Predikant in drie continenten
Zo’n tachtig jaar geleden kon men in Grand Rapids en in tal van andere Amerikaanse plaatsen nog in het Nederlands de weg vragen. In 1920, zeg maar een eeuw geleden, waren er in Grand Rapids 30.846 Nederlandse immigranten en uit Nederlandse ouders geboren kinderen. Ter vergelijking: in diezelfde tijd waren er 9.552 in New York, 9.448 in Paterson en in een stad als Boston slechts 1.313. Grand Rapids spant dus de kroon. Nu vormen Hollanders de derde, vierde en soms al de vijfde generatie in Grand Rapids.
Nergens worden er nog preken in het Hollands gehouden. Boeken van Hollandse ‘oude schrijvers’ worden voor weinig geld te koop aangeboden. Wie kan ze nog lezen?
Waar Hollanders zich vestigden, werden kerken gebouwd. Waar Hollanders kerkten, ontstonden scheuringen. Maar de aloude waarheid die naar de godzaligheid is, kan hier en daar nog worden gehoord in de prediking.
In 1925 waren in heel Amerika voor wat betreft de Reformed Church 730 gemeenten, 808 predikanten, 81.537 gezinnen en 145.373 belijdende leden. De Christian Reformed Church (niet te verwarren met de Christelijke Gereformeerde Kerken, want die heten daar Free Reformed Churches), kenden 251 gemeenten met 250 predikanten, 21.430 gezinnen en 47.873 belijdende leden. Was er veel verschil tussen de Reformed Church en de Christian Reformed Church? Rond 1895 vestigde de heer A.C. Rink zich in Grand Rapids. Hij was hoofdonderwijzer. Van huis uit gereformeerd, kerkte hij in zijn nieuwe woonplaats op zondag om en om in beide kerkverbanden ‘zonder ook maar enig verschil in prediking te kunnen constateren’, zo zei hij. Of … zou hij het minder scherp hebben kunnen opluisteren?
Kerkelijk Grand Rapids
In deze inleiding op het interview met ds. J.A. van den Berg nog even iets over kerkelijk Grand Rapids. Daar is de Free Reformed Church waar vroeger ds. C. Smits en ds. G.A. Zijderveld stonden, de Netherlands Reformed Congregations (zusterkerken van de Gereformeerde Gemeenten), voorheen bediend door o.a. ds. W.C. Lamain en nu door ds. G.M. de Leeuw, en de andere NRC-gemeente aan de Covell Avenue, laatst bediend door ds. C. Vogelaar en nu vacant. De oude kerk van ds. Lamain aan de Crescent Street kwam in 1993 door de verdrietige scheuring in handen van de Heritage Reformed Congregations (dr. Joel R. Beeke). Dan is er nog een Oud Gereformeerde Gemeente, behorend tot het landelijke verband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, die samenkomt in een gehuurd kerkje van een Pinkstergemeente aan de Leonard Street. De dienst die schrijver dezes daar bijwoonde, was een catechismuspreek van ds. M.A. Mieras. Zo’n vijftien (doop)leden komen daar trouw tweemaal per zondag op. In de gemeente van ds. De Leeuw en in die van dr. Beeke worden nog steeds drie zondagse diensten gehouden; de kerk aan de Covell Avenue heeft twee diensten. En verder is Grand Rapids royaal voorzien van kerken van allerlei snit. Soms recht tegenover elkaar gelegen.
Ds. J.A. van den Berg
Bij één nog niet genoemde gemeente en haar predikant willen we wat langer stilstaan. Dat is de Providence Reformed Church. Ds. J.A. van den Berg, die aan deze gemeente verbonden is, was bereid om ons op 9 november 2017 in zijn pastorie te ontvangen. Op een sympathieke wijze ging hij in op een aantal vragen. Eerst kwam zijn ouderlijk gezin aan de orde. Daarbij merkte hij op dat het in het interview niet mag gaan om de mens – “dat gevaar ligt altijd op de loer.”
“Vader was eenvoudig, maar bedeeld met de tere vreze des Heeren. Ook moeder Van den Bergde Jong was geen vreemdelinge van het genadeleven. Ze zouden niet als ‘bijzondere mensen’ getekend willen worden. Mijn ouders woonden op een pachtboerderij in Hedel. Moeder kwam uit Zijderveld. Het is eens gebeurd in de oorlogsjaren dat moeder op een avond, fietsend in een onverlichte laan met aan weerszijden sloten, het water inreed. Een sloot met een hoge wal, ze kon er maar nauwelijks uitkomen, verdrinken was niet denkbeeldig. Toch gaf de Heere haar de kracht om uit die sloot te komen. Dat was een letterlijke redding. Ze gevoelde dat er maar één schrede was tussen haar en de dood. Op haar noodgeschrei deed God grote wonderen. Later sprak moeder duidelijk mét haar leven en óver haar leven. Ook was er gezelschap, waar onder andere ene Slappendel uit Bodegraven vaak aanwezig was.
Eénmaal aan het Heilig Avondmaal
Vader kwam uit de hervormde gemeente van Noordeloos. De bevindelijke waarheid werd thuis gelezen en in doordeweekse diensten beluisterd. Vader was een gerespecteerde man, voor zichzelf stil en nederig. Hij keek hoog, wel eens té hoog op tegen mensen die veel van God geleerd hadden, zoals Aart Rietveld. We mochten duidelijk de vreze des Heeren in zijn leven bemerken, ook in zijn gebedsleven. Ging er een koe dood van de 21 koeien, wat een schadepost betekende, dan mocht hij buigen onder de Heere. Zo ook toen van de acht kinderen er twee gehandicapt bleken te zijn. Hij was geen ‘gearriveerd’ christen, geen hoogbekeerd mens. Slechts éénmaal in zijn leven heeft hij deelgenomen aan het Heilig Avondmaal. Daarop is hij zo bestreden geworden dat het bij deze ene keer gebleven is. Daarentegen ging moeder altijd. Op een gemeente van zo’n 300 leden waren er tussen de vijf en de tien avondmaalgangers.”
Mensen van Zondag 10
“Mijn ouders leefden onverzekerd. Was het soms nijpend in financieel opzicht, dan gaf de Heere uitkomst. Dan lag het geld onder de bloempot. Ook leefden hun ouders hun kinderen voor. We merkten dat ze veel voor hun kinderen in gebed waren. Twee van mijn broers zijn overleden, één tijdens een kerkdienst. Dat was in 2009, hij is 55 jaar geworden. Moest sinds 1976 beademd worden. Het was bijzonder dat op het psalmbord als laatste versje 68:2 stond. Aan het graf hebben we dit vers gezongen.”
Geroepen in de wijngaard
“In 1967 ben ik in Hedel geboren als laatste in het gezin. Onder ds. L.H. Oosten heb ik belijdenis des geloofs afgelegd. In 1990 trouwden Brandien Pieters, zus van ds. W. Pieters, en ik in Ede. Op mijn drieëntwintigste. Tot aan mijn trouwdag hielp ik thuis, molk de koeien. Ik was nog een schooljongen toen er eens een zendingsman op school kwam om over het zendingswerk te vertellen. ‘Misschien zijn er kinderen die de Heere wil gebruiken in Zijn koninkrijk of in de zending’ zei hij aan het einde van zijn verhaal. Mijn hart klopte in mijn keel. Zou ik dat mogen zijn? Na het gymnasium ben ik techniek gaan studeren. Ik kreeg een maatschappelijke functie als hoofduitvoerder. Het was mijn bedoeling om in een derdewereldland te gaan werken. Er lag een carrière te wachten! Zo léék het!
Zo ongeveer op mijn twintigste werkte de Heere door in mijn leven. Ik liep vast met mijzelf, kwam op de knieën terecht met de bede of de Heere mij wilde behouden. Of het nog goed kon komen tussen de Heere en mijn ziel. Toen had ik al een verlangen in mijn hart om predikant te worden. Na ons trouwen gingen we in Harskamp wonen, waar ds. C. Stelwagen toen predikant was. Toen ik eens uit het bedrijf naar huis reed, liet de Heere mij zien dat ik dat werk mocht gaan doen. Ik ben gestopt met het dagelijks werk en begon de studie theologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht. In het tweede studiejaar werd ik aangevallen met de vraag of mijn roeping wel duidelijk genoeg was. Op een nacht zat ik op, ik kon er niet van slapen. Ik zag op tegen mensen en omstandigheden. Toen viel de Bijbel open bij Johannes 14:6 ‘En ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid.’ Toen werd de strik gebroken en kreeg ik de vrijmoedigheid om met de studie door te gaan.”
Met veel vrees en beving
In Zuid-Afrika was een Oud Gereformeerde Gemeente, ontstaan door de arbeid van ds. T. Wakker. Ds. A.P. van der Meer was daar enige tijd consulent. Die gemeente scheurde; een deel ging over naar de Nederduits Hervormde Kerk, een zusterkerk van de Nederlandse Hervormde Kerk. Van 1995 tot het jaar daarop heb ik in die gemeente in Pretoria gewerkt. Toen ik mijn studie voltooid had, werd ik in juni 1997 aldaar beroepen. De gemeente bestond uit circa honderd zielen; ze konden mij voor 50% onderhouden. De andere 50% kon ik lesgeven aan een Bijbelschool. In gehoorzaamheid heb ik dit beroep aangenomen, zij het met veel vrees en beving. Ik zou zes vrije zondagen per jaar ontvangen, en zou tweemaal preken op zondag. Voor mijn komst was de gemeente twee en een half jaar vacant geweest, tien maanden daarvoor had ds. K. Veldman de gemeente gediend. Ik ben er bevestigd door mijn zwager, ds. Pieters. Bijna vijf jaar, van 1997 tot 2002 heb ik in deze gemeente mogen arbeiden. Onze kinderen Klaske en Hanno zijn daar geboren. Klaske, onze tweede dochter, is naar mijn moeder Klazina genoemd. Moeder heeft haar de kerk in gedragen. Vader durfde niet te vliegen. Mijn schoonvader en twee van mijn broers waren ook bij die doopdienst. Eerder hadden wij al een dochter mogen krijgen en later nog een zoon.”
Naar Nieuw-Lekkerland
“Hanno is daar zeer ernstig ziek geweest. Hij heeft op sterven gelegen. Binnen 24 uur na zijn geboorte werd hij geopereerd. Slechts tien procent van de patiënten overleeft de ziekte. De artsen gaven ons gedurende vijf zorgvolle weken geen hoop. Maar de Heere regeert, er kwam een wending ten goede. Er werd gezegd dat hij een ‘wonderkind’ is en zo mogen we het ook zien. Hanno mocht na vijf en een halve week naar huis, op Goede Vrijdag. Die zaterdagavond erna belde ds. J. Belder dat er een beroep uit Nieuw-Lekkerland op mij was uitgebracht. Twaalfhonderd kerkgangers, een stabiele gemeente met veel jeugd. Ik zag er erg tegenop. Maar ik kreeg rust uit Zacharia 4:6 ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen.’ Toen mocht ik het be-roep uit dit Lekdorp aannemen. De droeve scheuring van 2004 betekende voor deze gemeente dat er ongeveer 200 leden en een ouderling zijn overgegaan naar de Hersteld Hervormde Kerk. Ds. Belder ging net weg toen wij kwamen, zeven weken later werd ds. J.R. Volk in zijn plaats bevestigd; de gemeente telde twee predikantsplaatsen.
Naast het ambt was ik vijf jaar lid van het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Ik legde die taak neer; kon niet langer de verantwoording daarvoor dragen.”
Toen volgde IJsselmuiden
“Zes jaar ben ik aan Nieuw-Lekkerland verbonden geweest. Het was 2008 toen er een delegatie uit IJsselmuiden kwam om met mij te spreken. De gemeente was in moeilijke omstandigheden geraakt door de scheuring. Er volgde een beroep. Er zou nog een ander beroep op mij worden uitgebracht, uit Waarder. Eerlijk gezegd lag die gemeente meer in mijn lijn. Maar het moest IJsselmuiden worden, hoezeer ik er ook tegenop zag. De Heere boog mij over met de woorden uit Nehemia 2:20b ‘… en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen.’ Wat is het toch belangrijk als de Heere door Zijn Woord ons de weg wijst!
De onderlinge verscheidenheid in de gemeente gaf veel zorgen en pijn. Vooral aan de kinderen moesten wij veel uitleggen. Ook in deze gemeente had de scheuring van 2004 veel te zeggen gehad: ongeveer 450 mensen waren uit de gemeente vertrokken. Het was in die tijd voor mijzelf een geestelijk donkere periode. Ik ging meer en meer zien wie ikzelf was. Het grote wonder dat Christus gekomen is om zondaren zalig te maken gaf mij rust – ik mocht het Paulus nazeggen: van welke ik de voornaamste ben. Ondanks de geestelijke zorgen was het goed voor mij dat de Heere mij aan de grond en in de diepte bracht.”
Daarna kwam Grand Rapids
“In 1995 was mij al gevraagd enige tijd in deze Amerikaanse stad te dienen. In 2006 was ik daar opnieuw en werd er beroepen. Zes jaar later kwam het tweede beroep uit Grand Rapids. Dat bond de Heere op mijn hart. Ik heb het aangenomen. Mógen en móeten aannemen. Op 31 oktober 2013, Hervormingsdag, ben ik daar door mijn broer ds. C. van den Berg, predikant in Ouddorp, bevestigd. De gemeente is niet groot, ze bestaat uit 30 gezinnen. Van de tien huwelijken die bevestigd werden tijdens ons verblijf in Grand Rapids zijn er zeven stellen aan de gemeente verbonden gebleven. (Het ledenboekje telt 72 belijdende en 48 doopleden, dus 120 zielen, jm). Veel leden zijn familie en hebben een nauwe band aan elkaar, tweederde is jeugd. We vinden in de gemeente heel duidelijk geestelijk leven. Voor mijzelf is het hier een heel goede tijd, ik mag helderheid en vreugde in mijn bediening ervaren. Daarnaast heb ik het afgelopen jaar (2017, jm) in China anderhalve week les kunnen geven aan een seminarie. En ik doe promotieonderzoek.”
Hoe is deze gemeente ontstaan?
“Oorspronkelijk voortgekomen uit de Gereformeerde Gemeente (de N.R.C.) hier in Grand Rapids, vanaf 1947 tot zijn sterven in 1984 bediend door ds. Lamain. De gemeente heeft een sterk bevindelijke inslag. Door de jaren heen is er duidelijk zicht gekomen op het onderscheid tussen Wet en Evangelie, tussen zonde en genade. Dat moet in de prediking aan de orde komen. Dat geeft herkenning. Met twee ouderlingen en twee diakenen gaan wij jaarlijks de hele gemeente door, in geestelijke eensgezindheid.
De gemeente was een losse, onafhankelijke groep, maar op advies zijn we aangesloten bij de Reformed Church of America, net als destijds ds. A.C. van Raalte in Holland, Michigan. De classis heeft dit kerkgebouw aan onze gemeente geschonken. De kerk is circa honderd jaar oud. Wij hebben het gebouw de naam Providence Reformed Church gegeven. Vroeger was het de Bethelgemeente. Het is een trouwe gemeente, zowel in opkomst als in de collecten, die goed bedeeld worden. De gemeente behoort niet onder een Nederlandse classis, maar onder de Great Lake City classis. Daaronder vallen ook Detroit, Lansing en Cleveland. Mijn voorgangers waren ds. K. Veldman en ds. D.J. Budding. Onlangs is ook ds. J.W. Hooydonk hier enkele zondagen voorgegaan. Verder is er contact met de Free Reformed Church; ik mag daar voorgaan in New Jersey (Pompton Plains) en hier in Grand Rapids aan de Ball Avenue. In Canada in Dundas, waar professor A. Baars heeft gestaan, in Oxford Country, Bornholm en Hamilton. Daar ben ik dankbaar voor!”
Bij het afscheid nemen wordt mevrouw Van den Berg gevraagd of het volgen van haar man naar Zuid-Afrika, terug naar Nederland en naar Amerika voor haar ‘vanzelf’ is gegaan. Resoluut: “Nee, dat mag je zo niet zeggen. De Heere heeft me omgebogen en gewillig gemaakt om mijn man te volgen. En dat ervaar ik als een zegen!”
We zagen op de tafels in de royale hal van het kerkgebouw de boekentafel. Owen, Spurgeon, Philpot, Bonar, Bunyan, F.W. Krummacher en Arthur Dent waren vertegenwoordigd. Providence … op den berg des HEEREN zal het voorzien worden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018
Oude Paden | 64 Pagina's