Boekbespreking
Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen
Dr. Pieter A. Siebesma
Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen. Een geschiedenis van een vergeten groep.
Uitgeverij: Den Hertog.
200 blz. Prijs: € 13,50
De heer dr. Pieter A. Siebesma schreef een waardevol beknopt overzichtswerk over de geschiedenis van Messiasbelijdende Joden. Beknopt, dat wel. Maar dat kan ook niet anders omdat het een geschiedenis is van Pinksteren tot de dag van vandaag. En daar is de auteur - die hoogleraar is te Leuven - goed in geslaagd. Het werkje is in drie delen ingedeeld: de eerste eeuwen, daarna van de Middeleeuwen tot de Franse revolutie en ten slotte de negentiende eeuw tot nu toe.
‘Messiasbelijdende Joden zijn niet in één beeld te vangen’, zo valt te lezen in het Woord vooraf. Juist in de negentiende eeuw wordt dit duidelijk, aangezien velen zich lieten dopen om daarmee een bepaalde positie in de maatschappij te bereiken. Dit kwam in Duitsland, Oostenrijk en Hongarije veelvuldig voor, in Nederland minder. Diverse bekende namen passeren de revue: bijvoorbeeld de vrienden mr. Isaac da Costa en dr. Abraham Capadose, maar ook de latere predikanten Eliëzer Kropveld, Philippus S. van Ronkel en Salomon Mozes Flesch. Doordat het doel van de auteur het weergeven van de totale geschiedenis van Messiasbelijdende Joden is geweest, is niet altijd aandacht gegeven aan de wijze waarop de Heere velen geleid heeft tot de Messias Jezus Christus. Dit doet de auteur wel bij Da Costa, Capadose en Van Ronkel, maar bijvoorbeeld niet bij Eliëzer Kropveld, die afkomstig was uit Coevorden en onder meer gereformeerd predikant te Alblasserdam is geweest. Kropveld kwam door middel van een christelijk-afgescheiden man tot ontdekking van zijn verloren toestand en van de noodzakelijkheid van een waarachtige bekering. Langs een weg van biddend onderzoek, kwam hij langzaam tot de overtuiging dat Jezus de Christus is.
Siebesma geeft overigens wel aan dat het opvallend is dat Messiasbelijdende Joden meestal van orthodoxjoodse komaf zijn, wat ook bij Kropveld het geval was. (Overigens is er een prachtige foto van ds. Kropveld als illustratie opgenomen.)
Intrigerend is het lot van de Messiasbelijdende Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het maakte voor de Duitse onderdrukkers niet uit of iemand van Joodse komaf christen was geworden. Bepalend was of de moeder Jodin was, godsdienst was niet bepalend, en ze werden vervolgd vanwege hun ras. Zo kwamen er ook veel Messiasbelijdende Joden in concentratiekampen terecht. In Theresiënstadt mocht zelfs de in 1933 ontslagen Duitse rechter Goldschmidt kerkdiensten houden. Een andere rechter, die hier in 1944 aankwam, schreef naar aanleiding van de bijeenkomsten: ‘Vele van de bezoekers, hoewel ze gedoopt waren, hadden zich nooit als echte volgelingen van Jezus beschouwd totdat zij naar Theresiënstadt kwamen. Maar hier onder invloed van Gods Woord, werden velen van hen werkelijk bekeerd. Joden die naamchristen waren, werden echte christenen. Orthodoxe Joden en Joden die nergens aan geloofden werden gered in Theresienstadt.’
Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen is in samen werking met de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden verschenen. Het is fraai in paperback uitgegeven voor een acceptabele prijs. Wie zich er meer in wil verdiepen treft er een uitgebreide literatuurlijst in aan. Deze studie wordt warm aanbevolen.
(J.P. Neven)
Bedelaars uit de Hoeksche Waard
B. Hooghwerff
Rijke bedelaars. Geestelijk leven in de Hoeksche Waard.
Uitgever: Den Hertog Houten.
Gebonden, 195 blz.
Prijs: € 19.90.
De in het boek Rijke bedelaars besproken personen woonden met name in het zuidwestelijk deel van de Hoeksche Waard. Bas Hooghwerff – kenner van de kleine kerkgeschiedenis van deze waard – heeft een prachtig boek samengesteld over diverse gezelschapsmensen uit deze streek. In zijn ‘Woord Vooraf’ meldt de auteur dat de vader van wijlen Jilles Bijl, de heer A.P. Bijl een dergelijk boek voorbereidde over het gezelschapsleven in de Hoeksche Waard, maar door het overlijden van zijn zoon is hij er niet aan toegekomen. De gegevens van de heer A.P. Bijl – overleden in 2017 – vormden het uitgangspunt voor een deel van Rijke bedelaars. Mooi dat zo een stuk levenswerk breder uitgewerkt kon worden in een fraai en inhoudsvol boek. Janus Nobel was één van die bedelaars, hij kwam echter niet uit de Hoeksche Waard maar uit Lekkerkerk. Hij stamde uit een schippers- en vissersfamilie waar thuis niet aan godsdienst gedaan werd. De zondagsschoolmeester vroeg eens wie er ’s avonds voor het naar bed gaan een gebed deed. Janus stak als enige zijn vinger niet op. Hij beloofde na een indringende aansporing van de meester dat hij dat wel zou doen, maar wist niet wat hij moest bidden. Vraag dan maar: ‘Heere, bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn.’ En ook: ‘Wilt u mij deze nacht bewaken?’ Janus durfde die avond niet naar bed voordat hij gebeden had. Ook het geweten van zijn moeder begon te spreken; ze schaamde zich ervoor dat ze haar kinderen zo’n slecht voorbeeld gegeven had. Daarna volgde een bijzonder moment: zij hoorden hun zoon voor het eerst een gebed doen.
De familie verhuisde in 1889 naar Nieuw-Beijerland. Het duurde echter – Janus was al getrouwd – tot zijn dertigste levensjaar dat het tot verandering kwam. Een bijna verdrinkingsdood was de aanleiding. Een kind des Heeren kwam bij hem aan de deur zeggen dat hij een laatste waarschuwing voor Nobel had: ‘Kiest u heden wien gij dienen zult.’ De slag ging naar binnen. Het gezin kwam onder het beslag van Gods Woord en toen ds. H. Stam in de Hoeksche Waard kwam, was hij onder diens prediking te vinden. Tot zijn vriendenkring hoorden Betje Boshart (later Duijzer) uit Dordrecht – met wie hij correspondeerde - en Jan Notenboom uit buurtschap Zuidzijde onder Nieuw-Beijerland.
Notenboom was smid en kerkte jarenlang in de Christelijke Gereformeerde Kerk te Numansdorp. Hij was op zijn 22ste jaar stilgezet door de Heere. Hij kon de boom aanwijzen, waar het was gebeurd. Notenboom mocht belijdenis doen in de Nederlandse Hervormde Gemeente van Numansdorp, die gediend werd door ds. C. Touw. De auteur deelt mee dat uit overlevering bekend is dat deze predikant tijdens een ernstige ziekte veel van de Heere heeft mogen leren. In 1914 werd Notenboom lid van de Oud Gereformeerde Gemeente te Nieuw-Beijerland, waar zijn vriend Willem Blaak uit Goudswaard ouderling was. Van Jan Notenboom zijn brieven bewaard gebleven die geschreven zijn aan Betje Duijzer te Brakel. Aan haar zoon Piet Duijzer schreef Notenboom: ‘En dat ik vroeger uitgeleefd heb, dat krijg nu in te leven met dat gevoel wat een smarte ik den Heere aangedaan heb en doe. En daarin verkerende toen onlangs maandag daaronder liep dat die woorden zo in me kwamen: “Al die van den Vader gehoord en geleerd hebben, die komen tot Mij,” en daarbij de woorden van Johannes: “Zie het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt.” Toen mocht ik een ogenblikje buiten mijzelf kijken, dan zou het nog kunnen.’ Nog veel meer zou er te citeren zijn uit deze eenvoudig geschreven brieven. Naast de schetsen over Janus Nobel en Jan Notenboom schrijft Hooghwerff over diverse telgen uit de geslachten Van Bergeijk uit Piershil en Herweijer uit Klaaswaal. Het is een rijk boek geworden, veel speurwerk is door de auteur verricht. Daarnaast is het ook fraai geïllustreerd. Dit boek over arme bedelaars, die ondanks hun armoede toch rijk waren, is een aanrader, maar ook een waardevolle aanvulling op de eerdere publicaties van Bas Hooghwerff over de Hoeksche Waard.
(J.P. Neven)
Moeders in Israël
J. Mastenbroek. Moeders in Israël. Uit het leven van tien godvrezende vrouwen. Uitg.
Den Hertog – Houten 2019.
ISBN 9789033129650.
133 pagina’s. Prijs: € 14,90.
In het mooi uitgevoerde boekje Moeders in Israël heeft onze redactiesecretaris, de heer J. Mastenbroek, tien levensschetsen verzameld van vrouwen die de Heere vreesden. Het gaat steeds om het eenvoudige, bevindelijke Godswerk in hun harten. Ze spraken vaak over hun ervaringen in de verschillende gezelschappen van Gods kinderen.
Het gevaar van ‘bekeringsgeschiedenissen’ is altijd weer dat de mens te veel in het middelpunt komt te staan in plaats van Christus en Zijn Middelaarswerk. Mastenbroek geeft dat zelf aan in een ‘Ten geleide’ en hij voegt er dan aan toe: ‘Het was de doelstelling van de auteur om vooral het werk des Heeren door te geven, ondanks alle menselijke tekorten en aspecten in deze beschreven levenservaringen. De opzet was om de lezer met jaloersheid te vervullen bij het lezen van de onderscheidene levenservaringen, met alle uitreddingen, zowel in geestelijk als in maatschappelijk opzicht.’
Enkele schetsen zijn niet eerder geschreven, andere werden door Mastenbroek reeds in boeken of periodieken (zoals Oude Paden) verhaald en zijn opnieuw bewerkt. Ik wil voor u hier noemen de namen van de tien vrouwen met (in het kort) een enkele bijzonderheid om een indruk van de inhoud te verkrijgen:
• Maaike Bakker-Groenenboom (1897-1986). Ze werd geboren in het dorpje Charlois nabij Rotterdam. Maaike, schoonmoeder van ds. F. Mallan, kende een aangebonden leven aan de troon der genade. Naar haar wens kwam er geen steen op haar graf. ‘Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer,’ sprak zij regelmatig als het over haar laatste rustplaats ging.
• Pietje Baltus (1830-1914). Zij was de vrouw die in het Betuwse dorpje Beesd in Gods voorzienig bestel aan de grote Abraham Kuyper de weg Gods bescheidenlijker uitlegde, waarna de geleerde man van de Doleantie veranderde in prediking en gedrag.
• Fijgje Bons (1887-1955). Zij was een begrip in Bleskensgraaf en ver daarbuiten. Lichamelijk was ze niet sterk. Een groot deel van haar leven bracht ze op bed door. Op haar sterfbed was het veelal donker, maar haar leven lang heeft ze veel mogen getuigen van de hoop die in haar was.
• Trijntje Catharina de Bruin-Bout (1888-1961). Rina werd in Rotterdam geboren uit godvrezende ouders. Ze volgde een opleiding tot onderwijzeres, maar in verband met een hartkwaal heeft ze nooit voor de klas gestaan. ‘Juffrouw De Bruin’ kreeg veel bezoek van de studenten van de Theologische School te Rotterdam. Een student merkte eens op: ‘Vanmorgen hadden we theorie, nu hebben we les in praktijk’.
• Johanna Cornelia Heemskerk-van Rijn (1888-1998). Toen ze in haar leven de rechtvaardigmakende daad Gods beleefde, kreeg ze de woorden uit Psalm 91: ‘Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen en Ik zal hem Mijn heil doen zien.’ Niet alleen het eerste werd vervuld in het leven van deze in Katwijk geboren vrouw, maar ook het tweede.
• Dingena Mallan-Vreugdenhil (1884-1976). De moeder van ds. F. Mallan was afkomstig uit Klundert. In Rotterdam sloegen tijdens de Tweede Wereldoorlog de vlammen uit haar woning, maar ze mocht toen onvoorwaardelijk aan de zijde Gods vallen. Ze ging de straat op (de Dijkstraat) om de Heere groot te maken.
• Anna Ruit-de Wachter (1867-1961). Toen ze elf jaar was, liep ze aan de hand van haar vader vanuit Den Bommel over de dijk naar Stad aan het Haringvliet om daar naar ds. D. Bakker te luisteren. Ze wist later niet meer te vertellen waarover de preek ging, maar tot haar levenseinde kon ze zich herinneren dat in de toepassing het ontzaglijke onderscheid werd gepreekt tussen hen die de Heere vrezen en hen die dat niet doen. Haar laatste levensjaren heeft ze met haar dochters Cornelia en Maartje gewoond in een huisje aan de Secretarieweg in Dirksland. • Cornelia van der Slikke-Bergers (1887-1956). Kee
• Cornelia van der Slikke-Bergers (1887-1956). Kee werd in Tholen geboren. Ze had een zeer nabij leven. Als ze aan het werk was, kreeg ze soms opeens de behoefte haar knieën te buigen en haar man en kinderen op te dragen om te smeken of de Heere hen wilde bekeren. Maar voordat ze dan in gebed ging, deed ze eerst haar schort af. Haar oudste dochter, Adriana, kreeg omgang met dr. Cornelis Steenblok. Het liep uit op een huwelijk. Kee had niets tegen dr. Steenblok, maar ze keek wel aan tegen het feit dat hij 22 jaar ouder was dan Adriana.
• Arjaantje Tanis-Tanis (1895-1990). Woonachtig te Ouddorp. Ze stond bekend als ‘Jaantje van d’n duunkant’. Bijzondere banden waren er met ds. S. de Jong, die van 1970 tot 1978 de Ouddorpse gemeente diende. De Heere onderhield deze toegankelijke en laagdrempelige vrouw op kennelijke wijze. Haar zoon zei eens: ‘Moeder heeft een bank die nooit failliet gaat.’ Ze mocht steeds spreken uit haar dagelijkse ondervindingen.
• Zwaantje Westland-Schaap (1909-2012). Het was ds. A.J. Wijnmaalen die haar typeerde met de woorden: ‘Ze zwom in alle wateren.’ Dat had te maken met haar voornaam, maar ook met het feit dat ze niet gehinderd werd door kerkmuren. Ze werd geboren te Huizen. Het einde kwam in Huize Winterdijk te Gouda. Een interkerkelijk gezelschap woonde de rouwdienst bij in de Oude Kerk te Huizen.
Dit boekje behoef ik verder niet aan te bevelen. Natuurlijk, de beste en zuiverste bekeringsgeschiedenissen staan in Gods Woord. Toch mag het tot bemoediging zijn te lezen hoe God ook in later eeuwen heeft gewerkt.
(Ds. J. Schipper)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020
Oude Paden | 64 Pagina's