"De meeste ruzies gaan over panty's"
Peter en Karin Koelewijn uit Veen hebben twaalf kinderen: Henriëtte, Silvester, Annemarie, Marjolein, Daniëlle, Michelle, Nadine, Elsemarie, Lydia, David, Marie-Louise en Sarah. De oudste is 24, de jongste 5. Ofwel, zoals Peter rekent: We hebben een kopgroep, een middengroep en een staartgroepje.”
De achtertuin van de familie Koelewijn in Veen is op z’n minst uniek te noemen. De royale raampartij aan de achterzijde van hun dijkwoning biedt volop zicht op de rivier de Maas. Ze hoeven alleen het tussenliggende weiland te doorkruisen en ze staan aan het water. „Als het mooi weer is, eten we ’s morgens op het strandje”, wijst moeder Karin (49). „In de zomer zitten we er hele dagen. ’s Avonds eten we dan bijvoorbeeld van de skottelbraai.”
„Met zo’n achtertuin hoef je niet op vakantie”, lacht vader Peter (54). Het gezin woont inmiddels zeventien jaar aan de dijk, maar Peter en Karin voelen zich nog elke dag gezegend met hun riante woning en het bijbehorende uitzicht. Als telg uit een vissersfamilie heeft Peter een voorliefde voor water. Vier jaar geleden kocht hij een skûtsje, een houten Friese tjalk van 120 jaar oud. Hij knapte het voormalige vrachtscheepje van 15 meter lang op tot een volwaardig vakantieonderkomen voor het hele gezin. „Het is bijzonder leuk”, glimlacht hij. „We zijn weleens met z’n twaalven weggeweest. Meestal gaan we een dag of tien en zeilen we op de randmeren, of we gaan naar Bunschoten of Harderwijk.”
Karin geniet erg van de gezamenlijke vaarvakanties. „ Het werkt heel samenbindend als gezin. Je bent die dagen verplicht om met elkaar op te trekken.” Annemarie (21) grinnikt. „Het is modern kamperen”, definieert ze.
WERKSTER
De hechtheid van hun gezin ervaren Peter en Karin als een groot goed. Beiden komen ze uit een relatief klein gezin: Peter heeft één broer en Karin een broer en een zus. Dat ze zelf een veel groter gezin kregen, riep in het verleden vanuit hun omgeving regelmatig reacties op. Opmerkingen die Karin weleens verdrietig stemden. „Toen wij meer kinderen kregen, hoorde ik vaak: „Jullie hebben er al zo veel, wacht maar tot ze ouder zijn, dan is het zo makkelijk niet.” Of mensen gaven aan dat ze het echt niet begrepen. Ik heb bij elke zwangerschap aangegeven dat wij er heel blij mee zijn. Lydia, ons negende kind, kreeg bewust de naam Matthea als tweede doopnaam; dat betekent ”geschenk van God”.”
„Of mensen zeiden: Als het maar weer geen meisje is”, vult Annemarie aan. Karin knikt. „Maar de meeste reacties zijn gelukkig positief.
Laatst waren we met zes kinderen in de IKEA en daar sprak een vrouw mij aan. Ze zei: „We zagen jullie al toen jullie binnenkwamen en ik moet het even kwijt: Wat hebt u toch een leuk gezin.” Dat zijn mooie gesprekjes.”
Dat een groter gezin meer drukte geeft is een understatement, weet Karin. „Natuurlijk is het druk, maar ik ervaar dat niet als overheersend. Ik krijg vaak te horen: „Je hebt zeker wel een werkster?” Ja, zeg ik dan, elke dag maar liefst: een vaatwasser en een droger. Er wordt vaak negatief naar grotere gezinnen gekeken, terwijl het zo mooi is. Wij hebben het altijd heel fijn gehad als gezin.”
KOPGROEP
De gezinsleden proberen zo veel mogelijk met elkaar te ondernemen. „Als we met z’n allen ergens zijn, valt dat wel op”, beseft Peter. „De oudsten gaan nu niet meer overal mee naartoe, maar we vinden het leuk om met zo veel mogelijk kinderen dingen te doen.”
De jaarlijkse gezinsdag op Koningsdag is inmiddels een traditie. Karin is de motor achter het programma, zij zoekt elk jaar naar een geschikt uitje voor het hele gezin. En dat valt nog niet mee, erkent ze. Logisch, vindt Peter. „Als je twaalf kinderen hebt, heb je als het ware drie leeftijdsgroepen: een kop- en een staartgroepje en de kinderen daar tussenin. Die verschillen zie je in ons gezin nu heel sterk. Wat dat betreft vind ik dit nu wel de meest intensieve periode van de afgelopen 24 jaar.” Karin knikt. „Ik vind het nu ook drukker, omdat er meer bij komt kijken als je kinderen ouder worden. Toen we vier kinderen hadden, was de oudste nog geen 2,5 jaar. Dat was ook druk, maar heel anders. Als ze klein zijn, heb je ze thuis en komen er nog niet allerlei invloeden van buitenaf bij kijken. We organiseren nu bewust samenbindende dingen als gezin, omdat je straks wellicht met meer aanhang te maken krijgt en met schoonfamilies, zodat er minder tijd is om als gezin compleet te zijn.”
DOOPDIENST
Annemarie hoort haar ouders glimlachend aan. Als een van de oudsten hoort ze bij de kopgroep, samen met getrouwde tweelingzus Marjolein. „Ik voel me daar niet door belast, hoor. Het is niet zo dat wij als oudere kinderen per se veel met de kleintjes moesten doen. Daniëlle vindt het bij-voorbeeld heel leuk om met hen op stap te gaan, zij neemt er gerust zes mee als ze gaat wandelen of de weekboodschappen gaat doen. Dat zie ik echt niet zitten, nee zeg, ik zie ze al wiebelen op hun fietsjes.”
Haar jongere zusjes Nadine (14), Elsemarie (13) en Lydia (11) gniffelen op de bank. Zij vinden het vooral gezellig om zo veel familie te hebben. „Er is altijd wel iemand met wie je bijvoorbeeld een spelletje kunt doen of kunt knutselen”, weet Nadine.
Annemarie herinnert zich als een van de oudsten van het gezin de terugkerende blijdschap als er een baby werd geboren. „Wij waren heel blij als er weer een kleintje bijkwam. We maakten ruzie wie het vast mocht houden.”
Als onderdeel van een eeneiige tweeling heeft Annemarie gevoelsmatige de diepste band met Marjolein. Al herkent ze zelf terdege de verschillen in beide karakters. „Dat geldt voor ons hele gezin”, vindt ze. „We vormen echt een eenheid als broers en zussen, maar zijn ook heel divers.” Ze grinnikt als ze bekent: „Soms zie ik gezinnen waarvan de kinderen ook in kleding allemaal op elkaar lijken. Daar krijg ik de kriebels van. Als het goed is heeft ieder een eigen persoonlijkheid.” „Zo zijn jullie ook opgevoed”, meent haar moeder. „We hebben altijd gekeken naar wat bij elk kind afzonderlijk past. Ik heb wel inspraak in wat ze ’s zondags aantrekken, maar doordeweeks mogen ze zelf kiezen wat ze willen. Natuurlijk dragen de jongere kinderen ook wel kleren af, maar ik koop voor elk kind ook wel iets wat echt bij diegene past.”
POPCORN
Een overduidelijke gemeenschappelijke deler van het gezin is het maken van muziek. Orgel, piano, panfluit, dwarsfluit, trompet, gitaar, klarinet en viool; als gezin kunnen de Koelewijns hun eigen orkestje vormen. En daar geniet Karin erg van. „Het leuke is dat het echt in hen zit, ik hoef er niet achteraan. Ze mogen zelf hun instrument kiezen. Als ouders vinden wij het mooi als ze muziek mogen maken tot eer van de Heere.”
Af en toe musiceren kinderen tijdens uitvoeringen. Als het even kan komt een aantal gezinsleden luisteren. „Die betrokkenheid kun je als ouders ook aanleren”, vindt Karin. „We spreken hen daar ook op aan. Als je zelf iets hebt, vind je het ook fijn als er iemand komt, zeg ik dan. Henriëtte zei pas: „U bent er altijd.” Dat vond ik fijn om te horen.”
Het bezig zijn is eveneens een kenmerk van het Veense gezin. Nadine, Elsemarie en Lydia zijn echte creatievelingen. „We knutselen heel veel, bijvoorbeeld met stof of hout. Ook houden we van bakken. We hebben pas zelf popcorn gemaakt.” Karin knikt. „Ze zijn altijd lekker bezig. We houden ook niet van niksen en vervelen.”
Of daar weleens ruzies bij komen kijken? „Ja”, anwoordt Nadine rap. „Die gaan met zo veel meiden meestal over panty’s”, reageert Annemarie cryptisch. „Dan stop je vijf panty’s in de wasmachine en krijg je er uiteindelijk maar één terug, omdat anderen er een aantal hebben ingepikt.” Haar moeder heeft de oplossing. „Ik bewaar ze zodra ik de was eruit haal en dan kan ik ze aan de eigenaars teruggeven als ze erom vragen.”
PSALM 23
Het gezin Koelewijn verzamelt fijne herinneringen, maar weet ook dat het leven een keerzijde heeft. Drie jaar geleden werd er bij Marjolein een hersentumor geconstateerd en volgde een precaire operatie. Voor tweelingzus Annemarie in het bijzonder was de periode een achtbaan. „Het was heel heftig. Marjolein was altijd mijn steun en toeverlaat en nu werden de rollen omgedraaid. Het bijzondere was dat zijzelf heel positief was, daardoor kon ik het me niet veroorloven om bij de pakken neer te zitten.”
„Toen de tumor werd ontdekt, zei Marjolein: „Wat de Heere doet, is goed”, daar hield ze zich aan vast”, blikt Karin terug. „Ze voelde zich gedragen door Psalm 23. Met die woorden ging ze de operatie in en kwam ze er ook weer uit.” Peter knikt nadenkend. „Natuurlijk was het moeilijk, maar we mochten ervaren dat de Heere boven alles staat. Hij heeft ons gedragen als gezin.”
Ruim een halfjaar geleden trouwde Marjolein met Jens. Tijdens de kerkdienst in de hersteld hervormde kerk in Wijk en Aalburg kregen ze als trouwtekst Psalm 23:1 mee. „Ik zou het daarom ook eerder een bijzondere dan een moeilijke tijd noemen. We waren niet mistroostig”, zegt Annemarie bedachtzaam. Ze glimlacht even. „Ik weet dat Marjolein liever zelf niet met haar verhaal de aandacht krijgt, maar als God de eer krijgt, dan is het goed.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 juni 2020
Terdege | 107 Pagina's