Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Preken voor lege

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Preken voor lege

"Ik besef meer dat het Woord het moet doen"

11 minuten leestijd

Al het ambtelijke werk is hem lief, maar de ontmoeting met de gemeente blijft voor ds. R.A.M. Visser het hoogtepunt van de week. Ineens viel het weg. Preken doet hij nu met uitzicht op lege banken, pastoraat verricht hij per telefoon. “Op afstand probeer ik mee te leven.”

Het ging verbijsterend snel. Op zondag 8 maart werd in de gereformeerde gemeente van Apeldoorn het avondmaal bediend. Zij die aangingen aten van gebroken brood uit dezelfde schaal en dronken wijn uit dezelfde beker. Drie dagen later was het biddag. De gemeente, die zo’n 1100 zielen telt, kwam nog samen, maar de kerkgangers moesten hun gaven deponeren in prullenbakken bij de deur. De zondag daarop bleef de kerkdeur gesloten. Alleen enkele kerkenraadsleden, het kostersechtpaar, de predikantsvrouw, de geluidsman, de organist en de deskundige voor het regelen van beeld en geluid voor de thuisluisteraars met zijn gezin waren aanwezig. Intussen is het aantal mensen dat naar de kerk komt tot het absolute minimum teruggebracht.

De avondmaalsdienst lijkt voor ds. Visser eindeloos lang geleden. „In korte tijd gebeurde er heel veel en er moest snel geschakeld worden. Keer op keer werden we ingehaald door de feiten. Daarnaast is er de zorg over de toekomst die we met z’n allen ervaren. Mijn ouders, beiden in de tachtig, zijn gelukkig redelijk vitaal, maar ze letten wel op. Mijn schoonmoeder is in de negentig. Ze woont in een appartement in een aanleunflat en kan daardoor nog bezoek ontvangen van mijn vrouw; haar enige kind. Die wil dat zo lang mogelijk blijven doen, te meer omdat haar vader afgelopen december is overleden.”

BEZOEK PER TELEFOON

Ook binnenshuis veranderde er het nodige bij het kinderloze echtpaar. „Ada werkt parttime voor Driestar educatief. Door de corona-epidemie vindt de leerlingbegeleiding nu vanuit huis plaats. Dat was een behoorlijke omschakeling. We zien elkaar nu overdag veel meer, dat vind ik wel fijn, al hebben we genoeg te doen.”

Tot eind maart leek het virus de gemeente goeddeels voorbij te gaan. Toen sloeg het onverwachts toe. Gezinnen moesten in quarantaine. De eerste twee gemeenteleden die werden opgenomen, waren een baby van zes weken oud en een vitale huisvader van middelbare leeftijd. „Dat kwam eerlijk gezegd nogal binnen. De ernst van het leven komt nog nadrukkelijker naar je toe. Ineens is het gevaar van de ziekte heel dichtbij. Ik besef dat de situatie bij publicatie van dit artikel alweer totaal anders kan zijn.” De Apeldoornse predikant probeert zijn oude werkschema zo veel mogelijk te handhaven. „Preken maken blijft de hoofdtaak. Dat kost mij nog altijd veel tijd. Voorheen

„Het is ons niet gegeven alles te kunnen verklaren”

ging ik vooral in de tweede helft van de week ’s middags de gemeente in. Dat kan niet meer. De ouderlingen en diakenen doen veel in hun wijken, zelf probeer ik de zieken en 75-plussers geregeld te bellen. De gesprekken begin ik met de opmerking: „Ik kom telefonisch bij u op bezoek.” Zo probeer ik op afstand mee te leven.”

De zondagse diensten zijn nog steeds onwezenlijk. „Ik probeer me voor de geest te halen wie normaal gesproken waar zit. Je weet dat mensen meeluisteren en -kijken via de livestreamverbinding, maar de chemie die ik onder het preken vaak ervaar is weggevallen. De keerzijde is dat ik nu nog meer besef dat het Woord het moet doen. De avond met de belijdeniscatechisanten vervalt, net als de belijdenisdienst. Dat zijn ingrijpende dingen.”

Het aanpassingsvermogen van de gemeente is groot. „Ik sta versteld van de creativiteit in het zoeken naar mogelijkheden om er voor elkaar te zijn. Zo is er een coronahulplijn opgezet, een platform waarmee hulpaanbod en -vraag bij elkaar worden gebracht. Breder dan alleen voor de eigen gemeente. Kinderen sturen naar ouderen kaarten en tekeningen. Zulke kleine dingen zijn voor mensen die eenzaam op hun kamer zitten heel belangrijk. Ik hoop dat die verbondenheid ook als deze situatie langer duurt, blijft bestaan. Steef de Bruijn schreef in het RD over digitale kerkverlating. Als je thuis op de bank zit, is het gemakkelijk en misschien verleidelijk om te switchen naar een andere gemeente. Hoe komen we ook in dit opzicht door de crisis heen?”

De 45-jarige predikant ziet de pandemie als een indringende roepstem van God. Voor de wereldwijde samenleving, de kerken, de eigen gemeente en ieder persoonlijk. „De Heere blaast in al onze schijnzekerheden. Je moet wel voorzichtig zijn in het leggen van een concreet verband tussen deze ziekte en specifieke zonden. Ik kan me vinden in de benadering van de 19e-eeuwse dominee Van Oosterzee in de door het RD gepubliceerde preek, die hij hield naar aanleiding van een cholera-uitbraak. Het hoorde tot de bijzondere godsregering dat nationale zonden van Israël werden bestraft met nationale rampen. God zond profeten om het volk aan te zeggen door welk misdrijf het oordeel verdiend was. Dat mag volgens Van Oosterzee niet tot algemene regel worden verheven. Hij zegt letterlijk: „Geen hemelstem heeft ons opgeroepen om het aan iemand van ons te zeggen dat de ramp van onze dagen een bijzonder godsgericht is over een bijzondere schuld.” Het is ons niet gegeven alles te begrijpen en te kunnen verklaren.”

ROEPSTEM

Wel wil de predikant vasthouden aan het algemene verband tussen zonde en oordeel. „Gods toorn wordt geopenbaard over alle ongerechtigheid en goddeloosheid van de mensen. Laten we de daden van de Heere vooral opmerken in relatie tot onszelf. Wie ben ik en wie had ik moeten zijn? Wat moet de heilige God in de hemel toch denken van onze aardsgezindheid en matheid? Jeremia en Daniël zijn in hun gebeden ons tot voorbeeld. Niet een ander, maar ík heb gezondigd tegen een goeddoend God. Het wordt dan een wonder dat de Heere er met ons persoonlijk nog geen punt achter heeft gezet. Het zou groot zijn wanneer deze roepstem zo geheiligd wordt.”

Dan komt er ook ruimte voor een ander belangrijk gezichtspunt, weet ds. Visser vanuit de Schrift. „Dat in deze roepstem líéfde doorklinkt. Wanneer mensen doof zijn voor gewone roepstemmen, zendt God bijzondere roepstemmen. Opdat zondeslaven wakker worden en Gods kinderen getuchtigd worden. Ziekte wordt zo een middel in Zijn hand tot bekering van het hart en vernieuwing van het leven. Bijbels gezien is het onjuist om in ziekte en kruis, rampen en onheil uitsluitend toorn te zien. De Heere slaat niet uit lust tot plagen, maar opdat we ons tot Hem zouden wenden. Op een bepaalde manier toont deze epidemie dat Hij ons nog niet vergeten is. Dat alleen al moet ons klein maken.”

SCHUILPLAATS

De eerste zondag na de afkondiging van de overheidsmaatregel die ook het kerkelijke leven grotendeels stillegde, besloot ds. Visser zijn tekstkeuze aan te passen. „Ik had een preek over Jezus’ intocht in Jeruzalem gemaakt, maar voelde me gedrongen om over Psalm 91 te preken. „Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.” We moeten geborgen zijn en iets kennen van het heil waarover het aan het einde van de psalm gaat. In Christus is er zicht op het Váderlijke van Gods zorg, zoals zondag 10 van onze catechismus dat zo prachtig onder woorden brengt. Dan is er in alle zorgen toch verwachting.”

Na die eerste zondagmorgen hield hij zich weer aan het vertrouwde patroon. „Dat lijkt me ook goed. ’s Morgens naar de orde van het kerkelijk jaar de prediking over het lijden van Christus, in de middagdienst het onderwijs vanuit de Heidelbergse Catechismus. Wel probeer ik waar mogelijk een verbinding met de nood van de tijd te maken. Zeker in het gebed. Vooral onder het bidden ervaar ik sterk de verbondenheid met de gemeente.” In de telefonische pastorale gesprekken voelt hij sterker dan voorheen de urgentie. Dat besef is er ook bij de meeste ouderen aan de andere kant van de lijn. „Ze weten goed dat ze extra kwetsbaar zijn. Ik heb nu meestal weinig tijd nodig om bij de kern te komen. De dreiging van een ernstige ziekte geeft heel snel een opening naar de belangrijkste vragen: Hoe zult u rechtvaardig verschijnen voor God? Waar gaat uw reis heen? Dat is winst.

Ik vind het wel heel moeilijk dat ik de mensen niet fysiek kan ontmoeten, bij hen kan zijn, hun de hand kan drukken. Met begrafenissen zonder condoleancebezoek, een digitale rouwdienst en de teraardebestelling in besloten kring heb ik tot nu toe niet te maken gehad, maar dat zal zo goed als zeker komen. De op zich begrijpelijke maatregelen van de overheid maken het verlies van geliefden dubbel zwaar. Er is heel veel om voor te bidden.”

Daar wordt in Apeldoorn ook op kerkelijk niveau invulling aan gegeven, in de vorm van korte digitale diensten van gebed en verootmoediging op woensdagavond. De eerste dienst werd verzorgd door ds. Van de Weg van de

„De kerkgeschiedenis leert ons om kalm te blijven, met compassie om te zien naar anderen en vóór alles het Koninkrijk van God te zoeken”

hersteld hervormde gemeente, de tweede door ds. Den Admirant van de hervormde gemeente, de derde door ds. Visser. „Het is goed om in deze tijd gezamenlijk de zorgen bij de Heere te brengen en te luisteren naar wat Hij tot ons te zeggen heeft. Het is beschamend dat lichamelijke nood blijkbaar dieper ingrijpt dan de geestelijke nood van onze samenleving, die er voor de corona-epidemie al was.”

De Apeldoornse predikant laat zich in zijn denken over de ramp die over de wereld gaat ook vormen door stemmen uit het verleden. „Ik wees al op de preek van ds. Van Oosterzee. Kort daarna kreeg ik via de mail een stukje toegestuurd uit iets wat Luther in 1527 schreef over de pest. Na 500 jaar nog uiterst actueel. Hij roept ertoe op de middelen te gebruiken, je aan de regels te houden, de medemens in nood te gedenken en bereid te zijn God te ontmoeten als het tijdstip van onze dood gekomen is. Dat had nu geschreven kunnen zijn.

Via de app kreeg ik een brochure toegestuurd over de wijze waarop de Vroege Kerk omging met twee ingrijpende epidemieën. En hoe het kwam dat de kerk juist in die omstandigheden zo groeide. De kerkgeschiedenis leert ons om kalm te blijven, met compassie om te zien naar anderen en vóór alles het Koninkrijk van God te zoeken.

Een crisis heeft ook altijd een kans. In tijden als deze zijn mensen op zoek naar hoop. Vertellen wij daar dan van, uit ervaring? Welke geur gaat er van ons uit?” Zelf ervaart hij ondanks alle zorg en hectiek innerlijke rust. „In alle omstandigheden blijft de boodschap van de Bijbel dezelfde. „Niet corona, of wat of wie ook, maar de Heere regeert. „Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde”, sprak de Heere Jezus na Zijn opstanding. „En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.” In deze tijd gaan veel dingen ineens niet door, maar Gods welbehagen door de hand van Christus gelukkig wel. Dat houdt niemand tegen.”

KLOK

Aan uitspraken over het al dan niet leven in de laatste dagen voor Christus’ wederkomst waagt hij zich niet. „Wij hebben Gods klok niet in handen. In de omstandigheden waarin wij leven hoor je wel de voetstappen van de naderende tweede komst van de Heere Jezus op de wolken van de hemel. Dan denk ik niet alleen aan de huidige epidemie, maar ook aan de milieuproblematiek, de vluchtelingenstromen, de spanning tussen volkeren...

Guido de Brès legde er in artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdenis van af wat dat voor ons zou moeten betekenen.

„Daarom verwachten wij die groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere.” Als dat de vrucht van dit alles is, is er eeuwigheidswinst geboekt.”

Wat nog komt, durft hij niet te voorspellen. „We mogen bidden om een einde van deze epidemie. Laten we dat wel verbinden aan het gebed om werkelijke bekering en opwekking. Opdat we na het wijken van de ziekte niet op de oude voet voortgaan. Persoonlijk en als samenleving.”

„Ik voelde me gedrongen om over Psalm 91 te preken”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 april 2020

Terdege | 106 Pagina's

Preken voor lege

Bekijk de hele uitgave van woensdag 15 april 2020

Terdege | 106 Pagina's

PDF Bekijken