Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hechtere band door hersenbloeding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hechtere band door hersenbloeding

8 minuten leestijd

Het is een memorabele maand voor Mirjam van Veen uit Poederoijen. Op 24 januari is het een jaar geleden dat ze plotseling werd getroffen door een hersenbloeding. Ze ging fysiek en mentaal door een diep dal. Buurvrouw Janny Schalk is een enorme steun voor Mirjam. Door de dramatische gebeurtenis is hun band hechter dan ooit.

Kleuters Lisethe en Tim scharrelen om elkaar heen in de huiskamer van Mirjam van Veen (42). Ze komen zojuist uit school. Lisethe, net 4 geworden, draait een pirouette met haar donkerblauwe tulen rokje. Moeder Mirjam glimlacht. „Vanmorgen vertelde ze dat ze deze rok aandoet als ze met Tim gaat trouwen.” De hoogblonde 3-jarige Tim laat de huwelijksgeruchten voor wat ze zijn en kruipt weg achter zijn moeder Janny (46).

De vier kinderen van Mirjam en Adriaan en het zevental van Janny en Peter kunnen het opperbest met elkaar vinden. Net als hun moeders. „Janny en ik kregen steeds meer contact met elkaar doordat onze kinderen met elkaar speelden”, herinnert Mirjam zich. „Adriaan en ik wonen sinds ons trouwen, ruim zestien jaar geleden, in Poederoijen. Twaalf jaar geleden kwamen Janny en Peter tegenover ons wonen. Ik was net bevallen van Lennard. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, zag ik licht branden en hadden we dus nieuwe overburen.”

VERJAARDAGEN

Het klikt gelijk goed tussen Mirjam en Janny. „We herkenden veel in elkaar”, knikt Janny. „Ik vond het heel fijn dat we christelijke buren kregen. We denken over wezenlijke zaken hetzelfde. En we wonen buitenaf, dus ook in praktisch opzicht is het handig als je goed contact met elkaar hebt. Als ik een afspraak bij de kapper had, bracht ik de kinderen in de wandelwagen even bij Mirjam en andersom.” Die knikt. „We voelden al snel aan dat we op elkaar terug konden vallen; dat vind ik toch wel het meest bijzondere aan onze band.”

Met vaste koffiedrinkmomenten of andere contactpatronen hebben de buurvrouwen niet veel op. Ze hebben het er simpelweg te druk voor. Ze spreken en zien elkaar regelmatig, maar vrijwel altijd met een reden. „We appen en bellen elkaar wel, of we lopen even de straat over, maar nooit om onzindingen”, vindt Mirjam. „We hebben allebei nog jonge kinderen en ik help Adriaan zo veel als mogelijk is mee op onze schapenveehouderij. We komen wel altijd op elkaars verjaardagen.” Janny knikt instemmend. „Natuurlijk hebben we ook plezier onderling, maar we houden niet van flauwekul, daar zijn we te serieus voor”, grinnikt ze.

INTENSIVE CARE

Voor beide buurvrouwen was 2019 een rollercoaster. Op donderdag 24 januari werd Mirjam getroffen door een hersenbloeding. Na een drukke dag neemt ze die avond een bad. Adriaan is aan het werk, de kinderen liggen op bed. Om 23.30 uur komt Adriaan thuis. Hij stelt verbaasd vast dat er op verschillende plaatsen nog licht brandt. Ook loopt de hond nog buiten. Mirjam schudt zachtjes haar hoofd als ze verhaalt over het drama. „Adriaan vond me in de badkamer.

Ik had een epileptische aanval gehad en was buiten kennis.” Ze wordt in allerijl naar de afdeling spoedeisende hulp van het Beatrixziekenhuis in Gorinchem gebracht. Een broer en schoonzus van Adriaan komen diezelfde nacht om bij de kinderen te zijn. De dag erna hoort Janny van hen het vreselijke nieuws. „Ik zag de kinderen van Mirjam en Adriaan buiten lopen en vond het vreemd dat ze niet op school waren. Daarom ging ik poolshoogte nemen. Echt, de rillingen liepen over m’n rug, zó schrok ik. De dagen erna heb ik regelmatig naar de overkant van de straat gekeken en gedacht: Misschien heb ik straks geen buurvrouw meer.”

In het ziekenhuis in Gorinchem blijkt dat Mirjams toestand ernstiger is dan gedacht. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat ze een ernstige epileptische aanval heeft gehad, maar als blijkt dat er bloed in het ruggenmerg zit, wordt duidelijk dat Mirjam een hersenbloeding heeft gehad; er is een aneurysma, een uitstulping aan de slagaders, in haar hoofd gebarsten.

Mirjam wordt direct naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht gebracht. Daar staan de artsen met hun rug tegen de muur, want de epilepsie is niet onder controle en daardoor kan Mirjam niet direct geopereerd worden. Pas op vrijdagmiddag vindt de ingrijpende operatie plaats. Mirjam kan zich niets herinneren van de dagen in het ziekenhuis. „Het gebeurde op donderdag en ik kan me weer dingen herinneren van de dinsdag erna. Volgens Adriaan was ik heel onrustig en beroerd.”

Janny luistert stil toe. „Ik zal nooit vergeten dat jouw Amanda op zaterdag bij mij naar binnen rende. Ze sloeg haar armen om m’n middel en zei: „Buurvrouw Janny, mama is weer wakker en ze weet wie we zijn!” Dat vond ik zo ontroerend.”

LAMMERTIJD

Janny weet hoe precair de situatie van Mirjam is. „Ik weet best veel van de aandoening af, want onze zoon van zeventien heeft als baby een hersenbloeding gehad. Toen ik het van Mirjam hoorde, voelde ik me zo machteloos en ik dacht gelijk: hoe moet dat nu met haar gezin? Toen Adriaan thuiskwam uit het ziekenhuis, ben ik naar hem toegegaan. „Ik wil je helpen, wat kan ik doen?” vroeg ik. Het liep als vanzelf zo dat Mirjams kinderen in die periode veel bij ons waren.”

Janny kijkt nog vaak met gemengde gevoelens terug op de weken dat Mirjam in het ziekenhuis lag. „De situatie was zorgelijk, maar ik was er ook stil van dat het met Mirjams kinderen zo goed mocht gaan. Ze deden het fantastisch. Wat leeftijd betreft passen ze ook zo in ons gezin. Natuurlijk was het druk, maar ik kreeg er echt kracht voor om het voor Mirjam en Adriaan te mogen doen.”

Naast de zorg voor de kinderen springt Janny ook bij op de schapenveehouderij van Adriaan en Mirjam. En dat is hard nodig, want het is lammertijd. Janny schiet ineens in de lach. „Zat ik daar weer op een schaap om te helpen met verlossen. Ik stond een keer op het punt om naar een afspraak te gaan toen Lennard om hulp vroeg. Ik had m’n goede jas aan, dus ik heb later maar even uitgelegd dat ik uit de schapenstal kwam.”

APPELTAART

Na twee weken ziekenhuis gaat Mirjam naar revalidatiecentrum Tolbrug in Den Bosch. Zeven weken lang werkt ze daar hard aan haar herstel. Het is feest in huize Van Veen als Mirjam na deze periode thuiskomt. Janny hangt buiten slingers en ballonnen op. „Amanda had bij mij appeltaartjes gebakken, daar was ze zo trots op. We waren allemaal heel blij dat Mirjam er weer was.”

Mirjam glimlacht. „Als ik jou niet had gehad...” Ze schikt haar sjaal. „Het afgelopen jaar was onze vriendschap wel een beetje eenrichtingsverkeer, want Janny is er zo veel voor mij en de kinderen geweest. Net als heel veel andere lieve en zorgzame mensen. Toen ik weer thuis was, moest ik nog een periode twee dagen in de week revalideren. En ik moest veel rusten, dat was voor de kinderen best lastig. Ik was heel blij dat ze bij Janny mochten zijn als ik moest slapen.”

Janny doet het met liefde. „Mirjam had vorig jaar veel hulp nodig en ik wilde er voor haar zijn. Ik heb de instelling: ik doe wat ik kan doen. Dat vind ik ook belangrijk en mijn plicht als christen. Het is onze opdracht om onze naaste lief te hebben als onszelf. Als christen mogen we ook elkaars lasten, elkaars zorgen, meedragen.”

RELATIVEREN

De ingrijpende gebeurtenis heeft de vriendschap tussen de buurvrouwen veranderd. „Verdiept”, vindt Janny. „We hebben elkaar nog beter leren kennen en spreken nu ook meer over geloofszaken. Dat vind ik echt een verrijking. Het heeft mij diep getroffen dat de dood zo dichtbij is geweest. Ik had het kunnen zijn en dan..? Het leven is zo vergankelijk.”

Mirjam knikt stil. „Dingen die ik eerst zo belangrijk vond, kan ik nu veel meer relativeren. Ik reageer minder vinnig dan voordat ik de hersenbloeding kreeg.” Janny beaamt het. „Je doet nu minder moeilijk als er bijvoorbeeld mot is tussen de kinderen.” Ze kijkt haar buurvrouw schalks aan. „Weet je nog van die modder?” Mirjam pikt de hint direct op. „Janny’s kinderen hadden onze Amanda een keer onder de modder gegooid. Ik wilde precies weten wat er was gebeurd, terwijl Janny veel gemakkelijker is en heel laconiek reageerde: „Kinderen maken nu eenmaal wel eens ruzie, dat komt vanzelf weer goed.” Ik merk dat ik tegenwoordig minder fel reageer op zulke situaties.”

Mirjam is nog elke dag dankbaar dat ze gespaard is. Evengoed kampt ze dagelijks met onzichtbare schade door de hersenbloeding. „Ik wil niet bij de pakken neerzitten, maar merk dat de hersenbloeding heel veel met me heeft gedaan. Ik voel nu nog vaak onmacht, verdriet, angst, onzekerheid. Als ik niet uitkijk, blijf ik daar soms in hangen en dat frustreert.” Janny steunt Mirjam zo veel als mogelijk. „Ik weet bijvoorbeeld dat ze het moeilijk vindt om hulp te vragen. Mirjam mag zelf nog niet autorijden, dus als het regent app ik haar dat Lisethe en zij mee kunnen rijden naar school.” Mirjam kijkt haar dankbaar aan. „Janny staat altijd voor me klaar”, waardeert ze haar buurvrouw. „Er zijn vast heel veel buurvrouwen die het goed met elkaar kunnen vinden, maar mijn buurvrouw wint het in alle opzichten. Van iedereen.”

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 januari 2020

Terdege | 123 Pagina's

Hechtere band door hersenbloeding

Bekijk de hele uitgave van woensdag 8 januari 2020

Terdege | 123 Pagina's