Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Snoet in rood, wit en blauw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Snoet in rood, wit en blauw

6 minuten leestijd

De Koninklijke Marine is hard toe aan nieuwe onderzeeboten. Maar de politiek draalt.

Medio juli was er in de Franse havenstad Cherbourg een feestje. Pal voor de Franse nationale feestdag Quatorze Juilliet werd op de werf van Naval Group in aanwezigheid van de Franse president Macron de nieuwe nucleaire onderzeeboot Sufren gepresenteerd. Voor de gelegenheid was de boeg van het 99 meter lange gevaarte in de Franse nationale kleuren rood, wit en blauw gestoken. Toeval of niet: ook de Nederlandse kleuren.

Vice-admiraal Rob Kramer, commandant van de Koninklijke Marine, moest lachen toen hij in Cherbourg op de „Nederlandse kleuren” op de snoet werd gewezen. „Mooi toch?” Ziet hij over zeven, acht jaar zo’n boot in Den Helder voor zich? „Ik pleit voor snelheid op het dossier van vervanging onderzeeboten. Het houdt voor de Walrusklasse een keer op. Wie de nieuwe onderzeeboten gaat bouwen is niet aan mij.”

STATUS

De Suffren is de eerste van zes nieuwe onderzeeboten voor de Franse marine, de zogenaamde Barracudaklasse. Het zijn nucleaire aanvalsonderzeeboten, bedoeld om schepen en andere onderzeeboten uit te schakelen, inlichtingen te verzamelen, special forces af te zetten en doelen op het land aan te vallen. De Barracuda’s moeten 70 tot 90 dagen zelfstandig kunnen opereren. De schepen van 5300 ton waterverplaatsing hebben geen kernwapens aan boord.

De zes nieuwe onderzeeboten zijn vernoemd naar Franse marineofficieren uit de 16e en 17e eeuw. Catalogusprijs van de boten is 1,3 miljard euro per stuk. De Suffren komt volgend jaar in dienst, de laatste boot wordt in 2029 afgeleverd. De bouw van een nucleaire onderzeeboot kost volgens de Naval Group 7 miljoen manuren. Op de werf in Cherbourg werken er dagelijks duizenden mensen aan. Volgens programmamanager Vincent Martinet is het „de meest complexe klus op aarde.” Waar een legertank 15.000 onderdelen telt en een Boeing 777 een slordige 100.000, bestaat een nucleaire onderzeeboot uit 1 miljoen onderdelen. „Maar vier landen ter wereld kunnen dat.”

VERVANGING

Dolgraag willen de Fransen de Barracudaklasse ook aan Nederland verkopen, zij het dan in de niet-nucleaire variant en met geringere afmetingen. De vier onderzeeboten van de Walrusklasse van de Koninklijke Marine zijn dringend aan vervanging toe. Naval ging begin dit jaar een samenwerkingsverband aan met IHC, de Nederlandse bouwer van baggerschepen uit Kinderdijk. De twee bedrijven willen de onderzeeboten samen in Nederland bouwen. Daarbij draagt Naval Group kennis over, zodat de marine en IHC zelf het onderhoud kunnen verrichten.

Topman Hervé Guillou van de Naval Group garandeert desgevraagd 2000 tot 3000 banen in de maritieme industrie in Nederland. „Desnoods bouwen we de Nederlandse onderzeeboten compleet in Nederland. Maar het gaat er eigenlijk niet om in welk land wat wordt gebouwd. Samen moeten wij vechten vóór Europa. China en Rusland zijn grote spelers.”

MEGAPROJECT

De 3,5 miljard euro kostende vervanging van de vier onderzeeboten is voor defensie een megaproject. Begin jaren 90 van de vorige eeuw heeft de inmiddels opgedoekte werf RDM de laatste onderzeeboten in Nederland gebouwd. Veel kennis is sindsdien verdwenen.

Tegelijkertijd moet het ministerie toezien op de bouw van een boot die aan de specifieke Nederlandse wensen voldoet. Dat maakt het project gecompliceerder dan de F-35, want daar lag de verantwoordelijkheid bij de Amerikaanse luchtmacht.

Simpelweg een boot van de plank kopen is lastig. De meeste landen bevaren ofwel met grote nucleaire onderzeeboten de wereldzeeën, of verdedigen hun kustwateren met kleinere conventionele boten. Nederland wil juist de oceaan over kunnen met een grote conventionele boot, en heeft dus een aangepast ontwerp nodig, ongeacht met welke werf het in zee gaat.

Behalve de Naval Group aast de Nederlandse werf Damen Schelde Naval Shipbuilding op de order. Damen ging daarvoor een strategische samenwerking aan met het Zweedse bedrijf Saab Kockums, dat kennis van het bouwen van onderzeeboten in huis heeft.

Verder is de Duitse werf Thyssenkrupp Marine Systems in de race. TKMS biedt aan de onderzeeboten in Den Helder te willen bouwen, maar heeft (nog) geen Nederlandse partner. Naval heeft al ruim honderd onderzeeboten gebouwd. Voor Australië, die er twaalf bij de Fransen bestelde, wordt in het land een nieuwe werf gebouwd.

STAP

Het kabinet-Rutte III draalt intussen bij de vervanging van de Walrusklasse. De bedoeling is om de nieuwe boten in 2027 in gebruik te nemen. De volgende stap zou eind 2018 al worden gezet, maar het proces is vertraagd, zo schreef staatssecretaris Visser van Defensie eind april aan de Tweede Kamer. Uit de toelichting op de defensiebegroting 2020 kan worden opgemaakt dat het zeker nog tot eind 2019 duurt voordat er duidelijkheid is.

Als belangrijkste reden noemt Visser de ”Defensie Industrie Strategie”, die de ministeries van Defensie en Economische Zaken eind vorig jaar samen presenteerden. Daarin namen zij zich voor de eigen, Nederlandse industrie voortaan voorrang te geven bij grote defensie-uitgaven, zoals andere Europese landen ook doen. Op de achtergrond speelt een hard politiek spel tussen verschillende ministeries.

Het ministerie van Defensie zou graag zaken doen met Saab/Damen. Andere ministeries vinden dat er te veel tunnelvisie is, en dat de andere partijen een eerlijke kans moeten krijgen. Zeker omdat de Duitsers en de Fransen ervarener onderzeebootbouwers zijn. Wat voor Defensie een goede keuze is, kan men bij Financiën of Buitenlandse Zaken heel anders zien. Dan gaat het niet om de kwaliteit van de onderzeeboot, maar bijvoorbeeld om diplomatieke relaties met een buurland.


Walrusklasse

Vier expeditionaire onderzeeboten van de Walrusklasse telt de Koninklijke Marine nu: Zr. Ms. Bruinvis, Dolfijn, Walrus en Zeeleeuw. De schepen zijn 68 meter lang en 8,5 meter breed met een waterverplaatsing (onder water) van 2800 ton. Het aantal bemanningsleden per boot bedraagt 55.

De boten staan goed bekend. Tijdens een internationale oefening in 1999 wist de Walrus negen schepen, waaronder het Amerikaanse vliegdekschip USS Theodore Roosevelt, tot zinken te brengen. De onderzeeboot ontsnapte ongemerkt. Het kwartet is al ruim 25 jaar oud en onderging onlangs een upgrade-programma dat door Nederlandse bedrijven werd uitgevoerd.

Behalve de romp bleef er maar weinig achter in de boot. Het programma werd zonder veel problemen uitgevoerd. Maar regeren is vooruitzien: de Walrusklasse is vanaf 2027 toe aan vervanging. Het project behelst zeker 3,5 miljard euro en biedt grote kansen voor de Nederlandse industrie.


Winnaars

Als de Nederlandse overheid nieuwe onderzeeboten koopt bij een Nederlandse werf is ze ”launching customer”. „Dat heeft niet alleen met imago (”koopt Nederlandse waar”) te maken”, aldus Hein van Ameijden, algemeen directeur van Damen Schelde Naval Shipbuilding in Vlissingen.

„Er zijn alleen maar winnaars. Allereerst krijgt defensie voor de Koninklijke Marine een beste en de meest toekomstbestendige boot, waarmee Nederland echt betekenisvol kan bijdragen in internationale operationele samenwerking. Ten tweede biedt het ook economische voordelen door werkgelegenheid en innovatie voor Nederlandse bedrijven dankzij Nederlands belastinggeld. Ten derde is er de export. Via zo’n ”launching customer”- project kan de Nederlandse marinebouw, zelfs in een ongelijk speelveld, en met veel beperkingen, toch weer robuust voor de dag komen. En niet in de laatste plaats vloeien er revenuen terug naar de overheid.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 oktober 2019

Terdege | 132 Pagina's

Snoet in rood, wit en blauw

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 oktober 2019

Terdege | 132 Pagina's