Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

1. Het leven van Wilhelmus a Brakel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

1. Het leven van Wilhelmus a Brakel

15 minuten leestijd

Wilhelmus a Brakel werd op 2 januari 1635 in Leeuwarden geboren. Zijn vader was de predikant Theodorus a Brakel. Zijn moeder heette Margarietha y Homma. Het gezin 'van Brakel' (op z'n Hollands) telde naast Wilhelmus nog vijf kinderen, allemaal meisjes.

Zijn jeugdjaren

Beide ouders gingen hun kinderen voor in de dienst van de Heere. Zij spraken er veel over en hebben veel gebeden voor hun kinderen. De vijf dochters stierven allen op volwassen leeftijd, nog vóórdat hun vader overleed. Dat heeft Theodorus in de avond van zijn leven veel verdriet gebracht.

Al heel vroeg waren er in het leven van Wilhelmus tekenen van geestelijk leven. Hij bad veel en de preken van zijn vader maakten op hem als kind al diepe indruk. Toen hij daar eens iets over zei tegen zijn moeder, gaf zij als antwoord: "Kind! Dat gaat boven uw verstand". Had zij dat maar niet zo snel gezegd, want daarna sprak haar zoon niet meer zo gemakkelijk over zijn ervaringen. Later zei A Brakel zelf dat hij, zolang hij zich kon herinneren, een tere indruk van God gehad had. Hij kon geen grote verandering aan

Hij kon geen grote verandering aanwijzen in zijn leven. Van kindsaf aan was hij vol liefde tot de Heere jezus geweest.

Gedurende enkele jaren, in ieder geval tot zijn negentiende jaar, volgde Wilhelmus de lessen op de Latijnse school in Leeuwarden. In 1654 werd hij ingeschreven aan de Akademie van

Franeker (destijds een heel bekende universiteit). In 1659 studeerde hij af op vierentwintigjarige leeftijd. Daarna studeerde hij twee jaar bij de professoren Voetius en Essenius in Utrecht.

Beiden hebben veel invloed op hem gehad.

Predikant te Exmorra

In 1662 werd Wilhelmus a Brakel predikant te Exmorra, in Friesland. In tegenstelling tot veel andere pas afgestudeerde kandidaten had hij snel een gemeente. Waarschijnlijk kwam dat doordat hij goed kon preken, wat al spoedig bekend was geworden. Van de tijd in Exmorra is niet zoveel bekend. Aanvankelijk stuitte hij op veel hardheid, maar nog voor zijn vertrek mocht hij een kentering meemaken en vruchten zien op zijn werk. Twee jaar na zijn bevestiging te Exmorra, trouwde hij met Sara Nevius. Sara werd in 1632 geboren, drie jaar eerder dan Wilhelmus. Het bleek al vroeg dat Sara een goed verstand had en graag leerde. Toen zij nog maar zeventien jaar was, trouwde zij met haar eerste man, Henricus Veghen.

Helaas was zij al binnen drie jaar weduwe. Sara vestigde zich toen in Utrecht, en raakte daar bevriend met Anna Maria van Schuurman. Dat was een zeer begaafde vrouw, die Sara de kunst van het dichten bijbracht. Anna Maria van Schuurman vormde de verbindende schakel tussen Sara en de familie van Brakel. Zij was namelijk een goede vriendin van Theodorus, de vader van Wilhelmus. Het huwelijk tussen Sara en Wilhelmus kwam tot stand in 1664. Uit het huwelijk van Wilhelmus en Sara zijn vier dochters en één zoon geboren. Vier van hen zijn enkele weken na de geboorte al overleden. Eén meisje, Sulamith, is volwassen geworden en heeft haar moeder en vader overleefd.

Andere standplaatsen: Stavoren en Harlingen

Nadat Wilhelmus a Brakel drie jaar predikant in Exmorra geweest was, nam hij in 1 665 een beroep naar Stavoren aan. Al gauw bleek dat het werkterrein daar te groot was voor één predikant. A Brakel probeerde er toen een collega bij te krijgen. Uiteindelijk lukte het om het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Prinses Albertina, een kleindochter van Willem van Oranje, was bereid jaarlijks f 800,-te schenken. Zijn eigen vaste salaris stelde hij toen beschikbaar voor zijn collega, en zelf waagde hij het op de jaarlijkse gift van de prinses, die hij overigens altijd gekregen heeft. A Brakel heeft in Stavoren bijzonder veel zegen op zijn werk gehad.

In 1670 werd A Brakel beroepen te Harlingen. Dat was na Leeuwarden de grootste en rijkste stad van Friesland. Hij vervulde daar samen met drie collega's het ambt van dienaar des Woords. Ook in deze plaats kreeg hij veel zegen op zijn werk, wat bleek uit het grote aantal mensen dat onder zijn prediking tot geloof kwam. Hij had bovendien een zeer goede band met de gemeenteleden.

Leeuwarden en Rotterdam

De volgende standplaats van A Brakel was Leeuwarden. Daar was hij predikant van 1673 tot 1683. Zoals eerder in andere gemeenten, hield a Brakel ook in Leeuwarden een soort ledencatechisatie. De classis vond dat echter niet goed. Waarschijnlijk was men bang dat deze bijeenkomsten zouden gaan lijken op de gezelschappen van de Labadisten, die zich wilden afscheiden van de kerk. Dat waren dus bijeenkomsten die afbreuk deden aan het kerkelijk leven. Dat was niet wat A Brakel wilde. Hij wilde de gemeente juist opbouwen door middel van het geven van onderwijs. Ook zijn leermeester Voetius hield dit soort bijeenkomsten; hij gaf ook zijn goedkeuring aan gezelschappen van vrouwen, waar een vrouw met kennis en kunde het woord voerde.

In 1683 ontving A Brakel een beroep van de gemeente van Rotterdam.

Aanvankelijk bedankte hij, maar al spoedig nam hij een tweede beroep wel aan. Te Rotterdam is hij tot aan zijn dood in 1 711, dus 28 jaar lang, gebleven. Ook in deze gemeente is zijn werk gezegend geweest.

Twee van zijn collega's in deze belangrijke handelsstad waren Abraham Hellenbroek en Jakobus Fruytier.

Hellenbroek is bekend door zijn catechisatieboekje, waarvan tot in deze tijd gebruik wordt gemaakt. Op 30 oktober 1711 is Wilhelmus a Brakel gestorven, in de leeftijd van 76 jaar.

Tot bijna aan het einde van zijn leven is hij dienstdoend predikant geweest: een teken van goede gezondheid.

Zijn persoon

Wilhelmus a Brakel was een krachtig figuur om te zien. Hij had een vrolijk en vriendelijk karakter. Zelfs als mensen hem zwart wilden maken, raakte hij niet uitzijn evenwicht. Hij had een scherp verstand en was bedreven in talen en godgeleerdheid. Zijn oordeel was helder en vooruitziend. Hij had een onbegrensd ontzag voor God, wat bleek uitzijn gesprekken, gebeden en preken. A Brakel was een man van het gebed. Anderen hadden in hem een voorbeeld van een stipte zondagsviering. Hij was matig en nederig. Hij had diep ontzag voor de overheid, maar kon ook standvastig zijn als hij ervan overtuigd was, dat zijn mening overeenkwam met het Woord van God. Natuurlijk was A Brakel geen heilige; hij was en bleef in zichzelf een zondaar. Maar hij was ook godvrezend en tegelijk vrolijk en vriendelijk in de omgang met mensen. Als predikant was A Brakel in zijn ele

Als predikant was A Brakel in zijn element. Hij achtte het predikantschap duizendmaal heerlijker dan een koningskroon. Hij was bewogen met de zielen die aan hem toevertrouwd waren. Heel belangrijk vond hij het catechiseren. In die tijd gebeurde dat niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Zij moesten een duidelijk beeld krijgen van de geloofsleer en vooral van de Heilige Sacramenten. Er werd ook kerkelijk onderwijs gegeven aan (jonge) mannen, om ze in staat te stellen de waarheid te verdedigen. Deze mensen zouden godsdienstonderwijzer kunnen worden op één van de schepen, die in die tijd voor de VOC naar Indië voeren. Zij zouden ook als ziekenbezoekers of misschien zelfs als predikanten dienst kunnen doen.

Ook als herder was hij trouw in het vervullen van zijn taak. Hellenbroek memoreert dat A Brakel altijd trouw was in het huisbezoek en het bezoeken van zieken. Hij beijverde zich om dwalende mensen te waarschuwen, bedroefde mensen te troosten en mensen met veel twijfels een hart onder de riem te steken.

Zijn geschriften

A Brakel heeft allerlei geschriften nagelaten, van brieven en enkele preken tot onderwijzende boekjes en geschriften. Een voorbeeld is 'Davids Hallelujah', een geschrift over de verklaring van Psalm 8, dat later uitgewerkt werd tot een verhandeling over het verbond der genade. De inhoud ervan is grotendeels terug te vinden in de Redelijke Godsdienst. Een ander voorbeeld zijn de brieven en een boekje over en tegen het Labadisme. Het belangrijkste werk dat A Brakel geschreven heefi, is de 'Redelijke Godsdienst'. Het is veel gelezen, vaak herdrukt en nog steeds is er vraag naar. Op dit hoofdwerk van A Brakel wordt ingegaan in hoofdstuk 4 van deze schets.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1999

Mivo +16 | 20 Pagina's

1. Het leven van Wilhelmus a Brakel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1999

Mivo +16 | 20 Pagina's

PDF Bekijken