Herdersjongen op Flakkee…
Uit het leven van Adriaan Terlouw (1906-1980) 3
“Ontvang mij niet als tweede predikant. Als u dat doet, dan vergist u zich en dat zou mij zeer spijten. Ik wil niet anders zijn dan een evangelist. Ik ben gekomen niet om gediend te worden, maar om te dienen. Wij zijn gekomen als boodschapper. Hier staat voor u een boodschappenjongen, die niet komt met eigen woord, maar met het Woord van God. Denk als ik in uw gezin kom: Daar komt een man met een boodschap, namelijk de boodschap dat gij, gemeente van Middelharnis, met uw kinderen moet wederom geboren worden. Wie in de zonde doorgaat op de brede weg, diens weg eindigt in de eeuwige verdoemenis. Maar wie door genade zijn voet op het smalle pad heeft leren zetten, diens weg zal eindigen in het eeuwige leven…”
Een man met een boodschap
Plechtig en ernstig klonken deze woorden in het tot de laatste plaats gevulde Hervormde kerkgebouw van Middelharnis. We schrijven zondag 14 februari 1954. Na in de morgendienst door de plaatselijke predikant, ds. H. Goedhart te zijn ingeleid tot zijn werk als catecheet, verbond de eerwaarde heer A. Terlouw, gekomen uit Giessendam-Neder-Hardinxveld zich aan de Hervormde Gemeente te Middelharnis. Hij sprak naar aanleiding van Romeinen 6 vers 23:
‘Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegifte Gods is het eeuwige leven, door onze Heere Jezus Christus onze Heere.’
In alle eenvoudigheid en met diepe ernst werd de tekst verklaard. De prediking werd met stille aandacht beluisterd. In zijn toespraak tot de gemeente, zei hij onder andere:
‘Ik wil geen tweede dominee zijn, maar alleen behulpsel. Ik ben er op gesteld dat uw deuren even wijd voor me open gaan, als in mijn vorige gemeente. Ik ben geen stug iemand, maar wel streng. Er is haast geen gemeente of er zijn roddelclubs. Daar word ik geen lid van. Praat me op mijn bezoeken niet over kerkvoogdij, kerkenraad, dominee of buren (of de laatsten moeten ziek zijn, zeg het me dan). Zorg dat op de ziekenkamer steeds een Bijbel aanwezig is. Ik heb u te verkondigen het Woord van God!’
Tot de verenigingen sprak de heer Terlouw:
‘Ik behoor niet meer tot de jongeren, maar ik heb nog een jong hart. Ik wil uw aller vriend zijn, maar onder één voorwaarde: Ik heb voor u dezelfde boodschap als voor de ouderen, namelijk: Ge moet tot God bekeerd worden!’
Het verheugde hem dat er ook afgevaardigden van andere kerkgenootschappen uit de gemeente Middelharnis opgekomen waren. Tot hen klonk het:
‘Ik heb gehoord dat de samenwerking hier goed is. Dat doet mij genoegen! Ik ben echter oer-Hervormd, en dat blijf ik. En ik betreur de gescheidenheid. Ik durf echter over kerkmuren heen te zien. God geve dat we samen het goede voor Jeruzalem mogen zoeken!’
Zo begon het dienstwerk van catecheet Terlouw als herdersjongen in Hervormd Middelharnis. Zoals zijn begin was, zou zijn verdere gang in de gemeente zijn tot aan zijn pensionering: eenvoudig, diep ernstig en voor ieder een woord.
Jeugd en werk
Adriaan Terlouw werd op 25 mei 1906 in Goudriaan geboren als zoon van veehouder Jan Terlouw en zijn vrouw Lijsje de Jong. Door de jaren heen woonde het gezin van Terlouw senior in verschillende dorpen van de Alblasserwaard, te weten Goudriaan, Groot-Ammers, Langerak en Brandwijk. Het leek er aanvankelijk op dat de jonge Adriaan de voetsporen van zijn vader zou drukken, maar onder de boerenkiel, die hij overigens met boerentrots droeg, klopte een hart met andere ambities. Adriaan voelde zich al op jonge leeftijd aangetrokken tot Gods Woord en het kerkelijke werk. Bij zijn pensionering zei hij:
“Er zat wel een boer in mij, maar mijn hartenwens was in dienst te zijn van de Koning der Kerk.”
In 1934 – hij was toen 28 jaar - deed Adriaan Terlouw examen als catecheet. Daarop volgden een tiental jaren waarin hij op het bedrijf van zijn vader werkte. ’s Zondags bediende hij het Woord waar hij gevraagd werd. Verder verleende hij ‘hand- en spandiensten’ in vacante gemeenten, onder andere Capelle aan den IJssel. In die tijd kreeg hij kennis aan een meisje uit Brandwijk, Truus Boer. Zij trouwden op 20 mei 1937. Het huwelijk werd kerkelijk bevestigd in de Hervormde kerk van Brandwijk door de plaatselijke predikant, ds. L. Blok. Deze preekte de zondag daarop afscheid wegens vertrek naar Middelharnis.
Godsdienstonderwijzer te Giessendam-Neder-Hardinxveld
Een vaste benoeming als godsdienstonderwijzer was in de jaren dertig niet zo gemakkelijk te krijgen. In september 1944 ging een grote wens van Terlouw in vervulling, toen hij benoemd werd tot godsdienstonderwijzer in Giessendam en Neder-Hardinxveld. Kort tevoren, op 23 juli 1944 was ds. J.C. Stelwagen, gekomen van Opheusden, aan deze gemeente verbonden. Hoewel Hervormd Giessendam-Neder-Hardinxveld vanouds een grote gemeente was, kon er om financiële redenen lange tijd geen tweede predikant benoemd worden. Vanaf 1878 was er daarom min of meer onafgebroken een godsdienstonderwijzer als hulp voor de predikant werkzaam in de gemeente. Opvallend daarbij is dat met de komst van de eerwaarde heer Terlouw een eind kwam aan een betrekkelijk lang ‘godsdienstonderwijzerloos tijdperk’. Dit had te maken met het feit dat de voorganger van ds. Stelwagen, ds. J. Haring, het liever alleen deed. Ds. Haring diende vanaf 1930 tot aan zijn emeritaat op 30 december 1943 deze gemeente.
De verhouding tussen ds. Stelwagen en de eerwaarde heer Terlouw was bijzonder goed te noemen. Met de komst van ds. Stelwagen kwam de gemeente tot grote bloei. Het kerkbezoek was nooit eerder zo groot geweest. De wijze waarop hij preekte, sloeg aan en was zeker een reden van de grote schare kerkgangers. Niet alleen inhoudelijk maar ook qua voordracht boeide deze predikant van begin tot het einde. Zijn lichaamstaal ondersteunde zijn spreken. Soms verdween hij bijna in de preekstoel en schoot er even later weer uit tevoorschijn. We hebben de indruk dat de heer Terlouw bewust of onbewust deze preekstijl enigszins heeft overgenomen, hoewel hij nooit een kanselredenaar geworden is. Zijn kracht lag in het pastoraat. De nieuwe godsdienstonderwijzer van Giessenburg-Neder-Hardinxveld was een streekgenoot en bleek al gauw goed in de gemeente te passen. Zoals gezegd was hij niet enorm welbespraakt, maar in ijver en plichtsbetrachting blonk hij uit. Zijn agrarische komaf was hem aan te zien, ook in de rustige, vriendelijke wijze waarop hij zijn werk verrichtte. Hij was een ‘man des vredes’, die zich van nature niet op de voorgrond plaatste. Met scherpslijpers kon hij het wel eens moeilijk hebben; waarschijnlijk ook omdat hij niet zo vlot reageerde en niet altijd een passend antwoord gereed had. Met de tegenstellingen, die zich rond 1950 in de kerkenraad voordeden als gevolg van richtingsverschillen, had hij het dan ook erg moeilijk. Wel kon hij daarentegen heel goed samenwerken met personen van verschillende signatuur of karakter. Vooral ziekenbezoek had zijn bijzondere aandacht, terwijl hij graag omging met de jeugd op de catechisatie en in het verenigingsleven.
Begin 1948 nam ds. Stelwagen een beroep aan naar de Hervormde gemeente te Wezep bij Zwolle. De vacature die hierdoor ontstond, was van korte duur. Ds. R. Bartlema uit Zeist nam het op hem uitgebrachte beroep aan. 29 augustus 1948 werd hij bevestigd door ds. Vreugdenhil van Gorinchem. De ambtsperiode van ds. Bartlema in Giessendam-Neder-Hardinxveld duurde slechts ruim twee jaar. In de avonddienst van zondag 3 december 1950 nam hij afscheid van de gemeente. Er brak nu voor godsdienstonderwijzer Terlouw een zeer drukke tijd aan, die ruim tweeënhalf jaar zou duren. De pastorale zorg voor de gemeente rustte alleen op zijn schouders. Het kwam in deze periode voor dat hij in twee weken wel elf begrafenissen moest leiden. Toen had hij dan ook bijna geen stem meer over. De overkomst vanuit Veenendaal van ds. J. Bakker, zoon van de bekende ds. N.C. Bakker, bracht dan ook een hele verlichting voor godsdienstonderwijzer Terlouw, hoewel de samenwerking niet erg lang zou duren.
Tussen 1945 en 1951 stuurde de Nederlandse regering 170.000 militairen en burgers naar de overkant van de oceaan. Doel: herstel van rust en orde in Nederlands-Indië na de Japanse bezetting. Tussen die 170.000 Indiëgangers bevonden zich ook jongens die behoorden tot de Hervormde Gemeente Giessendam-Neder-Hardinxveld. De heer Terlouw schreef hen allemaal regelmatig brieven om naar hun welstand te vragen en hen op de hoogte te houden van de gang van zaken in hun thuisgemeente. Ongetwijfeld heeft hij middels deze correspondentie getracht onderwijs, troost en bemoediging te geven aan ‘zijn jongens in Indië’. De gemeente bleef hiervan op de hoogte middels de kerkbode De kerk roept.
In november 1953 ontving de heer Terlouw een benoeming als godsdienstonderwijzer vanuit de Hervormde Gemeente te Middelharnis. Deze benoeming werd aangenomen. In februari daarop kwam het afscheid. Op 7 februari 1954 preekte hij voor het laatst in de gemeente, die hem lief geworden was. In de week daarop was er een drukbezochte afscheidssamenkomst in Nebo, het verenigingsgebouw dat mede door zijn initiatief tot stand gekomen was. Er werden heel wat cadeaus overhandigd en duidelijk bleek dat er in de afgelopen negen jaren veel goede contacten gelegd waren. Hoewel dit niet zozeer aan het kerkbezoek te merken was, hadden veel gemeenteleden grote waardering voor deze eenvoudige trouwe godsdienstonderwijzer. In De kerk roept van december 1953 stond een uitgebreid oudejaarsrijm van een zekere P.G. A.B. Een van de verzen luidde:
Maar jammer is ’t dat nu,
mijnheer Terlouw ons gaat verlaten.
’t Spijt Hardinxveld en Giessendam,
met velen kwam hij praten.
Hij is een vriend voor velen,
dat is algemeen bekend;
In vreugd’ en droefheid, was hij overal,
en altijd steeds present.
In de vacature van catecheet, die ontstond door het vertrek van de heer Terlouw naar Middelharnis, werd door de kerkenraad van Hervormd Giessendam-Neder-Hardinxveld benoemd de heer J. Hubach, destijds verbonden aan de Hervormde Gemeente van Oosterwolde (Gld.), Noordeinde. Deze nam zijn benoeming aan, zodat de gemeente maar één maand zonder godsdienstonderwijzer was.
Middelharnis
Uit het boek Historie Ned. Herv. Kerk Middelharnis van de hand van J.L. Braber, arts te Dreischor, weten we dat Hervormd Middelharnis in haar lange geschiedenis slechts drie godsdienstonderwijzers gekend heeft. Het zijn de eerwaarde heren T. Vetter (1944-1952), C.J. Kesting (1951-1954) en A. Terlouw (1954-1971). Van deze drie is de heer Terlouw het langst aan de gemeente verbonden geweest. Tijdens zijn ambtsbediening heeft hij verschillende predikanten zien komen en gaan. Met allen had hij een goede verstandhouding. Hij was hen inderdaad zoals hij het wel eens uitdrukte als ‘een behulpsel’ in het vele pastorale werk en ook in het vervullen van diverse preekbeurten. Ds. H. Goedhart vertrok in mei 1956 naar Rotterdam-Delfshaven. Het zou ruim anderhalf jaar duren voordat ds. T. Poot, gekomen uit Haaften, de ontstane vacature zou gaan vervullen. Hij bleef hier twee jaar en negen maanden. In september 1961 vertrok hij naar Driebergen, waar hij predikant met buitengewone werkzaamheden (Kerk en Wereld) t.b.v. de kerk in haar geheel werd. Het duurde ruim twee jaar voor de Hervormde Gemeente van Middelharnis weer een eigen predikant kreeg, in de persoon van ds. K. Schipper uit Ede. Toen deze op 11 augustus 1968 vertrok naar Dordrecht, duurde het slechts een maand voordat hij werd opgevolgd door ds. J.T. Cazander uit Scherpenzeel. Te midden van al die wisselingen was hulpprediker Terlouw de constante factor. Hij was werkzaam in het bejaardenpastoraat, gaf godsdienstonderwijs op de openbare lagere school, catechiseerde, legde ziekenbezoeken af in de woningen en in het ziekenhuis te Dirksland, was ouderling, voorzitter van de mannenvereniging en de jongelingsvereniging. Daarnaast ging hij meermalen voor in een dienst des Woords.
Liefde voor jongeren
De eerwaarde heer Terlouw had een grote liefde voor de jongeren van de gemeente. Dat bleek o.a. uit het feit dat hij circa twintig jaar voorzitter is geweest van de Jongelingsvereniging in Middelharnis. Elke zondagmiddag was hij trouw op zijn post. De jongens beleefden heel wat goede uren met hem. Hij was geliefd! In de jaren 1966 - 1972 werkte op Flakkee een naamgenoot (en achterneef) van hem. Dat was de (in december 2017 overleden) jeugdwerkleider A.J. Terlouw. Laatstgenoemde vertelde het volgende:
‘Ds. J.T. Cazander, de heer H.R. de Kreij en ik hadden een gesprek met de eerwaarde heer Terlouw. Dat ging over zijn opvolging en ook over het eventueel samengaan van de jongelingsvereniging en meisjesvereniging in Middelharnis. Bijna aan het eind van het gesprek zei ik: ‘Mijnheer Terlouw, er gaat een sterk verhaal over u en niemand weet of het echt gebeurd of verzonnen is. Dat luidt als volgt: enkele jaren geleden hebt u op de jongelingsvereniging gezegd dat u er mee ging stoppen vanwege uw leeftijd. De jongeren reageerden daarop furieus: dat gebeurt niet! U moet deze woorden terugnemen anders komt u hier de deur vanmiddag niet uit. En zo gebeurde het... De deur werd gebarricadeerd door een stel stevige jongens. En... de heer Terlouw gaf zich over! Hij bleef! En nu wil ik vragen: is dit echt gebeurd of is dit een gekleurde fabel?’ De eerwaarde heer Terlouw reageerde op zijn eigen bedachtzame wijze: ‘Broeders, dit is echt gebeurd, en ik heb dat gezien als een betoon van aanhankelijkheid, maar ook als een vingerwijzing van God om dit werk nog een poosje te blijven doen...’
Markeringen en mijlpalen
Operatie
In augustus 1961 maakte De Waarheidsvriend melding van het feit dat de heer Terlouw een operatie moest ondergaan. De heer Terlouw liet daarop de redactie weten dat de operatie al achter de rug was en hij begin september zijn werk weer hoopte te hervatten. Het betrof een galblaasoperatie. Op de afdeling chirurgie van het ziekenhuis te Dirksland werd nog lang met verwondering gesproken over de heer Terlouw, die tot op de operatietafel psalmen zong. Zo goed had hij het in die ogenblikken voor zichzelf.
Bijzondere huwelijksdienst
Op 27 juni 1963 trad de dochter van het echtpaar Terlouw in het huwelijk met de landbouwer D.C. van Nieuwenhuijzen te Sommelsdijk. Het huwelijk werd kerkelijk bevestigd in een dienst des Woords in de Hervormde Kerk te Middelharnis. De vader van de bruid hield de prediking en ds. B.J. Zaal van Nieuwe-Tonge (waar de bruidegom kerkte) bevestigde kerkelijk het huwelijk. Een bijzondere gebeurtenis voor alle betrokkenen.
Ambtsjubileum(1)
Zondag 14 augustus 1966 herdacht de heer Terlouw in de avonddienst zijn twaalfeneenhalfjarig ambtsjubileum als godsdienstonderwijzer te Middelharnis.
Ambtsjubileum(2)
17 september 1969 mocht de heer Terlouw herdenken dat hij 25 jaar godsdienstonderwijzer was. De plaatselijke predikant, ds. J.T. Cazander, schreef daarover in de eilandelijke kerkbode De Zaaier o.a.:
“Woensdag 17 september is een gedenkwaardig jubileum van de heer A. Terlouw bijna aan onze aandacht ontsnapt. Het was de dag waarop hij nu 25 jaar geleden als hulpprediker binnen de Nederlandse Hervormde Kerk zijn werk begon. Dat is geweest in Giessendam, de streek waar hij ook geboren is en onder ds. Stelwagen heeft gearbeid. Sinds februari 1954 dient hij onze gemeente. Ik mag dat woord dienen wel onderstrepen, omdat dit voor hem geen woord, maar een dáád is. Met vreugde en nimmer aflatende ijver wordt door hem deze dienst des Heeren vervuld. We denken met name aan de pastorale arbeid, de geestelijke verzorging van het rusthuis De Goede Ree, de regelmatige huisbezoeken en – kennelijk om ook jong te blijven – de leiding aan jeugdverenigingen. De trouw waarmee het geschiedt wordt gedragen door de liefde van zijn hart. En dan liefst onopvallend, even onopvallend als hij deze dag heeft willen laten voorbijgaan. Dat is gelukkig niet helemaal gelukt, omdat het ons op het laatste moment ter ore kwam. Namens de gehele gemeente ben ik overtuigd te mogen zeggen: onze hartelijke dank voor het vele verrichte werk en de wijze waarop dit gedaan werd. Daar heeft uiteraard ook uw vrouw haar deel in bijgedragen. Wij wensen u beiden in Meneerse nog jaren van gezondheid en arbeid toe. Dat alleen is niet genoeg en zal geen vrede kunnen geven. Onze wens is dan ook een bede: te mogen weten dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere!”
Afscheid en voortzetting
Dinsdag 25 mei 1971 herdacht de heer Terlouw zijn 65 e verjaardag. Hiermee had hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en was een einde gekomen aan zijn hulppredikerschap.
Vrijdag 28 mei daarop was een afscheidsavond belegd. Die vrijdagavond was de gemeente in groten getale opgekomen. In de aula van de Chr. Mavoschool waren alle plaatsen bezet. Zelfs op de galerij hadden nog bezoekers een plaats gevonden. Hervormd Middelharnis wilde op deze avond haar dank tonen aan de arbeid van mijnheer Terlouw. Met de gemeente waren vele genodigden opgekomen. Het college van B. en W., bijna alle predikanten van het eiland, ds. P. Schravendeel, gereformeerd predikant, de predikanten J.C. Stelwagen en K. Schipper, onder wie mijnheer Terlouw had gewerkt, de eerw. heer Scheepmaker, jeugdwerkleider Terlouw, vertegenwoordigers van kerkenraden, de heer Taale als hoofd van de openbare lagere school, vertegenwoordigers van het Rusthuis ‘De Goede Ree’ en vele familieleden. Het programma was bijzonder gevarieerd, alles wisselde zich in vlot tempo af, zodat de tijd vloog. Met het samenstellen van een klankbeeld (dia’s en gesproken woord) over het leven van mijnheer Terlouw had de jubileumcommissie veel eer ingelegd. Zij hadden zijn geboorteplaats Goudriaan bezocht en zo was het vervolgens langs Groot-Ammers, Langerak en Brandwijk naar Giessendam gegaan. Overal korte vraaggesprekken met hen, die hem zo goed gekend hebben. Uit Giessendam hoorde men van zijn werk in de eerste tien jaar, ook daar woorden van waardering. Vanuit Middelharnis bezochten ze het Rusthuis en luisterden ze naar mijnheer Bloot. De afsluiting was de bandopname van ds. en mevrouw Poot uit Groningen, een dankbaar en ernstig woord. Aan het eind van de avond luisterden men zelfs nog naar dr. Goedhart uit Kenya en rondden ds. Schipper en ds. Stelwagen de rij van sprekers af. Een zichtbaar vermoeide, maar toch o zo dankbare mijnheer Terlouw wist aan het eind slechts enkele woorden van dank te spreken.
Getuigenis van een buitenstaander
In het Centraal Weekblad schreef ds. P. Schravendeel, van 1965–1978 gereformeerd predikant te Middelharnis onder het gemeentenieuws een hartelijk woord naar aanleiding van het afscheid van de heer A. Terlouw:
Op vrijdag 28 mei bezocht ik met broeder Krijgsman namens de kerkenraad de afscheidsavond van de heer Terlouw. Onder die naam zal hij bij de meesten van u het beste bekend zijn. Zeventien jaar lang heeft hij als godsdienstonderwijzer de Hervormde Kerk van Middelharnis gediend. Vrijwel dagelijks was hij met fiets in het dorp te vinden. Ik weet niet, of hij een register van al zijn bezoeken heeft bijgehouden, maar het aantal loopt in de duizenden. Daarnaast had hij een vaste taak in het rusthuis en velen zullen hem ook in het ziekenhuis hebben ontmoet. Op een bepaald punt wil ik bovendien de aandacht vestigen. Door een kleine organisatiefout in de overigens voortreffelijk georganiseerde avond, ontglipte mij de kans het al op die avond zelf naar voren te brengen. Bij verschillende interkerkelijke contacten en ook daarbuiten heb ik de heer Terlouw ontmoet als een man, die aandacht had en luisteren wilde naar hetgeen buiten zijn eigen kring te berde werd gebracht. Dat betekent niet, dat hij alles slikte wat hij te horen kreeg, maar hij sloot zijn geest en hart daarvoor niet bij voorbaat af. Het maakte ook, dat hij verdedigen kon. Behalve voor zijn trouwe zorg, die hij ook over de grenzen van de eigen gemeente heen bewees, wil ik hem juist voor deze openheid en karaktervastheid een eresaluut brengen. Ik meen dat juist een ‘buitenstaander’ voor deze eigenschappen van de heer Terlouw aandacht vragen mag. De Schrift roept ons op onze voorgangers te gedenken. Moge ook in dit opzicht de gedachtenis aan deze harde werker metterdaad in ere gehouden worden.
De zondag daarop, Eerste Pinksterdag, preekte de heer Terlouw afscheid in de Hervormde Kerk van Middelharnis. De tekst voor de prediking was Romeinen 8:14-17a. ‘De man met een boodschap’ eindigde zijn afscheidspreek met de woorden: ‘Gemeente, zoekt het leven, ontvlucht de dood. Zoekt het in Hem, Die gezegd heeft: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Die in Mij gelooft, zal niet sterven maar leven in der eeuwigheid.’
Die avond werd officieel de ambtsperiode van de heer Terlouw als godsdienstonderwijzer afgesloten. Het is niet bekend hoeveel bezoeken hij heeft afgelegd, hoeveel begrafenissen hij geleid heeft en hoeveel keer hij voorging in een dienst des Woords. Zelf zei hij daarvan: ‘Ik heb nooit met getallen willen eindigen, alleen maar met dank aan Hem!’
Door zijn afscheid als hulpprediker van de Hervormde Gemeente van Middelharnis werd echter geen punt gezet achter de arbeid van de heer Terlouw. Er waren destijds volop voorbereidingen om een tweede pre-dikant te kunnen benoemen. Dit werd pas december 1971 gerealiseerd door de komst van ds. J. Maasland. Tot die tijd bleef de heer Terlouw in vele woningen een welkome gast en zag men dan ook zijn bekende verschijning op de fiets regelmatig door de gemeente gaan. Ook de pastorale zorg in rusthuis ‘De Goede Ree’ werd grotendeels door hem voortgezet. Pas in 1977 nam hij daar afscheid van personeel en bewoners.
Strijd en kroon
De laatste jaren van zijn arbeidzame leven werd het lichamelijk lijden hem niet bespaard. De kerkelijke gemeente, in wier midden hij ’s zondags nog graag verkeerde, zag hem snel ouder worden. Hij werd geteisterd door reumatiek en enkele weken voor zijn dood werd hij met een zware longontsteking opgenomen in het ziekenhuis te Dirksland. Na een verblijf van drie weken aldaar verbleef hij weer een week in verpleeghuis ‘De Samaritaan’ om ten slotte andermaal in het ziekenhuis te moeten worden opgenomen. In het einde toen de dag van de dood ook voor hem snel naderbij kwam, werd de strijd met de dood in geloof gestreden. Tot op het eind bleef hij blijmoedig van geest. Tegen zijn vrouw zei hij in het ziekenhuis: ‘De onverwelkelijke kroon wordt me opgezet; de deur staat al open; ik wil graag naar Boven.’ Vrijdag 1 februari 1980 verwisselde hij het tijdelijke met het eeuwige. Dinsdag 29 januari werd hij onder zeer grote belangstelling op de algemene begraafplaats ‘Vrederust’ te Middelharnis begraven. Voorafgaand aan de begrafenis was een indrukwekkende rouwdienst gehouden in het Hervormde kerkgebouw. Het viel ds. J.T. Cazander niet moeilijk de overledene, met wie hij in broederlijke liefde verbonden was geweest, te tekenen, gaande door de gemeente, in eenvoud, met zich dragend een schat in aarden vaten, trachtend de gemeente samen te binden rondom het Woord, lopend totdat het hem te moeilijk werd, maar zich gedragen wetend door het geloof, waarvan hij op vele plaatsen getuigen mocht. De tekst waarop ds. Cazander de prediking baseerde was door de stervende zelf gekozen: 2 Timotheüs 4 vers 6– 8.Eerder in de dienst was ook door ds. T. Poot gesproken namens de oudpredikanten van Middelharnis, van wie ook ds. Schipper, ds. Maasland en ds. Vergunst aanwezig waren. Ds. Poot haalde aan de overledene goed herinneringen op. ‘De kern waaruit hij leefde en waaruit hij sprak ligt verwoord in Psalm 32’, had ds. Poot ervaren in de goede tijd waarin hij met de heer Terlouw samen de gemeente had gediend. ‘Hij had een priesterlijk hart ontvangen waarop hij de gemeente droeg, bekeerden en onbekeerden, jongeren en ouderen en als predikant kon je je geen betere hulpprediker wensen dan deze eenvoudige mens’, aldus ds. Poot, erkennend veel van de geestelijke en pastorale wijsheid van de heer Terlouw te hebben geleerd. Aan het eind van deze plechtige rouwdienst werd de overledene uitgedragen onder de klanken van Psalm 43:4: Dan ga ik op tot Gods altaren…
De eerwaarde heer A. Terlouw was een man van diepe eenvoud, die de plaats, welke hij in mocht innemen ten volle bezette, maar nooit provocerend daarbuiten trad. De woorden toewijding en trouw stonden in zijn hart geschreven en zij kwamen tot gelding met name in zijn pastorale arbeid. Wie naar het geheim zoekt van zijn werkzame leven eindigt in de Goddelijke opdracht, waarvan hij zich vervuld wist ‘’als een aarden vat de schat met zich te dragen en uit te dragen onder alle gemeenteleden’’.
Geraadpleegde bronnen:
Van geslachte tot geslacht, 250 jaar hervormde gemeente Giessendam-Neder-Hardinxveld – Drs. P. den Breejen
Diverse kerkelijke bladen, kranten en tijdschriften, w.o. De Zaaier, Eilanden-Nieuws, Gereformeerd Weekblad
Digibron
Met dank aan de dochter van de heer Terlouw, mevrouw L.H. van Nieuwenhuijzen-Terlouw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018
Oude Paden | 64 Pagina's