Een klein stekje aan de Veendijk
In de kerkenraadsnotulen van de Eskerk in Rijssen van 1 mei 1899 staat vermeld dat ‘onlangs door zekere ouders gevraagd is met namen Jannes Beverdam en Aaltjen Hofman wonende te Wierden om lid te mogen worden. Zij willen hun kinderen laten dopen. Met algemene stemmen wordt het goed gevonden om deze ouders te bezoeken. Hetwelk opgedragen wordt aan J.D. Bruggink en G.J. Ligtenberg.’
Jannes leest samen met zijn gezin zondags thuis een preek. Enkele gezinnen uit Wierden sluiten zich bij hen aan. Het is maar een klein groepje dat samenkomt. Maar ze worden niet vergeten door de eerste predikant van de Eskerk.
Bart van Neerbos wordt op zondag 14 januari 1912 door ds. A. Janse bevestigd als oefenaar in de Eskerk met de woorden uit 1 Timótheüs 6:20a: ‘O Timótheüs, bewaar het pand u toebetrouwd.’ Op 24 november 1912 wordt oefenaar Van Neerbos bevestigd als predikant. Ds. Janse bevestigt hem met 1 Petrus 5:2-4: ‘Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde. En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.’ In de avonddienst preekt ds. Van Neerbos zijn intrede met de woorden uit 1 Korinthe 15:1: ‘Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat.’
Ds. Van Neerbos ontfermt zich al spoedig over het kleine groepje dat elke zondag samenkomt in Wierden. Ds. H. Roelofsen is een van de eerste predikanten die vanuit Opheusden een preekbeurt in Wierden vervult. Op zondag 2 januari 1916 neemt ds. Van Neerbos afscheid van de Eskerk. Zijn afscheidspreek houdt hij uit 1 Korinthe 15:58: ‘Zo dan, mijn geliefde broeders, zijt standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.’
Op zondag 16 december 1917 wordt Marinus Hofman door ds. H. Kieviet in de Eskerk bevestigd als predikant. Ds. Hofman is onder treurige omstandigheden in Rijssen aangekomen. Nadat hij het beroep naar zijn eerste gemeente aannam, overleed na een korte, hevige ziekte zijn vrouw op 17 november 1917. Met zes jonge kinderen is hij als weduwnaar in Rijssen gearriveerd. Met paard en wagen bezoekt ds. Hofman regelmatig de Wierdense gemeenteleden.
Een eenvoudig kerkje
Het aantal bezoekers van de leesdiensten neemt toe. De ruimte waar samengekomen wordt, een gedeelte van een boerderij, is al spoedig te klein. Door de kerkenraad van de Eskerk wordt na overleg met de leden uit Wierden besloten om een kerkje te bouwen.
Op zaterdag 17 augustus 1918 wordt er voor 67,65 gulden een stuk grond gekocht van Jan Hendrik Gierveld aan de Veendijk (Vriezenveenseweg) voor de bouw van een kerkje. In de akte van notaris Anthonie Willem ten Hoopen staat vermeld dat er twee stukken grond verkocht worden door de verkoper J.H. Gierveld. Eenenveertig centiare (41 m 2 ) wordt verkocht aan slager Gerard Beverdam. Zijn boerderij is gelegen op het aangrenzende perceel. Aan de Eskerk verkoopt Gierveld één are en veertien centiare (114 m 2 ). Bij de notaris zijn aanwezig: Gerard Beverdam (koopman) en Hendrikus Eshuis Gerrit Hendrikszoon (landbouwer/timmerman). Eshuis is aanwezig namens de Wierdense leden van de Gereformeerde Gemeente. Namens de Eskerk uit Rijssen zijn de ouderlingen Arend Baan Hendrikuszoon (steenbakker) en Jan Ligtenberg Berend Janszoon (landbouwer) aanwezig. Op de classis van juni 1918 vraagt
Op de classis van juni 1918 vraagt ds. M. Hofman aandacht voor de kleine afdeling in Wierden. ‘Een verzoek om ondersteuning voor het stationnetje Wierden’ omdat ‘de krachten van het kleine hoopje ontoereikend waren om zelf in deze dure tijd het lokaaltje saam te brengen.’ In drie gemeenten binnen de classis wordt gecollecteerd voor Wierden.
Op woensdag 21 augustus wordt de bouwtekening goedgekeurd ‘voor het bouwen van een lokaal om godsdienst oefeningen te houden.’ Hendrikus Eshuis staat vermeld als bouwer. Hij is hier timmerman van beroep. Een eenvoudig kerkje wordt gebouwd. De hoogte van de bouwsom is helaas niet meer terug te vinden.
Als het kerkje in gebruik wordt genomen, preekt ds. M. Hofman over Johannes 4:21-23: ‘Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt wanneer gijlieden noch op dezen berg, noch te Jeruzalem den Vader zult aanbidden. Gijlieden aanbidt wat gij niet weet; wij aanbidden wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden; Maar de ure komt en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken die Hem alzo aanbidden.’
De huiskamer van Hendrikus Eshuis en zijn vrouw Jenneken Kleinjan wordt gebruikt als consistoriekamer. Het is voor de broeders ongeveer honderd meter lopen naar het kerkje. Helaas is niet terug te vinden wanneer Hendrikus Eshuis als ouderling is bevestigd. In de woning van Hendrikus en Jenneken vinden vele predikanten en ouderlingen een vriendelijk onthaal. De predikanten die overblijven, brengen de zondag bij hen door.
In Wierden is er bij het gewone volk veel achting voor ouder-ling Eshuis. In 1919 is er zwaar onweer. De boerderij van de buren brandt af door blikseminslag. Een week later wordt de boerderij van Hendrikus Eshuis getroffen. In het kasboek van 1920 staat bij 4 juni: ‘Het voorgaande kasboekje is bij Eshuis verbrand.’
Spaanse griep Naast de kerk woont slager Ger
Naast de kerk woont slager Gerhard Beverdam. Hij is slager en koopman van beroep. Gerhard en zijn vrouw Zwenneken zijn lid van de Hervormde Kerk. De kerkdiensten worden echter nauwelijks door hen bezocht. In het welgestelde slagersgezin worden negen kinderen geboren. De tweede dochter Gerritdina (Diene) is naaister. Zij trouwt op zaterdag 22 februari 1913 met Jan Eshuis. Samen krijgen zij drie dochters: Hendrika, Dine en Zwenneken. In 1918 breekt in Wierden de Spaanse griep uit. De epidemie eist ook in Wierden slachtoffers. Gerritdina wordt ook getroffen. Haar sterfbed is zo angstig dat zij de kalk uit de muur krabt. Ouderling H. Eshuis bezoekt Diene op haar ziekbed regelmatig. Op woensdag 8 januari 1919 overlijdt zij op 28-jarige leeftijd. Twee kinderen worden ondergebracht bij Aaftink aan de Molendijk in Rijssen. Het jongste meisje Riek wordt opgevoed bij opa en oma Beverdam-Geerling.
Het aangrijpende sterfbed laat een onuitwisbare indruk achter bij de 21-jarige Hermina Egberdina (Miene) Beverdam. De vraag komt telkens in haar op: nu was het je zus, maar straks ben jij aan de beurt en dan? Er komt een grote onrust in haar hart. Zo kan ze God niet ontmoeten. Ze komt in grote benauwdheid terecht. Als ze verneemt dat er in het
Als ze verneemt dat er in het kerkje aan de Veendijk wel eens een dominee uit Rijssen voorgaat van wie een goed gerucht uitgaat, besluit ze om de diensten te bezoeken. Op zondag 9 februari 1919, vier weken na het overlijden van haar zus Diene, waagt ze het om het kerkje binnen te stappen. Ze is er nog nooit binnen geweest. De preek die Miene hoort, wordt voor haar onvergetelijk. Ds. Hofman houdt zijn voorafspraak over Psalm 73:12: ’k Zal dan gedurig bij U zijn, in al mijn noden, angst en pijn;’ Na de voorafspraak preekt hij over Openbaring 3:20: ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.’
In deze dienst gaat het Woord voor Miene open. Haar benauwde ziel mag ruimte vinden. Het donker klaart voor haar op. De Heere laat haar zien dat zij, buiten zichzelf, met God verzoend kan worden.
Jan Eshuis hertrouwt op zaterdag 21 februari 1920 met Geertruida Aleida Jerusalem uit Nijverdal. Zij is weduwe van Johannes van Leussen en heeft twee kinderen. Samen krijgen zij nog vier kinderen.
Een wonderlijke weg tot het huwelijk
Het werk des Heeren in het hart van Miene blijft bij het volk van God in Rijssen niet onopgemerkt. Niet lang na haar verandering is Miene te vinden op de gezelschappen in de pastorie. Op deze gezelschappen komt ook de latere ds. H. Ligtenberg sr.
Miene raakt ervan overtuigd dat zij de lege plaats in het gezin van ds. M. Hofman moet innemen. Dit ligt voor haar niet eenvoudig. Het zou zeker leiden tot een breuk met haar ouderlijk huis, waar nauwelijks iets aan godsdienst gedaan wordt. De Heere bestuurt deze weg opmerkelijk. Hij geeft licht over deze weg vanuit het vijfde vers van Psalm 45: ‘O dochter, hoor, en zie, en neig uw oren; Verlaat, vergeet, wat ooit u kon bekoren, Uws vaders huis, uw volk, en wat voorheen, U dierbaar en beminnenswaardig scheen.’
Op dinsdag 21 februari 1922 trouwt Hermina Egberdina Beverdam met ds. M. Hofman. In de autobiografische schets schrijft de predikant dat hij nu meer dan 20 jaar gelukkig mag samenwonen met zijn tweede vrouw. Samen mogen zij nog acht kinderen krijgen.
Op 23 oktober 1945 overlijdt ds. Hofman op 72-jarige leeftijd. Op de binnenzijde van de dubbelgevouwen, met dik zwart omrande rouwkaart schrijft mevrouw Hofman onder andere: ‘terwijl de olie des Geestes vloeide’, en ‘De Heere is zo goed geweest een weinigje balsem Gileads in de open wonde van mijn kwijnend hart te geven. Ik mocht een geloofsgezicht ontvangen wat Hij nu aan hem die mijn geliefd en dierbaarst pand op de wereld geworden was, ja die ik dierbaarder heb mogen achten uit genade dan ik mijn eigen leven, gedaan had. Hem is nu gegeven het einde zijns geloofs namelijk de zaligheid van zijn ziel. Ik zag hoe ik nu zo lang verwaardigd was geworden om hem van Zijnentwege in dit aardse leven tot een hulp te zijn en dat de Heere mij aangenaam gemaakt had in zijn ogen, zodat ik hem tot verkwikking van zijn ouderdom heb mogen zijn en hij tot mijn verkwikking.’ Weduwe Miene Hofman-Beverdam overlijdt op 90-jarige leeftijd op zaterdag 3 december 1988.
De Heere heeft rijkelijk zijn genade getoond in het nageslacht Hofman. De tweede zoon uit het eerste huwelijk, ds. Aart Hofman (1912-1990), dient de gemeenten van Zeist, Scheveningen en Aalburg. De oudste zoon uit het tweede huwelijk, ds. Marinus Hofman, wordt Luthers predikant in Australië. Zijn jongere broer, ds. Herman Hofman (1931-2007), wordt predikant van de gemeenten Goudswaard, Rotterdam-Zuid, Gorinchem, Kalamazoo, Sioux Center, Chilliwack en Waarde. Hij ging graag voor in het kleine kerkje waarover zijn moeder vaak verhaald heeft. De predikanten ds. P. Melis en ds. H. Hofman jr. behoren tot de derde generatie predikanten.
Zelfstandige afdeling Op de classis van 1921 rappor
Op de classis van 1921 rapporteert ds. M. Hofman dat er in de afdeling Wierden 31 leden zijn. Onder hen zijn 16 mannelijke leden. ‘De classe acht die gemeente te zwak, om tot zelfstandigheid te kunnen overgaan, zijn er nadere teekens dan kan dit later nog plaatsvinden na verkiezing van een ouderling en een diaken.” Ouderling A. Baan spreekt die middag met ouderling H. Eshuis over wie hem bij kan staan. Eshuis is inmiddels 77 jaar. Zonder ambtsdragers kan geen sprake zijn van instituering. Niet lang daarna wordt er een ledenvergadering gehouden. Willem Bos wordt gekozen als ouderling en Hermannus Beverdam als diaken. Willem Bos is 33 jaar oud als hij bevestigd wordt. Hermannus Beverdam is 37.
Hermannus Beverdam is de broer van Diene Beverdam. Hij trouwt op 17 mei 1907 met Elsje Meijer. Samen krijgen zij tien kinderen. De notulen vermelden op 6 mei 1921: ‘Daar Wierden plan heeft om zelfstandig te worden en de ouderling van Wierden een vergadering heeft belegd om te stemmen over het zelfstandig worden van Wierden Daar er 10 leden aanwezig waren. 9 leden zijn er voor. 1 is er tegen. Zo is op de kerkenraad van Rijssen besloten dat Wierden zelfstandig wordt.’ Op 9 mei 1922 legt W. Bos zijn
Op 9 mei 1922 legt W. Bos zijn ambt als ouderling neer. In 1923 verhuizen Hermannus en Elsje Beverdam met de kinderen naar Rijssen om daar een slagerij te beginnen, zodat Wierden nu ook zijn enige diaken kwijtraakt. In de Rijssense Eskerk mag Beverdam nog vele jaren dienen als diaken en later als ouderling.
Hendrikus Eshuis staat er weer alleen voor. De notulen van 8 december 1923 vermelden: ‘Daar er in Wierden op het ogenblik wegens ouderdom en lichamelijk gestel ouderling Eshuis niet in staat is de kerk te bezoeken, noch te leiden. Diaken M. Beverdam is naar Rijssen verhuisd. Op dit moment is er geen kerkelijke leiding. Besloten wordt om de gemeente niet meer zelfstandig verder te laten gaan. Wierden wordt weer een afdeling van Rijssen Esch. De diensten worden geleid door de broeders uit Rijssen.’
De kerkenraad van de Rijssense Eschkerk heeft drie afdelingen onder haar hoede: naast Wierden zijn er afdelingen in Nijverdal en Enschede. Een mooi gegeven uit het kasboek is de onderlinge band die er is. De afdeling van Wierden betaalt de aanleg van de elektrische installatie voor de afdeling Enschede. De ouderlingen wonen de kerkenraadsvergaderingen in Rijssen getrouw bij. Dit blijkt ook uit de notulen: ’De aftredende broeders zijn Ligtenberg Rijssen, Eshuis Wierden en Nijhof Nijverdal.’ Uit het oude kasboek blijkt dat ds. M. Hofman regelmatig in Wierden voorgaat. Hij ontvangt voor een zondag preken f 7,50. Ook staat ds. H. Kieviet uit Veenendaal vermeld. Ook preekt ds. G.H. Kersten uit Yerseke in 1923 in de gemeente van Wierden.
Rijssense ambtsdragers In 1925 is er een aantal leden
In 1925 is er een aantal leden dat de kerkdiensten niet trouw bezoekt. De broeders uit Rijssen vermanen hen. De leden willen zich echter niet door hen laten vermanen.
Voor ouderling Eshuis, die inmiddels 81 jaar oud is, valt dit alles niet mee. G.J. Eshuis wordt vermeld als voorlezer in de gemeente. Vanuit de Gereformeerde Kerk komen de broers Kippers over. Met de prediking van ds. Joh. Jansen, die bevestigd is op 24 januari 1926, zijn zij het niet eens. Tegen zijn vrouw Janna Meijer zegt Herman Kippers dat hij zijn kinderen niet wil laten opgroeien onder zulke prediking. Beide broers bezitten prachtige boerderijen aan de Rijssensestraatweg. Op zondag is het kerkbezoek
Op zondag is het kerkbezoek veelal merkwaardig. De beide vrouwen zijn oomzeggers van Hendrikus Eshuis. Eerst kerken de beide families in Rijssen. De beide vrouwen besluiten om in Wierden naar de kerk te gaan aan de Veendijk: ‘Zullen wij het kerkje van ome Dieks voorbijgaan?’ Zij bezoeken in hun Wierdense dracht het kerkje aan de Veendijk. Het is helemaal een mooi gezicht als beide boerinnen in hun dracht op de fiets een doordeweekse dienst bezoeken. Hun beide echtgenoten bezoeken liever de kerk in Rijssen.
Op de ledenvergadering van de afdeling aan de Veendijk stemmen in 1929 de broeders uit de Eskerk mee tijdens de verkiezing van ambtsdragers. Dit beïnvloedt de stemming dusdanig dat de Wierdense leden hier niet blij mee zijn. Op welke wijze dit is opgelost, wordt helaas niet vermeld. Vanuit Vriezenveen is ouderling A. Folbert aanwezig. Over deze ouderling wordt altijd met veel achting gesproken. Op de vergadering wordt ge
Op de vergadering wordt gemeld dat het kerkje bijna is afbetaald. Er rest nog een schuld van f 800,- . Vanuit Rijssen Eskerk komen de ouderlingen A. Baan (‘Tojn Oarnd’), J.D. Bruggink (‘’n Ooln Jan Brung’k’), S.J. Nijland (‘Keez’n Jan’) en J. Ligtenberg (‘Ak’n Jan’) regelmatig lezen. Als ‘Ak’n Jan’ eens in Wierden moet voorgaan is het die zondagmorgen zeer glad. Een flink eind voor Wierden staat café De Boer. Vanuit dit café komen ze hem waarschuwen. De hele weg heeft hij niets gemerkt. Hij was onderweg zo goed gesteld dat hij niets van de gladheid had vernomen. Na de waarschuwing wandelt hij rustig door naar de Veendijk. Met verwondering staren de mensen hem na.
Ook de ouderlingen B. Averesch (‘Prötl Bats’), A. van den Noort, J. Schuiterd (‘Niekn Jan’), H. Ligtenberg (‘Stoetn Herman’), H. Lankamp (‘’t Oole Kruutje’) en W. Paalman komen in Wierden lezen. Veelal komen de ouderlingen uit Rijssen in de wintermaanden al op zaterdagavond. Ze slapen dan bij ouderling H. Eshuis. Baan en Van den Noort lezen alleen op de tweede feestdagen. Het lukt hen niet om deze afstand lopend af te leggen.
Een warme stoof
De gemeente van Wierden wordt vanuit Nijverdal geholpen met de catechisaties: ouderling F. Nijhof catechiseert enkele jaren, vanaf 1930. In 1931 wordt er voor f 48,10 een nieuwe kachel gekocht. De vrouwen houden de voeten warm met een stoof. Om de beurt wordt de stoof doorgeschoven over de houten vloer. Veelal gaat het verschuiven van de stoof gepaard met hinderlijk geluid. Soms gaat het ook weleens mis, als de stoof kantelt. De koster moet dan de rokende stoof zo snel mogelijk naar buiten zien te krijgen.
De kerkvisitatoren, ds. R. Kok en ouderling R. van Elst uit Veenendaal, zijn in 1932 niet echt blij met het kasboek. Het kasboek is zeer slecht bijgehouden. Zij tekenen het kasboek voor gezien onder de belofte dat het kasboek voortaan vooraf door de kerkenraad van Rijssen zal worden nagekeken.
Wel klein maar niet vergeten
H. ter Haar-Vrijdag (Mientje Vrijdag, 1884-1943) uit Rijssen schrijft op 2 oktober 1933 aan Aaltje Smelt-Folbert (1877-1949) uit Vriezenveen over ds. J. Fraanje uit Barneveld: ‘Morgenavond komt dominee preken en woensdagavond in Wierden. We verlangen alweer hem te ontmoeten.’
De predikanten gaan graag voor in Wierden. Zij vergeten de kleine gemeente niet. Regelmatig moet taxibedrijf Eshuis een voorganger ophalen vanaf het treinstation in Deventer. Jaarlijks kost dit 160 gulden aan taxikosten. De predikanten ontvangen een vergoeding van f 17,50 voor een hele zondag.
Als er een dominee in Wierden komt preken, komen er ook mensen uit Rijssen in de kerk. Zo schrijft de Scherpenzeelse ouderling B. Roest op 1 juli 1935 aan Mientje Vrijdag: ‘Ik heb gelezen dat u te Wierden en te Rijssen beide leraars hoorde, dat volg ik, zo u weet. Ook de teksten nagezien. Ja, Gods Woord is rijk genoeg, daar schort het nimmer aan. Als er maar een wind des Geestes waaide van zuivering, loutering, bediening en onderscheiding.’
Na het overlijden van ouderling F. Nijhof in 1933 wordt het catechiseren een probleem. In 1934 adviseert de classis de Rijssense kerkenraad dat een ouderling uit Vriezenveen zou kunnen catechiseren in Wierden. Ouderling A. Dekker neemt deze taak op zich. Als ouderling Dekker daar in 1936 mee moet stoppen, vragen zes leden in een brief of oefenaar L. Wijting van de Rijssense Walkerk de catechisaties kan gaan verzorgen. Wijting heeft zich in 1933 met zijn gemeente bij de Gereformeerde Gemeenten aangesloten. De classis besluit dat ds. Fraanje eerst nog eens met de Vriezenveense ouderling moet gaan praten. Oefenaar Wijting verzorgt tot 1938 de catechisatielessen in Wierden.
Van 1923 tot 1937 is de hoogbejaarde ouderling Eshuis (’n Dikkn Dieks) de enige ambtsdrager. Vanuit Daarle komt Hendrik Jan Kamphuis kerken in Wierden. Hij is afkomstig uit de Gereformeerde Kerk. Met de eeuwigheid op zijn hart gebonden gaat hij bedrukt zijn weg. Vaak verzucht hij: het zal wat zijn om eeuwig verloren te gaan met een ingebeelde hemel. Uit alles blijkt uit de levenswandel van deze eenvoudige boer dat het hem gaat om de waarheid. De kerkenraad heeft het voornemen om hem op het tweetal te plaatsen voor ouderling. Maar de wegen des Heeren zijn hoger dan onze wegen. Op 45-jarige leeftijd verwisselt het tijdelijke met het eeuwige. Op de classisvergadering van
Op de classisvergadering van 1 juli 1935 wordt de gemeente, vanwege haar geringe omvang, wederom te zwak bevonden voor zelfstandigheid: ‘De classe acht die gemeente te zwak, om tot zelfstandigheid te kunnen overgaan, zijn er nadere teekens, dan kan dit later nog plaatsvinden na verkiezing van een ouderling en een diaken.’ De gemeente is te klein voor het beroepen van een predikant. Ook de verkiezingen van een ouderling en een dia-ken lossen de situatie niet op. In 1936 wordt geprobeerd in Wierden ambtsdragers te verkiezen, maar dat stuit ‘op groote bezwaren.’
Hoelang nog?
Iedere week maakt Jenneken Ligtenberg de kerk getrouw schoon. De smid wordt f 59,50 betaald voor het plaatsen van de kachel en het monteren van de pijpen.
In mei 1936 is de kerk afbetaald. Van de spaarrekening is f 125,- afgehaald om f 125,- afgehaald om de particuliere geldverstrekker Leemans af te betalen. Uit de nalatenschap van het kinderloze echtpaar Tijink-Beverdam ontvangt de kerk de gehele erfenis en een woonhuis. De woning wordt na een opknapbeurt verhuurd aan de familie Maatman.
In 1936 gaan de predikanten ds. H. Ligtenberg, ds. W.C. Lamain, ds. R. Kok en ds. M. Heikoop regelmatig voor. Vooral ds. Heikoop weet zich erg verbonden aan ouderling Eshuis en het kerkje in Wierden. Op advies van de classis van 11 septemb de classis van 11 september 1936 gaat ds. Fraanje met twee ouderlingen uit Rijssen praten met Eshuis over de verkiezing van ambtsdragers in Wierden.
Ds. Fraanje preekt in 1937 veel in Wierden. Hij is nauw verbonden aan zijn hoorders aan de Veendijk, maar nog nauwer aan zijn Zender. Tot laat in de nacht worstelt hij aan de troon der genade. Hij gaat pas naar bed als de Heere overgekomen is. Vaak is hij dan zo koud als een steen geworden. De predikanten blijven op zondag over in Rijssen, ze verzorgen op maandag bij de Eskerk de catechisaties en preken dinsdagavond in Wierden. Ds. Fraanje preekt graag in Wierden. Hij kan het Woord er goed kwijt. Als hij voorgaat aan de Veendijk, zit het kerkje stampvol. Vanuit Rijssen-Wal en -Es en uit de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk komen er ook luisteraars. De jongste dochter van ouderling
De jongste dochter van ouderling H. Eshuis, Janna Eshuis, is getrouwd met Hendrik Aalvink. Zij zijn bij Hendrik Eshuis gaan inwonen. Als aan hun kleine dochtertje Jenneke wordt gevraagd wie er in de grote leunstoel moet zitten, vertelt het kleine meisje dat het de stoel van ds. Fraanje is. Als ds. J.R. van Oordt bij Hendrik Eshuis slaapt, helpt Janna Aalvink-Eshuis met het vastmaken van zijn stropdas en de knoopjes van zijn overhemd. Het lukt de oude dienstknecht niet meer om dit zelf te doen.
Ouderling Eshuis overleden Op vrijdag 2 juli 1937 overlijdt
Op vrijdag 2 juli 1937 overlijdt de 93-jarige ouderling Eshuis. Hij mocht een zeer hoge leeftijd bereiken. Ds. Lamain noemt Eshuis ‘een man die bevindelijke kennis had aan de drie Goddelijke Personen.’
Enige weken voor het overlijden schrijft Mientje Vrijdag aan oefenaar H. van Schothorst op de verjaardag van Hendrikus Eshuis: ‘Vanmiddag met broer Jan (ouderling J. Vrijdag van de Eschkerk, RvK) nog een uurtje naar Wierden geweest, de oude Eshuis was vandaag 93 jaar en we kregen vanmorgen bericht dat hij heel min was. Hij kende ons nog best en de hope was levendig (het was een heldere en leesbare brief Christi). Zo het schijnt zal hij spoedig dit Mesech verlaten en Immanuëls land aandoen. Zie geliefden, als ze zo allemaal voorgaan, o dan kan het verlangen zo sterk worden om ook thuis te mogen komen. We mochten gisteren in Gods huis nog zo hartelijk zingen: Dan ga ik op tot Gods altaren, tot God, mijn God, de
Bron van vreugd.’
Eshuis’ kleinkind Jenneke is erg verdrietig over het sterven van opa. Hij betekende veel in het jonge leven van het kleine meisje. Van haar opa leerde ze Psalm 25:2 zingen. Het overlijden is voor de ge
Het overlijden is voor de gemeente van de Eskerk een derde slag in korte tijd. Op 21 april is ouderling Arend Baan overleden. Enkele weken later heeft ouderling A. van den Noort op 13 mei 1937 het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Bart Roest schrijft vanuit Scherpenzeel aan Mientje Vrijdag in Rijssen: ‘Het was een teleurstelling dat u niet komen kon door de plotselinge dood van de godzalige Eshuis, de laatste pilaar te Wierden.’ Eshuis was verlost van de zonde en de wereld: ‘Lot is weer weg uit Sodom. Alweer een worstelaar boven, juichende voor Gods troon. U gaat mee om de patriarch naar zijn laatste rustplaats te brengen. U hebt veel omgang met hem gehad. Ik heb wel een uitnodiging gehad, maar ik denk thuis te blijven. Ik heb woensdagavond kerkeraad. Ik had die wel kunnen verzetten, maar de reis is lang en mijn lichaam niet sterk. Ik heb altijd geen vrijheid mijn gezin en mijn vrouw achter te laten. Ik wilde liever in mijn gezin en gemeente blijven; er zullen leraars genoeg komen. De Heere zij in uw midden met Zijn Geest en Woord.’
Op 8 juli wordt ouderling Eshuis in Wierden begraven. Een grote menigte van vrienden uit het land, dorpsgenoten van Wierden, gemeenteleden uit Rijssen-Es en de afdeling Wierden en belangstellenden komt er samen. In de woning met aan de voorzijde de kruidenierswinkel wordt de rouwpredikatie gehouden door ds. J. Fraanje. Hij spreekt over Psalm 69. In het huis van de buren spreekt ds. M. Heikoop. Vele jaren heeft Hendrikus Eshuis als ouderling van de Eskerk de afdeling Wierden gediend. Onder grote belangstelling wordt hij grafwaarts gedragen. Bij zijn begrafenis moet de stoet langs een café. De eigenaar moet niets hebben van kerkmensen. Als de stoet echter voorbij het café komt, wijst hij naar de baar en zegt: ’Als er één in de hemel is, dan is hij het wel.’
Op het graf spreekt ds. Heikoop. Hij was evenals ds. Fraanje met geestelijke banden verbonden aan de eenvoudige ouderling. Na ds. Heikoop spreekt opnieuw ds. Fraanje. Door zijn eenvoud en oprecht
Door zijn eenvoud en oprechtheid was Eshuis zeer geacht. Menigeen die onkerkelijk was of lid van een ander kerkgenootschap had achting voor hem. Eshuis was gezien in het dorp, en vooral bij de gewone man, door zijn eenvoud en oprechtheid. Een roomse man uit het dorp vroeg hem een keer om te komen praten over de dingen van de eeuwigheid. Dit gesprek werd zo gewaardeerd dat deze man, maar ook de kinderen, in latere jaren de boodschappen deden in de winkel van Eshuis.
Wierden zonder ambtsdragers
Met het overlijden van ouderling Eshuis is de afdeling Wierden zonder ambtsdragers gekomen. Op de ledenvergadering wordt een diaken gekozen, maar deze bedankt.
De ouderlingen van de Eskerk zorgen zoveel mogelijk voor de leesdiensten. Dit is niet altijd mogelijk, omdat aan de Eskerk twee ouderlingen door de dood ontvallen zijn. Als de ouderlingen J. Ligtenberg en W. Paalman geen twee diensten kunnen leiden, zorgt de dienstdoende broeder uit Rijssen voor een preek en de te zingen psalmversjes. De preek wordt dan gelezen door gemeentelid H. Mensink. Op 18 december 1938 wordt ds. J. Vreugdenhil door ds. R. Kok bevestigd in de Walkerk. Al spoedig weet hij het kleine groepje aan de Veendijk te vinden. Op woensdag 16 augustus 1939 gaat ds. M. Heikoop voor. Na de dienst wordt een commissie ingesteld. Dit is noodzakelijk voor de dagelijkse gang van zaken. De broeders H. Aalvink, D. Beverdam en H. Mensink worden benoemd als commissieleden. Hendrik Aalvink is getrouwd met Janna Eshuis, de dochter van ouderling H. Eshuis. De 33-jarige Hendrik is met zijn trouwen overgekomen uit de Gereformeerde Kerk. Zijn opa is Hendrikus (Dirk) Beverdam, die een belangrijke rol vervuld heeft bij het ontstaan van de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Aalvink heeft de kruidenierswinkel van zijn schoonvader overgenomen. Het tweede commissielid is Dirk Beverdam. Hij is getrouwd met Aaltje (Aale) ten Bolscher. Dirk verdient zijn boterham als timmerman. Het derde commissielid is Hen
Het derde commissielid is Hendrik Mensink. In de volksmond noemen ze hem ‘kneusies Hendrik’. Hij is 61 jaar oud. Regelmatig moet hij voorgaan als voorlezer. Vanzelfsprekend weet hij wanneer hij moet lezen, maar het gebeurt ook regelmatig dat er een broeder uit Rijssen niet op komt dagen. Dan moet Hendrik zijn taak onverwachts waarnemen.
Oorlogstijd
Begin 1939 stuurt een man uit Wierden een brief aan de classis Barneveld. Hij schrijft dat hij dat ook namens anderen doet, maar sommigen van hen blijken daar niets vanaf te weten. In 1940 komt dezelfde man met bezwaren tegen de gehouden ambtsdragersverkiezingen. Blijkbaar hebben de Rijssense kerkenraadsleden meegestemd. De classis adviseert een nieuwe verkiezing te houden, waarbij alleen de Wierdense leden een stem zullen uitbrengen.
Op 9 mei 1940 reist ds. H. Ligtenberg sr. na de classisvergadering van Barneveld naar Vriezenveen om er het Woord te bedienen. Hij overnacht daarna in Wierden. De volgende morgen, terwijl de Duitsers zich een weg banen door het oosten van Nederland, weet ds. Ligtenberg IJsselmuiden te bereiken. Omdat de brug over de IJssel inmiddels opgeblazen is, zetten Nederlandse soldaten hem met een roeibootje over naar Kampen. In de eerste oorlogsjaren hebben de predikanten en studenten een goed onderkomen bij Hendrik Aalvink en zijn vrouw Janna Eshuis. De studenten Van de Woestijne, Ligtenberg, Van den Berg, Bel, Dorresteijn en Rijksen gaan voor in het kerkje aan de Veendijk. Hun leermeester ds. Kersten preekt ook in Wierden.
Ds. Vreugdenhil maakt gebruik van een koets om Wierden te bezoeken. Voor het preken ontvangt hij f 15,-. Voor het vervoer met de koets betaalt de penningmeester f 7,50. De catechisaties worden verzorgd door ouderling Ligtenberg (‘Ak’n Jan’). In 1943 adviseert de classis Rijssen-Es dat een ouderling uit Vriezenveen zou kunnen catechiseren. Belijdenis des geloofs wordt in die jaren door de jongeren afgelegd op zaterdagmiddag voor de kerkenraad.
Walkerk
In de donkere oorlogsjaren wordt een beroep gedaan op de ouderlingen van Rijssen-Wal. Zij gaan ook regelmatig lezen in Wierden. Als H. Ligtenberg (‘Toeteboer’) bij Kippers meeeet, vraagt de boerin of zij zijn ei moet pellen, maar dat is niet nodig. Hij kan zich met zijn ene arm goed redden. Met de komst van ds. W.C. Lamain naar de Walkerk willen de leden uit Wierden aansluiting zoeken bij de Walkerk. In de notulen van 29 december 1943 staat: ‘Afdeling Gereformeerde Gemeente te Wierden heeft aan broeder Ligtenberg gevraagd of het niet mogelijk was dit station in de Walkerk onder te brengen. Hun wordt geadviseerd om te samen hun attestatie op te vragen.’
Luchtaanval Utrecht
Ds. M. Heikoop is altijd erg verbonden geweest aan de gemeente van Wierden. Als ds. Heikoop in Wierden is, zijn de gedachten naar alle waarschijnlijkheid weleens teruggegaan naar de leesdiensten in de vacante gemeente van Tricht. Als kind zat hij daar onder de leesdienst. De ouderling las de preek vanachter een katheder. De kansel was leeg. Aan zijn vader vraagt hij op de terugweg waarom de dominee niet op de kansel stond. Vele jaren gaat Heikoop regelmatig in Wierden voor. Er lagen ook geestelijke banden met de kinderen des Heeren in Wierden. Hij voelde zich in het bijzonder verbonden aan Hendrik Aalvink.
Op maandag 6 november 1944 valt er een bom op het Stadsen Academisch ziekenhuis van Utrecht. De geallieerde vliegers voeren een luchtaanval uit op het nabij gelegen Centraal Station. Tijdens dit bombardement zit ds. Heikoop in de wachtkamer. Hij overleeft het bombar-dement niet. In juli 1944 heeft de predikant een beroep ontvangen van de Gereformeerde Gemeente van Zeist. Als hij de brief opent, zegt hij tegen zijn vrouw: ‘Nu vrouw, het zal een van beide zijn: of inpakken voor ons vertrek naar Zeist of gij zult mij naar het kerkhof brengen.’ Deze woorden worden waarheid. Het beroep naar Zeist neemt hij aan. Het vertrek uit Utrecht wordt vertraagd omdat de Duitsers de woning in Zeist vorderen. Bij een razzia worden drie zonen van Heikoop weggevoerd. Doordat Heikoop veel duizelingen in zijn hoofd heeft, kan hij niet voorgaan. Inwendig is er veel strijd. Op zondag 17 september gaat kandidaat L. Rijksen voor. In de pastorie vertelt ds. Heikoop: ’Ik heb zulk een sterke begeerte om op te gaan naar Gods huis.’ In de consistoriekamer vertelt ds. Heikoop: ‘Een stem zegt mij van binnen: het is heden uw laatste reis welke gij naar Gods huis maakt.’ In de ouderlingenbank luistert hij naar de kandidaat. Door de verdwaalde bom vallen er 21 doden en zijn er 60 gewonden. Onder de doden wordt ook ds. J.R. Immink gevonden. De 54-jarige ds. Heikoop mag in de eeuwige rust ingaan. ‘Deze bom was voor de predikant als de wagen waarmee Elia ten hemel is gevaren.’
Bange oorlogsjaren
Uit de notulen van de Eskerk van 25 oktober 1944 blijkt dat er in de afdeling Enter ook een bestuur is gevormd: ‘Daar er in het station Enter nog steeds een bestuur is zal de leraar met hun praten om ambtsdragers te verkiezen. En te Wierden zal worden overgegaan tot herverkiezing van het bestuur.’
Ds. W.C. Lamain gaat in de oorlogsjaren één keer in de veertien dagen doordeweeks in een bidstond voor in de Hervormde Kerk van Wierden. In het laatste oorlogsjaar worden in plaatsen als Vriezenveen, Wierden en Nijverdal door de gezamenlijke kerken bidstonden gehouden. Over een dienst die hij op 6 december 1944 in Wierden houdt, schrijft de Hervormde ds. G. Meuleman: ‘Toch kwam er ook, bij het voortduren van de ellende, een saamhorigheid onder ons volk openbaar die we nu niet voor mogelijk zouden houden. Tot in het kerkelijke toe. Ik kan me nog goed herinneren dat in onze Wierdense jaren, toen we daar ons boerenbedrijf uitoefenden, de oudere mensen ons vertelden dat ds. Lamain, destijds predikant van de Gereformeerde Gemeente te Rijssen, voorging in de grote Hervormde dorpskerk van Wierden. Dit omdat hun eigen kerkje bij het station, wegens gevaar van beschieting door vliegtuigen, gesloten was. Feilloos wist men nog te vertellen dat ds. Lamain vanwege de nood der tijden preekte over Amos 3:8: ‘De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? De Heere HEERE heeft gesproken, wie zou niet profeteren?’
Een overweldigende indruk had het nagelaten. Ieder die ds. Lamain weleens hoorde preken, kan dat wel enigszins begrijpen. En nu moeten we maar niet naar oorlog verlangen, maar je kunt er weleens jaloers op worden dat zoiets toen mogelijk was en al heel spoedig na de oorlog nauwelijks of niet meer. Zou de Heere ons eerst weer in grote druk moeten brengen, voordat dit soort Samen op Weg weer mogelijk wordt?’
In 1944 preekt ds. W.C. Lamain 24 keer in Wierden. In zijn geschriften memoreert hij die periode: ‘In Wierden, Vriezenveen, Almelo, Enschede, Nijverdal en Enter waren er altijd uitziende zielen, die steeds maar vroegen om te komen. Vaak preekte ik op zaterdag in twee verschillende plaatsen.’
‘Hoe menige reis deden wij,’ schreef ds. Lamain later. ‘Elke week op de fiets naar Vriezenveen om daar een middag te preken, waar wij ook menigmaal met zielsgenoegen onder de vrienden mochten verkeren. Wat hadden wij er een vriendelijk tehuis. Naar Wierden of Almelo, en soms wel onder de grootste gevaren naar Enschede. Dan weer eens per maand in de regel naar Kampen en Genemuiden. Wat hebben we soms afgezucht als we daar in die polders op de fiets reden, dat we in de gehele omgeving geen mens zagen. Menigmaal door het water van de Mastenbroeker polder, zodat wij doornat daar aankwamen.’
De spoorlijn dicht bij het kerkje was regelmatig het doelwit van beschietingen door geallieerde vliegtuigen. Daarom werden de diensten enige tijd in het kerkgebouw van de Hervormde Gemeente tegenover hotel De Zwaan gehouden. Op de voorgevel van het kerkje staat: ‘Alwaar de geest des Heeren is aldaar is vrijheid.’
De vijand wordt grimmiger
Op de boerderij van de familie Kippers zit de twintigjarige onderduiker Frans Pul uit Ermelo. Hij is door oud-ouderling Willem Bos gebracht. De Duitsers weten dat Pul zich in Wierden schuilhoudt. Ze denken dat hij ‘een zware ondergrondse’ is. Er wordt flink naar hem gezocht.
Op de boerderij woont ook de negenjarige Wim Ottenhof. Hij komt uit Den Haag. Omdat daar het voedsel zeer schaars is, woont hij bij de familie Kippers. Ds. A.J. Stolte, predikant van de Gereformeerde Kerk (1936-1947), heeft hem zelf gebracht. Midden in de nacht schrikt Wim Ottenhof wakker. Hij waarschuwt de boer dat hij de deur moet opendoen. Dat blijkt al niet meer nodig. De soldaten zijn de boerderij binnengedrongen door het raam omhoog te schuiven. Ze staan al naast het bed van boer Kippers. De dochter, weduwe Kamphuis-
De dochter, weduwe Kamphuis-Kippers verhaalt de geschiedenis over de opmerkelijke leiding des Heeren. Frans Pul is de vorige avond vertrokken. Hij kon meerijden met een chauffeur naar Ermelo. Zijn zus gaat trouwen en Frans heeft het voornemen om veertien dagen weg te blijven.
Het hele huis wordt doorzocht. Er is niets te vinden. Wel zien de Duitsers een brief liggen. ‘Daar blijf je vanaf,’ zegt Wim Ottenhof, ‘die is van mij.’ De soldaten laten de brief onaangeroerd. Het was een brief van Frans Pul.
Overgegaan van de Es naar de Wal
Ook ouderling H. Haase zoekt als hij in Wierden is tijdens een razzia een goed heenkomen op de boerderij van Kippers. De bekende Rijssense ouderling weet zich te onttrekken aan het oog van de vijand. Samen met ds. Lamain spreekt ouderling Haase op de ledenvergadering van 2 maart 1945 met de leden uit Wierden. Er is enig onvrede over de gang van zaken. Bijna alle leden besluiten om zich over te laten schrijven naar de Walkerk. Enkele leden blijven lid van de Eskerk. De kerkelijke goederen worden ook overgeschreven van de Eskerk naar de Walkerk. Alles blijft het wettige eigendom van de gemeente Wierden. De inkomsten en de uitgaven zullen door de kerkenraad van de Walkerk worden gecontroleerd. Ouderling Haase en diaken H. Harbers helpen de leden van de afdeling Wierden om tot een goede gang van zaken te komen. Twee echtparen worden gelijktijdig in het huwelijk bevestigd. Ds. Lamain stelt de trouwdatum vast.
Na 25 jaar komt de bruid Mina Kamphuis-Kippers er pas achter wie nu eigenlijk het andere stel is dat gelijktijdig trouwde. Het andere echtpaar is in Wierden niet afgelezen en de namen zijn haar ontgaan bij het lezen van het formulier.
Het einde van de oorlog
Op 29 maart 1945 worden gevangenen in Wierden gefusilleerd als represaille voor de sabotageacties van het verzet. Daar is ook een predikant bij. De postbode die met zijn posttrapfiets vanuit Almelo naar Wierden is komen fietsen, komt ontdaan aan bij de familie Kippers. Tien dode lichamen heeft hij zien liggen langs de kant van de Almeloseweg. Later vernemen de inwoners van Wierden dat er ook tien mensen zijn doodgeschoten aan de Rijssensestraat. Tot de slachtoffers behoort ds. P.H. Wolfert, predikant van de Gereformeerde Kerk in Mariënberg en actief in het verzet. Zo kort voor de bevrijding worden deze mannen om het leven gebracht. De Duitsers graven zich in rond
De Duitsers graven zich in rond de boerderijen aan de Rijssensestraat. De Engelse soldaten legeren zich langs het Twente-Rijnkanaal. Er wordt hevig gevochten. Tijdens het gevecht wordt bij de overburen van boer Kippers een kind geboren. In de boerenwoning wordt het te gevaarlijk. De moeder wordt liggend op een ladder weggedragen. De baby vervoeren ze in een teil met warme kruiken. De boerenfamilie vlucht de weilanden in. Ze zijn nog maar net weg, of een granaat treft de kamer waarin zojuist het kind is geboren. Op 9 april 1945 wordt Wierden bevrijd door drie pelotons Canadese militairen van het Algonquin Regiment. Het kerkje is erg beschadigd. De ruiten zijn gesprongen en de dakpannen kapot.
De studenten Van Dam en Hegeman spreken aan de Veendijk. Als de inwoners van Wierden feesten over de bevrijding, mag student Van Dam met de hulp van de Heere spreken over Psalm 48:10: ‘O God, wij gedenken Uwer weldadigheid, in het midden Uws tempels.’ Daar in dat kleine kerkje mag de Heere gedankt worden voor Zijn bewaring in de achterliggende bange jaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 maart 2016
Oude Paden | 48 Pagina's