Johan
BELEVENISSEN VAN EEN POLITIEAGENT
Over de ether hoor ik de volgende melding: „Melder komt thuis en besluit toch de politie te bellen. Hij heeft tijdens het hardlopen in het park iets in de bosjes iets zien liggen waarvan hij denkt dat het ook een mens zou kunnen zijn. Willen jullie even gaan kijken?”
De meldkamer vraagt collega’s op de surveillanceauto deze melding af te handelen en de melder op te pikken. Die kan aanwijzen waar hij het gezien heeft.
„Heb ik ook nog een eenheid die naar de x-straat 10 kan rijden? Mevrouw geeft aan dat haar 71- jarige man nog steeds niet is thuisgekomen nadat hij vanmiddag om 14.00 uur is vertrokken. Ze maakt zich ernstig zorgen.”
Ik meld dat ik bij deze vrouw ga kijken. Omstreeks 19.00 uur ben ik gearriveerd en ik hoor haar verhaal aan. „Mijn man is longpatiënt. We hadden vanmorgen woorden. Hij is vervolgens weggegaan. Ik kan nog zien dat hij bij de supermarkt wat gekocht heeft. Ik denk drank. Ik ben zo bang dat hij ergens ligt.”
Ik weet over de andere melding die momenteel speelt, maar besluit er tegen de vrouw nog niets over te zeggen. Ik vraag haar hoe hij eruitziet, of hij een telefoon bij zich heeft enzovoort.
In mijn portofoonoortje hoor ik dat de collega’s inderdaad een man hebben aangetroffen in het park. De man is buiten kennis en er liggen lege dranklessen naast hem.
Niet veel later word ik gebeld door mijn collega. „De man van jouw melding ligt hier. Hij is er erg slecht aan toe, hij wordt vervoerd naar het ziekenhuis.”
Ik breng de dame dit slechte nieuws. Mevrouw reageert erg geëmotioneerd. „Agent, ik heb al zo veel meegemaakt”, vertelt ze snikkend. „Mijn man kan al de berichten over het coronavirus niet meer aan. Ik denk dat hij niet meer wilde. Hij was er zo gespannen onder.”
Wat heb ik te doen met haar. Daar sta ik dan aan de andere kant van de woonkamer. Ik wil graag een arm om haar heen slaan, maar die 1,5 meter... er is zo op gehamerd.
„Heeft u iemand die hier naartoe kan komen? Heeft u kinderen?” vraag ik. „Mijn zoon is overleden. Mijn dochter wil geen contact. Ik heb nog een schoonzus, die bel ik wel.”
Nadat de schoonzus in de woning is vervolg ik de surveillance. Het houdt me die avond nog wel bezig. Wat een verdriet.
Johan Dubbeldam verzorgt op deze plek een wisselcolumn. Volgende keer ambulanceverpleegkundige Paul-Jan Dekker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 mei 2020
Terdege | 98 Pagina's