Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De oefeningen van Hendrik van Lis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De oefeningen van Hendrik van Lis

9 minuten leestijd

Onder het oude, geoefende volk werden de Oefeningen van Hendrik van Lis (1704-1773) veel gelezen. Zo kan ik me goed herinneren, dat de tot de Gereformeerde Gemeente van Scherpenzeel behorende Gerrie de Vries uit Woudenberg op hoge leeftijd werd opgenomen in Elim te Barneveld, waar zij liefdevol verzorgd werd. Als ik bij haar op bezoek kwam, had ze altijd het dikke boek van Van Lis voor zich, ook toen ze, na een hersenbloeding, amper in staat was om zelf te lezen. Ze vroeg dan al snel: ‘Lees maar een stukje voor’. En de onder Gods volk bekend staande ‘vrouw Heemskerk’, de bijna 110 jaar oud geworden Johanna Cornelia Heemskerk-van Rijn (1888-1998) te Katwijk, voelde zich ook al in het bijzonder goed thuis in de boeken van niet alleen Th. Avinck (Praktikale verhandelingen), maar ook in die van Hendrik van Lis. Dan zei ze: ‘Dit waren de onderwijzingen die in het vroegere gezelschapsleven centraal stonden’.

Approbatie

Voor de eerste keer verschenen van Van Lis oefeningen in boekvorm in het jaar 1759, uitgegeven door Ottho van Thol te ’s-Gravenhage en J.J. van Poolsum te Utrecht. De voorafspraak van Van Lis is gedateerd: ’s Hage, den 28 Augustus 1758. Op dat moment was de in Rotterdam geboren Van Lis inderdaad woonachtig te ’s-Gravenhage. De voorafspraak wordt voorafgegaan door een Approbatie van de professoren van de Theologische Faculteit van Utrecht, ondertekend door Franciscus Burmannus. Daarin staat vermeld dat de hooggeleerde heren niets gevonden hebben ‘strydig tegen de rechtsinnige Leere der Hervormde Kerke of Nederlandtsche Formulieren van Eenigheit’. En voorts: ‘Latende nochtans niet alleen de Uitlegging en Verklaring van eenige Schriftuurplaatsen, maar ook de uitdrukking van sommige spreekwysen, hier en daar in dit werk voorkomende, over voor rekening van den Schryver’.

In deze eerste uitgave (de grote Van Lis) stonden twintig oefeningen over verscheidene stoffen uit het Oude en Nieuwe Testament. Een tweede deel (met twaalf oefeningen) verscheen in 1765 bij Johannes Hasebroek te Leiden en de weduwe J.J. van Poolsum te Utrecht. De voorafspraak voor dit tweede deel schreef Van Lis op 16 juli 1764.

Ds. G. Maliepaard Cz

In een latere uitgave van deze in de volksmond wel genoemde ‘kleine Van Lis’ treffen we een voorrede aan van ds. G. Maliepaard Cz (1862-1897), op dat moment predikant te ’s-Gravenhage in een Oud Gereformeerde Gemeente als opvolger van ds. N. Wedemeijer. De jong overleden ds. Maliepaard heeft ook bekendheid verkregen vanwege het feit dat de latere ds. G.H. Kersten in zijn jeugd daar in Den Haag met zegen heeft gezeten onder zijn prediking. In die voorrede schrijft Maliepaard dat oefeningen als die van Van Lis, geschreven door hen die niet allen tot het leraarsambt kwamen, niet mogen worden veracht, aangezien zij hun gave van God ontvangen hebben ‘tot opbouwing van het lichaam Christi’. Juist de gaven aan de dag gelegd door ijverige mannen als Hendrik van Lis, Lambertus Myseras, Justus Vermeer en anderen behoren ‘hooggeschat en gewaardeerd te worden’. Maliepaard zelf had het werk van Van Lis in zijn jeugd met veel genoegen gelezen en het was hem vaak ‘tot een hemeltolk’ geweest. Wel benadrukte Maliepaard dat al deze boeken niet gelezen moeten worden ‘zonder eerst het Boek der boeken, waarin al de regels voor het geloof gevonden worden, grondig te onderzoeken’. Met de Bijbel was en is geen enkele oudvader te vergelijken.

Huwelijk en kinderen

Van Hendrik van Lis zijn weinig gegevens bekend. Maliepaard zegt in zijn voorrede, dat het geschrevene belangrijker is dan de naam van de schrijver. Hij is ervan overtuigd dat hij zijn gaven besteed heeft tot nuttigheid van anderen. Wel weten we van Heindricus van Lis dat hij op 18 november 1704 gedoopt is te Rotterdam. Zijn vader, Bartholomeus van Lis, was remonstrants gedoopt, maar huwde gereformeerd met Catharina van der Bel en liet zijn kinderen ook allemaal in de gereformeerde kerk dopen. Hendrik kwam uit een gezin van dertien kinderen en trouwde in september 1732 te Rotterdam met Catharina van der Stoppel. Na het overlijden van Catharina trouwde hij te Leiden omstreeks 1750 met Hillegonda van den Heuvel. In Leiden liet hij twee kinderen dopen: Catharina Hillegonda (1755) en Pieter Hendrik (1757). Kort na de doop van Pieter Hendrik verhuisde Hendrik naar Den Haag, waar hij zijn twee bundels met oefeningen schreef. Hij overleed op 25 april 1773. We weten niet of en waar hij gestudeerd heeft, maar hij bleek in ieder geval een grote Schriftkennis te hebben, alsmede een voorliefde voor gedichten (onder andere van Van Lodenstein), waarmee hij zijn oefeningen steeds illustreerde. Hij is nooit predikant geweest. Waarschijnlijk is hij in Rotterdam begonnen met oefenen, omdat hij wel genoemd werd ‘de oefenaar uit Rotterdam’.

Zoon Pieter Hendrik

De zoon van hem, Pieter Hendrik (1757-1809), heeft meer bekendheid verkregen. Hij heeft zelfs een lemma gekregen in het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme (deel 1). Daarin kunt u lezen dat hij theologie studeerde in Utrecht en dat hij in 1779 predikant werd in Stad aan ’t Haringvliet. Vervolgens diende hij nog de gemeenten van Burgh (1782), Wolphaartsdijk (1787), Tholen (1789) en Middelburg (1803-1809). In het Lexicon wordt zeer positief over hem geschreven. Zo wordt onder andere over hem opgemerkt: ‘Heeft Van L. zijn homiletisch talent van zijn vader geërfd, dit kwam op een voortreffelijke wijze tot ontplooiing onder invloed van zijn Utrechtse leermeester G. Bonnet. Als jong predikant gaf hij reeds enkele bundels leerredenen uit, maar in zijn volgende geschriften leert men hem pas goed kennen als een krachtig en deugdelijk voorstander van de analytisch-synthetische preekmethode’.

Volgens zijn tijdgenoten moet Pieter Hendrik een uitnemend leraar geweest zijn.

Bekommerden

Richten we ons nu verder op vader Hendrik van Lis, de oefenaar. Om een indruk te krijgen van de inhoud van zijn oefeningen is het goed de volledige titel van zijn eerste boek (zoals vermeld op de titelpagina) weer te geven: Verzameling van twintig oefeningen over verscheidene keurstoffen, zo uit het Oude als Nieuwe Testament; weleer bij verscheidene gelegenheden uitgesproken, en nu in het licht gegeven ter bevordering van de heiligheid en troost van Gods begenadigd en gelovig volk; en inzonderheid van diegenen onder hen, die zich bevinden in diepe druk- en proefwegen, als ook onder zware ziels- en geloofsstrijden, en aanhoudende benauwde omstandigheden; en verder ter uitlokking en bestier van ware heilbegerige en Jezus zoekende zielen, die door onkunde van het Evangelium, onder het ongeloof als besloten zitten. En tevens ook ter ontdekking van onbekeerde, zorgeloze en zichzelf bedriegende mond- en naamchristenen. Van Lis wenst zich dus wel in het bijzonder te richten tot een bekommerd volk, een volk dat hunkert naar ruimte en bevrijding. Inderdaad blijkt dat ook wel uit de inhoud van zijn oefeningen. Hij had niet alleen een woord voor de onbekeerden, maar ook voor Gods Kerk. Hij wilde proberen geestelijke leiding te geven aan Gods kinderen. Daarbij liet hij het Woord aan het woord!

Van mond tot pen

In zijn uitgebreide voorafspraak op de twintig oefeningen geeft Van Lis aan reeds meer dan 25 jaar gepreekt te hebben, maar dat hij nu (ook) schrijver van het Woord geworden is: ‘En om daaraan ook enigszins dienstbaar te zijn, naar de genade Gods, die mij gegeven is, zo heb ik mij reeds meer dan vijfentwintig jaren daartoe wensen over te geven aan mijn zo wonderdoende Ontfermer en vrijmachtig zegenende Verbondsgod, Die mij zo Goddelijk behaagde te leiden op al mijn wegen, op een tedere, ja verhogende wijze, onder een teder ontfermend verschonen, zoals een man zijn zoon verschoont, volgens de heilbelofte (Mal. 3:17), verwaardigende mij onwaardigste en onbekwaamste, om in al die jaren mondeling aan vele plaatsen van Zijn heerschappij, in dit gezegende Immanuëlsland Zijn getuige te zijn dat Hij God is, en goed degenen die Hem verwachten’. Ja, Van Lis werd uit liefde gedrongen ‘om nu ook met de penne deze mijn stille uren werkzaam aan te leggen, teneinde de Naam mijns Konings te vermelden en de heerlijkheid der ere Zijner Majesteit, met dit mijn schrift openlijk uit te roepen, bereidende daartoe enige weinige stoffen en verhandelingen’. Door deze oefeningen wenste hij de lezers aan te sporen tot het ware geloof: ‘Mijn vrienden, het behaagde de Heere om mijn gemoed gevoelig op te wekken, teneinde velen uwer nu niet zozeer mondeling als voorheen, maar bij dezen nu schriftelijk aan te sporen tot een tedere en ootmoedige geloofswandel met en voor de Heere’. In zijn oefeningen wenst hij niet anders dan te wijzen op die gezegende Christus: ‘Sta dan toch ernaar, dat ge moogt leven in een werkzaam, aanklevend en omhelzend geloof met de gezegende zielzegenende Heere Jezus als uw Vriend, Man en Koning, Die u steeds ten goede leeft in Zijn troon. Ach, dan hebt gij alles en gij vermoogt alles. Ja, gij hebt dan reeds alles in de geloofsgemeenschap en geloofswandel met Christus’.

Schriftuurlijk-praktikaal

De oefeningen van Van Lis zijn gericht op het hart van zijn hoorders en lezers en zijn voluit schriftuurlijk-bevindelijk. Daarvan getuigde ook een boekbespreking bij een herdruk van de Oefeningen in De Saambinder van 26 juni 1980 door ds. A. Vergunst: ‘De inhoud van de preken van Van Lis is zodanig, dat we zouden wensen, dat velen deze preken zouden lezen en herlezen. Ze kenmerken zich door het schriftuurlijke karakter, en een schriftuurlijke prediking is een praktikale prediking. Velen zijn van zulk een prediking heden ten dage wars. Enerzijds begeert men een door en door oppervlakkige prediking, waarin het heil des Heeren zo algemeen gesteld wordt dat de noodzaak van de waarachtige wedergeboorte en bekering niet meer nodig schijnt. Een prediking waarin de zielen niet onderzocht worden. Anderzijds vindt men een prediking, waarin met alle waardering die men er poogt voor op te brengen, de schriftuurlijke en bondige uiteenzetting van de leer der Schriften zo node gemist wordt. Dan zijn er wel allerlei bevindelijkheden in aan te treffen, maar waarin de schriftuurlijke, praktikale gezonde leer der waarheid ontbreekt. De preken van H. van Lis zijn zo anders. Hierin vindt men ernstige vermaningen aan de onbekeerden en geestelijke spijs voor Gods volk in de verschillende standen van het leven Gods’. Ook ds. W.C. Lamain had niets dan lof voor het werk ‘van de nu reeds lang zalige Hendrik van Lis’. Ds. Lamain schreef in een meditatie van 9 maart 1978: ‘In een geschrift van wijlen ds. E. Fransen las ik iets over de oefeningen van Hendrik van Lis en ook daar worden genoemd de oefeningen van Justus Vermeer. Met welk een zeldzame genade God ook in die dagen die twee mensen heeft bedeeld en hoe zij bij uitnemendheid hebben aangetoond tussen zijn en schijn, wat ook in die dagen niet bij allen gevonden werd’.

Slot

De oefeningen van Van Lis zijn onlangs weer (ongewijzigd) uitgegeven (uitg. F.N. Snoek) in drie delen in hedendaags letterschrift. Wel is de spelling aangepast. De preken zijn naar Schriftvolgorde gerangschikt. We willen ten slotte Van Lis zelf nog aan het woord laten met een slotpassage uit een preek over Psalm 62 vers 9: ‘De Heere zegene door Zijn vrijmachtige en grondeloze genade dit verhandelde woord aan uw en mijn ziel, en doe ons leven in de kracht der zaken, onder biddende beoefening derzelve tot Gods heerlijkheid, en de bevordering van ons genade- en geloofsleven met God en Christus door de Geest; terwijl ik eindig met de dierbare heilwens des apostels uit Romeinen 15 vers 13: De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes. Amen’.

Dit artikel werd u aangeboden door: Oude Paden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018

Oude Paden | 64 Pagina's

De oefeningen van Hendrik van Lis

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018

Oude Paden | 64 Pagina's