Paul-Jan
Belevenissen van een ambulanceverpleegkundige
Ook voor ons als ambulancebemanning betekent het coronavirus een grote verandering. We merken het aan de gespreksonderwerpen, de benadering van de patiënten, maar ook aan het rittenaanbod. Uiteraard zijn er de Covidgerelateerde ritten, maar geen ritten naar bijvoorbeeld sportscholen, zwembaden en voetbalvelden.
Ook niet naar restaurants – tot op het moment dat onze piepers afgaan. We krijgen een spoedrit omdat iemand van de trap is gevallen en even niet aanspreekbaar is geweest. De locatie is een restaurant ergens op Schouwen-Duivenland. Het verbaast ons behoorlijk, want premier Rutte heeft onlangs nog afgekondigd dat de restaurants voorlopig niet open mogen.
Onderweg ernaartoe bespreken we hoe te handelen. Mijn collega en ik besluiten om, naast de gebruikelijke materialen die we tijdens een valpartij meenemen, ook een mondkapje op te zetten. De patiënt zou niet besmet zijn, maar pas bij onderzoek en navraag kun je dit zeker weten. Dit gaat uiteraard niet op 1,5 meter afstand.
Bij het restaurant zien we dat er maar één auto op de parkeerplaats staat. Dat betekent dat het pand toch niet (volledig) geopend is. Op het moment dat wij onze mondkapjes op hebben en met de spullen naar binnen willen, gaat de deur van de restaurant open. Een vrouw van rond de 40 komt naar buiten gestrompeld. Het valt ons direct op dat ze niet alleen een forse hoofdwond heeft, maar ook onder het witsel zit. We maken de brancard in de ambulance op, zodat ze direct kan plaatsnemen.
Als eerste meten we de temperatuur en vragen de vrouw of ze de laatste dagen moest hoesten of buik- of andere klachten heeft. Ondertussen meet ik haar zuurstofgehalte en tel ik de ademhalingsfrequentie. Het voelt tegenstrijdig om dit onderzoek te doen voordat we ons richten op de daadwerkelijke klachten, maar door de huidige situatie is het niet anders. Gelukkig is de patiënt vrij van alle klachten, zodat de mondkapjes af kunnen.
Afgezien van de wond op haar voorhoofd blijkt dat de patiënt behoorlijk veel pijn heeft bij het doorademen. Mogelijk heeft ze één of meer ribben gebroken. We besluiten haar pijnstilling te geven en voor verder onderzoek mee te nemen naar het ziekenhuis. Op onze vraag wat er is gebeurd, vertelt ze dat ze op een trap geklommen was om het plafond van het restaurant te witten. „We mogen voorlopig toch geen gasten ontvangen”, praat ze verder, „dus ben ik begonnen om het restaurant wat op de knappen. Normaal sta ik er in de keuken achter het fornuis.” Ik heb het niet hardop gezegd, maar hopelijk zijn haar kookkunsten beter.
Paul-Jan Dekker verzorgt op deze plek een wisselcolumn. Volgende keer politieagent Johan Dubbeldam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 mei 2020
Terdege | 123 Pagina's