Mantelzorger
Een mantelzorger die voor zijn moeder zorgt, vergunde mij een inkijkje in zijn eigen hart. Het is heel privé, maar toch ook voor allen die de Heere liefhebben heel herkenbaar, echt universeel...
„We staan er niet alleen voor, maar de Heere is erbij. Moeder en ik mochten beiden ervaren dat de Heere van alles afwist en dat Hij erbij was. Zulk een weten en ervaren maakt dat een lastige situatie toch anders beleefd wordt.
Medio augustus mocht moeder thuiskomen. Toen ik haar uit het ziekenhuis zou ophalen, werd ik vroeg wakker en daar kwam zomaar in mijn hart: „De Heere is bij mij onder degenen die mij helpen.’’ Het overrompelde me. Ik vroeg: „Heere, wat bedoelt U daarmee?” En terwijl ik de tekst uit Psalm 118 overdacht, drong het tot me door dat David niet alleen van de Heere hulp kreeg, maar ook van mensen om hem heen. Toen riep ik vol blijdschap uit: „Ja, Heere, ik begrijp het. U helpt en U doet mensen ons helpen.” Ik was er beduusd van en werd klein en dankbaar onder de milde hand van die goede God, Die bij ons is.
Mijn werk als mantelzorger begon. Ik moest best wat omschakelen, maar dat viel me niet tegen. Daar keek ikzelf wel van op, want er kwam toch wat extra werk op me af, inclusief stofzuigen, bedden opmaken, de was en de afwas doen en dergelijke. Hoewel ik alles bij elkaar wel wat vrije tijd moest inleveren voor het mantelzorgwerk, deed ik het niet met tegenzin. En dat kwam doordat ik voor moeder in die tijd soms zulke warme gevoelens kreeg dat ik de tranen in mijn ogen voelde branden. Zij leed op allerlei wijze en ik mocht haar helpen. Dat behoorde ik als haar zoon ook te doen.
Ik kreeg te verstaan dat mijn liefde voor haar getest werd. De Heere schikte deze lastige omstandigheden mij toe, om te zien of ik dienstbaar wilde zijn, mezelf wilde verloochenen. Had Christus ons geen voorbeeld nagelaten? Moest ik niet Zijn beeld gelijkvormig worden gemaakt? Hoe kon dat anders, dan door ook zelf met lijden te maken te krijgen? O, zo’n inzicht maakt de mens klein. En het geeft extra liefde. En daaruit begreep en verstond ik dat ik een zegen had gekregen in en onder het lijden in mijn ouderlijk huis, omdat de Heere Jezus erbij was. Om het zo te zeggen: wilde ik dienaar van moeder zijn, dan wilde de Heere mijn Dienaar zijn om mij en ons te dienen...
Dat zijn lessen die in de praktijk van het christelijk leven worden geleerd. Dan is de Heere erbij en dat maakt alles anders. Dan zit er honing aan de roede en krijgen we meer liefde tot onze naaste.
U begrijpt dat zoiets mijn moeder goed doet, want die is de afhankelijke partij en vindt het fijn te horen en te bemerken dat ik al die dingen voor haar niet met tegenzin doe.”
Elspeet,
Ds. W. Pieters
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 maart 2020
Terdege | 124 Pagina's