.

De bok voor Jehova

Na het sprengen ging de hogepriester weer naar buiten en slachtte de hok voor Jehova. Met het hbed daarvan verrichtte hij dezelfde handelingen als mét het bloed van de var. Ook het Heilige werd verzoend; er werd bloed van de bok aan de hoornen van het reukaltaar gestreken en er vöör zevenmaal gesprengd. Als laatste werd.de Voorhof verzoend. Het brandofferaltaar werd op de zelfde wijze bestreken als het reukofferaltaaralleen was dan het bloed van de var en de bok bij elkaar gevoegd.

De bok voor Azazel

De tweede, nog levende bok werd voor het brandofferaltaar geplaatst. De hogepriester legde beide handen op de kop van de bok. Hij beleed al denzonden van de Israëlieten ën legde ze symbolisch op de kop van de bok.. Iemand bracht dan de bok, die de monden van het volk met zich meedroeg, de woestijn in. Daar werd hij losgelaten. Door deze bok werd dus een tweede moment der verzoening afgebeelde na de bedekking door het bloed, de volkomen verwijdering van alle.zonden uit de gemeenschap.

Slotoffer

Na het wegzonden van de bok voor Azazel ging de hogepriester zich wassen en zijn kleren verwisselen voor zijn gewone ambtskleding.

Hij offerde de beide rammen voor zichzelf en het volk ten brandoffer en het vet van de var en de bok ten zondoffer. Wat verder van de var en de bok over was werd buiten 't leger verbrand.

Wie dat gedaan ha,d, moest evenals hij, die de tweede.bok. weggebracht had, zich eerst wassen, voordat hij in het leger mocht komen.

De dag werd besloten met een voorgeschreven feestoffer (Numeri 29: 8-11).

B.Het Loofhuttenfeest

Het loofhuttenfeest een feest waarop men vrolijk was voor het aangezicht des Heer'ë, na de inzameling van de vruchten van de arbeid, de opbrengst van het land, van de dorsvloer en de wijnpers. H et.is ock dit feest wat bedoeld wordt in 1 Samuël 1.

Op de eerste dag offerde mèn" 13 varren, 2 rammen en 14 lammeren ten "brandoffer met hun spijs- en. drahkoffer en. elke dag één var minder, zodat men op de zevende dag met 7 varren eindigde. De achtste dag offerde men 1 var, 1 ram en 7 lammeren met hun spijs en drankoffer en één geitenhok ten zondoffer, Deze achtste dag is méér te beschouwen als't besluit van de hele feestcgrclus als de laatste dag van 't feest.

Bijvoeging na de ballingschap

De Joden hebben na de ballingschap verscheidene, plechtigheden toegevoegd. In't Johannes Evangelie wordt daarop gezinspeeld. Daarom is het van belang deze"te weten, hoewel op zichzelf beschouwd van weinig betekenis waren en alleen meewerkten om de gewijde feestvreugde in uitgelatenheid te doen toenemen.

1 . de loelab en ethroog

Men droeg 's morgens op de eerste dag buiten, maar op de andere;dagen alleen in de tempel de "loelab". in de rechterhand en in de linker de "ethroog". Een loelab is een feestruiker van wilgen— en myïtetakken met een palmtak in het midden.

Een ethroog is een citroenachtige vrucht die ook wel paradijsappel wordt genoemd.

2.Waterplenging

Na afloop van het morgenoffer en ook bij het avondoffer had de waterplenging plaats. Dit wellicht ter herdenking van het geven van water uit de steenrots op de woestijnreis.

(Het wordt ook wel verklaard als een zinnebeeldig smeken om de vroege regen of als een symbool van de uitstorting van de Heilige Geest, door de profeten beloofd).

Een priester ging dan, begeleid door de. menigte feestvierders,'water halen uit de bron Siloah in een goiiden kruik. Men jubelde daarbij: "Wij scheppen water met vreugde uit de fonteinen des heils."(Jes.12:3)

Onder muziek en gez„ng werd dit water met de offerwijn vermengd. Vervolgens werd dit in een zilveren schaal met doorboorde bodem geplengd. Deze schaal was aan de westelijke kant van het brandofferaltaar gemaakt. De wijn met het water kwam dan in een luis die naar het Kedrondal ging.

3. Het groot Hosanna

De derde bijvoeging der latere Joden was het zingen van de Lofzang (Ps«113—118) begeleid door gewijde muziek. Hierbij trok men met de loelab en ethroog op de voorgeschreven wijze bewegend, in optocht rondom het brandof- . feraltaar. Dit deed men de eerste zes dagen éénmaal, de zevende dag (het altaar was dan met: wilgentakken versierd) zevenmaal. Bij deze optochten riep men telkens "Och Heere, geef nu heil." "Och Heere, geef nu voorspoed." Dit: "Geef nu heil".is in het Hebreeuws : "hosjiana" (Hosanna) waardoyr men deze optochten " 't gróót Hosanna" ging noemen. 's Avonds werd 't voorhof der vrouwen feestelijk verlicht met schitterende gouden kandelaren, Men voerde in dat voorhof de fakkeldans uit, waaraan zelfs de hogepriester deelnam 0 (Ter herinnering waarschijnlijk aan de vuurkolom tijdens de woestijnreis). Bij deze fakkeldans werden de 15 liederen Hamaaloth gezongen. Het was een vreugdegedruis tot in de ochtend. Dat dit nachtfeest 'weieons de perken te buiten ging bewijst 't feit dat de vrouwen later hun toevlucht zochten op de bovengalerijen. (Denk ook aan Hanna en Eli in de tabernakel dat was zelfs nog voor de toevoeging van 't groot Hosanna).

Twee feosten tot eer van God

De grote Verzoendag wijzend op de toekomst; het offer dat Jezus brengen moest door Zichzelf op te offeren. Het Loofhuttenfeest terugziend op de weldaden in het afgelopen seizoen genoten.

Het ene feest ingetogen, het andere uitgelaten. Dat ook nu nog de lof en dank de Heere zij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1974

Mivo -16 | 16 Pagina's

Overzicht Van De Stof

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1974

Mivo -16 | 16 Pagina's

PDF Bekijken