Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

Verzameld werk van ds. L. Kievit

Op Verhoogde Toon. Verzameld werk van Ds. L. Kievit. Uitgeverij De Banier. 1e druk

ISBN 9789087184865. 564 pag.

Prijs € 49,95.

Leendert Kievit (Benschop, 17 augustus 1918 - Putten, 20 april 1990), zoon van ds. Izaäk Kievit, was vanaf 1942 predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk, eerst in Schoonrewoerd, daarna in Putten (tweemaal), in Woerden, in Leiden en ten slotte in Gouda vanaf 1969. Daar was hij een opvallende verschijning, niet omdat hij lang en fors was (hij was juist tenger van bouw), maar omdat hij een heer was. Zelfs als hij op zijn Solex door de stad reed, bijvoorbeeld om catechisatie te geven op de Kweekschool (later PA genoemd) ‘De Driestar’, viel hij op door deftigheid. Hij hechtte daaraan. Eens tijdens een kerkdienst in de Goudse Pauluskerk preekte hij in een gewoon zwart pak. Hij verontschuldigde zich daarvoor, maar het was omdat zijn toga op de een of andere manier niet aangekomen was.

Zo’n voorval geeft al aan dat hij aan de vorm hechtte - iets wat ook bij zijn voordracht het geval was - maar meer nog had de inhoud voor hem waarde, want zijn preken waren altijd zorgvuldig vanuit de grondtalen voorbereid en werden doordacht uitgesproken. Dat wordt opnieuw duidelijk in de bundel Op verhoogde toon, waarin meer dan 300 pagina’s preken en meditaties (maar die laatste waren eigenlijk verkorte preken) te lezen zijn. Jammer genoeg zijn niet het boek De man uit Ur, ooit ook bij De Banier uitgegeven, en het boekje Simson geplaatst.

Er is ook een aantal artikelen in te vinden en ‘Een persoonlijke impressie’, geschreven door prof. dr. W. Balke. Deze schenkt vooral aandacht aan de begintijd van Kievit en aan de uiterst moeilijke periode in Putten, het in de Tweede Wereldoorlog zo zwaar geteisterde dorp. Daar kwam het in oktober 1944 tot een vergeldingsactie door de Duitse bezetter, na een gebrekkig uitgevoerde verzetsdaad waarbij een Duitse officier omkwam. Ruim honderd woningen werden in brand gestoken en meer dan 600 mannen zijn weggevoerd, van wie de meesten niet terugkeerden. ‘Mijn dienst in deze periode was ten diepste een dienst van de troost,’ zei ds. Kievit bij zijn afscheid van de gemeente in 1952, ‘zo wilde het de Heere, en zo werd het u ten zegen.’

Vond de predikant toen bij herdenkingen in Putten altijd het meest gepaste woord? Er waren mensen die eraan twijfelden en zich ergerden aan wat hij sprak bij de onthulling van een monument voor de slachtoffers in oktober 1949. Hij reageerde op de tegensprekende humanisten door te benadrukken dat hij met ‘de volstrekte onderwerping aan het Woord Gods’ juist dergelijke humanisten de beste dienst bewees: ‘Het ware humanisme is slechts veilig waar dat Woord heerschappij voert, en de mens wordt waarlijk als mens gewaardeerd waar hij dat Woord verneemt, aanvaardt en daarmede verantwoordelijk voor God gesteld wordt.’ Hij besloot: ‘Dat heeft ons, dunkt mij, de tijd die achter ons ligt en de tirannie waaronder we geleden hebben, duidelijk geleerd.’

De herinneringen aan de nasleep van de razzia zou ds. Kievit wel zijn leven lang meedragen. In een kerkdienst in Gouda heb ik hem op geëmotioneerde wijze horen vertellen dat hij trouwringen van gestorvenen aan Puttense weduwen moest teruggeven. Zij zouden hun mannen nooit meer zien.

Veel herinner ik me trouwens nog uit die diensten in Gouda, een periode waar Balke eigenlijk geen aandacht aan besteedt. Hoe ds. Kievit vanaf de fraai gestileerde kansel in de St. Janskerk preekte; wanneer het er koud was, bekortte hij de dienst om te voorkomen dat de mensen helemaal verkleumd uit het bedehuis zouden gaan. Wie recht voor hem in de banken zat, zag achter hem het gebrandschilderde raam met het ontzet van Leiden met daarin verwerkt het portret van Willem van Oranje. Voor mijn gevoel paste de dominee als geen ander bij het sfeervolle gebouw. Als hij voorging, was zelfs de grote St. Jan geheel gevuld. In een dienst merkte hij eens op dat er mensen waren die niet wilden inschuiven om anderen ook plaats te gunnen. Ds. Kievit zei: ‘Ik had een ambtgenoot, die dan zei: “Maar dat komt in deze gemeente niet voor…”.’ En voegde hij er met zijn zo kenmerkende verfijnde humor aan toe: ‘Dat komt in onze gemeente wèl voor!’ Het hielp.

Kievit kende behalve de grondtalen en belangrijke exegetische werken ook geschriften van de reformatoren. Over Calvijn staan twee artikelen in deze bundel. Eens, toen hij in 1972 in de St. Jan preekte over Simson, naar aanleiding van de tekst Richteren 13:21b-23, hoorde ik hem Luther aanhalen. Het ging toen over de vrouw van Manoach, de moeder van Simson, die haar man onderwees na de aankondiging van de Engel, toen Manoach zei: ‘Wij zullen zekerlijk sterven, omdat wij God gezien hebben.’ Zij heeft toen geantwoord: ‘Zo de HEERE lust had ons te doden, Hij had het brandoffer en spijsoffer van onze hand niet aangenomen…’ Kievit zei dat Luther ooit een prachtige opmerking had gemaakt over die vrouw: ‘Die man is naar zijn bril aan het zoeken, en die vrouw heeft het al gelezen…’ Zo’n uitdrukking vergeet je niet meer.

Er waren meer onvergetelijke diensten. In de Goudse Westerkerk preekte hij op een warme zomerse zondagavond over de Heidelbergse Catechismus Zondag 4, vraag en antwoord 11: ‘Is dan God ook niet barmhartig?’ Antwoord: ‘God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig…’ Hij stond toen niet alleen maar stil bij Gods barmhartigheid, zoals in veel diensten gebeurt, maar benadrukte voor de hoorders het onlosmakelijke verband met de Goddelijke rechtvaardigheid. Het was toen doodstil in de kerk vanwege de ernst waarmee dit werd gepreekt; voor mij is het een van de meest bevindelijke preken van hem geweest. Toch wilde ds. Kievit niet echt bevindelijk genoemd worden. In zijn afscheidspreek van Gouda, gehouden op 29 april 1984, benadrukte hij dat er gedurende zijn ambtsbediening zo veel over de prediking was gezegd en geschreven en hij voegde eraan toe: ‘En vandaag de dag is het dan zo dat wij een heleboel in dat Woord moeten stoppen. Hoe dan? We moeten er een beetje bevinding in stoppen en zo. En dan mag je zo ongeveer prediken.’ Hij besloot: ‘Houden wij ons maar bij het formulier. Dat zegt dat wij het Woord Gods moeten uitleggen en toe-eigenen. Uitleggen vereist zorgvuldigheid. Dat toe-eigenen vereist werking van de Heilige Geest, Die het brengt waar het wezen moet.’

(H. Florijn)


Uit het leven van Gerrie de Vries

L Vogelaar, Van hulp en heil ons aangebracht.

Uit het leven van Gerrie de Vries.

Gebr. Koster Barneveld, 2021. Gebonden,

201 blz. Prijs: € 22,90

Na haar bekering sloot Gerrie de Vries (1903-1998) uit Woudenberg zich aan bij de Gereformeerde Gemeente te Scherpenzeel. Haar moeder bezocht de weekdiensten van deze gemeente en Gerrie ging ook eens mee en hoorde in december 1926 ds. J.R. van Oordt preken, wat aan haar hart gezegend werd. Ze kon de wereld niet meer dienen en toen ze 23 jaar oud was, zag zij dat ze sterven moest, maar niet kon sterven. Dat dreef haar uit tot het gebed of de Heere haar bekeren wilde. Ze ging vervolgens kerken in de Gereformeerde Gemeente, waar Bart Roest ouderling was. Ze ontving zegen onder de leesdiensten en Roest en zijn vrouw behoorden tot haar geestelijke vrienden. Gerrie bleef zelf ongetrouwd.

Uit het briefverkeer dat Gerrie met vele van Gods kinderen kreeg is deze mooie biografie over haar ontstaan. Er staan tal van mededelingen in over wat zij door God mocht ondervinden. Ze noteerde ook welke voorgangers zij hoorde en wat de vrucht ervan voor haar was. Vanuit haar huis aan de Stationsweg in Woudenberg schreef Gerrie onder meer aan Mientje ter Haar-Vrijdag, Hanna van Soest en de zussen Dina en Diene Ligtenberg uit Rijssen.

De auteur, de heer L. Vogelaar, bespreekt onder meer deze vriendenkring van Gerrie, maar ook de periode van de Tweede Wereldoorlog en daarna, waaronder de moeilijkheden rondom consulent ds. R. Kok en de tegenkanting die ouderling Roest zelf in zijn gemeente meemaakte.

Bijzonder is het hoofdstuk ‘Vrijspraak in de ziel’, in een brief aan vrienden beschrijft Gerrie welke weldaden zij ontving van de Heere, zodat zij Hem haar Vader mocht noemen. In hetzelfde hoofdstuk worden de contacten besproken die zij in die tijd had; zo bezocht ze onder meer ds. G. van de Breevaart en ontmoette ze ds. W.C. Lamain toen hij in Scherpenzeel voorging. De laatste periode van haar leven woonde Gerrie in het Barneveldse bejaardentehuis Elim. Ze ging eind 1995 over naar de gemeente in Barneveld. Vaak bewandelde ze een duister en smal pad, maar wat de Heere haar beloofd had vertroostte haar: ‘En tot den ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen.’ Op 15 maart 1898 is Gerrie de Vries overleden, ze is 94 jaar en precies 11 maanden oud geworden.

Dit door uitgeverij Gebr. Koster fraai uitgegeven en rijk geïllustreerd boek zien we door de rijke inhoud graag in veler handen.

(J.P. Neven)


Gelukkig zijn

Een Engelse zendeling, die meer dan honderd jaar geleden het Evangelie preekte in het oosten van India, werd eens bij een inlandse vrouw geroepen. Hij wist dat ze nauwgezet in haar Bijbel las en dat ze vaak onder zijn prediking was geweest, maar hij had haar nog nooit echt gesproken. Direct bij zijn binnenkomst zag hij dat ze ernstig ziek was en nabij de dood. Hij zag ook een glans van blijdschap over haar gezicht en hij vroeg haar hoe zij zich voelde. Ze antwoordde: ‘Ik ben gelukkig.’ Hij keek haar aan: ‘Waarom dan?’

Zij antwoordde: ‘Ik heb Christus hier,’ en zij legde haar hand op haar Bijbel, ‘en ik heb Christus hier,’ toen legde zij haar hand op het hart, en vervolgde zij: ‘Ik heb Christus hierboven,’ en zij wees naar de hemel.


Vaders, inspirerende voorbeelden

B. Hooghwerff, Vaders. Inpirerende voorbeelden uit de (kerk)geschiedenis. Uitgeverij Den Hertog, Houten 2021. Gebonden, 139 blz.

Prijs: € 14,90

In een achttal korte hoofdstukken geeft de heer Bas Hooghwerff aan vaders van nu heel veel mee. Hij gaat daarvoor iets verder terug in de tijd en beschrijft waartoe enkele vaders hun kinderen opriepen voordat zij als martelaar stierven. Ook geeft hij iets weer uit het geschrift van ds. Lodewijk van Renesse over het huwelijk. Bijzonder aangrijpend is wat de bekeerde Jood Abraham Capadose in een brief schreef over het sterfbed van zijn twaalfjarig zoontje. Capadose die zijn twaalfjarige zoon begeleidde bij zijn laatste levensdagen, vertelde dat hij over het verloop van de ziekte zeer ongerust was en tekende de reactie van zijn zoon op: ‘”O, dan zal het de dood zijn,’ riep Hendrik uit, terwijl hij zijn ogen naar de hemel opsloeg. Het bleef nu weer een poosje stil. Toen zei hij dat hij voortdurend bezig was met Psalm 27. Met een heldere, duidelijke stem citeerde hij de drie verzen, waarop hij liet volgen; “De droefheid der wereld werkt de dood, maar de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid.” Nadat hij weer enkele aanvallen van benauwdheid had gehad, riep hij uit: “Ik sterf, maar ik ga naar de Heere, en ben gelukkig.” Hij wenste toen dat zijn zus en broer naar hem toe zouden komen: “Dan zal ik het ze zelf vertellen, dat ze niet bevreesd hoeven te zijn”.’ Ontroerend is het om een dergelijk getuigenis te lezen.

Maar dit boekje biedt nog meer: hetgeen de landbouwer Wulfert Floor in zijn oefeningen opgemerkt heeft over de christelijke opvoeding; over Jacob van Bergeijk die zijn kinderen een waardevol aandenken naliet: de betekenis van ‘de geestelijke doolhof’; Cornelis Bernard van Woerden jr. te Akkrum, die een geschriftje naliet over het sterven van zijn dochtertje Maria van elf maanden en veel werkzaamheden had omtrent haar eeuwig heil. Tot slot over Cornelis Schelling uit Sioux Center, die een woord naliet aan zijn kinderen en kleinkinderen. Hij raadde zijn kinderen aan om de geschriften van de oudvaders te lezen en de kerk waarin zij opgevoed waren niet te verlaten.

Dit boekje over vaders die worstelden met God over het tijdelijke én geestelijke welzijn van hun kinderen is onderwijzend, maar ook bemoedigend en wekt ons op om hen daarin na te volgen.

(J.P. Neven)


Karel V

In een van zijn oefeningen haalt de bekende oefenaar Wulfert Floor de volgende anekdote aan over Karel V: ‘Ik heb eens gelezen van de hertog van Venetië, dat hij aan keizer Karel V de schatten en rijkdommen en weelde van zijn stad vertoonde, en hem vroeg: “Wat dunkt u hiervan?” De keizer antwoordde: “Deze dingen zijn het, die ons zo ongaarne doen sterven.”

Floor voegt eraan toe: ‘Deze ongelovige keizer sprak immers een zuivere waarheid? Rijkdom, eer, heerlijkheid, kostelijke spijs en drank, deftige huizen, wel opgesierde kamers en meer andere dingen zijn medeoorzaken dat de mens hier zo vast verkleefd zit. Vele rijke en goddeloze lieden zouden de hemel en alle zalige heerlijkheid ervan graag willen laten voor God en al de engelen en de vrome mensen, als zij de aarde maar mochten houden.’


Herinneringen van ds. T. Cabaret

Ds. T. Cabaret, Herinneringen.

Gebonden, 150 blz.

Prijs: € 20,00.

Te bestellen bij: www.boekenstek.nl

Vlak voor zijn heengaan sprak ds. T. Cabaret nog vijf banden in met voorvallen uit zijn jeugd en de periode dat hij student, predikant te ’s-Gravenpolder en voorganger in Den Haag was. De heer P.Chr. Paardenkooper uit Scherpenzeel werkte de ingesproken teksten uit en is de uitgever van Herinneringen. Ds. Cabaret spreekt over veel bijzonderheden en leidingen van de Heere. Dat begon al in zijn jeugd, maar ook toen hij student van de Gereformeerde Gemeenten werd. Bij zijn ouders thuis vonden er gezelschappen plaats, als jongen hoorde hij veel van het genadewerk des Heeren. De herinneringen van ds. Cabaret geven ook vooral een mooi tijdsbeeld van een bewogen periode in het kerkelijk leven in Rotterdam, waar het gezelschapsleven bloeide. Cabaret ging op catechisatie bij ds. G.H. Kersten en had grote achting voor zijn predikant. Hij doet ook verslag van zijn aanneming door het Curatorium. Door het overlijden van ds. Kersten kreeg hij al snel lessen van dr. C. Steenblok, waarbij het al tijdens de eerste les tot een aanvaring kwam. Zij zouden elkaars tegenpolen blijven.

Ds. Cabaret sprak openhartig over heel veel kerkelijke zaken, zo ook over de omstandigheden waarin hij terechtkwam nadat hij in ’s-Gravenpolder als predikant werd losgemaakt en zijn pastorie moest verlaten. Aan de ene kant nam hij geen blad voor zijn mond over de situatie waarin hij terechtkwam, aan de andere kant vertelt hij over hoe de Heere voor hem zorgde. Hij richtte daar een Gereformeerde Gemeente in hersteld verband op.

Bijzonder dat ds. Cabaret in ’s-Gravenhage als voorganger in 1958 bij de Oud Hervormde Gemeente terechtkwam, hij vertelt in zijn herinneringen hoe dat gebeurde. Cabaret preekte in het kerkgebouwtje waar eens ds. J.P. Paauwe voorging. Onder thuislezers worden zijn preken tot vandaag de dag beluisterd. Daarnaast vertelt hij over bijzondere ontmoetingen in Harderwijk.

Ds. Cabaret was een boeiend spreker, wat je dan ook merkt tijdens het lezen van deze herinneringen. Het boekje leest zeer gemakkelijk. Hoe we ook over deze markante prediker denken, de herinneringen zijn het waard om gelezen te worden.

(J.P. Neven)


Profetie

Een gezelschap reizigers was op weg in een koets. Tot de passagiers behoorde een man die dacht dat hij leuk was en de anderen probeerde te vermaken met zijn opmerkingen. Hij richtte ook zijn zogenaamde geestigheden op Gods Woord en beweerde: ‘Alle profetieën zijn geschreven nadat de voorvallen hadden plaats gevonden.’

Een van de medereizigers, keek hem aan en zei: ‘Mijnheer, ik weet op uw bewering toch een uitzondering te noemen. U kunt die vinden in 2 Petrus 3:3: “Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen”.’ Hij vervolgde: ‘Nu mijnheer, als hier de gebeurtenis niet heel lang plaatsvindt na de profetie, dan moet u dat maar zeggen; ik verzoek het overige gezelschap om daarover te oordelen.’

Dat laatste hoefde niet, want de mond van de spotter was gestopt.

Dit artikel werd u aangeboden door: Oude Paden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 2021

Oude Paden | 64 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 2021

Oude Paden | 64 Pagina's