Jouw Vragen
TOEN DE CORONACRISIS NET WAS UITGEBROKEN, WAS IK ECHT ONDER DE INDRUK. IK WAS MEER BEZIG MET GEESTELIJKE ZAKEN. IK WAS BANG OM TE STERVEN. NU ZIE IK BIJ MEZELF DAT IK TOCH WEER DOORLEEF. HOE MOET HET NU?
Eerlijk, zoals je schrijft! Het is ook goed om oprecht met jezelf om te gaan en geregeld in je eigen hart te kijken. Je schrijft ook dat je aan het begin van de uitbraak van het coronavirus méér bad dan nu, méér in je Bijbeltje las, met méér aandacht luisterde naar de prediking en minder gebruikmaakte van je mobieltje.
Alles dreigt over te gaan, zeg je. De indrukken vervagen, het leven herneemt zo goed en zo kwaad als het gaat zijn loop. Je bent druk met je huiswerk, je besteedt weer volop tijd aan sociale media en je laat je weer meer en meer in beslag nemen door alles wat je vóór de coronacrisis in beslag nam. Aangrijpend is dat!
Met jou ben ik ervan overtuigd dat de Heere in de crisis die wij nu beleven een indringende oproep tot inkeer en terugkeer laat uitgaan. Wereldwijd zet Hij samenlevingen stil, opdat wij voor Zijn aangezicht stil zullen worden. Maar wat laten wij ons toch moeilijk stilzetten, nietwaar? Is dat niet wat je bij jezelf merkt?
Dat is erg. Dat moeten we elkaar in het licht van Gods Woord in liefde zeggen. Echt, wij begaan grote zonden als wij onder zo’n ernstige en tegelijk genaderijke oproep wel even de pas inhouden, maar na verloop van tijd weer de draad van ons oude leventje oppakken. Dat betekent dat wij ons gedrag wel een beetje aan de buitenkant kunnen opknappen, maar ten diepste, vanbinnen, onbekeerd blijven. O, wat voor een hart hebben wij?! Is het niet onverbeterlijk, hardleers, ongelovig en hoogmoedig? Het is wat de profeet Jeremia eeuwen geleden uitriep over het Joodse volk: „Zal ook een Moorman zijn huid veranderen? Of een luipaard zijn vlekken? Zo zult u ook kunnen goed doen, die geleerd bent om kwaad te doen” (Jeremia 13:23). Geldt dat ook niet voor ons?
Tegelijk: onze onbekeerlijkheid is geen lot, maar schuld voor God. Wij zijn geen slachtoffers, maar daders. Vraag de Heilige Geest dat Hij je dit grondig leert. Echt, we hebben ons willens en wetens van de Heere afgekeerd. Het is de neiging in ons hart: niet naar God toe, maar van God af. Wij zijn geen nette, vrome, betrokken mensen. Geen bidders of zoekers. Wij zijn zondaren die het werkelijk aan alles ontbreekt. Wij staan met lege handen. Zonder ernst, zonder bewogenheid, zonder kennis, zonder liefde, zonder geloof. God rekent dat ons aan (Romeinen 1:18).
Erken dat je zo bent. En dat de Heere om die reden niets aan je verplicht is. Probeer jezelf ook niet te verbeteren in de hoop dat God je daarom genadig zal zijn. Juist zo sta je jezelf het allermeest in de weg. Je kunt de hemel niet beklimmen met zelfgemaakte ladders van ernst, inzet en ijver. Werp ze daarom weg. Geef alle hoop op jezelf op. Zeg amen op Gods oordeel over je leven: „Uit u geen goed meer.”
Maar hoor ook de stem van de Allerhoogste. In Zijn Woord laat de Heere je verkondigen dat zondaren Hem niet zoeken, maar dat Hij zondaren zoekt. De roepstem van de Heiland klinkt ook vandaag: „U slechten! Hoelang zult u de slechtheid beminnen en de spotters voor zich spotternij begeren? Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest overvloedig over u uitstorten” (Spreuken 1:22, 23).
Reacties en vragen: jouwvragen@terdege.nl
Ds. B.L.P. Tramper, Oud-Beijerland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 mei 2020
Terdege | 123 Pagina's