Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rondom de kansel van Waddinxveen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondom de kansel van Waddinxveen

Deel 55 van een serie over kerkendienaars en hun spreekplaatsen

20 minuten leestijd

Wie het huidige dichtbevolkte en huizenrijke Waddinxveen aandoet, kan zich niet indenken dat er een tijd was dat het hier onbewoond gebied was. Toch is dat het geval. Het was aanvankelijk een en al moeras, hetwelk in het begin van de dertiende eeuw werd ontgonnen. Waar mensen gingen wonen, kwam ook een kerk. Er wordt dan ook in het jaar 1365 gesproken van ‘de parochie van Waddijnsvene’. Die kerk heeft gestaan op de plaats waar zich nu de oude begraafplaats aan de Kerkweg bevindt.

Het begon allemaal met graaf Floris IV, die in 1233 voor tweehonderd pond aan een drietal edellieden het moerasgebied verkocht dat nu Waddinxveen heet. Waar de naam vandaan komt, is niet te achterhalen. Is het een combinatie van veen en wadde (een ondiep water)? Niemand die het weet. Waddinxveen bestond vanouds uit drie woonkernen: een kern ter plaatse van de huidige Brugkerk, een volgende ter plaatse van de rooms-katholieke St. Victorkerk en ten slotte een kern waar de huidige Dorpsstraat is. Later is dat allemaal één gemeente geworden.

Waarschijnlijk was de kerk aan Petrus gewijd, want het wapen van Waddinxveen bestaat uit twee sleutels die elkaar kruisen. In de dagen waarin de Reformatie in de Nederlanden op gang kwam, was Jan van Ligne heer van Waddinxveen. Hij was lid van de Bloedraad. Hij streed in de Tachtigjarige Oorlog aan de zijde van Alva en kwam in 1568 om in Heiligerlee, evenals graaf Adolf, een broer van Willem van Oranje, die juist streed tégen Alva. Duidelijk is dat de reformatorische beginselen slechts bedektelijk beleden konden worden in Waddinxveen. In 1577 mocht er echter een eerste predikant aan de gemeente worden verbonden. Dat was Gerrit Jacobsz. Douwe (ook wel Rossius genaamd). Van hem wordt vermeld dat hij de eerste was ‘die in Waddincxveen op sijn geux gepredickt heeft’. Dat moet rond 1572 zijn geweest. Ook in Boskoop was hij werkzaam. Hij had het klooster Den Hem bij Schoonhoven verlaten en was tot de Hervorming overgegaan. Overigens heeft hij de eerste beginselen der Reformatie wel in dat klooster meegekregen, omdat men daar sympathiseerde met de zogenoemde Moderne Devotie, die we voorlopers kunnen noemen van de Reformatie. Hier werd de Heilige Schrift bestudeerd en ook de geschriften van Augustinus, Anselmus en Bernard van Clairvaux. Nadat op 1 april 1572 Alva zijn bril verloor omdat Brielle zich aan Spanje ontworstelde, werd er een leger onder leiding van Alva’s zoon Don Frederik naar de Nederlanden gestuurd. Via Mechelen, Zutphen en Naarden trok hij naar Haarlem, overal dood en verderf zaaiend. Gerrit vluchtte naar Geervliet, gelegen in de nabijheid van het bevrijdde Brielle.

Om de stad Leiden te hulp te komen, die door het Spaanse leger was omsingeld, werden er vele dijken in de regio doorgestoken. Ook de Waddinxveense polder kwam onder water te staan. En niet alleen in Leiden, maar ook in Waddinxveen was geen Spanjaard meer te bespeuren. Gerrit Jacobsz. kon weer terugkeren. Dat geschiedde in 1577, omdat de financiële middelen er niet waren om hem over te laten komen vanuit Westmaas, waar hij op dat ogenblik werkzaam was. Tot aan zijn overlijden in 1595 bleef hij aan Waddinxveen verbonden. Hij werd opgevolgd door Lucas Jansz. Hij was schoolmeester geweest in Schiedam en Gouda en had een spoedopleiding gevolgd voor het predikantschap. Graag had hij in Gouda gewerkt, maar daar gistte en bruiste het. Lucas werd niet begeerd tot predikant. Dit doet vermoeden dat hij wel een echt gereformeerd predikant geweest zou kunnen zijn, omdat de predikanten die destijds Gouda dienden remonstrantse gevoelens hadden. Met name Herbert Herbertsz., de opvolger van Lucas Jansz., die in 1602 stierf, was remonstrants, evenals Jan van Galen, die in 1604 als proponent naar Waddinxveen kwam.

Tussen de laatstgenoemde en Lucas Jansz. blijkt nog ene Dirck Thomasz. aan de gemeente verbonden te zijn geweest. Waarschijnlijk was hij geen geordend predikant. Van hem is bekend dat hij voorheen in Gouda sleper, zakkendrager en korenmeter was. Of hij dit was zoals de kolensjouwer William Huntington dit was, daar kunnen we alleen maar naar gissen. Van het optreden van Jan van Galen – wiens vader burgemeester was in Oudewater – is niets bekend. Wel dat hij in Schoonhoven, waar hij in 1610 heentrok, in 1619 is afgezet wegens zijn remonstrantse gevoelens en het tegenwerken van de liefhebbers van de gereformeerde waarheid. Jan van Galen deelde dat lot met vele andere predikanten die de Dordtse Leerregels niet wilden erkennen. Ook Henricus Holtenus behoorde daarbij, Van Galens opvolger in Waddinxveen. Hij behoorde tot de intimi van de hoogleraar Vorstius en de predikant Eduard Poppius, die in Gouda toonaangevende remonstranten waren.

Met het afzetten van Holtenus was het met de remonstranten in Waddinxveen niet gedaan. Zij kwamen eerst samen in een schuilhut, terwijl ze in 1624 een huisgemeente stichtten in een woning aan de Goukade. De gemeente groeide en in 1662 betrokken ze een kerk aan de Dorpsstraat. In 1836 betrok men een nieuwe kerk aan de Zuidkade, nu het oudste monumentale gebouw van Waddinxveen. De vrijzinnig hervormden maken ook gebruik van die kerk.

Van 1865 tot 1906 is de gemeente gediend door een remonstrant die onder de rechtzinnigen gerekend wordt. Dat was ds. G. van der Pot. Wie kennisneemt van de tijdrede die hij in 1897 in die kerk hield naar aanleiding van een bliksembrand in de papiermolen aldaar, zal moeten toegeven dat menige preek die gereformeerd genoemd wordt, niet die ernst bevat die in de preek van ds. Van der Pot te vernemen is. Een citaat uit het slot van deze preek over Psalm 97:4-6: ‘Hoe zult gij dan ontkomen aan -, wáár zult gij u verbergen voor die ontzagwekkende, schrikkelijke Goddelijke macht en majesteit? Eén heuveltop is er, waar gij veilig zijt; veilig voor het onweer en veilig voor een brand; veilig voor het instorten, en veilig voor het ontploffen, van alle werken der mensen, en van alle krachten der natuur. Dat is de heuvel Golgotha, waar Jezus Christus, de Zoon Gods en des mensen, al de toorn der Goddelijke majesteit om uwentwil gedragen heeft, opdat gij, o arme mens! er voor eeuwig van bevrijd zou zijn. Daar loeit geen storm. Daar blaakt geen vuur. Daar ratelt geen donder. Daar doet geen aardbeving u sidderen. Daar omsuist u een liefelijke koelte, als de stem des Vaders tot het verloren doch teruggevonden kind. Och! dat alle bergen van hoogmoed, van weelde, van eigen wijsheid, eigen gerechtigheid en eigen kracht dan als was versmelten mochten voor het aangezicht des Heeren om in die Gekruisigde van Golgotha ootmoedig te geloven! (…) Toehoorders voor wie zal de bliksembrand van Dinsdagavond het middel ter bekering en het begin van een nieuw, een Godgeheiligd leven zijn? Zalig, wie als een brandhout uit de vuurpoel des verderfs werd uitgerukt! Over hem heeft de dood geen macht meer. Voor hem zal de hemelstad zich openen, waar nooit meer een vuurbrand zal ontvlammen, -dat Vaderhuis, waar hij boven alle reden tot angst en vreze eeuwig zal verheven zijn. En of daar ook bliksemstralen en donders uitgaan van de troon der heerlijkheid, zij zullen hem niet meer verschrikken. Want zij zullen uitgaan naar de duisternis daarbuiten, naar de hel beneden. Maar over hem zal eeuwig de regenboog zich welven van Vaderliefde en Vadertrouw en vrede zal hem zijn en zijn huize vrede en al wat hij heeft zal vrede zijn.’

Met de remonstranten was het aanvankelijk – althans naar de letter - in de Dorpskerk sinds 1619 gedaan. Michael van der Loven die in 1620 vanuit Acquoy naar Waddinxveen kwam was overtuigd gereformeerd. Niet lang diende hij de gemeente want in 1624 overleed hij.

Van de predikanten die in de zeventiende en achttiende eeuw Waddinxveen dienden, willen we nog noemen Jacobus Plancius. die er van 1681 tot 1683 werkzaam was. Hij was een achterkleinzoon van de bekende predikant en cartograaf Petrus Plancius uit Amsterdam. Een andere naam is die van Cornelius Laats die zijn hele ambtsperiode van 1697 tot 1722 daar doorbracht. Hij was de grootvader van moederskant van de bekende Theodorus van der Groe. Het huwelijk van de ouders van ‘de laatste ziener’, zoals deze wel werd genoemd, werd in Waddinxveen kerkelijk bevestigd.

Op den duur ging het met de prediking in Waddinxveen mis. Dit had alles te maken met de upper ten die in Waddinxveen de kerkelijke touwtjes in handen had. Het dieptepunt is wel geweest de periode waarin ds. H.J. Spijker Waddinxveen diende. Het waren maar twee jaren vanaf zijn komst in mei 1829 tot aan zijn vertrek mei 1829 tot aan zijn vertrek naar Dordrecht in april 1831, maar de uitwerking was funest in de gemeente. Nicolaas Beets merkte eens op dat de Nederlandse Hervormde Kerk tussen twee spijkers doorgaat. Hij bedoelde daarmee de uiterst rechtzinnige ds. A.P.A. du Cloux (Frans voor spijker) en de uiterst vrijzinnige ds. H.J. Spijker, die later in Amsterdam werkzaam was. Daarna was het in Waddinxveen als het ware een golfslag. Dan weer rechtzinnig, dan weer modern. In ieder geval werd Spijker opgevolgd door ds. A.C. van Eldik Thieme, die in 1831 vanuit Zetten-Andelst naar Waddinxveen kwam. Hij was een predikant met gereformeerde beginselen. Tot 1840 stond hij in Waddinxveen. Middellijk is het daardoor gekomen dat de Afscheiding hier van marginale betekenis was. In 1836 lezen we van een eerste gezin dat zich onttrok en met de afgescheiden gemeente van Gouda ging meeleven. De anderen die in de jaren daarop volgden kregen kerkelijk onderdak in Bodegraven of bij de Ledeboeriaanse gemeente te Moerkapelle.

In 1838 werd tijdens de ambtsperiode van Van Eldik Thiemes de Brugkerk in gebruik genomen. De kerk aan de Kerkweg die tevoren had dienst gedaan, is later afgebroken wegens bouwval. Alleen twee psalmborden herinneren aan deze kerk evenals het orgel dat dertig jaar oud was toen het in de nieuwe kerk werd geplaatst. Jammer dat men vroeger zo rigoureus met monumenten omgegaan is. Aan het eind van de achttiende eeuw merkte nog iemand op: ‘’Deze kerk is in alle opzichten een schoon gebouw, waarvan de toren een zeer trots en fraai aanzien heeft (…) Midden uit de kap rijst een fraaie naald vierkant als een spits op, waarop de windhaan staat, die een schone hoogte aan de toren bijbrengt.’

De prediking na Van Eldik Thieme was of ethischirenisch of onder invloed van de Groninger richting. Van 1871 tot 1886 was het de moderne ds. W.H. Luttenberg die Waddinxveen diende. Een flink gedeelte van de gemeente ging in die tijd alternatieve diensten beleggen in de Christelijke school, ook wel ‘Sluisjesschool’ genaamd. Het gevolg was dat Luttenberg in de Brugkerk veelal voor lege banken stond te preken. Na Luttenbergs vertrek naar Gorredijk ging de kerkenraad een gesprek aan met de verontruste hervormden, met als gevolg dat er nu een rechtzinnige predikant werd beroepen in de persoon van ds. P. Peter, die van 1887 tot 1890 in Waddinxveen stond. De Brugkerk stroomde weer vol. De Doleantie werd de kop ingedrukt. De vrijzinnigen zochten een oplossing in de vorming van de Nederlandse Protestanten Bond. Ze vroegen of ze de remonstrantse kerk mochten gebruiken, maar de eerdergenoemde ds. G. van der Pot hield dat tegen, zodat men in een café als vergaderplaats terechtkwam. Toen na zijn verscheiden de remonstrantse kerk afscheid nam van de rechtzinnigheid waarin Van der Top hen had onderwezen, kregen zij wel een plek. Vanwege gebrek aan belangstelling is de NPB in Waddinxveen ter ziele gegaan.

Omdat na het vertrek van Van Eldik Thieme in 1840 naar Groningen het voorlopig met de gereformeerde prediking in Waddinxveen was gedaan, en het aantal leden dat zich had onttrokken beduidend was toegenomen, werd in 1866 ‘eene Christelijke Gereformeerde Afgescheidene Gemeente’ gesticht. Een jaar later volgde in Noord Waddinxveen de stichting van een Kruisgemeente. Deze gemeente kerkte in een gebouw in de Dorpsstraat, dat wel ‘Plankeschurenkerk’ werd genoemd. De Kruisgemeente is maar een zeer kort leven beschoren geweest. De christelijke afgescheidenen kwamen aanvankelijk samen in de bakkerij van C. van der Star aan de Dorpsstraat. Toen de Hervormde Gemeente de Brugkerk bouwde, werd de pastorie bij het voormalige bedehuis aan de Kerkweg verkocht. De christelijke afgescheidenen brachten het hoogste bod uit en van de pastorie werd een eigen kerkgebouw inclusief predikantswoning gemaakt. De eerste predikant die de gemeente vanaf 1868 tot 1870 diende was ds. W. Raman. Inmiddels was de naam van het kerkverband gewijzigd in Christelijk Gereformeerde Gemeente.

Binnen de gemeente ontstond al spoedig een gedeelte dat een voorwerpelijke en een ander gedeelte dat een onderwerpelijke prediking begeerde. Ds. N.J. Engelberts, die de gemeente diende van 1874 tot 1879 en blijkbaar het bevindelijk aspect niet zozeer ter sprake bracht, kreeg het nodige te horen. Met gemak werd hij ‘Arminiaan’ en ‘duivelsdienaar’ genoemd. Ook ontstond in die periode groot tumult over het voorlezen uit de Bijbel. Ouderling Van Rhijn was voorstander van de nieuwe spelling, terwijl anderen dat juist iets vonden voor de onbekeerden, omdat Gods volk het liefst de oude spelling hoorde. Tijdens de periode dat ds. C. de Groot in Waddinxveen werkzaam was, kwam het onderliggende conflict echt tot een uitbarsting. Juist ten dage van de Doleantie – die aan hervormd Waddinxveen voorbijging – kwam het onderscheid goed openbaar tussen de volgelingen van Kuyper en de Afgescheidenen uit 1834, of het onderscheid tussen de studenten van Kampen of van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ds. C. de Groot, die in 1888 van Halfweg naar Waddinxveen was gekomen en in Kampen gestudeerd had, veroorzaakte al spoedig commotie bij een voorbereidingspreek op het Heilig Avondmaal. De Groot legde grote nadruk bij de zelfbeproeving, terwijl anderen – zoals ouderling Van Rhijn die destijds voor de nieuwe spelling was – meer de nadruk wensten op het bevel ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’. Daarbij kwam dat ds. De Groot zijn bezwaren tegen de jongelingsvereniging die op en top de geest van de Doleantie ademde – waaronder de leer van de veronderstelde wedergeboorte – niet onder stoelen of banken stak. Zelfs verbood hij hen voortaan te vergaderen in de consistoriekamer. Toen landelijk dolerende en afgescheiden gemeenten in 1892 samensmolten tot de Gereformeerde Kerken, verkoos ds. De Groot met zijn kerkenraad zelfstandig te blijven. Hoewel het grootste gedeelte van de gemeente de zijde van ds. De Groot koos, was de uitspraak van de rechter dat de goederen van de gemeente aan het andere deel van de gemeente toekwamen. Daarop heeft de gemeente een tijdlang in een boerderij gekerkt. Men spotte weleens over de gemeente die ‘op de dorsvloer’ vergaderd is. In 1894 kon het huidige kerkgebouw aan de Dorpsstraat worden betrokken. Ds. De Groot heeft die gemeente gediend tot aan 1926. De gemeente bestond destijds uit ruim 300 leden. Dat aantal verminderde gedurende de periode dat zijn opvolger ds. H.J. Grisnigt de gemeente diende. Grisnigt werd achtereenvolgens opgevolgd door ds. N. van der Kraats (1937-1949), ds. A.P. Verloop (1959-1984) en ds. N. van der Want (1986-1994). De laatstgenoemde diende na de Christelijke Afgescheiden Gemeente te Waddinxveen een vrije gemeente in Schiedam, de Plantagekerk genoemd, en werd na aanvullende studie predikant binnen de Hersteld Hervormde Kerk.

Als zodanig diende hij de gemeente Melissant. Zijn opvolger in Waddinxveen werd ds. J.G. van Tilburg, die daar in 1997 de herdersstaf opnam en onlangs met emeritaat ging. In 2008 ging deze gemeente over naar de Hersteld Hervormde Kerk, in navolging van de predikant, die zich daar al eerder bij had aangesloten.

In 1892 ging het resterende gedeelte van de in 1866 ontstane gemeente verder als Gereformeerde Kerk. Een jaar later was men in staat weer een eigen predikant te onderhouden in de persoon van ds. T. de Jager. Elke woensdagavond riep hij de gemeente samen om een gedeelte van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te behandelen met de mogelijkheid van vragen stellen. Na een korte ambtsperiode overleed hij in 1896. Vervolgens werd ds. Eliëzer Kropveld beroepen, een bekeerde Jood, van wie zijn levensbeschrijving Uit de duisternis tot licht bekend is geworden. Hij diende de gemeente van 1896 tot 1900. In 1925 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen aan de Kerkweg. Hoewel in 1944 velen in Waddinxveen sympathiseerden met dr. K. Schilder, was men niet van zins om tot een breuk te komen met de Gereformeerde Kerken.

De Gereformeerde Kerk heeft tal van jaren een voorlezer gehad in de persoon van J. van Dam, die hoofd was van de Christelijke MULO. In de tijd dat zo’n beetje overal de voorlezer werd afgeschaft, bleef deze in Waddinxveen aan, omdat men Van Dam niet wilde missen als voorlezer, daar hij zich als het ware in de stof inleefde die hij voorlas. Eens preekte prof. dr. K. Dijk in Waddinxveen. Hij had een vrij lange tekst uit een van de profeten gekozen voor zijn preek. Normaal was Dijk gewend de tekst voor de prediking nog eens te herhalen. Dit keer deed hij dat niet. Hij zei na afloop in de consistoriekamer: ‘Ik was van plan om de hele tekst nog weer voor te lezen, maar toen ik deze broeder hoorde, zag ik er van af. Zo mooi kon ik het toch niet!’ Op 2 september 1894 werd door ds. David Janse een Ledeboeriaanse gemeente in Waddinxveen geïnstitueerd. De leden waren afkomstig uit de gemeente van ds. De Groot. Men was zeer gehecht aan ds. L. Boone. In 1907 ging de met de vereniging van de Le gemeente niet mee met de vereniging van de Ledeboeriaanse gemeenten en de Kruisgemeenten. Toen in 1948 de vereniging plaatsvond tussen de Ledeboeriaanse Oud Gereformeerde Gemeenten en de zogenoemde Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten, bleef men afzijdig. Men volgde hierin ds. C. van de Gruiter. In 1959 verzocht men echter weer opname in het landelijk kerkverband. In 1986 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen. In deze gemeente werden vanouds de psalmen gezongen in de berijming van Datheen, maar in 2017 is men overgegaan op de psalmberijming van 1773.

Rond de jaren zestig van de vorige eeuw begon Waddinxveen snel te groeien. Er kwamen nieuwe wijken bij en het aantal gemeenteleden steeg gestaag. Door die groei kwam er een behoefte aan een tweede kerkgebouw. Samen met de rooms-katholieke parochie en met instemming van de paus werd voor het eerst in Nederland gezamenlijk een kerkgebouw gebouwd: de Ontmoetingskerk. Rond de eeuwwisseling is de oude Gereformeerde Kerk aan de Kerkweg verkocht vanwege het verminderend aantal kerkleden. De kerk is toen verkocht aan de vrijgemaakt Gereformeerden, die aanvankelijk in Gouda kerkten, maar in 1986 in Waddinxveen een eigen gemeente hadden gesticht. In 1988 kreeg deze gemeente een eerste predikant in de persoon van ds. L.S.K. Hoogendoorn.

Ds. C. van der Wal, die een boekje over zijn vader ds. B. van der Wal schreef (welke Waddinxveen diende van 1900 tot 1905), heeft de ontwikkeling in de Hervormde Kerk na ds. Peter als volgt onder woorden gebracht: ‘Na hem kwam ds. G.J. Antink, die in deze lijn voortging. Dat kostte de gemeente wel enkele zeer gegoede families. Maar deze aderlating kwam de gezondheid ten goede. Daarna kwam in 1893 de nobele, eerbiedwaardige ds. W. Zijlstra, in wie de Gereformeerde belijdenis scherper profiel kreeg in prediking en zielszorg. Ik heb mijn vader zelf wel over deze geleidelijke weg, die God met Zijn gemeente in Waddinxveen gegaan was, horen spreken. Het geheel doet mij denken aan de geschiedenis van het volk Israël, vooral in de koningstijd. Als wij zouden denken: van deze dorre doodsbeenderen is niets meer te verwachten (…) is er Één Die bij machte is levend te maken en het ogenschijnlijk gedoemde, niet prijsgeeft’. Ds. Bastiaan van der Wal heeft met zegen in Waddinxveen mogen werken. Er was destijds grote armoede en er waren heel wat mensen die geen onderwijs hadden gehad en dus analfabeet waren en derhalve de Bijbel niet konden lezen. Van der Wal, die voordat hij predikant werd onderwijzer was geweest, heeft verschillende analfabeten lezen geleerd. Soms ging de Bijbel in meer dan één betekenis open. Op zondagavond hield ds. Van der Wal gezelschap aan huis. Van de opvolgers van ds. Van der Wal willen we nog noemen ds. L. Vroegindeweij, die er stond van 1934 tot 1949. Tijdens zijn ambtsperiode ontstond aan het begin van de Tweede Wereldoorlog uit onvrede met de prediking in Waddinxveen de vereniging ‘Wet en Evangelie’. Uit de naamgeving blijkt dat men deze twee hoofdzaken niet in evenwicht bevond onder Vroegindeweij en diens voorgangers. Of ze dat juist gezien hebben? De vraag stellen is deze beantwoorden. Uit deze groep is in 1953 de Immanuelgemeente ontstaan, die in 1958 een eigen predikant kreeg en in later jaren uitgebreid werd met ‘De Rank’. Na 2004 zijn de beide gemeenten met de gereformeerden gefuseerd tot de protestantse gemeente Waddinxveen. Ondanks het feit dat naast de Brugkerk een nieuwe Hervormde Gemeente ontstond met een andere modaliteit, werd er in 1946 in de ‘Gereformeerde Bondsgemeente’ een tweede predikantsplaats gesticht. In 1965 volgde een derde en in 1992 zelfs een vierde.

Twee van de vele hervormde predikanten die Waddinxveen hebben gediend wil ik nog noemen. Allereerst ds. J. van der Haar, die er in 1951 vanuit Neerlangbroek heen kwam en in 1958 naar Sint-Maartensdijk vertrok, nadat hij tweemaal achtereen daarheen was beroepen. Veel heeft hij mogen betekenen voor de kerk in het algemeen, gezien zijn hertaalwerk van tal van Nederlandse oude schrijvers of vertaling van Engelse puriteinse werken. Zijn hertaling van het Schatboek van Ursinus zal in geen enkele pastorie ontbreken waar men enigszins binding heeft met de gereformeerde belijdenisgeschriften. In zijn Tekenen ten goede. Ambtelijke ontmoetingen heeft hij zijn ontmoeting beschreven met de Waddinxveense Kaatje de Bruin-Vermeulen, die weliswaar niet bij zijn kerkverband hoorde, maar aan wiens voeten hij gaarne zat vanwege het werk Gods in haar zielenleven.

De tweede is ds. J.R. Cuperus, die de gemeente diende van 1957 tot aan zijn emeritaat in 1966. Ds. J.T. Doornenbal was destijds erg op hem gesteld. Ze hebben lange tijd samen op de Veluwe gediend. Ds. Cuperus twintig jaar in Doornspijk en ds. Doornenbal nog meer jaren in Oene. Toen ds. Cuperus naar Waddinxveen vertrok, schreef ds. Doornenbal in de Veluwse kerkbode: ‘Wel lijkt de Veluwe leeg te worden nu ds. Cuperus heengaat’. Een collega uit Veessen maakte er prompt een liedje van, dat te zingen is op de wijs van Op de grote stille heide.

Op de grote stille heide

fietst een pastor eenzaam rond.

’t Is de dominé van Oene:

‘Of hij soms Cuperus vond’.

Want zijn vriend ging van hem heen

helemaal naar Waddinxveen.

Hoe leeg is mijn heide!

Hoe leeg is mijn heide, mijn heide!

Ds. Cuperus nam een grote plaats in onder degenen die een schriftuurlijk-bevindelijke prediking voorstaan. Bij zijn overlijden schreef ds. Joh. Verwelius – die zelf tweemaal Waddinxveen diende – in een In memoriam: ‘De Heere had hem met rijke gaven begiftigd. Hij was ongetwijfeld een intelligent en begaafd mens. Zeer belezen. En ook bereisd. Maar het grootste was en is dat hij bovenal delen mag in de genade Gods, geopenbaard in Christus. Reeds van zijn prille jeugd af. Wat was er een liefde in zijn hart voor de Heere en Zijn dienst. Een liefde die vooral tot uiting kwam op de kansel. Daar was hij in zijn element. Wat kon hij met vuur Christus verkondigen. Hem aanprijzen als de enige Zaligmaker. Als vriend van de Bruidegom kon hij met warme liefde lokken om Jezus te zoeken. En zo is hij door Gods genade velen tot rijke zegen geweest. Wat was hij een vriend van allen die de Heere ootmoedig vrezen. Diep respect had hij voor de kinderen Gods. Zelf rijk bedeeld met genade zag hij hoog tegen anderen op.’

Door de uitbreiding van Waddinxveen en de meerdere predikantsplaatsen werd in 1952 aan de Esdoornlaan het kerkgebouw de Hoeksteen in gebruik genomen, terwijl in 1970 aan de Bilderdijklaan de Bethelkerk in gebruik werd genomen. Ten bate van de bouw van die kerk is er destijds een grammofoonplaat uitgebracht, getiteld ‘Bethelklanken’ waarop naast de predikanten J. Koele, J. Koolen, A. Noordegraaf, C.A. Tukker en J. Vos de oud-predikant ds. J. van der Haar orgelwerken ten gehore brachten. In 1996 werd het kerkgebouw aan de Sterrenlaan in gebruik genomen, de Morgenster.

Bij de vorming van de PKN sloten verschillende verontruste hervormden zich aan bij de Hersteld Hervormde Kerk. Een eigen predikant kregen ze in de persoon van ds. J.P. Stoel. Sinds een jaar maken zij gebruik van de Immanuëlkerk en de Ontmoetingskerk te Waddinxveen, omdat de huur werd opgezegd van het kantoorpand aan de Staringlaan, waar men eerst samenkwam.

Hoewel de Christelijke Afgescheiden Gemeente zich ook aansloot bij de Hersteld Hervormde Kerk, bleven de beide gemeenten zelfstandig voortbestaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: Oude Paden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

Oude Paden | 64 Pagina's

Rondom de kansel van Waddinxveen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

Oude Paden | 64 Pagina's