Ds. Lamain beroepen
Wanneer er door een gemeente een beroep uitgebracht wordt op een predikant, is het gebruikelijk dat de beroepene tot hetzelfde kerkverband behoort als degenen die het beroep uitbrengen. Maar er zijn uitzonderingen.
Inderdaad zijn er uitzonderingen op de bovenstaande regel. Zo beriep de Oud Gereformeerde Gemeente te St. Philipsland ooit de christelijkgereformeerde dominee E. du Marchie van Voorthuijsen. Hetzelfde gold veel eerder ds. B. Toes, die daarna tot aan zijn overlijden voorganger werd van een gemeente in Kinderdijk. Mogelijk met het voorbeeld van ds. Toes in herinnering stelde dezelfde inmiddels vacant geworden Oud Gereformeerde Gemeente te Kinderdijk op 8 april 1975 een brief op. Het schrijven was gericht aan ds. W.C. Lamain, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Grand Rapids (USA). In de brief werd aan de geadresseerde gevraagd of hij een beroep zou willen overwegen naar de dus niet tot zijn kerkverband behorende gemeente van Kinderdijk.
Overleg en informatie
Aan de brief was enig overleg vooraf gegaan. Een dag voordat het schrijven werd opgesteld, had de Kinderdijkse ouderling Stam bij ds. Van der Poel geïnformeerd wat deze hiervan vond. De predikant had er volgens de ouderling ‘vreemd’ van op gekeken, maar had daarna gezegd: ‘Doe hem dan van mij de hartelijke groeten!’ Er was namelijk sprake van een nauwe band tussen deze beide predikanten.
Wat stond er zoal in de informerende brief? Dit, dat de kerkenraad van Kinderdijk al meerdere malen gehoord had dat ds. Lamain nog eens als leraar in Holland terug zou willen komen. Vervolgens of hij zich dan niet meer thuis zou voelen in de Oud Gereformeerde Gemeenten dan in de Gereformeerde Gemeenten, ‘dit met het oog op de ontwikkelingen in de Gereformeerde Gemeenten de laatste 25 jaar, die wij wel opmerken, doch waarvan uzelf ongetwijfeld beter op de hoogte bent dan wij’.
Daarbij kwam dat het verlangen van de gemeente ‘naar een eigen leraar’ – nu al weer twee jaren na het overlijden van ds. Toes – groot was. Wel besefte men dat daar tegenover stond dat ‘het beroepen van een leraar uit een ander kerkverband iets uitzonderlijks’ was. De brief besloot met de woorden: ‘Onze vraag is nu: Als wij u beroepen, krijgt u dan toch geen grote moeilijkheden? Mogelijk hebt u redenen (die wij niet kennen) op grond waarvan u zegt: laat mijn naam alstublieft in zulk een gelegenheid niet bekend worden!’ Maar was dat niet het geval: ‘Mogen wij dan doorgaan?’
Het was dus geen echte beroepsbrief, wel een vraag of het beroepen van een dominee uit een ander kerkverband mogelijk was. Daarbij verwees de Kinderdijkse kerkenraad nog naar ds. C. Smits, die als christelijk gereformeerd predikant eerder een beroep had aangenomen naar het oudgereformeerde Hardinxveld-Giessendam.
De eerste reactie
Het schrijven bereikte ds. Lamain, die op 25 april 1975 een antwoord schreef dat kort weergegeven hierop weerkwam dat zijn hart soms wel uitging naar zijn vaderland, maar dat hij geen vrijmoedigheid van de Heere had gekregen om Grand Rapids te verlaten.
Een week nadat ds. Lamain zijn antwoord schreef, werd de brief op 2 mei bij ouderling J. van Dam be-zorgd. In de tussentijd had het beroepingswerk bij de gemeente van Kinderdijk niet stil glegen. Op zondag 27 was namelijk in de kerkdienst aan de gemeente afgekondigd dat men van plan was om de predikant van Grand Rapids te beroepen. Vervolgens zou er op 1 mei een ledenvergadering gehouden worden om tot een stemming te komen. Op die lidmatenvergadering verklaarden alle aanwezigen dat ze met een beroep instemden. En zo werd een officiële beroepsbrief een dag nadat het antwoord van ds. Lamain was ontvangen opgesteld. De kerkenraad had er nog aan toegevoegd dat niets met betrekking tot het beroep in de krant (in dit geval het Reformatorisch Dagblad) gezet zou worden.
Reactie op het beroep
Opnieuw reageerde ds. Lamain, nu op 19 mei 1975. Hij schreef dat hij weer ‘geen vrijmoedigheid’ had om de gemeente te Grand-Rapids ‘die ik nu 28 jaren dienen mag, en de gemeenten waar de Heere me een plaats heeft gegeven’ te verlaten. Hij kon, durfde en mocht ‘zonder den Heere’ niet gaan. Hij besloot: ‘Alleen in de weg des Heeren zullen wij Zijn gunsten ervaren. De Heere geve u een leeraar in Zijn gunst, tot Zijn eer en blijdschap van uwe harten.’
Opvallend in het antwoord is nog dat er met geen woord gerept wordt van het feit dat de gemeente en de beroepene niet tot hetzelfde kerkverband behoorden. Blijkbaar speelde dat aan beide kanten geen rol van veel betekenis in deze kwestie.
Slot
De oudgereformeerde gemeente te Kinderdijk bleef dus vacant en daarmee zou deze procedure rond het beroep afgesloten kunnen worden, ware het niet dat de redactie van het Reformatorisch Dagblad het bericht over het uitbrengen van het beroep in de krant had gezet. Weliswaar tot groot ongenoegen van de Kinderdijkse kerkenraad (Waarom eigenlijk? Men had volgens de kerkenraad, de ledenvergadering en de beroepene toch niets verkeerds gedaan?) maar dat was niet meer ongedaan te maken.
20 mei 1975
OUD GEREF. GEM. IN NED.
Beroepen: te Kinderdijk, W. C. Lamain, predikant van de Geref. Gemeente in Grand Rapids (Mich. USA).
26 mei 1975
OUD GEREF. GEM. IN NED.
Bedankt: voor Kinderdijk, W. C. Lamain, pred. der Geref. Gemeenten te Grand Rapids (Mich. USA).
Hieronder volgt de eerste brief van ds. Lamain aan de kerkenraad van Kinderdijk. Woordkeus, stijl en spelling zijn onveranderd gelaten.
‘Grand Rapids, 25 april 1975
Geachte Broeders Kerkeraad,
De Heere zegt in Zijn Woord: Mijn Raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. Maar ook: Ken Hem in al Uwe wegen, en Hij zal Uwe paden recht maken.
Onze natuur is het eigen om eigen weg en pad te gaan, maar wanneer er iets in ons hart mag gewrocht zijn door de Heiligen Geest, namelijk de vreeze Gods, dan is het een behoefte: Heere, ai maak mij Uwe wegen enz. Ps. 25:2. Zoo ver ik mij herinner, dan heb ik in de oorlogsjaren, of kort daarna eens in uwe kerk gesproken; verder zijn we na zoovele jaren elkander onbekend van aangezicht. Ook wel bekend wellicht, daar u anders geen gedachten zouden bekend zijn opgekomen, als wat u verklaarde in uw brief.
We zijn al jaren bekend met Ds. Smits en Ds. Van der Poel, en hoop dat dan wel iets mag liggen wat door den Heere gewerkt is.
Ik ben nu 71 jaar, en ben van 28 jaar reeds in Gr. Rapids, waar we Gods Woord nog mogen brengen zonder verhindering
Hebben al vaak uitgezien om naar het oude vaderland terug te mogen keren, maar tot hiertoe nog geen vrijmoedigheid van den Heere gekregen. Een stap te doen waarover ulieden gedacht hebben en wat in uwe harten is opgekomen, kan ik wel verstaan, maar zonder den Heere kan en mag ik geen stap doen en dus het niet te doen.
Het is van alle kanten donker en we leven onder een wolk van verberging omdat we God op ’t hoogst misdaan hebben.
Heb ook de preken van je onvergetelijke leeraar Ds. Toes, waar mijn ziel mee verenigd is; hoop dat de Heere u een leeraar geven mag in Zijn gunsten. Dan zal het wel zijn.
Uw heilwenschenden vriend Lamain
Hoorde juist van mijn dochter tot R’dam dat Ds. V.d. Poel rust moet nemen. Groet ook Ds. Smits met zijn vrouw wanneer je hem ontmoet.
Was een week in Canada, één van de oorzaken dat u thans bericht krijgt – en den Heere raad vragen.’
Ook bij deze brief – waarin ds. Lamain bedankte voor het beroep naar Kinderdijk – zijn woordkeus, stijl en spelling onveranderd gelaten.
‘Grand Rapids 19 mei 1975
Waarde Broeders Kerkeraad en gemeente. De Heere gedenke ons allen naar de grootheid Zijner barmhartigheden in Christus Jezus. Naar ziel en lichaam, in tijd en eeuwigheid beide. Toen ik maandagmorgen 12 mei op reis moest naar Canada voor een Classisvergadering ontving ik het beroep. Daar ik vrijdag pas terug kwam, was het me niet meer mogelijk voor de zondag terug te schrijven. Wat ik schreef in mijn vorigen brief is nog hetzelfde. Ik heb geen vrijmoedigheid om een gemeente die ik nu 28 jaren dienen mag, en de gemeenten waar de Heere me een plaats heeft gegeven te verlaten. Mozes kon niet optrekken tenzij Gods aangezicht met hun mede ging om hem gerust te stellen.
Ik kan en durf en mag zonder den Heere niet op te trekken. Alleen in de weg des Heeren zullen wij Zijn gunsten ervaren. De Heere geve u een leeraar in Zijn gunst, tot Zijn eer en blijdschap van uwe harten.
Van harte gegroet, en Gode bevolen.
Uw heilwenschenden vriend Ds. Lamain
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2024
Oude Paden | 64 Pagina's